Hoe Albert Gort met 4-6 RI per s.s. "Sloterdijk" naar Nederlandsch-Indië gaat

 

 

Groepsfoto van 4-6 RI op het terrein van de Tapijnkazerne, Albert Gort staat op de achterste rij 5e van links

Ter inleiding

Dit reisverslag is geplaatst met goedkeuring van dienstplichtig soldaat Albert Gort. Hij wordt in 1946 ingelijfd bij het 14e Regiment Infanterie. Na een opleiding te hebben genoten in de Tapijnkazerne te Maastricht, wordt hij op 11 februari '47 beschouwd als geoefend soldaat van 4-4-14 RI. Door een reorganisatie wordt hij vanaf 15 april '47 ingedeeld bij het 4e Bataljon van het 6e Regiment Infanterie (4-6 RI). Omdat ze te horen krijgen dat ze naar Nederlandsch-Indië uitgezonden worden, volgt een gedegen training is gevechtsoefeningen, marslopen en alles wat te maken heeft met de functie die ze daar moeten vervullen. De opleiding is in ieder geval zodanig, dat ze goed getraind aan hun reis kunnen beginnen. Op 23 mei hebben ze inschepingsverlof, zo hebben ze ruimschoots de tijd om alles goed te regelen en om afscheid te nemen van familie en vrienden. 

De Tapijnkazerne met nog schuilkelders voor de deur

Op 2 juni '47 is hun inschepingsverlof voorbij. Na afscheid te hebben genomen keert iedereen terug naar de kazerne. De datum van vertrek staat nog niet vast en zal ook nog enkele keren wijzigen. Dat is geen ramp, want er moet nog het nodige geregeld worden. Wapens worden ingeleverd en het winteruniform moeten ze verruilen voor het tropenuniform. Er staan nog voetbalwedstrijden op het programma en er wordt een feestavond georganiseerd. Op 17 juni is het grote afscheidsfeest, de hele dag is er van alles te beleven en dat zal tot in de late avonduren voortduren.

Aanvang van de treinreis (Maastricht)

Zondag 20 juni '47: Dit is de dag dat ze vertrekken. Het weer is prachtig als de eerste groep van 4-6 RI in de vroege ochtenduren aan hun wandeling naar het treinstation begint. Langs de hele route is het ondanks het vroege tijdstip bijzonder druk, er wordt naar de jongens gewuifd, bemoedigende woorden geroepen, handen geschud en soms gehuild. Iedereen ervaart deze dag op zijn eigen manier, maar het tempo waarmee ze zich naar het station begeven blijft er wel in, want er staat een trein op hen te wachten. Op het station worden de plunjebalen meteen in de trein geladen en dan is het wachten tot ze zelf aan de beurt zijn. Sommigen nemen nog even heel stiekem afscheid en dan gaan ze de trein in. Een laatste groet vanuit het raam en roepend: Tot over een jaar of twee allemaal!

 

Op het station van Maastricht moeten ze eerst op hun beurt wachten en dan snel de trein in 

De stemming onder de jongens is uitstekend, door de Cadi worden sigaretten en chocolade uitgedeeld en om 08.50 uur komt de trein in beweging. De reis verloopt voorspoedig en zonder incidenten, alleen op Rotterdam-zuid komt de trein tot stilstand, maar dat duurt gelukkig niet lang. Als de trein weer in beweging komt, rijd deze door tot vlak bij het havencomplex waar hun schip klaar ligt. Dit is trouwens niet de enigen trein die ze verwachten, in de loop van dag zullen er meer volgen. Het s.s. "Sloterdijk" is geduldig en zal zeker wachten totdat alles en iedereen aan boord is. Aan het eind van de middag is het dan zover. Om 17.50 uur worden de loopplanken binnengehaald en maakt het schip zich los van de kade, gevolgd door enkele stoomstoten op de scheepshoorn, een laatste groet vanaf de kade en de reis is begonnen.

  

Nog even een klein oponthoud op Rotterdam-zuid en dan is het nog een klein stukje naar de haven

 

De treinreis zit er op en ook hier in de haven zijn uitzwaaiers te vinden

Aanvang van de scheepsreis (Rotterdam)

(Rotterdam 20 juni 1947 ⇔ Batavia 16 juli 1947)

Het s.s. "Sloterdijk" vlak voor vertrek aan de kade van de Merwehaven

Een onderdeel was eerder aan boord gekomen en had zelfs al een nacht op het schip doorgebracht. In totaal komen er 1417 militairen aan boord en dat betekent dat het behoorlijk druk zal zijn tijdens de reis. De meesten behoren toe aan twee Regimenten Infanterie, het 4-6 RI met 694 man en 4-9 RI met 661 man. Verder zijn er 40 man van een KNIL-detachement aan boord en 17 die zijn toegewezen aan de Commandant Overzeese Troepen (C.O.T.), waarvan zes van een medisch team die tijdens de reis Indische vormgeving zullen geven. Officieren en onderofficieren (waarvan 6 sergeanten van de scheepspolitie) krijgen een hut en de overige militairen moeten het met de ruimen doen. In de ruimen zijn de bedden (standy's) vier hoog gestapeld, die behoorlijk dicht op elkaar staan, zodat er weinig opbergruimte overblijft voor de spulletjes.

  

Bepakt en gezakt staan ze op de kade en dan moeten ze ook nog even poseren voor een foto voor hun s.s. "Sloterdijk"

  

  Op de kade wordt het steeds drukker zodat er ook meer foto's genomen worden

De HAL en de KRL hebben ieder een eigen complex in het Rotterdamse havengebied, maar deze zijn niet voldoende toereikend om alle troepentransporten te verzorgen. Daar komt bij dat het complex van de HAL vanwege oorlogsschade niet echt inzetbaar is voor dergelijke transporten. De Merwehaven ligt niet ver van het KRL-complex verdaan en wordt prima geschikt bevonden als vervangende haven. 

  

Terwijl een muziekkapel marsmuziek speelt gaan de jongens aan boord en als dat klaar is kunnen de loopplanken weg

Tijdens het embarkeren mogen alleen militairen, genodigden en havenpersoneel op de kade zijn, maar als iedereen aan boord is en de loopplanken zijn weggehaald, dan mogen ook familie en vrienden op de kade. Zo kunnen zij de jongens voor de allerlaatste keer een groet brengen. Als het s.s. "Sloterdijk" via de Nieuwe Waterweg richting de Noordzee vaart wordt er al vrij snel inspectie gehouden en niet veel later ook een sloepenrol. Orde en gezag staan aan boord hoog in het vaandel en veiligheid gaat natuurlijk boven alles, zodat de sloepenrol meerdere keren herhaald zal worden. Als ze op open zee aankomen krijgen ze al meteen met dichte mist te maken, zodat de gezagvoerder besluit om voor anker te gaan. Deze onverwachte tussenstop wordt door de jongens benut met bagage opbergen en om het schip wat beter te verkennen. Zo'n reis is voor de meesten een geheel nieuwe belevenis, het is vooral even wennen aan de beperkte ruimte, de smalle gangen en de vele trappen op zo'n schip. De eerste algemene bekendmaking die ze via de luidsprekers te horen krijgen komt van de geestelijke verzorging: De dagelijkse afsluiting zal op het achterdek gehouden worden en deze is van 19.15 uur tot 19.30 uur. Vanavond gaan ze ook voor het eerst ervaring opdoen met hun standy, dit zal wennen zijn, maar met een beetje inschikken en geduld komt dat best goed.

  

Het dagelijkse leven zoals dat op een troepentransportschip normaal is en kleren wassen....., dat mogen ze zelf doen!

Maandag 21 juni '47: De mist is vannacht om 03.00 uur verdwenen, zodat het s.s. "Sloterdijk" haar reis kan voortzetten. Als het dagelijkse leven eenmaal op gang is gekomen, kunnen ze gebruik gaan maken van de Heilige Mis, voor 4-6 RI is dat in de toneelzaal en voor 4-9 RI op het achterdek. Na de mis gaan ze ontbijten. Met een knipkaart in de hand staan ze in een rij bij het aardappelhok en wachten tot ze aan de beurt zijn. Als de knipkaart van het eerste gaatje is voorzien, mogen ze met een plate in de hand de rij volgen tot ze een schep pap opgediend krijgen, daarna brood, een klontje boter, beleg en als laatste een mok met thee. Vervolgens krijgen ze een tafel toegewezen, waar ze de hele hap naar binnen kunnen werken. Er zijn jongens die pech hebben, want er zijn niet voldoende zitplaatsen, zij zullen dit keer hun eten staande moeten nuttigen. 

Inmiddels hebben ze de kust van Nederland en België achter hun gelaten, want om 09.00 uur bereiken ze het Nauw van Calais. Op datzelfde tijdstip is er ook appèl, maar vanwege de beperkte ruimte op het bovendek, moeten er aanpassingen gedaan worden. Vanaf nu heeft 4-6 RI appèl op het voordek en 4-9 RI moet dat op het achterdek doen. Tijdens het appèl worden meteen alle corveeploegen bekend gemaakt.

Dit is zo'n corveeploeg. Vrolijke gezichten terwijl ze aardappels jassen

De corveeploegen zijn als volgt samengesteld: Twintig jongens gaan aardappels schillen, tien gaan taken uitvoeren in de troepeneetzaal, veertien in de troepenpantry en drie jongens hebben bijzonder veel geluk, zij mogen de troepentoiletten schoonhouden. Verder gaan vier jongens in de troepenkeuken helpen, twee in de kajuitkeuken, twee in de Officierspantry, twee in de bakkerij, twee in de slagerij, drie in het magazijn en als laatste, zes jongens die het dek moeten onderhouden. Dit alles zal door een Sergeant-majoor in goede banen worden geleid. Nu de indeling bekend is, kunnen jullie meteen aan de slag. Zo varen ze al klussend over Het Kanaal, komen langs Cherbourg en gaan dan richting de Golf van Biskaje. 

Natuurlijk blijft er tijd genoeg over voor ontspanning

Dinsdag 22 juni '47: Terwijl de jongens al een poosje op een oor liggen, varen ze om 01.00 uur langs het eiland Ouessant en niet veel later langs Brest. Om 06.00 uur begint de nieuwe dag met opstaan, wassen en het bed opmaken, om 08.00 uur is het ontbijt en om 09.00 uur moeten ze aantreden voor appèl. Tijdens het appèl worden instructies gegeven over zaken die gisteren voorvielen, maar niet door de beugel kunnen: Vanaf heden is het verboden om met behulp van touwtjes water uit de kranen te laten lopen, dit omdat we zuinig moeten zijn met de watervoorraad. Ook komt er controle op het tijdstip waarop de kantine wordt verlaten, want om uiterlijk 22.00 uur moet iedereen in bed kunnen liggen. Na het ochtendappèl gaat 4-6 RI meteen naar de toneelzaal voor de hoogmis, want deze begint om 10.00 uur. Het weer is nu prima en dat komt goed uit, want ze naderen de Golf van Biskaje en daar kan het behoorlijk spoken. De Golf van Biskaje staat erom bekend dat daar met onstuimig weer veel mensen zeeziek worden, maar met dit mooie weer zal dat nu wel meevallen.

Jongens die ondanks het rustige weer op de Golf van Biskaje toch zeeziek werden liggen nog wat bij te komen 

Woensdag 23 juni '47: De Golf van Biskaje hebben ze inmiddels achter zich gelaten. Om 01.50 uur passeren ze Kaap Finisterre en dat betekent dan ze de noord/west kust van Spanje hebben bereikt. De reis verloopt voorspoedig, want in de loop van de dag varen ze alweer langs de westkust van Portugal en rond middernacht is Kaap St. Vincent bereikt. Vandaag wordt het eerste scheepskrantje 'De Sloterdijker' uitgedeeld, dit krantje wordt door de militairen zelf samengesteld en uitgegeven. In zo'n krant staat vooral informatie over de reis, zoals vaarafstanden, snelheden en bezienswaardigheden, maar ook kruiswoordpuzzels en raadsels voor wat ontspanning, berichten en zo hier en daar een leuke tekening.

  

Kaap St. Vincent en er is veel bekijks bij het passeren van de Rots van Gibraltar

Donderdag 24 juni '47: Om 10.00 uur varen ze met verminderde snelheid door de Straat van Gibraltar. Twee uur later, precies om 12.00 uur, kunnen ze de enorme rots met daarop een vesting van de Engelsen goed waarnemen. Zoals vaker bij een bezienswaardigheden, gingen de jongens massaal aan dezelfde kant op het schip staan. De Rots van Gibraltar ligt per slot van rekening aan bakboordzijde, maar daarmee komt wel de stabiliteit van het schip in het geding. Op vriendelijk maar dringend verzoek van de gezagvoerder moeten ze zich meteen over het schip verspreiden, want alleen dan zal het schip bestuurbaar blijven. De Straat van Gibraltar is het ook het moment dat ze over het smalste deel tussen Europa en Afrika doorvaren. De rest van de dag blijven ze dicht langs de Noord-Afrikaanse kust varen en deze is dan ook regelmatig in zicht. Als ze het Middellandse Zee klimaat hebben bereikt, mogen ze gelukkig wat luchtiger gekleed gaan. Ze zijn nog niet gewend aan deze hogere temperaturen, zodat ze regelmatig gewaarschuwd worden voor de brandende zon, maar ondanks dat zijn er toch jongens die zich verbranden.

Als ze over de Middellandse Zee varen komt regelmatig de Afrikaanse kust in zicht

Vrijdag 25 juni '47: Vandaag wordt het tweede scheepskrantje rondgedeeld. Hierin staat, dat op 25, 26 en 27 juni door beide regimenten een cabaretvoorstelling gegeven zal worden onder leiding van sergeant Rits. Deze drie voorstellingen werden bijzonder goed bezocht en mogen als geslaagd worden bestempeld. Nu ze met z'n allen voor meerdere weken op elkaar zijn aangewezen, is dergelijk ontspanning natuurlijk van harte welkom. Voor een groot deel van de reis is eigenlijk niet veel meer dan water en lucht te zien en dan kan de verveling makkelijk toeslaan. Het NIWIN had er gelukkig voor gezorgd dat er ook voldoende boeken en spelletjes aanwezig zijn, zodat ze die bij verveling kunnen lenen.

Zaterdag 26 juni '47: Al varend over de Middellandse Zee passeren ze vandaag aan stuurboordzijde de Noord-Afrikaanse landen Algiers en Tunis. Na de Tunesische kustplaats Bizerta varen ze langs het eiland Pantelleria, dat ten oosten van de stad Tunis en ten zuiden van het Italiaanse eiland Sicilië ligt.

Zondag 27 juni '47: Vanochtend vroeg is er een Heilige mis en na het ontbijt appèl met inspectie. Er zit inmiddels een week varen op en ondanks de ingelaste korte stop op de Noordzee vanwege mist verloopt de reis voorspoedig. Vanmiddag hebben ze om de ledematen fit te houden gymnastiek en omdat Albert Gort als brenschutter is ingedeeld, krijgt hij daar les in. Ze varen nog steeds ten zuiden van Sicilië op de Middellandse Zee en passeren nu het Italiaanse eiland Malta. Over enkele uren moet dan ergens in noordelijk richting het Griekse eiland Kreta liggen, maar dat eiland zal buiten hun gezichtsveld vallen.

Maandag 28 juni '47: Aan bakboordzijde passeren ze de Libische kust, maar ook daarvan krijgen ze niets te zien. Pas als ze Egypte bereiken komt de kust regelmatig in zicht. Na Alexandrië zal het nog slecht enkele uren duren voordat ze de stad Port Saïd bereiken en daarmee zullen ze afscheid moeten nemen van de Middellandse zee.

Port Saïd is bereikt

Dinsdag 29 juni '47: Als ze Port Saïd eenmaal bereikt hebben, komt er om 14.00 uur een loodsboot langszij, zodat een loods het s.s. "Sloterdijk" tot aan de boeien kan begeleiden. Daar gaat het schip niet ver van de kade voor anker, zodat de jongens de bewegingen op de kade redelijk goed kunnen waarnemen. Passagieren zit er helaas niet in, maar al snel krioelt het van de bootjes met handelaren rond het schip. Deze mogen niet aan boord komen, zodat onderhandelen vanuit hun bootjes moet gebeuren. Dat onderhandelen is een belevenis op zich, er wordt wel het een en ander gekocht, maar het kan er soms rumoerig en niets begrijpend aan toe gaan.

  

Als een loods het schip tot aan de boeien heeft gebracht krioelt het al snel van de bootjes met handelaren

Ondertussen wordt er brandstof gebunkerd en dat gebeurt via een drijvende olieleiding. Tijdens het bunkeren komt er ook een waterboot langszij, zodat ze voorlopig voldoende water zullen hebben. Niet veel later worden er zakken met post aan boord gebracht, zodat iedereen het ineens erg druk heeft met lezen. Ook worden er vanmiddag tropentenues uitgedeeld en dat komt heel goed uit, want het wordt alleen maar warmer.

 

In de haven van Port Saïd is genoeg te beleven en de jongens hebben bijzonder veel belangstelling voor de kade

Vandaag wordt de verjaardag van Prins Bernhard gevierd. Hoewel er normaal zonder alcohol wordt gevaren, krijgt iedereen toch een flesje bier om op zijn verjaardag te proosten. Het s.s. "Sloterdijk" zal hier vandaag blijven liggen en morgenmiddag pas vertrekken. De alom bekende goochelaar van Port Saïd is vanmiddag ook present, hij is namelijk de enige die wél aan boord mag komen. Om zijn goochelkunsten wordt veel gelachen, zodat de tijd voorbij vliegt.

De haven van Port Saïd bij nacht

Het Suezkanaal is bereikt

Woensdag 30 juni '47: Vanmiddag om 15.00 uur vertrekt het schip uit de haven van Port Saïd en begint het in matig tempo aan het eerste deel door het Suezkanaal. Het Suezkanaal (168 kilometer lang) werd gegraven onder leiding van de Franse architect Ferdinand de Lesseps, van hem komen ze bij het verlaten van Port Said al meteen een standbeeld tegen op de pier. 

  

Net buiten Port Saïd staat het standbeeld van Ferdinand de Lesseps aan de oever en wat verderop een buitenverblijf van de Koning van Egypte 

Het Suezkanaalkanaal werd dwars door de woestijn gegraven en heeft daarmee de vaartijd naar het verre Oosten aanzienlijk verkort. Het is vooral zand wat je hier lang de oevers ziet, maar er is toch ook regelmatig wat te zien. Diverse keren passeren ze een nederzetting waar de Engelsen bivakkeren en als je het vergeten mocht zijn dat je door de woestijn vaart, dan word je daar wel aan herinnert als je een kudde kamelen op de oever ziet. Na weer een poosje varen komen ze een groot statig gebouw tegen, hierover wordt gezegd dat het een van de buitenverblijven van de Koning van Egypte is.

  

Controleposten voor de scheepvaart kom je hier ook tegen en er staat een gedenknaald voor de slachtoffers van de eerste wereldoorlog

Er zijn enkele controleposten langs het kanaal die de scheepsvaart in de gaten kunnen houden, er zijn oversteekpontjes en er ligt een spoorlijn op de linkeroever. Over die spoorlijn rijden met enige regelmaat stoomlocomotieven met daar achter een lange sliert wagons, die gekscherend de 'Jeruzalemexpress' worden genoemd.

Ook nu dendert de zogenoemde 'Jeruzalemexpress' voorbij 

Het Suezkanaal is overigens niet zo heel erg breed, want grote schepen kunnen elkaar hier niet passeren, deze moeten op de Bittermeren op hun beurt wachten. Als het druk is wordt er over dit kanaal simpelweg in colonne gevaren. 

    

Met het bereiken van de Bittermeren zit de doorvaart van het Suezkanaal er bijna op, ze komen alleen de baai met de stad Suez nog tegen

Om 16.45 uur zit de doorvaart van het Suezkanaal er op en zijn ze bij de stad Suez aangekomen. Deze stad is net als Port Said een belangrijke bunkerplaats, maar dit keer niet voor het s.s. "Sloterdijk". Als een schip hier voor anker gaat, dan krijgen de opvarenden met net zo veel bootjes met handelaren te maken als in Port Saïd. Om 18.00 uur vertrekt het s.s. "Sloterdijk alweer uit Suez en vaart dan in de richting van de Rode Zee.

Op de Rode Zee passeren ze de Kreeftskeerkring

Donderdag 1 juli '47: Nadat ze de stad Suez achter zich hebben gelaten varen ze eerst enkele uren over de Golf van Suez en bereiken dan de Rode Zee. Als ze op de Rode Zee zijn aangekomen passeren ze de Kreeftskeerkring en dat is dan ook heel goed te merken. Wat een hitte hebben ze daar, maar goed dat het tropentenue al is uitgereikt! Vandaag gaan ze inkopen doen bij de CADI en om een indruk te geven volgen hier wat prijzen; sigaretten per tachtig stuks kosten fl. 1,25, vijf sigaren 40 cent, een reep chocola 15 cent, zeven koeken 35 cent, Marvel-sigaretten zijn gratis, een stuk zeep ook en voor een zak drop moeten ze 25 cent betalen. Vanavond zou er voor het eerst een film gedraaid worden, maar dat gaat helaas niet door. Ze kunnen namelijk niemand vinden die de apparatuur weet te bedienen.

 

Op de Rode Zee passeren regelmatig schepen

Vrijdag 2 juli '47: De reis over de Rode Zee zal drie dagen in beslag nemen en dit is de tweede dag. Het is een dag als gisteren en het is nog steeds verschrikkelijk warm. Vanwege de hitte is het beneden in de ruimen bijna niet meer uit te houden, zodat een aantal jongens het besluit nemen om de nacht op het bovendek door te brengen. Op het bovendek is het ook wel warm, maar daar staat tenminste een zuchtje wind.

Zaterdag 3 juli '47: De derde en laatste dag op de Rode Zee. Aan bakboordzijde ligt Jemen en om 22.30 uur komen ze op het meest zuidelijkste deel van de Rode zee aan, waar in de monding met de Straat Bab al-Mandab het eiland Perim ligt. Op dit strategisch gelegen eiland hebben de Engelsen het voor het zeggen en zij gebruiken dit eiland voor het bunkeren van hun marineschepen. 

    

Ze varen langs de 'Berg der Twaalf Apostelen' die bekend is uit de Bijbel

Met het passeren van Perim varen ze over het smalste deel tussen Afrika en de Arabische landen door en komen zo op de Golf van Aden. Na enkele uren over de Golf van Aden varen, passeren ze alweer een bekende bunkerplaats, ditmaal is dat Aden. Deze havenstad laten ze links van hun liggen, want er is genoeg brandstof en water aan boord om het Indische voorland te bereiken.

De bunkerplaats Aden laten ze links liggen en varen daar met een grote boog omheen

Zondag 4 juli '47: Terwijl ze over de Golf van Aden varen komen ze voor het eerst deze reis in stormachtig weer terecht. Het type weer dat je eerder op de Golf van Biskaje zou verwachten en niet hier. Een hoop jongens kunnen het onstuimige weer niet goed verdragen, hun maag komt in opstand en aan de reling wordt het alleen maar drukker. Het slechte weer zal helaas drie dagen aanhouden en hun achtervolgen tot ze op de Indische Oceaan zijn.

De Indische Oceaan

Maandag 5 juli '4: Momenteel vaart het s.s. "Sloterdijk" ter hoogte van de kust van Somalië en hiermee hebben ze in de vroege ochtend om 04.00 uur Kaap Quardafui bereikt, het meest oostelijke punt van Afrika en laten dit continent nu achter zich. Iedereen ligt dan nog in diepe slaap en zullen pas ontwaken als de Indische Oceaan is bereikt. Vanmiddag wordt het weer gelukkig een stuk beter, de regen is gestopt, de zee kalmer en de jongens knappen alweer snel op.

Dinsdag 6 juli '47: Dit is alweer de tweede dag dat ze op de Indische Oceaan varen en het weer is momenteel prima. Dat is maar goed ook, want vanaf nu is zes dagen lang alleen maar water en lucht zien en dan is een beetje mooi weer een heel stuk aangenamer.

 

Het scheepsbandje dat is samengesteld uit jongens van 4-6 RI en 4-9 RI

Woensdag 7 juli '47: Ze kunnen vandaag voor de tweede keer inkopen doen bij de CADI en het is nu zelfs mogelijk om een compleet rantsoen te kopen voor slechts FL 3,75. Verder is er nu weinig te bleven, maar ze kunnen wel weer genieten van het mooie weer.

Donderdag 8 juli '47: Vanaf vandaag worden er voor het eerst voorzorgsmaatregelen genomen om malaria tegen te gaan. Het is verplicht om vanaf nu iedere dag twee kininetabletten te slikken. Ze moeten met een beker water aantreden en onder streng toezicht hun pillen innemen. Er is blijkbaar iemand gevonden die de filmapparatuur kan bedienen, want voor vanavond en morgenavond zijn er twee filmvoorstelling en één cabaretavond georganiseerd.

Een van de weinige dingen die op de Indische Oceaan zullen zien is een passerend schip

Nu het s.s. "Sloterdijk" er de helft van de Indische Oceaan heeft opzitten, moet ergens in noordelijke richting Ceylon liggen. In het verleden hadden de Nederlanders het hier voor het zeggen, maar momenteel zijn de Engelsen daar de baas. Met Colombo aan de westkust en Trincomalee aan de oostkust heeft dit eiland twee strategisch gelegen havens, waar de Engelsen diverse oorlogsschepen in de baai hebben liggen. In het begin van de operatie in Ned. Indië, eind 1945 en vooral 1946, voeren onze troepenschepen vaak over Engeland om OVW'ers op te pikken die daar een training kregen. Tijdens die reizen voeren met enige regelmaat Engelsen mee die op Ceylon werden afgezet. Nu in 1947 daar geen sprake meer van is varen onze troepenschepen Ceylon voorbij.

Vrijdag 9 en zaterdag 10 juli '47: Beide dagen zijn eender, er gebeurt eigenlijk heel weinig, zodat er ook niet veel te melden valt. Zaterdag kregen ze wel een injectie tegen de tyfus toegediend, waar een aantal jongens last van kregen. Ondanks alle aanwijzingen om de armen flink in beweging te houden zijn er toch heel wat beroerd van geworden en sommigen liggen zelfs dagen in hun kooi.

Zondag 11 juli '47: Vandaag zal de laatste dag zijn dat ze van het uitzicht over de Indische Oceaan kunnen genieten, want het Indische landschap waarnaar ze al enkele weken onderweg zijn nadert. Vanavond worden ze toch nog een keer getrakteerd op een filmvoorstelling. 

Op Sabang kunnen ze alvast ideeën opdoen over het Indische leven

Maandag 12 juli '47: Nadat om 06.00 uur iedereen is ontwaakt en naar de eetzaal is geweest voor het ontbijt, bereiken ze om 09.15 uur een eiland dat ten noorden van Sumatra is gelegen. Dat eiland is Poeloe Weh met daarop de stad Sabang dat aan een schitterende baai is gelegen.  

Sabang ligt aan een prachtige baai op het eiland Poeloe Weh

Als ze eenmaal de baai zijn binnengevaren, zien ze pas echt goed hoe mooi de natuur hier is, er zijn hier geen kale bergen of zandvlaktes zoals dat langs het Suezkanaal en de Afrikaanse kust het geval is. Nee, hier is alles dicht begroeid en in welke richting je ook kijkt, het ziet er werkelijk beeldschoon uit. Dat ze hier voor het eerst sinds de reis mogen passagieren komt dan ook goed uit, want iedereen is bijzonder nieuwsgierig naar wat ze op dit eiland zullen aantreffen.

  

Als het s.s. "Sloterdijk" aan de steigers van Sabang ligt afgemeerd mogen ze eindelijk passagieren

Als het s.s. "Sloterdijk" aan de typisch houten stijgers van Sabang ligt afgemeerd, gaan de jongens pelotonsgewijs van boord. Na 21 dagen leven op zo'n schip mogen ze eindelijk aan wal. Nu kunnen ze kennis gaan maken met de leefgewoontes van de Indische bevolking en hun producten proeven, waarover ze tijdens de Indische vorming zoveel hebben gehoord. Ze krijgen daar ruimschoots de tijd voor, want om 16.00 uur hoeven ze pas terug te zijn aan boord. 

 

Na volop te hebben genoten van de prachtige natuur op Sabang gaat de reis weer verder

De natuur op dit eiland is eigenlijk mooier dan ze hadden verwacht, de bevolking stelt zich wel wat gereserveerd op, maar is behulpzaam en vriendelijk. Er worden voor weinig geld bananen en kokosnoten gekocht en er is gelegenheid om een drankje te doen. 

Om 17.15 uur is iedereen terug aan boord, zodat het schip kan vertrekken. De bedoeling om naar Celebes te varen is inmiddels gewijzigd, ze varen nu naar Batavia en daarmee wordt hun reis met het s.s. "Sloterdijk" aanzienlijk verkort.

Dinsdag 13 juli '47: Als ze alweer enkele uren aan het varen zijn, bereiken ze de Straat van Malakka en daarmee varen ze tussen Malakka en Sumatra door in zuidelijke richting. De kust van zowel Malakka als Sumatra komen regelmatig in zich, ook zien ze diverse eilanden, waaronder Penang en later op de dag het meest zuidelijk gelegen Singapore, waar eind '45 en begin '46 veel Nederlandse jongens aan land moesten, omdat ze op Java door de Engelsen geweigerd werden.

Bij het passeren van de evenaar zullen een aantal jongens de Neptunusdoop ondergaan

Woensdag 14 juli '47: Nog even varen ze over de Straat van Malakka en in de middag hebben ze ook Singapore achter zich gelaten. Nog steeds gaat de reis in zuidelijke richting en over niet al te lange tijd zullen ze de evenaar passeren. Als de evenaar eenmaal is bereikt wordt van iedereen verwacht dat ze om 13.45 uur in korte broek op het bovendek aanwezig zijn. 

 

Neptunus is aan boord en na zijn toespraak zal hij een aantal slachtoffers uit het publiek halen

Neptunus, God van alle zeeēn, komt vandaag met zijn gevolg aan boord en als hij zijn toespraak heeft gehouden zal er een doop plaats vinden. Om deze ceremonie met zoveel mogelijk publiek mogelijk te maken, wordt dan ook met enige nadruk verwacht dat iedereen aanwezig is. Als het feest begint is het inderdaad bijzonder druk op het bovendek. Na de toesprak worden er willekeurig mensen uit het publiek gehaald en later zou blijken dat je niet bepaald rouwig hoefde te zijn als je niet tot de uitverkorenen behoorde.

  

Na eerst goed ingezeept en geschoren te zijn volgt de uiteindelijke doop

Het gaat er niet zachtzinnig aan toe, de slachtoffers worden met veel water en zeep en spul dat op pek lijkt flink onder handen genomen. Tegenstribbelen heeft geen enkele zin en iedere keer als er een slachtoffer te grazen wordt genomen, steekt er een luid gejuich op onder de toeschouwers. Als de slachtoffers eenmaal goed zijn ingesmeerd, ondervinden ze de uiteindelijke doop. Ze worden dan stuk voor stuk in een groot bazuin met water gesodemieterd en net zolang ondergedompeld totdat ze er zelf schoon uit kunnen klimmen.

Albert Gort behoorde ook tot de gelukkigen. Hij weet nog goed dat zijn ogen vanwege alle troep helemaal dicht zaten en met een sierlijke boog in de bazuin terechtkwam. Toen zijn hoofd weer boven water kwam, werd er meteen een brandslang op hem gericht, maar hij liet zich niet kennen en klauterde lachend de bazuin uit.

Slachtoffer of niet, iedere passagier werd beloond met een Neptunusdiploma

Met Java is de reis voor het s.s. "Sloterdijk" ten einde

Donderdag 15 juli '47: Als de eilanden Banka en Billiton zijn gepasseerd varen ze op de Java Zee en dan komt het einde van deze reis snel naderbij. De marconist heeft vandaag contact gehad met het vaste land, zodat ze hopelijk met open armen worden ontvangen. Helaas vaart het schip vannacht de haven pas binnen, zodat de jongens morgenochtend zullen merken dat ze al aangemeerd liggen.

De reis met het s.s. "Sloterdijk" zit erop en het schip ligt aangemeerd aan de kade van Tandjong Priok 

Vrijdag 16 juli '47: Voordat ze van boord kunnen, moet er van hogere hand eerst nog het nodige geregeld worden. Omdat dit even kan duren, maakt Albert Gort van de gelegenheid gebruik om wat leuke foto's te maken, eerst gaat hij met een paar kameraden op de foto en omdat er al havenarbeiders aan boord zijn, poseert hij ook met hen nog even voor de camera.

    

Voordat Albert Gort van boord gaat poseert hij nog even met een paar kameraden en twee havenarbeiders

Om 09.00 uur is het zover, ze krijgen opdracht om zich klaar te maken voor debarkatie. Om 10.30 uur begint de debarkatie en om 13.30 uur is iedereen van boord. Op de kade worden eerst enkele foto's gemaakt, daarna moet iedereen zich per compagnie opstellen en wachten tot er trucks zijn die hun weg zullen brengen. Ondertussen zijn van beide bataljons 25 man aan boord achtergebleven om de boel schoon achter te laten. 

Al vrij snel komt er een lange colonne met legertrucks de kade oprijden. Terwijl de jongens instappen blijven er trucks af en aan rijden, zodat ze allemaal zo snel mogelijk naar hun bestemming gebracht kunnen worden. 

  

Ook hier op de kade van Tandjong Priok wordt voor de camera geposeerd

Een tijdelijk verblijf voor 4-6 RI in het tentenkamp Tjideng Baroe

De jongens van 4-6 RI worden naar het tentenkamp Tjideng Baroe gebracht dat net buiten Batavia ligt. Tijdens deze rit doen ze heel wat nieuwe indrukken op, te veel om te beschrijven, maar de vervuilde rivieren en de armoede die onder de bevolking heerst doet hun het meest.

Zaterdag 17 juli '47: Vandaag zullen ze dus voor het eerst in het kamp Tjideng Baroe verblijven. De kwartiermakers, die overigens al een poosje op Java zijn, zorgen ervoor dat iedereen in de juiste tent komt, zodat alle jongens per compagnie en peloton naast elkaar bivakkeren. In de tenten verblijven ze met acht man, dat is niet echt ruim, maar ze hebben nu meer ruimte dan ze op het schip gewend zijn. Slapen doen ze op een veldbed met daarboven een klamboe die hun tegen parasieten moet beschermen. 

  

Het tentenkamp Tjideng Baroe ligt even buiten Batavia en vlak achter een spoorlijn

Zondag 18 juli '47: Het leven in zo'n tentenkamp valt best mee, het belangrijkste waarmee ze zich bezighouden is acclimatiseren en er wordt gecontroleerd of de regels tegen malaria gehandhaafd worden. Het slapen onder een deken en klamboe is geen enkel probleem, want de nachten zijn hier redelijk koel.

Maandag 19 juli '47: Het is al vroeg licht en tot een uur of tien blijft de temperatuur best aangenaam, maar daarna wordt het heel snel warm. Overdag mogen ze op het kamp met ontbloot bovenlichaam lopen, maar dan moet hun taak dat wel toelaten. Rond 16.00 uur begint de temperatuur alweer te dalen en om 19.00 uur is het donker. Het eten valt helaas erg tegen, in het brood zitten torretjes en het warme eten is niet te pruimen. Klachten blijken niet over te komen, want de kwaliteit verbetert niet.

Albert Gort (links vooraan) en de jongens waarmee hij de tent deelt

Dinsdag 20 juli '47: De sfeer op het kamp is gemoedelijke, maar wordt wel abrupt verstoord. Een aantal jongens moet naar Batavia om daar enkele belangrijke posten in te nemen en controleren. Er doen namelijk geruchten de ronde dat er iets staat te gebeuren, maar wat dat zou kunnen zijn is niet bekend.

Woensdag 21 juli '47: De geruchten van gisteren blijken loos alarm te zijn, want er is er nog steeds niets gebeurd. Wel wordt bekend gemaakt, dat vanwege voortdurende schendingen van het 'Akkoord van Linggadjati' vanaf vandaag een Politionele Actie is begonnen. Met deze actie zullen grote delen van Java en Sumatra bezet worden.

Donderdag 22 juli '47: Omdat tijdens het posten in Batavia geen problemen zijn voorgevallen, keren vandaag alle militairen terug naar het kamp. De dagen dat ze hier nog zullen bivakkeren verlopen verder rustig en het is zelfs mogelijk om in Batavia te gaan stappen. Een belevenis op zich.

Met het s.s. "Sommelsdijk" verder naar Semarang

Woensdag 28 juli '47: Na twaalf dagen in Tjideng Baroe te zijn geweest, krijgt vandaag de eerste groep opdracht om hun spullen te pakken en om 13.00 uur met volle bepakking aan te treden op het middenveld. Met legertrucks worden ze terug naar Tandjong Priok gebracht. Als ze in de haven aankomen ligt het s.s. "Sommelsdijk" al aan de kade, zodat het embarkeren meteen kan beginnen. 

d

Het s.s. "Sommelsdijk" en "Sloterdijk" zijn zusterschepen

Het s.s. "Sommelsdijk" en "Sloterdijk" zijn zusterschepen en beiden eigendom van de HAL. Ook dit schip is van oorsprong een vrachtschip en werd geschikt gemaakt voor troepenvervoer, waarna het onder bevel van de Nederlandse regering kwam te varen.

Donderdag 29 juli '47: Vandaag krijgen Albert Gort en zijn onderdeel opdracht om zich gereed te maken. Nadat ze op het middenveld bepakt klaar staan, vertrekken ook zij naar Tandjong Priok. Op de kade is het de komende uren erg druk, als iedereen aan boord is worden om 16.00 uur de trossen losgegooid. De reis kan dus beginnen!  

  

Vanwege de hitte is het op het bovendek van het s.s. "Sommelsdijk" erg druk

Voor zover mogelijk heeft iedereen een plekje gezocht op het bovendek, zodat ze alles goed kunnen zien wanneer het schip de haven uitvaart. Pas als het schip de haven heeft verlaten wordt bekend gemaakt dat ze naar Semarang onderweg zijn.

Vannacht slaapt nagenoeg iedereen op het bovendek. Dat wil zeggen, totdat ze plotsklaps ruw verstoord worden door een enorme plensbui. Natuurlijk probeert iedereen zo snel mogelijk te schuilen, maar dat lukt niet iedereen, zodat veel jongens kletsnat worden. Gelukkig staat de zon vroeg aan de hemel, zodat ze weer snel droog zijn.

Nogmaals een kiekje genomen op het bovendek

Vrijdag 30 juli '47: Momenteel varen ze op volle zee en met het rustige weer van nu verloopt de reis voorspoedig. Rond het middaguur komen ze aan bij Semarang en omdat ze daar geen goede haven hebben, moet het schip op de rede voor anker. Het aan land zetten van het bataljon gebeurt met landingsvaartuigen. Als iedereen aan land is, worden ze hier in Semarang naar de Djoernatankazerne gebracht.

Vanaf nu zal 4-6 RI onder commando van de T-Brigade vallen, beter bekend als de Tijgerbrigade.

 

Met dank aan brenschutter Albert Gort

Albert Gort heeft over de periode dat hij in Nederlands-Indië was uitgebreid aantekeningen bijgehouden, ook zijn de meeste foto's van dit verslag van hem afkomstig. Bij het verslag van de thuisreis met het s.s. "Pasteur" zal u zijn naam wederom regelmatig tegenkomen.

Voor een uitgebreide fotoreportage over zijn tijd in Nederlandsch-Indië kunt u terecht op: www.4-6ri.nl