INTERNATIONALE RIJNVAART

Inleiding

Na de capitulatie van Duitsland werden een groot aantal Nederlandse binnenvaartschepen die door de Duitsers werden geconfisqueerd teruggehaald naar Nederland. De 'Internationale Rijnvaart' kwam weer langzaam opgang en ook voor de opvarenden van deze Rijnvaartschepen gold in de eerste jaren na de oorlog een uitvoerverbod van Nederlands geld. Omdat Rijnvaartschippers weken van huis waren, moest onderweg voedsel en goederen ingeslagen kunnen worden en daar was een betaalmiddel voor nodig. Het is dus niet verwonderlijk dat bij de 'Internationale Rijnvaart' noodgeld werd ingevoerd zodat schippers inkopen voor het meereizende gezin en personeel konden doen.

BUREAU INTERNATIONALE VAART

(NEDERLANDSCH RIJNVAART PERSONEEL)

Het Bureau Internationale Vaart (B.I.V.) was verantwoordelijk voor de verstrekking van noodgeld in de vorm van waardebonnen bestemd voor het 'Nederlandsch Rijnvaart Personeel' Deze waardebonnen werden in Rotterdam en Lobith verstrekt, of in het Duitse Wesseling, Wiesbaden-Schierstein en Mannheim waar het 'Bureau Internationale Vaart' ook gevestigd was. In sommige gevallen kon men ook bij een missiepost in Duisburg waardebonnen aanschaffen. In Duitsland werkte 'Centraal Distributie Kantoor' (C.D.K.) mee om de distributie van de waardebonnen in goede banen te leiden. Met de uitgifte van deze waardebonnen kon men meteen in de gaten houden of schaarse goederen bij de Nederlandse schippers terechtkwamen en niet bij de Duitsers.

WAARDEBONNEN

Drukkerij J.H. de Bussy kreeg de opdracht om de waardebonnen voor de 'Internationale Rijnvaart' te vervaardigen. Deze Amsterdamse drukker had al jaren ervaring met het vervaardigen van waardepapieren, waaronder de zilverbons type 1938. Het ontwerp van dit type zilverbons (die overigens al enkele jaren uit de roulatie waren) bleek prima geschikt als uitgangspunt voor het vervaardigen van deze waardebonnen.

         

       Zilverbon type 1938 (keerzijde)                                        Rijnvaartbiljet AV.BIV.NRP.100.type1

Als de zilverbons type 1938 na de tweede wereldoorlog niet meer nodig zijn worden ze uit de roulatie genomen. Hierdoor blijft drukkerij De Bussy met een overschot aan veiligheidspapier zitten, papier dat prima geschikt is voor het vervaardigen van waardebonnen voor de internationale Rijnvaart. Als De Bussy van het B.I.V opdracht krijgt om de waardebonnen te drukken is het probleem met het veiligheidspapier snel opgelost. Wanneer De Bussy toestemming krijgt om ook het ontwerp van de zilverbon te gebruiken, is het vervaardigen van de Rijvaartbiljetten een eenvoudige, snelle en vooral een goedkope klus. De eerste serie waardebonnen komt dan ook snel in omloop.

 

WAARDEBONNEN TYPE 1946 (eerste serie)

De eerste Rijnvaartbiljetten zijn in 1946 in omloop gekomen en behoren tot de eerste serie. De biljetten zijn eenzijdig gedrukt en hebben waardes van 10 cent en 25 cent in klein formaat en waardes van 1 gulden, 2,50 en 10 gulden in groot formaat. De biljetten van 10 en 25 cent hebben een andere handtekening dan de drie overige biljetten. 

             

         AV.BIV.NRP.10.type1                           AV.BIV.NRP.25.type1

                    

           AV.BIV.NRP.100.type1                                               AV.BIV.NRP.250.type1                                             AV.BIV.NRP.1000.type1

Varianten ⇓

AV.BIV.NRP.1000.type1.va

Variant: Deze Bij deze waardebon ontbreekt het serienummer van zes cijfers en zijn op die plek zes nullen geplaatst Om ervoor te zorgen dat deze waardebonnen niet als betaalmiddel gebruikt worden zijn ze diverse keren geperforeerd met de letters d.B.d.B. en een ster die op de plek van de handtekening is aangebracht.

specimen ⇓

               

        AV.BIV.NRP.100.type1.spe                                     AV.BIV.NRP.250.type1.spe                                     AV.BIV.NRP.1000.type1.spe   

Variant: Deze Ook deze specimen waardebonnen hebben geen waarde omdat ze een serienummer van zes nullen hebben en een rode stempel met de tekst SPECIMEN.

 

WAARDEBONNEN TYPE 1949 (tweede serie)

De tweede serie is in 1949 uitgebracht. Deze waardebonnen hebben wel enkele aanpassingen, de kleurencombinatie is anders en de lage waardes van 10 en 25 cent zijn komen te vervallen. Ook de handtekeningen zijn anders, de eerste serie heeft één handtekening en de tweede serie is door twee andere medewerkers ondertekend. 

               

   AV.BIV.NRP.100.type2                                               AV.BIV.NRP.250.type2                                       AV.BIV.NRP.1000.type2

       Varianten ⇓

     

         AV.BIV.NRP.100.type2.va                                     AV.BIV.NRP.1000.type2.va

Variant: Beide waardebonnen hebben een ontwaarding vanwege een serienummer met zes nullen en ze zijn voorzien van verticale perforaties met de letters d.B.d.B.

 

Proefserie 

                

      AV.BIV.NRP.100.type2.va                                         AV.BIV.NRP.250.type2.va                                        AV.BIV.NRP.1000.type2.va

Bij de waardebonnen in spiegelschrift ontbreekt een serienummer. Bij deze proefserie zijn aan de linker- en rechterzijde bij de rand van de biljetten kaderlijnen te zien, die als hulpmiddel dienen om een drukgang op de juiste plek te krijgen. De biljetten hieronder zijn hefzelfde, maar dit keer zoals ze er uit moeten zien.

              

    AV.BIV.NRP.100.type2.va                                      AV.BIV.NRP.250.type2.va                                            AV.BIV.NRP.1000.type2.va

Nabeschouwing

De waardebonnen van de Internationale Rijnvaart hadden dezelfde functie als alle overige boordgeldbiljetten, het zijn namelijk noodbetaalmiddelen. De omstandigheden waarbij deze waardebonnen werden gebruikt waren wel anders, ze werden niet aan boord van schepen gebruikt, maar door schippers om aankopen van goederen op de wal te doen.