• Home
  • Links
  • Gastenboek
  • Zoeken
  • contact

Verzamelgebied

  • Mijn hobby
  • Vaarroute op Ned. Indië
  • Troepentransportschepen
  • Gezocht

Scheeps- Boordgeld

  • Ontstaan van boordgeld
  • RL en KRL - biljetten
  • HAL - biljetten
  • SMN - biljetten
  • Gecharterde - biljetten
  • Rijnvaart - biljetten
  • VNS - biljetten
  • Zonder Mij.-naam biljetten
  • Hr. Ms. Luymes - biljetten
  • Munten

Molukse schepen

  • De 12 Molukse reizen

Reisverhalen

  • Stirling Castle
  • Alcantara (2 reizen)
    • Kennemerbataljon
  • Nieuw A'dam (4 reizen)
    • Thuisreis no. 62
    • Laatste Uitreis
    • Thuisreis no. 63
  • Ruys
  • Tegelberg
  • Joh van Old. 14 AAT
  • Verb.Dienst X Brigade
  • Sloterdijk (3 reizen)
    • Sloterdijk sept. '47
    • Sloterdijk (dec. '47)
  • Volendam (3 reizen)
    • Volendam (uitreis '48)
    • Volendam (thuisr. '49)
  • Nieuw Holland
  • Zuiderkruis/Waterman
  • Indrapoera 2-4 RI
  • Zuiderkruis (41 ZVE)
  • Kota Inten
  • Groote Beer
  • Pasteur
  • Gen. Stuart Heintzelman

Repatrianten

  • Greet Rooseboom &
  • Dick Rooseboom
  • m.s. "Willem Ruys"

 Met de LSK per m.s. "Kota Inten" naar Nederlandsch-Indië

    

    Ansichtkaart van het m.s. "Kota Inten" zoals Gerard Duvalois die naar zijn vriendin Corry Gelton stuurde

De "Kota Inten" is een van de zeven zogenoemde Kota's dit waren zusterschepen welke als vrachtschip werden gebouwd. Het beschikte bij de nieuwbouw wel over een accommodatie voor het vervoer van 28 passagiers, maar het was toch overduidelijk bedoeld voor vrachtvervoer. In 1942 ging het varen voor de US War Shipping Administration, die het schip speciaal voor troepentransport liet verbouwen. In 1946 werd het overgedragen aan de Nederlandse regering, die het voor het vervoeren van haar militairen naar Nederlandsch-Indië ging gebruiken. De "Kota Inten" had de capaciteit om ruim 1750 militairen te kunnen vervoeren, het was inmiddels een redelijk oud schip en behoorlijk traag in vergelijking met een aantal andere troepentransportschepen en van enige luxe was ook al geen enkele sprake.

Toelichting

Dit verhaal is mogelijk geworden doordat de uit Rotterdam afkomstige Gerard Duvalois uitvoerig correspondeerde met zijn toenmalige geliefde Corry Gelton. Vanaf de dag van vertrek tot aan zijn terugkomst schreef hij welgeteld 268 brieven en even zoveel brieven zou hij ook terug ontvangen. Iedere brief werd genummerd en door al zijn belevenissen op papier te zetten, heeft hij er onbewust ook voor gezorgd dat dit reisverhaal zo uitvoerig kon worden geplaatst op deze site. Veel van het hieronder beschreven reisverslag heb ik dan ook letterlijk uit zijn brieven overgenomen, ook komen de meeste illustraties uit zijn archief. Na terugkomst uit Ned. Indië zou Gerard nog ongeveer 60 jaar lief en leed delen met zijn Corry, zij had alle brieven zorgvuldig bewaard.

De hieronder beschreven reis betreft de uitreis naar Batavia, welke vertrok op woensdag 3-8-1949 vanuit Rotterdam om 17.00 uur, om 28 dagen later op woensdag 31 augustus om 07.00 uur te eindigen in de haven van Tandjong Priok. Het schip voer onder leiding van de gezagvoerder Frits J. de Jonge, de militairen stonden onder tijdelijk commando van de COT Luitenant-Kolonel G. Waringa.

Rotterdam 03-08-1949 - Tandjong Priok 31-08-1949

Woensdag 3 augustus '49: In de ochtend van 3 augustus begon de dag met opstaan al om 4 uur, dit viel niet zo makkelijk gezien de rumoerige avond er voor. Luid zingend vertrokken we na het appèl in colonne richting het station, de mensen zwaaiden ons langs de weg in hun nachtgewaad uit, ook bij het station stond een wuivende mensenmassa. Vanaf het vertrek uit Nijmegen tot de aankomst in Rotterdam stond overal langs het spoor en stations politie. Vooral op het station van Utrecht was de MP in groten getale aanwezig. In Rotterdam aangekomen steeg de spanning toen de trein het Marconiplein naderde, de hoop daar bekenden te zien werd niet vervuld, aan de Merwekade was er gelukkig wél een mogelijkheid om nogmaals afscheid te kunnen nemen.

Op de valreep staan v.l.n.r.: Wim Loman, Gerard Duvalois, IJpma, Krooshof, van Leeuwe en Lasonder

De inscheping verliep, nadat we koffie hadden gedronken, zeer vlot en nadat de bagage op de kooien was gelegd mochten we vrij rondlopen op het schip. De LSK kwam als eerste aan boord, in de loop van de dag gevolgd door de KNIL - Uitrustingstroepen - RIMI - Jagers - Verplegingstroepen - Infanterie - Stoottroepen - Mitrailleurbataljon - AAT en Huzaren van Boreel. Ook kwamen er vandaag een schip van de Spido en talrijke kleine bootjes langs varen, een aantal militairen zag bekenden en familieleden aan boord. Zelf had ik een goede hoop om jullie nog aan de kade te kunnen zien, welke hoop gelukkig bewaarheid werd.

Precies om 17.00 uur komt het m.s. "Kota Inten" los van de kade in de Merwehaven

Om 5 uur in de middag komt het schip los van de kade om via de Nieuwe Waterweg richting de Noordzee te varen. Net als bij de treinreis kwam je, nu langs de kade, overal wuivende mensen tegen. Eenmaal varende op de Maas voer er ook nog een motorboot met enige officieren mee, die het schip begeleidde tot aan zee. Er was bij de pier een wilde zee en de boot begon danig te slingeren, na enkele mijlen gevaren te hebben verlaat ook de loods het schip. Het is een prachtig gezicht om te zien hoe dat gebeurt. Vanuit de loodsboot, die hevig heen en weer slingerde door de golven, worden twee man in een roeibootje overboord gezet, welke handig manoeuvreerde om langszij te komen van de "Kota Inten" om de loods op te pikken.

Donderdag 4 augustus '49: De Hollandse kust was nog lang niet uit het zicht verdwenen, toen het schip plotseling stil kwam te liggen. Het was inmiddels 20.00 uur en na een poosje kregen we te horen dat een van de motoren was uitgevallen. Het schip ging voor anker en zou voor de rest van de nacht niet verder kunnen varen. In tussen liepen er al heel wat militairen met een bleke neus rond en aan alle kanten werd er overgegeven. Voorlopig was er die avond nog genoeg nieuws te bekijken op het schip en ik heb ik me dan ook geen moment verveeld. Via de overal opgestelde luidsprekers werden we van alles op de hoogte gehouden en speelde er vrolijke muziek, wat later de radio bleek te zijn. Zo konden we ook naar de nieuwsberichten luisteren en vooral de weersverwachtingen interesseerden ons het meest. Steeds passeerden er schepen van allerlei nationaliteiten, welke ons groetten door middel van de stoomfluit of door het hijsen van de saluutvlag. Vermoeid van de lange emotionele dag kropen we te kooi en vielen in een gezonde diepe slaap.

Dienstplichtig LSK-soldaat Gerard Duvalois liet zich staand met een reddingboei vereeuwigen

Vrijdag 5 augustus '49: Het is inmiddels 6.00 uur in de ochtend als ik wakker word, de gehele ploeg van de LSK ligt bij elkaar, wat heel gezellig is. Het eten gaat hier volgens het cafetaria systeem, je pakt een groot bord wat in verschillende vakken is verdeeld en loopt vervolgens langs een balie, waar je dan de desbetreffende maaltijd van die dag ontvangt. Het ontbijt is prima, heerlijk brood en genoeg boter en beleg, heel veel koffie en chocolade pudding (zonder vel!) verder is er ook iedere morgen pap, bestaande uit een soort van cornflakes die met melk wordt overgoten, enfin op dat gebied is alles even prima! Inmiddels is ook de motor van het schip gerepareerd en de reis wordt om 10.00 uur eindelijk hervat. In de namiddag kunnen we aan bakboordzijde de Franse kust zien en aan stuurboordzijde de Engelse kust met zijn krijtrotsen. Het is inmiddels prachtig weer geworden en we kunnen ook de lichten waarnemen van het Engelse Folkstone. De gehele dag hoeven er geen orders te worden opgevolgd en we zijn zo vrij als een vogeltje.

Verder werd vandaag ons CADI-rantsoen uitgereikt en ontvingen we maar liefst 800 sigaretten van de beste Engelse Virginia merken zoals Capstan en Triumph. Na het ondertekenen van een ontvangstlijst kregen we ook ieder voor 10 gulden aan boordgeld uitgereikt, wat later weer van je tegoeden werd afgetrokken. Het probleem was wel dat je voor je verkregen goederen geen enkele opbergruimte had, je moest dus iedere keer weer je spullen goed opbergen in je plunjezak en deze dan goed met een hangslot afsluiten.

De ruimen waar ze sliepen waren vooral ruim maar hadden geen enkele opbergruimte en de standy's stonden erg dicht op elkaar

Zaterdag 6 augustus '49: Terwijl wij een goede nachtrust hadden heeft het schip inmiddels de Engelse kust verlaten en varen we nu in de Golf van Biskaje en hoewel het er door het mooie weer niet spookt, schommelt de boot toch aardig. Zoet water mag aan boord alleen gebruikt worden als drinkwater, je snapt dat je met het zoute water je praktisch niet kan wassen omdat de zeep niet oplost, maar sinds gisteren is er gelukkig zoutwaterzeep verstrekt en dat schuimt uitstekend. Hoewel we al behoorlijk wat zeemijlen hebben afgelegd varen we nog steeds in de Golf van Biskaje. Wat je hier te zien krijgt is werkelijk de moeite waard, een wondermooi panorama wat je tot nadenken stemt over hoe schitterend de natuur kan zijn.

Zondag 7 augustus '49: Na de Golf van Biskaje te hebben verlaten en geruime tijd langs de Spaanse kust te hebben gevaren zijn we inmiddels langs de kust van Portugal gekomen. We zien mooie kastelen gebouwd op de hoge rotsen, waaronder blijkbaar een drukke weg loopt, want we zien auto's af en aan rijden. Verder zien we aardige vissersdorpjes en mooie stranden waarop het krioelt van de badgasten, ook is het een leuk gezicht om de vissen zo af en toe uit het water te zien springen. Het is duidelijk te merken dat we de Middellandse Zee naderen, want de temperatuur loopt al aardig op. Aan het begin van de avond zijn we met een aantal vrienden naar het dek gegaan waar om 21.00 uur een paar films worden vertoond, we genoten onder andere van de dolle avonturen van Stan Laurel en Olivier Hardy. De filmvoorstelling was natuurlijk een welkome afwisseling en toen om 22.30 uur het licht weer aanging stond je in de nuchtere waarheid: Je was aan boord van de "Kota Inten" en zij voer nog even regelmatig als voorheen. Daarna zochten we onze kooien op en na enig geschreeuw van: Hup LSK en hup KVT (Verplegingstroepen) vielen we in een gezonde slaap, niet wetend wat de nacht ons brengen zou, doch wat we spoedig zouden merken.  

      

   

Complete serie boordgeldbiljetjes zoals die op het m.s. "Kota Inten" werden gebruikt

Maandag 8 augustus '49: Vannacht om 01.00 uur werd er een sloepenrol geblazen! De gezagvoerder trachtte ons wijs te maken dat we een gevaarlijke zône passeerden. Wij ons dus aangekleed en met zwemvest naar het dek gegaan. Na twintig minuten was 'het gevaar' blijkbaar geweken en na een compliment voor ons rustige gedrag mochten we weer verder slapen. Dat alles even kalm verliep kwam natuurlijk omdat iedereen slaperig rondliep! Verder is er aan boord genoeg lectuur en wordt vandaag de kantine geopend waar van alles te koop is. De limonade wordt (dagelijks twee glazen) gratis verstrekt, verder is er onder andere koek, briefpapier, sigaretten die erg goedkoop zijn en Engelse schoencrème, enfin te veel om op te noemen. En nu het typische, we hoeven niet alleen met het speciaal hiervoor bedoelde boordgeld te betalen, want het Nederlandse geld wordt ook gewoon geaccepteerd! Heel spijtig natuurlijk dat je dat niet van tevoren wist, want dan zou je gezorgd hebben dat je meer geld bij je had. 

Gibraltar wordt gepasseerd

Dinsdag 9 augustus '49: Gibraltar hebben we gisteren om 3.00 uur gepasseerd. Wanneer je dat niet gezien hebt dan kan je het je niet voorstellen welk een majestueus gezicht dat is. De hoogste top licht op 1400 voet en op een soort van grote rots is de stad gebouwd. Het is ook de enige plaats in Europa waar in de omgeving nog wilde apen voorkomen, maar ondanks hevig turen konden we deze familieleden niet ontwaren. Wat de schitterende natuur betreft zou niemand deze reis willen missen! Inmiddels is het ontzaglijk warm geworden en zijn we eveneens de langs de kust gelegen schone stad La Línea gepasseerd. Daar is een stukje niemandsland, aan de ene kant Spaanse en aan de andere kant Engelse schildwachten. Daar tussenin dus het stukje niemandsland! Vlak daarop bevonden we ons in de Middellandse Zee en dat was ook direct te merken vanwege de enorm hoge temperaturen.

Het is dusdanig warm dat het genoodzaakt is om minimaal een keer per dag te douchen, ook de kleren moesten door al dat transpireren vaak gewassen worden. Het probleem is dat er geen warm water aan boord is voor de was, dus moest het met koud water gedaan worden wat moeizaam ging en er moest flink worden geboend om de kleren goed schoon te krijgen. Na de was hing je de kleren op het dek te drogen, het was echter wel noodzaak om tijdens dat drogen in de buurt van je kleren te blijven, anders was de kans groot dat je ze gewassen had voor een ander. Tijdens het verblijf op het dek kon je nu regelmatig scholen dolfijnen rond het schip zien zwemmen. Met enorme snelheden zwommen ze vlak onder water om dan met een sierlijke sprong boven de oppervlakte te komen om daarna weer in de zee te verdwijnen. De gevormde Kota Inten-band zorgde in de middag- en avonduren voor ontspanning en bij het diner werd een sinaasappel uitgedeeld welke rechtstreeks uit de grote koelcellen kwam, dat was natuurlijk een heerlijke verfrissing. 's Nachts bleef het echter zo warm dat het wel genoodzaakt was om in je zwembroek te kooi te gaan.

De Rotterdammer Gerard Duvalois met zijn Groningse boezemvriend Arie Dijksterhuis

Woensdag 10 augustus '49: Terwijl ik een heerlijke Engelse sigaret (die we trouwens de gehele dag door roken) opsteek, zitten we met een lichte zeebries heerlijk in de warme zon op het dek en je begrijpt wel dat je hierdoor erg snel bruin wordt. Er is bekend gemaakt dat we vanavond de stad Algiers aan de Afrikaanse kust zullen passeren. Daarna zal het schip koers zetten richting Malta om enige dagen later Port Saïd aan te doen, alwaar gebunkerd wordt en ook de alledaagse benodigdheden zullen worden ingeslagen en natuurlijk het aller belangrijkst... De post uit Nederland! Intussen is er ook meer organisatie op de boot gekomen, de eerste dagen ging alles door elkaar naar de eetzaal. Je zult begrijpen dat men niet 1600 man tegelijk kon laten eten, het gaat nu groep voor groep. Alles bij elkaar zal het ongeveer twee uur duren voordat iedereen zijn maaltijd heeft genuttigd. Alle ruimen hebben een nummer, volgens dat nummer moet je op de aangegeven tijd gaan eten. Ons nummer is OTD-3 (Onder-tussen-dek) en wij eten respectievelijk om 06.50 uur, 12.10 uur en 17.40 uur. 's Morgens pap, brood met jam, kaas en worst. 's Middags soep, brood met kaas, soms een vis zoals haring en makreel. Dagelijks worden er 800 broden gebakken en ongeveer 8 mud aardappelen geschild en gepit, wat een taak is voor de aangewezen corveeërs.

Donderdag 11 augustus '49: We varen nog steeds op de Middellandse Zee en het is ook nog bloedheet, gelukkig hebben we vanochtend ons tropentenue gekregen en lopen dus nu luchtig gekleed rond. Ondanks de hitte kregen we een opmerkelijk maar wel smakelijke maaltijd, namelijk erwtensoep, spruiten en aardappelen. We passeerden de "Willem Ruys" die ook tot de KRL behoort net als de "Kota Inten" welke uit Batavia was vertrokken met eindbestemming Rotterdam. Het is toch wel een prachtige boot en zij helde gewoon over omdat alle mensen aan een kant waren gaan staan om te zwaaien en te roepen. Over en weer werden telegrammen gewisseld zoals: Goede reis en een prettige tropentijd. Aan de "Willem Ruys": Behouden vaart. Het zal vrijdag of zaterdag zijn als we in Port Saïd aankomen waar de motoren even rust zullen krijgen. Overdag is het op het heetst van de dag wel aangenaam om even een dutje te doen, terwijl het 's avonds als het wat is afgekoeld aangenaam is om over de reling te hangen en te kijken hoe de maan zijn licht over het water laat schijnen. De snelheid waarmee het schip vaart is 13 tot 14 mijl per uur. Zojuist wordt er omgeroepen dat er vanavond weer een filmvoorstelling is met twee voorfilms gevolgd door de hoofdfilm.

 De Kota Inten Kompas werd regelmatig rondgedeeld

Zoals op de meeste schepen werd er tijdens de reis een krantje uitgebracht, ook bij deze reis was dit het geval. Het was eigenlijk niet meer dan een stencil met als inhoud de belangrijkste wereldse gebeurtenissen, verder aangevuld met wat wetenswaardigheden die uit konden lopen van berichten van het thuisfront tot de beursberichten. Het meest belangrijke waren natuurlijk de vermeldingen welke betrekking hadden op de reis zelf, zoals oproepen en aankondigingen betreffende geplande ontspanningen, zoals film, muziek en toneel. Ook werden er spelletjes en prijsvragen in de krantjes opgenomen, het geheel werd vaak opgesierd met illustraties in de vorm van tekeningen. 

Vrijdag 12 augustus '49: Op dit moment kan je mee doen aan een wedstrijd prijs-zingen, dit onder begeleiding van de scheepsband. Verder zijn er vandaag vanwege de enorme hitte zeilen gespannen op het dek. Deze tropenzeilen zorgen nu voor de nodige schaduw, want het is zo heet geworden dat je door je gymschoenen heen de hitte van het dek kan voelen. Vandaag had het schip motorstoring, de vermoedelijke oorzaak hiervan was dat er mogelijk een bruinvis in de schroef terecht was gekomen. Om 24.00 uur werd de tijd weer aangepast aan de plaatselijke tijd door de klok een uur vooruit te zetten.

Zaterdag 13 augustus '49: De eerdere verwachting om vrijdag of vandaag in Port Saïd aan te komen is niet uitgekomen, het is inmiddels bekend dat dit zondag zal gaan gebeuren. In verband met de vele te verwachten bezienswaardigheden op die dag is besloten om de kerkdienst vanmiddag al te houden. Vanavond wordt ons een cabaretprogramma aangeboden en onze lachspieren zouden regelmatig op de proef worden gesteld, het werd dan ook een gezellige avond. We gingen moe naar bed niet wetend wat de zondag ons brengen zou.

Port Saïd met het statige gebouw van de Suezkanaal Maatschappij

Zondag 14 augustus '49: Toen we vanmorgen om 07.00 uur opstonden kwam juist de loods aan boord, om ons in de haven te brengen. Na een haastig ontbijt gingen we snel naar het dek. Je kon direct merken in het oosten te zijn. Aan de punt van de haven staat het standbeeld van Ferdinand de Lesseps, onder wiens leiding het Suezkanaal gegraven is. Verder zagen we prachtige lanen waarin we de eerste palmbomen konden zien. Nauwelijks waren de trossen aan de boeien vastgemaakt, of tientallen bootjes kwamen op ons af, gevuld met allerlei snuisterijen en bestuurd door Arabieren. Al spoedig waren zij langszij gekomen en begonnen direct met handelen. Ze waren gek op de Engelse pond sterling, die de meesten van ons helaas niet meer hadden omdat deze eerder waren uitgegeven voor sigaretten, maar Hollands geld was dan ook wel goed.  

Veel handelaren komen langszij om hun handel aan te prijzen

Ze vroegen enorm hoge prijzen voor hun waar, wel vijf keer de normale waarde. Je moest dus wel flink afdingen om niet helemaal afgezet te worden. Het was de gewoonte om het gekochte eerst te betalen, waarna de aankoop naar boven werd gehesen met aan touwen vastgemaakte tassen. Dat bracht wel een risico met zich mee, want je kon het aangekochte product niet eerst controleren, het kwam dan ook regelmatig voor dat de koper was opgelicht door een aankoop van bijvoorbeeld een horloge zonder een uurwerk. Ook was er een Arabier aan boord gekomen en goochelde. Fantastisch zoals hij dat deed! Om 11.00 uur kwam ook de langverwachte post aan boord.

     

De ansichtkaart die Gerard aan zijn vriendin en later vrouw stuurde vanuit Port Saïd

Voor vertrek uit de haven heb ik bij een Arabier nog een aantal ansichtkaarten gekocht, met de voorwaarde dat hij ze dan ook zou posten. Ik was uiteraard erg benieuwd of het een en ander zou gebeuren en hierboven ziet u het bewijs.

Maandag 15 augustus '49: Om 13.00 uur vertrekt de "Kota Inten" weer uit de haven om aan zijn reis door het Suezkanaal te beginnen. Hier zien we aan de ene kant de woestijn en aan de andere kant een verkeersweg met palmbomen. We zagen ook verscheidene Arabieren die, geknield naast hun kamelen en met het gezicht naar Mekka gericht, hun gebeden zeiden. In de verte kunnen we de berg Sinaï waarnemen. De plaats waar Mozes de tafelen der wet ontving.

Dinsdag 16 augustus '49: In de ochtend zijn we bij het prachtige Bittermeer aangekomen. Deze meren zijn prima geschikt, dit dan vooral voor de wat grotere schepen, om elkaar te kunnen passeren, want dat is op het smalle Suezkanaal vaak niet mogelijk. Hier ontmoeten we dan ook de "Oranje" en het troepenschip de "Groote Beer", welke beiden afgeladen zijn met militairen die hun taak in Indië er op hebben zitten.

Op de Grote en Kleine Bittermeren moeten grote schepen wachten totdat het kanaal geschikt is om te passeren 

Woensdag 17 augustus '49: We zijn inmiddels in een van de warmste gebieden op deze aarde aangekomen, namelijk de Rode Zee. Dit geloof ik gaarne want het is hier echt snikheet, nu zweet je geen druppels meer maar loopt het zweet met stralen langs je lichaam, elk kledingstuk dat je aan hebt is er een te veel en het is nu verboden om te zonnebaden. De meesten slapen 's nachts op het dek en zelfs dan staat het zweet nog op je lichaam, de nacht brengt dus praktisch geen verkoeling. Vanwege de hitte worden er ijsjes uitgedeeld en zelfs ook een flesje bier, die dan enige verfrissing moeten brengen, verder drink je liters water per dag wat natuurlijk het transpireren verhoogt. Gelukkig is deze hitte overmorgen afgelopen, want dan verlaten we de Rode Zee. Om 15.30 uur passeerden we de Keerkring, hetgeen wil zeggen dat we ons vanaf dat ogenblik in de tropen bevinden. Ook is er vandaag een grote houten kist van ongeveer vijf bij vijf meter op het dek gebouwd, die met een diepte van twee meter dienst ging doen als zwembad. Je kunt er aardig in spartelen, alleen is het water wel ontzettend zout, dubbel zo zout als in de Noordzee. Vanavond is er weer een filmvoorstelling waar wij in ons zwembroek heen zullen gaan, ben je snel ter plekke dan kun je een zitplaats bemachtigen op een van de luiken van het achterdek. Het was weer een aardige voorstelling en er bleven na afloop velen op het dek om daar te slapen.

De Rode Zee wordt prachtig verlicht door de maan

Donderdag 18 augustus '49: Ondanks dat je slechts in een zwembroek rondloopt, moet je verder wel steeds een handdoek bij je hebben teneinde je om de haverklap te kunnen afdrogen. Kwam je net onder de douche vandaan dan kon je er donder op zeggen dat je binnen het half uur weer kletsnat was van het zweten. Nu was er eerder al een prijsvraag uitgegeven met de vraag, hoeveel poststukken er in Port Saïd aan boord waren gekomen? Zelf had ik die geschat op 19.500 stuks, maar het juiste aantal werd vandaag bekend gemaakt, het waren er om precies te zijn 24.578 stuks, dus ik zat er slechts 5.000 stuks naast. Vannacht werd precies om 24.00 uur weer de klok een uur vooruit gezet. Daardoor zouden we een uur te laat opstaan.

Vrijdag 19 augustus '49: Zoals gezegd dus vandaag een uur te laat opgestaan, wat inhield dat we het ontbijt moesten overslaan, gelukkig hadden we geen honger dus was dat geen enkel probleem. Ook wordt er weer ijs rondgedeeld en hopelijk ook nog een flesje bier. We doen vandaag de bunkerplaats Aden aan en daar zal de loods aan boord komen om ons veilig in de haven te brengen. Hierna zullen we spoedig de Indische Oceaan bereiken om dan de grote oversteek naar onze eindbestemming Batavia te gaan maken.

Aden is bereikt en de loods zal het schip begeleiden naar zijn ligplaats

Zaterdag 20 augustus '49: Na een dag op de rede van de havenplaats Aden te hebben gelegen zijn we weer op weg en zullen we spoedig in open zee zijn. De Indische Oceaan is nog maar net bereikt of er wordt gemeld dat er slecht weer op komst is, alles aan dek moet worden vastgesjord want het lijkt een heuse storm te worden. Dat is pech hebben want meestal is het op deze oceaan behoorlijk weer. De storm zal echter niet zo lang duren en het schip zal dan zijn reis verder in mooi rustig en vooral zonnig weer kunnen voortzetten.

Op de Indische Oceaan wordt het schip al snel getroffen door een storm

Maandag 22 augustus '49: Om 06.00 uur schalde door de luidsprekers de bekende woorden; Attentie militairen het is zes uur dus tijd om op te staan. Het is: Overal, dat laatste is een scheepsterm voor reveille.  Waarna nog hard en schetterend een soort Samba muziek door de ruimen klinkt. Dit is bedoeld om je wakker te houden, maar dat heeft voor de meesten geen zin. Nu hadden Arie en ik geen zin om op te staan, dus ook wij sliepen gewoon door. Om 08.15 uur staan we als de hazewind op om nog op het nippertje op het appèl te komen. Uiteraard weer een ontbijt gemist, dus maar wachten tot het 12.00 uur is. Ik had me opgegeven voor een damcompetitie en na een bespreking vanmiddag kon ik gelijk beginnen. Mijn tegenstander (een korporaal) moest nog dineren, zodat we de match uitstelde tot 18.00 uur. We speelden twee partijen en wonnen er ieder één. Maar juist de partij die we als de officiële hielden verloor ik, waardoor ik meteen uitgeschakeld was. Vanavond is er weer een filmvoorstelling met als hoofdfilm de titel Frieda.

Dinsdag 23 augustus '49: Alweer ruim drie dagen zijn we op de Indische Oceaan en het is nu mooi weer, we zien niets anders dan water en nog eens water en dat zal zeker nog zeven dagen gaan duren. We hebben 's ochtends om 8.30 uur appèl, daarna mag je niet meer in de ruimen komen omdat ze dan door de corveeploeg worden schoongemaakt. Dit duurt tot 10.00 uur, daarna volgt een inspectie die wordt gedaan door de COT (Commanderend Officier Troepen). Als dat achter de rug is zijn de ruimen weer toegankelijk. Vandaag is voor de vierde keer de klok een uur vooruit gezet, op het laatste deel van de reis zal deze nog twee uur en veertig minuten in moeten lopen om op dezelfde tijd uit te komen als die in Batavia.

Woensdag 24 augustus '49: Nadat we vanavond hebben gedineerd, zijn we naar een rustige plek op het dek gegaan, waar we met een man of zes hebben zitten bomen. Trouwens, de kameraadschap (die in Nijmegen ook al uitstekend was) is prima. Dit is van een niet te onderschatten waarde. Om 20.30 uur begonnen de wedstrijden in touwtrekken, jammer genoeg werd de LSK in de kwartfinale door de KNIL verslagen. Deze laatste werd uiteindelijk ook de winnaar, eigenlijk wel logisch want het waren allemaal potige kerels. Geheel onverwachts kregen we daarna als attractie nog een film en wel een documentaire. Samengesteld door het Amerikaanse Ministerie van Oorlog, verkregen uit de oorlogsbuit op de Duitsers. Het ging over de opmars van het Duitse leger. Je krijgt daardoor een mooie kijk op de afgelopen oorlog. We zagen de inval en alles wat daaraan vooraf ging in Holland. Onder andere het bombardement op onze goede stad Rotterdam met de brandende huizen en het stadhuis enz. Op het witte doek verscheen de Maasbrug, waarover een hoge Nederlandse autoriteit liep, gewapend met een witte vlag om te onderhandelen over de wapenstilstand gevolgd door de capitulatie. Zo werd het 24.00 uur en we vergingen inmiddels van de slaap.

Bij het Neptunusfeest is het eerst goed inzepen en vervolgens onderdompelen

Donderdag 25 augustus '49: We zullen vandaag de Evenaar passeren en gaan dan het vermaarde Neptunusfeest vieren. We moeten om 8.00 uur al aantreden in onze zwembroek teneinde gedoopt te worden. Het zal me benieuwen welk een smerig goedje ze daarvoor gebruiken. Na een stevig ontbijt stonden we al om 7.30 uur op het dek, toen in het radarapparaat de officieren van de brug de periscoop van de duikboot van Neptunus zagen! Even later verscheen de God van alle zeeën aan dek, gevolgd door zijn vrouw, dochter en lijfwacht en na een toespraak werd met de doop begonnen. Als eerste was de kolonel aan de beurt, gevolgd door de manschappen. Met kwasten werd je ingezeept met een soort erwtensoep, daarna werd je uit jeneverkruiken op een borrel (wat natuurlijk zeewater was) getrakteerd, waarna je ondergedompeld werd in met water gevulde bakken. Je snapt natuurlijk wel dat we er lekker uitzagen. Als bijzonderheid hadden ze voor sommigen ook nog een in olie gedrenkte zoute haring, of een zeepgebakje, dat je per se moest inslikken, net zo goed als die borrel die je moest opdrinken. Het was werkelijk zeer geslaagd en we hebben behoorlijk plezier gehad en onze sergeant speelde heel toevallig voor Neptunus. Hij is namelijk behoorlijk dik en heeft daardoor een prima figuur om voor Neptunus te spelen. Er was niemand die zich aan deze doop kon onttrekken en diegene die dat wel probeerde of tegenspartelde werd aan de schandpaal vastgezet. Na een lekkere douche was je weer opgeknapt en schoon. Vanmiddag werden we weer getrakteerd op een flesje bier en vanavond kregen we een prima bereide warme maaltijd. Het betrof een voortreffelijk klaargemaakte boerenkool met worst, als nagerecht kon je kiezen uit chocolade- of vanillepudding. Vanavond is er ook nog een muziekoptreden van de huisband.

Het Neptunusdiploma uitgevoerd in diverse kleurige tinten

Zaterdag 27 augustus '49: Gisteren werden er aan dek verschillende stands gebouwd voor de kermis, die 's avonds plechtig werd geopend door de gezagvoerder. Een reuze aardige maar ook drukke boel, je kunt bussen werpen en een kans wagen bij het rad van avontuur. Door de LSK werd er een Amerikaanse verkoping op touw gezet, ten bate van de actie voor de rimboekisten. Er was letterlijk van alles te koop zoals sigaretten, chocolade, blikken geconserveerde pruimen en abrikozen, mooie en lekker uitziende taarten en gebakjes, enz. Arie had bij de Amerikaanse verkopen behoorlijk mazzel, want voor een kwartje had hij twee blikken abrikozen, een Margrietspeldje en een routekaart Rotterdam-Batavia bemachtigd. Natuurlijk werden de abrikozen gelijk geproefd! Verder was er vandaag een probleem met de aardappelschilmachine, waardoor er ruim 45 kisten aardappelen door 40 man van de corveedienst met de hand moesten worden geschild.

Zondag 28 augustus '49: Corry is vandaag jarig en er heerst verder een spanning aan boord. Citaat: Een van onze jongens, ook een Rotterdammer, lag met een buikvliesontsteking in het scheepshospitaal. Direct werd aan Batavia telegrafisch verzocht om een chirurg, die per watervliegtuig zou moeten komen, dit zou minstens zes uur gaan duren, wat te laat zou zijn. De heren doctoren (majoors) durfden zelf namelijk deze riskante operatie niet aan, totdat er een jonge dokter (een 25-jarige 1e luitenant) het wilde riskeren. De gangen werden afgesloten en er heerste uiterste stilte aan boord. Ondanks de primitieve middelen is de operatie goed geslaagd, dus een groot geluk voor zowel de patiënt als de doctoren.

Maandag 29 augustus '49: Hedenmiddag om 16.00 uur sluiten de postzakken en dit zal dan ook de laatste brief worden die vanaf de "Kota Inten" verzonden zal worden. Vandaag kregen we de diploma's van de Neptunusdoping uitgereikt, het zijn best aardige dingen om te zien.

Drukte op de kade bij aankomst in Tandjong Priok

Woensdag 31 augustus '49: Vandaag arriveren we dan eindelijk om 07.00 uur met de "Kota Inten" in de haven van Tandjong Priok. Na het debarkeren krijgen we te horen dat we voorlopig worden ingedeeld bij de Militaire Luchtvaart, dit tot nadere indeling bij de 2e Compagnie Luchtvaarttroepen. We vertrekken met legertrucks in colonne naar Kamp Kramat Djati, waar we met twaalf man per tent zullen verblijven, vandaar zullen we de nodige trainingen krijgen op de vliegbasis Tjililitan.

Dienstplichtig-soldaat Gerard Duvalois

Gerard werd onder legernummer 29.12.29.086 als dienstplichtig soldaat opgeroepen bij het Commando Luchtvaarttroepen. Hij werd per 01-04-1949 in de Generaal Snijderskazerne te Nijmegen verwacht, alwaar zijn opleiding zou starten. Na deze opleiding van drie maanden werd Gerard overgeplaatst naar de Staf Compagnie met bestemming Nederlandsch-Indië. Op 03-08-1949 werd hij ingedeeld bij de LSK om diezelfde dag nog richting Indië af te reizen. Na aankomst in Tandjong Priok ingedeeld bij de Militaire Luchtvaart en de eerste twee weken verbleef hij in Kramat Djati, met oefeningen op de vliegbasis Tjililitan. Daarna vanuit barak 1 kampement Berenlaan te Meester Cornelis uiteindelijk terecht gekomen op het Hoofdkwartier Militaire Luchtvaart, afdeling AIB (Aeronautisch Informatie Bureau) te Batavia, gevolgd door een functie als assistent HVV (Hoofd Vliegvelden). Een verlenging van zijn diensttijd bij de voorlopige militaire missie, met een bevordering tot sergeant, wees hij van de hand, hij verkoos het samenzijn met zijn geliefde boven deze aantrekkelijke promotie. Op 23 juli 1950 vertrok Gerard met de Skaugum richting Nederland.

Gerard, bedankt voor je medewerking en het mogelijk maken van deze pagina!

De thuisreis van het ‘Kennemer Bataljon’ (2-4 RI) met de "Indrapoera"

     

Aan de reling van de "Indrapoera" wachten de militairen op vertrek naar Holland

De vaste staf die is aangesteld om alles in goede banen te leiden tijdens de thuisreis met de "Indrapoera" vertrekt op 14 mei ’48 met de "Zuiderkruis" uit Rotterdam en komt op 10 juni aan in de haven van Tandjong Priok. In Batavia blijkt dat de thuisreis niet met de geplande ‘Sibajak’, maar met de "Indrapoera" zal gebeuren. Hun verblijf in het met malaria besmette gebied van Tandjong Priok zal vanwege het ontbreken van voldoende contanten grotendeels op de "Indrapoera" gebeuren. Op 12 juni stappen ze van de ‘Zuiderkruis’ over op de "Indrapoera" en zullen daarop tot de dag van vertrek verblijven.

Ondanks goed voorbereide maatregelen, die voor zover mogelijk pasklaar werden gemaakt, doen zich toch de nodige problemen voor tijdens de thuisreis. Zo is bijvoorbeeld de hut, die normaal voor de COT bestemd is, nu ingericht voor de troepen. Ook zal er voor hem geen aparte schrijf- en ontvangstgelegenheid beschikbaar zijn. De drie schrijfmachines en de stencilmachine die ze in Tandjong Priok in ontvangst nemen, zijn defect aangekomen en kunnen tijdens de reis slechts provisorisch hersteld worden.

De COT Luitenant-Kolonel G.A.L. Boissevain.

Tijdstabel

Voor de oprichting en de eerste activiteiten van het bataljon, kunt u het reisverslag met de "Alcantara" op deze website raadplegen. Voor de thuisreis zullen ze op maandag 21 juni ’48 inschepen op het ms "Indrapoera" en komen ze door diverse motorstoringen pas op woensdag 28 juli aan in de Rotterdamse Schiehaven. Deze reis zal dus 37 dagen gaan duren!

In de drie jaar dat het Kennemerbataljon op Java is, verblijven ze bij aankomst eerst in Tanah Tinggi en daarna in Maroenda Besar, Batavia, Tjiandjoer, Tjimahi (Bandoeng), en Lembang. Tijdens de 1e politionele actie trekken ze via Tjiater-Segalherang-Cheribon- Brebes-Tegal-Tjomal-Pekalongan naar Batang, om vervolgens naar Soebah, Pekalongan en als laatste naar Semarang te gaan. In Semarang zullen ze blijven totdat ze orders krijgen om te repatriëren. Op vrijdag 4 juni ’48 vertrekt het bataljon naar Batavia en zal daar in afwachting van de inscheping verblijven.

Van Semarang naar Batavia

Voor de barak van het kamp in Semarang

Vrijdag 4 juni 1948.Om 03.30 uur in de vroege ochtend is er reveille en om 06.00 uur vertrekt het bataljon met trucks naar het station. De trein rijdt eerst langs het vliegveld van Semarang, om vervolgens tussen Semarang en Pekalongan door het mooiste stuk landschap van deze rit te rijden. De natuur is er prachtig en de trein rijdt hier op nog geen 10 meter afstand langs de zee, die momenteel rustig tegen de koraalachtige kust aan kabbelt.  

  

De trein rijdt hier op slechts enkele meters van de zee en schoolkinderen uit Pekalongan zingen liederen

In Pekalongan gebeurt iets waar ze niet op hadden gerekend. Op het station staat een grote groep inlandse schoolkinderen voor hun opgesteld die liedjes zingen en tussen de liederen door wordt via een versterker muziek ten gehore gebracht.

  

De schoolkinderen uit Pekalongan zingen bij aankomst van de militairen liederen voor hun

Ook moeten ze de trein verlaten om afscheid te nemen van alle achtergebleven soldaten en bekenden. Op het perron is het een drukte van belang, over en weer worden er handen geschud en het nodige bijgepraat.

  

Het afscheid van goede bekenden is uitbundig en dan vertrekt de trien uit Pekalongan

Zelfs de oude baboes zijn erbij! Er is volop thee te krijgen en als de stoomfluit van de locomotief begint te gillen beëindigen ze hun gesprek. Met een allerlaatste handdruk gaat de reis weer verder. Zo verloopt dus geheel onverwachts hun laatste afscheid aan de Kota Pekalongan.

In Pemalang stopt de trein weer. Hier worden ze door een erewacht van 4-6 RI (hun aflossers) ontvangen. Boven de ingang van het stationsgebouw hangt een grote rood-wit-blauwe vlag, met in het midden het bataljonswapen van 4-6 RI, waarbij aan weerszijden ‘VERDIENT JONGENS’ staat te lezen. 

  

 Pemalang, op de vlag met het wapen van 4-6 RI staat te lezen 'VERDIENT JONGENS' en een erewacht van 4-6 RI

Op de foto hierboven staan v.l.n.r. de bataljonscommandant Maj. B.H. Jansen en dominee W. TH. van der Windt van 2-4 RI, vervolgens de bataljonscommandant van 4-6 RI Overste Bernhardi en uiterst rechts de adjudant van Maj. B.H. Jansen, Karel Coté. Na ook hier thee te hebben gedronken vertrekt de trein weer, terwijl de erewacht van 4-6 RI met het geweer in de arm afscheid van hun neemt.

Een erehaag van 4-6 RI doet hun uitgeleide

Verder is de reis vrij eentonig, zo hier en daar komen ze langs rubberplantages, sawah’s en een klein stationnetje. Om 20.00 uur bereiken ze Meester Cornelis (Batavia). Hier stappen ze over in trucks en worden ze naar het doorgangskamp Tjililitan (2) gebracht. Als ze daar aankomen is al het donker, dus zoeken ze hun plek op in de barakken. Daarna gaan ze eerst mandiën (wassen), vervolgens de klamboe halen en dan naar tempat tidur (bed).

Tussenstop tijdens het traject naar Batavia

Tjililitan – Batavia

Na enkele jaren over Java te hebben gezworven is het Kennemerbataljon in Tjililitan beland. Dit doorgangskamp ligt vlak bij het vliegveld van Batavia en wordt ook als quarantainekamp gebruikt.

Aanzicht op het gebouw van kamp Tjililitan

Zondag 6 juni t/m woensdag 9 juni 1948. De Welfare heeft voor vandaag een boottocht georganiseerd naar het eilandje Edam. Al vroeg rijden de jongens met trucks dwars door Batavia naar Priok, waar een bootje klaar ligt voor de overtocht. Het is dan al behoorlijk warm, maar de zon brandt pas op zijn felst als ze bij Edam aankomen. Op het eiland krijgen ze eerst wat te eten en te drinken en daarna gaan ze zwemmen in de kristalheldere zee. Als ze lekker zijn opgefrist maken ze een wandeling langs het strand en lopen ze rond het gehele eiland. 0m 15.30 uur gaan ze lichtelijk verbrand weer aan boord en keren ze terug. Na een uurtje varen is er nog slechts een waas van het eiland te zien, met daarop een vuurtoren die als enige boven de begroeiing uitkomt. De vuurtoren steekt zo schitterend af tegen het witte koraalstrand en de felblauwe zee. Verder zijn er geen bijzonderheden te melden.

Donderdag 10 juni 1948. De dagen verlopen nog steeds vrij rustig, maar vanavond is er een afscheidsfeest in de kampkantine met de Kilima Hawaiians.

De Kilima Hawaiians treden op tijdens het afscheidsfeest

Vrijdag 11 juni 1948. Vandaag gaan ze naar de bioscoop waar de film The Upturned Glass draait. Dit is een drama-film uit ‘47 met James Mason in de hoofdrol.

Zaterdag 12 juni 1948. Vanavond zijn een aantal jongens in het kamp Makassar weer naar de film geweest, deze was gratis en dat is natuurlijk mooi meegenomen.

Zondag 13 juni 1948. Om 08.00 wordt de Heilige Mis opgedragen en vanavond zijn ze voor de verandering maar weer eens naar de bioscoop geweest.

Maandag 14 juni 1948. Vanochtend is er een voetbalwedstrijd tussen 1-2-4 RI en 1-8 RS en vanavond gaan ze met de tram naar de stad en bezoeken de Pasar-Glodok, Pasar-Senen en Pasar-Baroe. 

Geldwisselaars op de Pasar-Baroe

Dinsdag 15 juni 1948. Vanavond zijn ze in Meester Cornelis geweest. Eerst naar de film Keep Them Flying en daarna met de tram naar het stadsdeel Tanah Abang om daar wat rond te wandelen.

Woensdag 16 juni 1948. Vanochtend zijn een aantal jongens naar de Pasar-Baroe geweest. Vanmiddag is er eerst een gezondheidsinspectie en daarna gaan ze naar het voetbalterrein van VIOS om een balletje te trappen. Vervolgens gaan ze naar Tanah Abang, waar ze op de Pasar-Senen nasi goreng hebben gegeten.

Donderdag 17 juni 1948. Vanmiddag gaan ze met trucks naar het AMVJ voor de warme lunch. Tijdens het nuttigen van de bami goreng speelt er een strijkorkest en daarna wordt er een toespraak gehouden door enkele hoge heren. Als de toespraak is afgelopen vertrekken ze huiswaarts om de was te doen, dan omkleden, eten en vervolgens naar het park om een potje te voetballen. Ook vanavond gaan ze weer naar Tanah Abang.

Afscheidsdiner in het AMVJ-gebouw en appèl in het kamp Tjililitan (2)

Vrijdag 18 juni 1948. Vanmiddag zijn een groep jongens in de stad maar weer eens naar de bioscoop geweest. Nu draait er Winged Victory, een machtige Amerikaanse oorlogsfilm uit ’44. Daarna gaan ze nasi goreng gegeten. Vervolgens pakken ze de tram naar Tanah Abang en gaan ze naar de Pasar-Senen en Tanah Tinggi en wandelen ze vandaar weer terug.

Appel in het kamp Tjililitan(2)

Zaterdag 19 juni 1948. Voor vandaag zijn er geen bijzonderheden te melden, maar het zal nu niet lang meer duren voordat ze vertrekken.

Zondag 20 juni 1948. Vandaag is het inderdaad de laatste dag dat het bataljon hier zal verblijven. Om 08.30 uur gaan ze naar de kerk. Daarna wordt er eerst het nodige geschreven en doen ze het voor de rest van de dag rustig aan. De Welfare heeft voor vanavond een afscheidsfeestje in elkaar gezet.

Vertrek uit Batavia

Maandag 21 juni 1948. Om 05.00 uur staat iedereen op, want alles moet in gereedheid gebracht worden voor vertrek. Om 06.45 uur is er appel en om 07.00 uur zitten ze in de trucks. De stemming is momenteel wel goed te noemen, maar ook weer niet bijzonder uitgelaten.

Vertrek uit het kamp Tjililitan

Als ze in de haven van Tandjong Priok aankomen wordt er om 8.30 uur begonnen met de inscheping. De "Willem Ruys" ligt hier ook in de haven, vlak achter de "Indrapoera". Het schijnt de bedoeling te zijn dat ze hier om 16.00 uur vertrekken. De "Willem Ruys" vertrok later maar kwam eerder dan de "Indrapoera" aan in Rotterdam.

Ook het m.s. "Willem Ruys" ligt hier aan de kade

Inscheping op het ms "Indrapoera"

Er is van tevoren rekening mee gehouden, dat alle militairen gedurende hun verblijf in de haven en tijdens het vertrek er behoorlijk gekleed bijlopen en dat ze tijdens het spelen van het volkslied goed in de houding zullen staan. Omdat er tijdens de inscheping nog geen scheepspolitie beschikbaar is, moest nu de hulp van de vaste staf ingeroepen worden. 

 

Bepakt en vooral fatsoenlijk gekleed gaan ze aan boord en eenmaal aan boord zoeken ze een goed plekje bij de reling

  

Op ieder plekje aan de reling en de dekken is bezet met zwaaiende militairen en Luitenant-Generaal P. Alons op de valreep  

Het eten dat ze aan boord krijgen is al meteen goed en hopelijk blijft dat tijdens de gehele reis ook zo. Er komen nog enkele hoge heren aan boord om wat te bespreken en in plaats van Generaal Spoor is nu Luitenant-Generaal P. Alons aanwezig om afscheid van hun te nemen. Hangend over de reling en rondkijkend over de kade wachten ze geduldig op het tijdstip van vertrek. Ze worden uitgeleide gedaan door een KNIL-band, die het Wilhelmus en de nodige marsmuziek speelt.

  

De KNIL-band speelt het marsmuziek en op de kade wordt het steeds drukker met uitzwaaiers

Nadat als laatste de mannen van het 8e regiment stoottroepen zijn ingescheept, komt ook de scheepspolitie aan boord. Voor hen blijken slechts 10 armbanden van de SP beschikbaar te zijn en daar zullen ze het tijdens de reis dus mee moeten doen. Nadat het embarkeren is voltooid wordt er meteen appel voor de kribben gehouden. Als alles en iedereen aan boord blijkt te zijn, kan eindelijk de kade worden vrijgegeven voor hen die afscheid willen nemen.

  

Als het Wilhelmus wordt ingezet is het zover de militairen salueren en vanaf de kade wordt uitbundig gezwaaid

De kade stroomt dan ook meteen vol met achtergebleven militairen, marva’s, VHK-'sters en verpleegsters. Precies om 16.00 uur vertrekt de "Indrapoera" uit de haven. Omdat er ’s nachts niet door de Straat Soenda gevaren mag worden, gaat het schip al na een half uur voor anker op de rede van Tandjong Priok.

Aan boord zijn 1401 passagiers: 592 man van het 8 RS, 529 man van 2-4 RI, 34 man van de Koninklijke landmacht uit verschillende onderdelen, 39 man van de Kon. Marine, 183 man van de Mariniers Brigade, 9 man van het KNIL, 1 burger en 17 man van de vaste staf. In totaal worden 218 man ingedeeld in de hutten, de rest zal het met de ruimen moeten doen.

De meereizende onderdelen

Als ze eenmaal zijn uitgevaren worden er meteen voorbereidingen getroffen voor de eerste sloepenrol. Deze sloepenrol verliep bevredigend. Toch bleek het nog steeds noodzakelijk, dat zowel bij het kader als de minderen geïnstrueerd moest worden, hoe ze hun zwemvesten aan moeten doen en wat er bij een noodgeval belangrijk is. Bij alle 22 reddingsstations die het schip rijk is, bleek dat er telkens instructies gegeven moesten worden.

Dinsdag 22 juni 1948. Om 07.00 uur wordt het anker gelicht en varen ze langs diverse eilandjes (waaronder Edam) over de Javazee richting de Straat Soenda. Bij deze reis wordt dus voor de route gekozen die ten zuiden van Sumatra loopt. Om de tijd wat te doden wordt er in de ochtend wat gekaart en hopen ze snel sigaretten te ontvangen. Het is mooi weer en om 13.00 uur komen ze in de Straat Soenda aan, met aan stuurboord de kust van Sumatra. Om 15.00 uur passeren ze de vulkaan Krakatau.

  

De vulkaan Krakatau wordt gepasseerd

De kust van Sumatra blijft daarna nog wel enige tijd zichtbaar, maar al snel zijn ze op de Indische Oceaan. Daar staat nogal wat deining, zodat enkele jongens al vrij snel zeeziek worden. Gelukkig hebben de meesten hier geen last van, want het eten aan boord is nog steeds prima. Vandaag wordt ook het ‘Indrapoera-geld’ (scheepsgeld) uitgereikt.

Maaltijdenkaart voor J. Th. (Hans) Ploeg ingedeeld op dek C-4

Woensdag 23 juni 1948. Het enige wat ze momenteel te zien krijgen is lucht en water en dat zal voorlopig ook zo blijven. Vandaag zijn dan eindelijk de sigaretten uitgedeeld. Ze krijgen er drie honderd voor fl. 7,50 en daar zullen ze het tot 15 juli mee moeten doen. Er is nog steeds een deining, maar iedereen voelt zich er nu wel bij. Er werd geklaagd dat de corveeploeg de officierseetzaal niet goed schoongemaakt zou hebben. Ze moeten ook altijd wat te zeuren hebben! De klok wordt vannacht 60 minuten teruggezet.

Donderdag 24 juni 1948. Om 10.00 uur is er appèl en daarna volgt de dagelijkse inspectie. Om de paar dagen heb je kans dat je wordt ingedeeld voor corveeklusjes. Als je als zeuntje bent ingedeeld, dan moet je voor je eigen bak allerlei diensten uitvoeren. Dat kan van alles zijn; eten halen, borden afwassen, rommel opruimen, de vloer dweilen en ga zo maar door. Omdat een van de twee motoren van het schip defect is, wordt er momenteel op halve kracht gevaren. Vanavond wordt op het promenadedek een film gedraaid, ondanks dat het geen beste film is, wordt het wel een gezellige avond.

De dagelijkse inspectie is in volle gang

Vrijdag 25 juni 1948. Af en toe lopen beide motoren weer, maar het grootste deel gaat het op halve kracht. Er zijn de afgelopen 24 uur slechts 317 mijl afgelegd en dat is vergeleken met andere dagen niet zo veel.

Zaterdag 26 juni 1948. Inmiddels zijn beide motoren defect en ligt de "Indrapoera" van 6.00 tot 11.00 uur stil. Beneden mag niet gerookt worden, dus als je zin hebt om te roken en niet naar boven wilt gaan, dan doe je dat toch stiekem uit een van de patrijspoorten. Vanavond lukt het om beide motoren weer aan de gang te krijgen en kan het schip weer op volle kracht verder. Vanavond is er een cabaretvoorstelling op het promenadedek, dus dat beloofd een gezellige avond te worden.

Zondag 27 juni 1948. Om 08.30 uur is er een Heilige Mis en daarna slijten ze de tijd door wat over de reling te hangen. De geestelijke verzorging werd al voor aanvang van de reis goed geregeld, zodat de veldprediker v.d. Windt en aalmoezenier Vastbinder al meteen hun kerkdiensten en godsdienstoefeningen konden uitoefenen. De Scheepsradio meldt, dat er ondanks de rantsoenering onvoldoende drinkwater op voorraad is, zodat Colombo aangedaan moet worden. Ze varen dan ook in noordelijke richting. Dat ze onvoldoende drinkwater hebben, zal vast te maken hebben met het tijdverlies door de problemen met de motoren. Het weer is momenteel somber en omdat er storm op komst is, moet alles goed vast worden gesjord.

Aanzicht op de voorplecht van de "Indrapoera"

Maandag 28 juni 1948. Vandaag passeren ze de evenaar en van de verwachte storm is er gelukkig niets terecht gekomen. Er is een normale deining. Ondanks dat de motoren regelmatig iets markeren, heeft de “Indrapoera” tegen de avond toch al 349 mijl afgelegd. Dus dat schiet toch wel lekker op. Als het zo door blijft gaan, dan zijn ze morgenavond wel in Colombo.

Van de stencilmachine ontbreekt de papieraanbrenger, zodat het stencilwerk slechts langzaam kan geschieden. Voor het stencilen van grote aantallen, mag gebruik worden gemaakt van de stencilmachine van het schip. Helaas passen de eigen stencils niet op deze machine, zodat ook goed passende stencils bij hen aangekocht moet worden. Gelukkig kan nu dus toch de scheepskrant, genaamd ‘de Scheepsklok’ worden uitgegeven.

Welkomstwoord van de kapitein en de COT in de eerste uitgave van de scheepskrant De Scheepsklok

Colombo

Dinsdag 29 juni 1948. Om 09.00 uur is er appèl. Omdat Prins Bernard vandaag jarig is, wordt er vanaf de “Indrapoera” een telegram naar hem verzonden. Ook is er een toespraak van de COT Luitenant-Kolonel Boissevain en wordt het Wilhelmus gezongen. Om 11.00 uur loopt het schip de haven van Colombo binnen en al snel komen watertankers langszij. Deze haven is lang niet zo mooie als die van Trincomalee, maar het is hier wel erg druk. Diverse officieren en bemanningsleden gaan hier naar de wal.

De medische dienst heeft aangegeven dat bepaalde medicijnen niet voldoende op voorraad zijn, zodat aanvulling in Colombo noodzakelijk is. Ook acht de tandarts B.A. Albers, de behandeling aan wal noodzakelijk voor vier van zijn patiënten, zodat ook die naar de wal vertrekken. De jongens mogen hier niet van boord, toch lukt het sommige om stiekem aan wal te komen. Bij de watertankers liggen ook een aantal bootjes met handelaren die souvenirs aanbieden, maar ze blijken nog steeds schreeuwend duur te zijn. Omdat het schip tot laat in de avond water bunkert, wordt het te laat om te vertrekken.

Het eten aan boord is tijdens de gehele reis goed

Woensdag 30 juni 1948. Om 06.30 uur vertrekt de "Indrapoera" weer. Er staat een stevige wind en vanavond begint het regenachtig te worden. Ook nu is het drinkwater op rantsoen, tot twee keer per dag een half uur.

Donderdag 1 juli 1948. Voor vandaag is er ter ere van de verjaardag van Prins Bernhard nog een kermis georganiseerd. Het is allemaal net echt: Er is ringsteken, bussen gooien, er is een waarzegger en er lopen clowns rond. Ook zijn er diverse stands, je kunt koekhappen, ballengooien, speerwerpen en er is zelfs een rad van avontuur. Alles kost een dubbeltje en dat vinden de jongens best wel prijzig. Er is ook een loterij, waarbij je prijzen kunt winnen ter waarde van het totaal inlegde geld. Verder wordt er een tienkamp gehouden tussen 2-4 RI, 8 RS, de mariniers en de Marine. Hierbij kan je, dammen, schaken, bridgen, sjoelen enz. Met 1400 man aan boord is het behoorlijk druk, maar wel erg gezellig.

Voor de tienkamp is enorm veel belangstelling

Vrijdag 2 juli 1948. Het schip vaart weer eens op halve kracht! Hierdoor wordt vandaag slechts 281 mijl afgelegd, dus dat schiet niet op.

Zaterdag 3 juli 1948. Het is ook vandaag zwaar pet met de motoren, want het schip vaart nog steeds op halve kracht, maar om 22.00 uur is de uitgevallen motor gelukkig weer in orde.

Zondag 4 juli 1948. Het is zondag, zodat de jongens om 08.30 uur naar de mis gaan. Er is alweer een motor uitgevallen, maar om 15.00 uur varen ze gelukkig weer op volle kracht. Als dat zo door blijft gaan, dan zijn ze straks met oudjaar nog niet thuis! Want een gedoe zeg!

Enkele onderofficieren bij hun standy's

Maandag 5 juli 1948. Vanochtend luisteren ze eens extra goed of ze de motoren nog horen, maar dat valt gelukkig mee. Om de tijd wat te doden wordt er een wandelingetje langs de reling gemaakt en verder gaat het zo zijn dagelijkse gangetje.

Dinsdag 6 juli 1948. Als je nu op het dek loopt, dan heb je wel behoorlijk last van de wind.  Aan het geluid van de scheepsmotoren kan je goed horen dat ook de schuit er moeite mee heeft, maar beide motoren doen het gelukkig nog wel.

Woensdag 7 juli 1948. Als de "Indrapoera" de Golf van Aden nadert, is het nog steeds winderig. Verder zijn er voor vandaag geen bijzonderheden te melden.

Donderdag 8 juli 1948. De motoren van het schip houden het nu gelukkig wat langer uit. Dat moet je natuurlijk ook weer niet te hard zeggen, want je weet het nooit!

Aden wordt bereikt

 

Als Aden wordt genaderd komt er een loods aan boord

Vrijdag 9 juli 1948. Eerst liggen ze een tijdje stil, maar rond 18.00 uur loopt het schip de haven van Aden binnen. Meteen zie je weer handelslui die wat proberen te slijten, zodat het geschreeuw niet van de lucht is. Het bunkeren van olie en water gaat hier een stuk sneller dan in Colombo, maar het schip blijft vannacht ook hier weer liggen.

  

Het s.s. "Indrapoera" wordt onder begeleiding naar haar ligplaats gebracht en vanwege het slechte weer is de kust in nevel gehuld

 

Handelaren zijn hier in de haven volop en actief aanwezig

Zaterdag 10 juli 1948. Er was blijkbaar weer iets met de motoren, want om ongeveer 14.30 uur varen ze de haven pas uit. Nu gaan ze richting de Rode Zee. Om 23.00 uur passeren ze eerst het eiland Perim en daarna zullen ze spoedig op de Rode Zee zijn.

Zondag 11 juli 1948. De Heilige Mis wordt vandaag al vroeg gehouden. Daarna gaan de jongens naar het dek en voelen meteen hoe de warme wind over het dek waait. 

Maandag 12 juli 1948. Ze zijn nog steeds op de Rode Zee. Het sportdek wordt voornamelijk gebruikt door de officieren. De troepen hebben hier minder belangstelling voor, zij zijn meer geïnteresseerd in boks-demonstraties en wedstrijden.

De 'vergeten' jongens

Dat lang niet alles goed ging voor het Kennemerbataljon blijkt wel uit onderstand krantenbericht. Ondanks dat aan 23 militairen van dit bataljon op 28 juni gewoon inschepingverlof werd verleend, kunnen zij niet meereizen met de 'Indrapoera'. Zij zullen genoodzaakt zijn om te wachten totdat een volgend schip plaats voor hun heeft. Als op 23 juli de "Groote Beer" naar Holland vertrekt, blijkt dat er slechts ruimte is voor 21 militairen. Het enige voordeel hierbij is wel dat de "Groote Beer" niet in Rotterdam zal aankomen, maar in Amsterdam. De overige twee militairen moeten dus nog langer wachten voordat ook zij naar huis kunnen.

Artikel over het Kennemer Bataljon en het s.s. "Groote Beer"

Dinsdag 13 juli 1948. Op het gebied van ontspanning en vermakelijkheid is bijzonder veel geregeld. Vanaf het vertrek uit Tandjong Priok worden bijna dagelijks films gedraaid, voordrachten vertoond en muziek gespeeld. Zowel in de rooksalon van de officieren, als op het dek en in de tweedeklas eetzaal voor de jongens. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het scheepspersoneel zich bij al deze evenementen buitengewoon tegemoetkomend opstelt.

Suez

Woensdag 14 juli 1948. Het is 05.00 uur als de "Indrapoera" de Golf van Suez binnenloopt en om 18.00 uur de haven van Suez bereikt. Hier gaat het schip weer voor anker.

De haven van Suez gezien vanuit een patrijsport

Donderdag 15 juli 1948. Om 09.00 uur varen ze, voorafgegaan door enkele andere schepen, het Suezkanaal binnen. Het varen wordt nu meteen weer wat leuker, want er is nu aan weerskanten van het kanaal weer genoeg te zien. Zoals barakken, opslagplaatsen en een aantal beveiligingsposten voor de scheepvaart. 

Grote schepen kunnen elkaar op het Suezkanaal niet passeren en moeten op het Grote Bittermeer wachten tot ze verder kunnen

Een van de controleposten lang het Suezkanaal

Port Saïd

Om 21.30 uur komen ze bij Port Saïd aan. Als het schip pal voor de stad aan de boeien wordt vastgemaakt, bestormende handelaren meteen de "Indrapoera". Ook hier zijn het allemaal linke jongens en zo sluw als de nacht. Weer wordt er gebunkerd en komt er post aan boord. Ook gaan er enkele zakken met post van boord, deze worden als luchtpost naar huis verzonden.

  

Handelaren in hun bootjes en aandachtig bekijken enkele militairen het bunkeren

Vrijdag 16 juli 1948. Om 05.30 uur wordt het schip weer losgemaakt en kunnen ze de reis vervolgen. Als ze Port Saïd alweer een poosje achter zich hebben liggen, bereiken ze om 06.00 uur de Middellandse Zee. Dus nu begint het lekker op te schieten.

Zaterdag 17 juli 1948. Het is goed te merken dat ze Europa naderen, want het wordt alweer wat frisser. Het boordgeld dat ze ontvingen begint langzamerhand op te raken, zodat een aantal militairen geen limonade of sigaretten meer kunnen kopen. Ondanks de nodige tegenslagen tijdens deze reis, heeft de stemming daar niet onder geleden. Ongetwijfeld heeft het goede eten en de nodige ontspanning hieraan bijgedragen.

Zondag 18 juli 1948. Om 08.30 uur wordt de Hoogmis gehouden. Er schijnt weer wat met de motoren aan de hand te zijn, want het schip vaart eerst op halve kracht, aan het eind van de middag normaal en dan weer op halve kracht.

Maandag 19 juli 1948. Om 06.00 uur varen ze tussen Sicilië en Malta door en in de middag passeren ze het eiland Pantelaria. Tegen de avond komt Kaap Bon in zicht, daarna de stad Tunis en vervolgens Bizerta. Het schiet dus ondanks de motoren toch wel lekker op.

Dinsdag 20 t/m woensdag 21 juli 1948. De medische staf is de hele reis onafgebroken bezig geweest met inspecties en de dagelijkse behandeling van gemiddeld 150 lopende of liggende patiënten. De ziekenzaal voldoet redelijk aan de eisen, hoewel de isoleerafdeling met drie bedden tijdens de gehele reis niet wordt gebruikt. De polikliniek is echter veel te klein, zodat er tijdens de vele rapporten die ze hebben een behoorlijke vertraging ontstaat.

  

Ondanks de dichte mist is er veel bekijks tijdens het passeren van de Rots van Gibraltar

Net voorbij Gibraltar poseert Henri J. Th. Butot met twee kameraden bij de reling

Donderdag 22 juli 1948. Om middernacht zijn ze de Straat van Gibraltar binnengevaren. Vanwege de dichte mist mogen ze nu geen andere schepen passeren. Als de mist uiteindelijk weer is opgetrokken, blijkt er een leiding lek te zijn. Hierdoor kunnen ze pas om 10.00 uur verder varen. Al snel zien ze dan de prachtige Rots van Gibraltar aan zich voorbijschuiven. Vandaag hebben ze het tropenuniform ingeleverd, zodat ze vanaf nu het Europese uniform weer aan moeten trekken.

Als het Europese uniform is aangetrokken wordt er meteen een foto gemaakt 

Vrijdag 23 juli 1948. Ze varen inmiddels richting Portugal. In tegenstelling tot eerdere berichten (die over donderdag 29 juli spraken), zullen ze pas op vrijdag 30 juli debarkeren? Afijn, ze zullen het wel zien! Vanavond is er in ieder geval een cabaretvoorstelling.

Zaterdag 24 juli 1948. Om 08.00 uur passeren ze Kaap Finisterre. Omdat alles benedendeks schoongemaakt wordt, moet iedereen vandaag (inclusief de bagage zoals die bij een debarkatie gebruikelijk is) aantreden op het bovendek. Dit wordt dan meteen als een oefening gezien. Uit naam van alle troepen is vandaag als waardering een planchet aangeboden aan de gezagvoerder en ontvangen ze zelf alvast een welkomsttelegram van Prinses Juliana. Vanwege de mist varen ze nu al enkele uren op halve kracht. Morgen zullen ze de Golf van Biskaje binnenvaren, hopelijk hebben ze dan geen last van zeezieken!

Ook het bovendek wordt grondig schoongemaakt want het schip moet nu eenmaal schoon achtergelaten worden

Zondag 25 juli 1948. Om 09.00 uur gaan een aantal jongens naar de Heilige Mis. Nu ze in de Golf van Biskaje varen is het nog steeds mistig, zodat ze op halve kracht moeten varen en de scheepshoorn regelmatig van zich laat horen. Tegen de avond trekt de mist gelukkig weer weg. Ook zijn er behoorlijke golven, maar er zijn nog geen zeezieken.

  

Een welkomsttelegram voor de terugkerende Henri Butot en de prijzen die voor een telegram gelden

Maandag 26 juli 1948. Als ze Brest passeren is het mooi helder weer. Nu gaat het richting Cherbourg en de Belgische kust en als ze daar straks aankomen is het nog maar een peulenschilletje naar Rotterdam!

Eerst een inspectie en daarna een laatste toespraak op het voordek

Dinsdag 27 juli 1948. De "Indrapoera" vaart nu over Het Kanaal, maar of ze vandaag ook in Rotterdam zullen aankomen is nog maar de vraag? Het is al laat in de avond als het zwaar begint te misten en vanwege die mist mogen ze nu de Nieuwe-Waterweg niet opvaren. Het schip vaart dus gewoon door en dat betekent natuurlijk wel dat ze morgen pas ontschepen!

Als de zeesleper de "Zwarte Zee" het schip tegemoet vaart antwoord men vanaf de "Indrapoera", dat momenteel geen hulp nodig is. Nu is dus bijna een einde gekomen aan dit avontuur. Een reis die maar liefst 37 dagen heeft moeten duren!

  

De zeesleper "Zwarte Zee" nadert

Woensdag 28 juli 1948. Van slapen is vannacht niet veel gekomen. Ondanks dat het nog mistig en donker is, zien ze toch wat lichtjes van de Nederlandse kust. Als het licht begint te worden, vaart de "Indrapoera" eindelijk de Nieuwe-Waterweg binnen. Bij Hoek van Holland staan een groepje mensen naar de jongens te zwaaien, maar vanaf het schip wordt niet teruggezwaaid? Gek eigenlijk! Waarom niet? Zou de binnenkomst van Holland voor hun dan toch wat te emotioneel zijn?  

 

Al snel zijn er bootjes met familieleden die het schip begeleiden tot de Schiehaven

De meeste jongens vragen zich wel af hoe ze straks ontvangen zullen worden? Denk eens aan alle berichten, hoe ze eerder hun gewonde kameraden hebben uitgescholden voor moordenaars en alles wat maar lelijk is! En: Hoe zal het weerzien met familie en vrienden zijn?

Bij het passeren van de RDM

Twee sleepboten hebben de "Indrapoera" inmiddels tegen de kade van de Schiehaven aangeholpen. Als de trossen eenmaal om de bolders zijn geworpen, wordt via de intercom omgeroepen in welke volgorde de bataljons van boord kunnen. Het Kennemer-bataljon is blijkbaar niet het eerste die van boord mag.  

Voordat het debarkeren kan beginnen krijgen ze eerst een toespraak van Minister van Oorlog Alexander Fiévez. Vervolgens spreekt Luitenant-Kolonel Maas hun toe namens Prins Bernhard en als laatste komt Mr. Cremers, burgemeester van Haarlem aan het woord.

Als eerste is de Minister van Oorlog Alexander Fiévez aan het woord

Nadat de toespraken van de hoge heren zijn afgerond kan begonnen worden met het debarkeren, terwijl de muziekkapel van de stoottroepen marsmuziek ten gehore brengt. 

Met hun plunjezak onder handbereik wachten ze langs de reling en kijken ze naar wat er aan de kade allemaal gebeurt. Zo zien ze dat een bataljonsformateur en hun vroegere Commandant majoor Chris van Kammen aan de kade staan te praten met een andere officier.

  

Majoor Chris van Kammen in gesprek met enkele hoge heren en de muziekkorps speelt marsmuziek

Een geüniformeerde band speelt zoals gewoonlijk bekende marsmuziek, terwijl de eerste militairen via de valreep van boord gaan. Zware bagage gaat nu ook van boord en wordt in grote gemarkeerde vakken op de kade geplaatst.

  

Pas als alle handbagage van boord is gehaald mogen de militairen van boord

Pas als alle handbagage van het schip naar de loods is gebracht mogen de militairen van boord. In de loods staan lange rijen met tafels, waar de nodige administratieve rompslomp wordt afgehandeld.   

  

Als in de loods alles is afgehandeld kunnen ze hun plunjebaal pakken en naar een gereedstaande bus gaan

Als het Kennemerbataljon aan de beurt is om van boord te gaan, gaan ook zij langs diezelfde route. Als in de loods alles is afgehandeld, pakken ze hun plunjebaal en stappen vervolgens in de bus die hun naar huis zal brengen. Voor Henri Butôt is dat lekker dichtbij, want hij woont in Haarlem. Als ze in de bus zitten en door het raam kijken, waarderen ze alweer snel hoe prachtig Holland is, met al zijn koeien en schapen, die in keurig aangelegde weilanden rond grazen!

Blijdschap op de gezichten want ze zullen nu snel thuis zijn

  

De bus komt aan bij het station van Haarlem en Henri J. Th. Butot kan niet wachten om uit te stappen

Ook het label voor zijn overige bagage heeft hij bewaard

Dit verslag is mogelijk geworden door het raadplegen van de dagboeken van Henri J. Th. Butot en C.P. Rekelhof, beide hebben gediend bij het Kennemerbataljon. De foto’s zijn afkomstig uit de dagboeken van Henri J. Th. Butot, C.P. Rekelhof en Cor P. Groot. Als laatst wil ik Rob de Graaf en Martin de Graaf van de archiefdienst Kennemerbataljon 2-4 RI bedanken voor het ter beschikking stellen van het hierboven vernoemd materiaal.

Sinds kort is dit prachtige boek in omloop: HET KENNEMERBATALJON

De geschiedenis van het Kennemerbataljon

U kunt dit boek bestellen door op de onderstaande link te klikken: 

Het Kennemerbataljon. De Geschiedenis van 2-4 R.I. en de inzet in Nederlands-Indië 1945-1948 – FLYING PENCIL

Met het Kennemerbataljon naar Nederlandsch-Indië

        

Een militair verstuurde ansichtkaart met een afbeelding van het m.s. "Alcantara" in de periode dat het nog twee schoorsteenpijpen heeft

Wat er aan de reis voorafging

Nederlands-Indië bevrijd…..

Met de capitulatie van Japan is er dan eindelijk een einde aan de Tweede Wereldoorlog gekomen. Kort voor de capitulatie werden atoombommen op de steden Hiroshima (6 aug. '45) en Nagasaki (9 aug. '45) gegooid en daarmee dwongen de Amerikanen de Japanners tot overgave. Of de atoombommen daadwerkelijk de veroorzaakt van de capitulatie zijn is niet helemaal duidelijk, het Japanse rijk stond al op instorten. De atoombommen hebben de overgave in ieder geval versnelt. Tijdens de bombardementen kwamen al meteen 117.000 mensen om het leven, waaronder krijgsgevangenen en dwangarbeiders die in beide steden te werk werden gesteld. Aan het einde van dat jaar is het dodental oplopen tot 240.000 mensen. Op 15 augustus '45 maakt Keizer Hirohito via de radio de onvoorwaardelijke overgave bekend. Op 2 september '45 wordt aan boord van het Amerikaanse slagschip USS Missouri de overgave officieel ondertekend en is de Tweede Wereldoorlog definitief ten einde. Hiermee is ook Nederlands-Indië verlost van de Japanse onderdrukking.

Met de onverwachte overgave van Japan is de Nederlandse regering op een aangename manier verrast. Dat daarmee de oorlog voor Nederlands-Indië is afgelopen stemt hen vrolijk, maar de onafhankelijkheidsverklaring die Soekarno over de Republiek Indonesië afroept verrast de Nederlandse regering ook. Eigenlijk zou dat geen verassing moeten zijn, want de Gouverneur-Generaal in Indië heeft voordat de oorlog begon gewaarschuwd voor het groeiende nationalisme. Ondanks deze waarschuwing is men in Nederland verbaasd dat er zo snel na de Japanse capitulatie een onafhankelijkheidsverklaring komt. Het hielp natuurlijk niet dat onze regering weinig informatie over Indië kreeg tijdens de bezetting. De Nederlandse regering wist bijvoorbeeld niet dat Soekarno als leider van de nationalistische beweging met de Japanners onderhandelde over het vormen van een onafhankelijke Republik Indonesia.

Soekarno links op de rug gezien spreekt de bevolking toe met de woorden: Wij, het volk van Indonesië verklaren het land vanaf nu onafhankelijk

Vrijdag 17 augustus 1945: Op 17 augustus '45 roept Soekarno in Batavia in het bijzijn van het volk de Republik Indonesia uit en met deze uitspraak maakt hij aan de rest van de wereld duidelijk dat het Nederlands-Indisch koloniale tijdperk voorbij is. In Nederland wordt deze eenzijdige beslissing niet aanvaard. Het gezag over Ned. Indië zal hoe dan ook herwonnen worden, desnoods met militaire middelen. Als in september '44 het zuidelijk deel van Nederland wordt bevrijd begint al vrij snel daarna de werving van oorlogsvrijwilligers (OVW'ers), militairen die overal in de wereld ingezet kunnen worden. Dus ook in Indië om tegen de Jappen te vechten. Na de Duitse overgave gaat de opbouw van de Nederlandse strijdmacht onverminderd door. Inmiddels hebben ruim twintigduizend OVW'ers zich aangemeld, maar met de capitulatie van Japan wordt ook de strijd in Indië overbodig. De OVW'ers gaan toch naar Indië, maar nu om orde en rust te herstellen. 

Na het uitroepen van de Republik Indonesia volgt een periode die de Bersiap wordt genoemd. Nationalistische groeperingen vallen in deze periode mensen aan waarvan zij denken dat het tegenstanders van de onafhankelijke Republiek Indonesië zijn. Deze gewelddadige groeperingen zijn van mening dat iedere vorm van tegenstand moet worden afgestraft en dat doen zij met grof geweld. Met name jongeren (de pemoeda’s) grijpen naar het wapen, met kapmessen, bamboesperen en vuurwapens die op de Japanners zijn buitgemaakt trekken de pemoeda's erop uit om te roven, mishandelen en het vermoorden van weerloze mensen. Dagelijks vinden de meest verschrikkelijke moordpartijen plaats, met als resultaat dat duizenden Europeanen, Pro-Nederlandse Indonesiërs, Molukkers, Chinezen en Japanners hiervan het slachtoffer worden. Zelfs de Nederlanders die nog altijd in interneringskampen worden vastgehouden zijn hun leven niet zeker. Soekarno en Hatta zijn niet in staat om al deze gruweldaden een halt toe te roepen, zodat het roven en moorden onverminderd doorgaat. De meest gewelddadige periode is van augustus '45 tot maart '46 en daarna zwakt dat geleidelijk af. 

Pemoeda's bewapend met materiaal dat de Jappen achterlieten 

Revolutionaire strijders zijn gewapend met bamboesperen, kapmessen en vuurwapens die op de Japanners zijn buitgemaakt (foto Tropenmuseum)

Zaterdag 29 september 1945: De Engelse militairen die door de Amerikanen zijn aangewezen om in Ned. Indië de orde en rust te herstellen komen op 29 september '45 aan op Java. Al snel blijken deze Schotten niet in staat om de rust op Java te laten terugkeren, ook zij moeten op hun hoede zijn om geen slachtoffer van de nationalisten te worden. Soekarno en Hatta willen zo snel mogelijk met de Engelsen rond de tafel om over de onafhankelijkheid te praten, want zij weten dat de Engelsen en politici van andere landen daar welwillend tegenover staan. Wat betreft de onafhankelijkheidsverklaring kunnen Soekarno en Hatta sowieso op veel internationale steun rekenen. Dat de Engelsen niet in staat zijn om de rust te herstellen is voor de Nederlandse regering allesbehalve gunstig, het weerhoudt de Engelsen ervan om Nederlandse militairen op Java toe te laten. Al snel zijn de nationalisten de bemoeizucht van de Engelsen zat en beschouwen hen ook als vijand.

Het Kennemerbataljon in oprichting

Al meteen na de bevrijding van Nederland wordt begonnen met het uitbreiden van het leger om de rust en orde in Indië te herstellen. Dienstplichtige militairen kunnen nog niet worden ingezet, zodat het werven van OVW'ers wordt uitgebreid. Pamfletten worden in het hele land op ramen en muren geplakt en boeken met informatie over Indië gratis beschikbaar gesteld, want er moeten zoveel mogelijk mannen geïnteresseerd raken. De interesse om naar Indië te gaan is ook nu overweldigend. Voor de een lonkt het avontuur en anderen vinden het hun plicht om zich aan te melden, maar gemotiveerd zijn ze allemaal. Niet zelden staat een verzetsgroep voor de deur waarvan leden zich gezamenlijk aanmelden. Inmiddels zijn er al bataljons samengesteld die voor korte tijd naar Engeland, Amerika of Australië gaan om een training te volgen en daarna naar Indië doorreizen.

Leden van verzetsgroepen en de Binnenlandse Strijdkrachten hebben hun krachten gebundeld en zijn na de oorlog bovengronds gaan werken. Ook onder hen is de animo groot om naar Indië te gaan. Leden van de BS uit het gebied Haarlem en omgeving (gewest XII) voeren sinds de bevrijding de volgende taken uit: Zij handhaven de orde in Kennemerland-Zuid, registreren opgepakte oorlogsmisdadigers en helpen met de werving van OVW’ers. Deze BS'ers zijn trouwens zelf als eersten bij dat wervingsbureau te vinden om zich aan te melden. Zij spraken tijdens de oorlog al af om naar Indië te gaan. 

Leden van de BS bewaken collaborateurs die in afwachting zijn om afgevoerd te worden

Zoals bij de meeste aanmeldingsbureaus ondervinden ze in Haarlem problemen bij het inschrijven van oorlogsvrijwilligers. Een veel voorkomend probleem is de leeftijd die door de regering is vastgesteld van 18 t/m 36 jaar. Van deze leeftijdsgrens mag niet worden afgeweken en jonge mannen onder de 21 jaar moeten toestemming van beide ouders hebben. Niet zelden komen mannen van een verzetsgroep zich gezamenlijk aanmelden, maar hebben geen rekening met de leeftijdsgrens gehouden, wel willen ze met zijn allen naar Indië en daarmee beginnen de problemen. In sommige gevallen wordt een lid dan oogluikend toegelaten en als dat niet het geval is dan zijn er altijd nog illegale manieren om de leeftijdsgrens te omzeilen. De leeftijd op een persoonsbewijs is vrij eenvoudig te vervalsen. Een volgend probleem is de gezondheid, veel mannen zien er vanwege de oorlogsjaren vermagerd en verzwakt uit, maar niemand wordt daarop afgekeurd, er wordt vanuit gegaan dat deze mannen weer snel aansterken.

In Haarlem hebben al snel 400 man zich aangemeld als OVW'er en dat aantal is op 28 juli '45 opgelopen tot 885 man. Het zijn oud-verzetsstrijders die bij de Binnenlandse Strijdkrachten dienstdoen in het gebied Kennemerland en omstreken. Het zijn deze mannen die het bataljon 2-4 R.I. moeten vormen. In het dagelijkse leven zal 2-4 R.I. al snel 'Het Kennemerbataljon' worden genoemd. In de loop van de komende maanden worden nog meer OVW'ers aan dit bataljon toegevoegd, maar die kunnen uit het hele land komen. Het is een bataljon met mannen die doorgaans weinig of geen gevechtservaring hebben, maar wel de juiste instelling. 

Huize ‘Sancta Maria’ (Noordwijkerhout)

Donderdag 31 mei 1945: Huize 'Sancta Maria' is een psychiatrische instelling voor vrouwen in Noordwijkerhout, die gemakshalve 'de Sancta' wordt genoemd. Vlak na de oorlog zijn er maar weinig patiënten en verzorgenden op 'de Sancta' en op de dag dat de eerste OVW'ers naar Noordwijkerhout zullen komen staan de meeste gebouwen leeg. 'De Sancta' is dus prima geschikt om een bataljon te huisvesten. Sinds kort zijn een administratieve- en foerageploeg op 'de Sancta' aanwezig om voorbereidingen te treffen voor de huisvesting van aspirant-militairen. De taken die beide administratieve ploegen moeten uitvoeren zijn het onderdak regelen voor alle nieuwkomers, er moet voldoende voedsel komen en de vraag naar kleding zoals uniformen en schoenen is zeker niet minder belangrijk. Er zal dus veel moeten gebeuren willen deze taken naar tevredenheid zijn uitgevoerd. Zo kort na de oorlog gaat dat ongetwijfeld voor problemen zorgen. Toch lukt het beide diensten om iedere dag opnieuw voldoende voedsel te regelen, maar kleding en schoeisel zijn een probleem dat niet snel is op te lossen.

Vrijdag 01 juni 1945: De eerste OVW'er die zich op 'de 'Sancta' meldt is Jaap Versélewel de Witt Hamer. Jaap zat bij de verzetsgroep Haarlemmermeer/Halfweg, die in de suikerfabriek te Halfweg werd opgericht. Voor de mannen uit deze verzetsgroep weet hij te regelen dat ze op 'de Sancta' bij elkaar blijven. Zij worden de 1e compagnie van het nieuwe bataljon en gaan op 'de Sancta' als kwartiermakers aan de slag. In de jaren van het bestaan zal de 1e compagnie 'de Bietenbak’ blijven heten, de plek waar het voor deze mannen begon. Ook wordt Jaap verteld dat andere compagnies snel zullen volgen en beetje bij beetje gebeurt dat ook. 

Huize 'Sancta-Maria’ is een psychiatrische instelling voor vrouwen in Noordwijkerhout en wordt kortweg 'de Sancta' genoemd

Ongezellig is het op 'de Sancta' niet. Er gaan verhalen rond over de gezellige tijd die militairen met de verpleegsters hebben. Vooral voor de jongsten zijn de verpleegsters buitengewoon vriendelijk. Deze jongens zijn nagenoeg allemaal voor het eerst van huis weg en ondervinden veel steun aan deze dames. De sfeer onderling is prima en de meeste nieuwelingen dragen burgerkleding en een armband van de B.S., kleding waar ze het voorlopig mee zullen moeten doen. Ondanks de enorme inspanning door de fouragedienst kan aan de vraag naar fatsoenlijke uniformen de komende tijd niet worden voldaan.

Voorzieningen om te trainen zijn er nauwelijks, de tijd wordt voornamelijk gevuld met exerceren, marcheren en schietoefeningen. De schietoefeningen worden in de duinen van Noordwijkerhout gehouden en zo af en toe wordt daar ook met handgranaten gegooid. Het gooien met handgranaten is een favoriete bezigheid van de soldaten. Deze handgranaten werden door de Duitsers achtergelaten, zodat het gooien ermee eigenlijk illegaal is. Dat doen de mannen dan ook stiekem in de duinen. Het laten ontploffen van de handgranaten is niet alleen leuk, het heeft ook wel eens nut, want soms ontploffen er Duitse landmijnen door. Na hun overgave moesten de Duitsers die mijnen zelf ruimen, maar dat deden ze niet secuur.

Een non en enkele patiënten zijn werkzaam voor de keuken

In de komende maanden zullen er trainingen plaatsvinden voor zowel aanvals- als verdedigingstechnieken. Echter, voor een effectieve training ontbreken twee belangrijke elementen: instructeurs en het benodigde trainingsmateriaal. In juni worden kaderleden naar een kaderopleidingsschool in Amsterdam gestuurd om te leren hoe zij leiding kunnen geven aan rekruten. Daarnaast zal hen kennis worden bijgebracht over de cultuur, religie en taal van Indië.

Tegelijkertijd zullen anderen deelnemen aan een stormschool in Bloemendaal, bekend als Huize Wildhoef. In de oorlogsjaren bivakkeerden de Duitsers op Huize Wildhoef, dat recentelijk is omgevormd tot een militair opleidingscentrum met een uitgebreide stormbaan. De training richt zich op het bestormen van verschillende objecten. Een van de meest geliefde oefeningen is het afdalen met een lang touw vanaf de derde verdieping van een gebouw, waarbij Koos Kortekaas van de 1e compagnie de leiding heeft. In de nabije toekomst zal deze stormbaan een belangrijke rol spelen voor duizenden OVW’ers die naar Indië vertrekken. Helaas is deze training voor sommige militairen te zwaar, waardoor zij vroegtijdig moeten afhaken.

Op deze foto zijn Jan Klaas de Graaf (links) en twee kameraden van de tweede compagnie werkzaam voor de keuken

Maandag 30 juli 1945: Op dit moment bestaat het nog op te richten Kennemerbataljon uit medisch goedgekeurde OVW'ers uit gewest XII die nog altijd onder bevel van de BS staan. Vandaag brengt Majoor Clutton, een Britse officier die is aangesteld als regionaal trainingsofficier voor de BS een bezoek aan 'de Sancta'. Hij is al meteen onder de indruk van de positieve stemming die onder de militairen heerst, ook de uitstraling, efficiëntie en militaire houding is uitstekend. In een officieel rapport noteert hij dat het tekort aan uniformen en schoenen een groot probleem is en dat de militairen, door gebrek aan beter, met Duitse handgranaten oefenen en daar Duitse landmijnen mee tot ontploffing brengen. Ook noteert hij dat sommige jongens op blote voeten rondlopen. Het opblazen van landmijnen met Duitse handgranaten beschouwt Majoor Clutton als een slechte voorbereiding op de komende tijd.

Het aantal wapens dat deze mannen ter beschikking staat, is teleurstellend. Hoewel ze met een aanzienlijk aantal buitgemaakte Duitse geweren, munitie en handgranaten oefenen, hebben ze slechts 10 Brens, 50 stenguns en 25 Lee-Enfields. Dit aantal is uiteraard veel te laag voor een volledig bataljon. Momenteel zijn er slechts vierhonderd aspirant-militairen op het terrein van de 'Sancta', en zelfs dan zijn 85 wapens veel te weinig. Het oefenen met Duitse geweren is ook niet nuttig; misschien biedt het tijdelijk enige waarde, maar op de lange termijn heeft het geen zin om vertrouwd te raken met deze wapens. De Engelse en Amerikaanse vuurwapens waarmee ze in de toekomst zullen schieten, zijn anders en vereisen een andere aanpak van onderhoud.

Vrijdag 17 augustus 1945: Vandaag kan een deel van de aspirant-militairen hun burgerkleding omruilen voor uniformen. Bij het omkleden ontdekken ze dat het gebruikte Engelse uniformen zijn, waarvan sommige exemplaren slijtage plekken hebben. Ondanks dat deze uniformen verre van ideaal zijn, bieden ze wel de gewenste uniformiteit. Het ondergoed blijft voorlopig een probleem, evenals de schoenen, aangezien alles boven maat negen momenteel niet op voorraad is. Uiteindelijk zal deze situatie aan het eind van de maand verbeteren en tegen november moet de uitrusting vrijwel compleet zijn.

Maandag 27 augustus 1945: Er zijn instructies uitgevaardigd voor de oprichting van een bataljon met de naam 2-4 RI, hoewel de officiële oprichting tot 17 september '45 op zich zal laten wachten. Het op te richten Kennemerbataljon bestaat op dit moment uit leden van de BS uit Haarlem (gewest12), Amsterdam (gewest 10), Noord-Holland (gewest 11), de Veluwe (gewest 6) en Utrecht (gewest 8). Je zou over een volwaardig bataljon kunnen spreken, maar er komen ook nog OVW'ers uit andere delen van het land naar 'de Sancta'. Bataljonscommandant wordt 1e Luitenant Chris van Kammen en 2e Luitenant E.H. Sydzes neemt de functie van plaatsvervanger op zich. Voor een juiste training komen speciaal opgeleide Engelse trainingsofficieren naar 'de Sancta'.

Mannen van de tweede compagnie poseren voor een gebouw op het terrein van 'de Sancta', waarbij een aantal van hen nog geen uniform heeft

Woensdag 12 september 1945: Vandaag meldt opnieuw een militair zich op 'de Sancta', namelijk Sergeant Piet Kramer. Over zijn eerste dag bij het bataljon schrijft hij het volgende: Mijn eerste indruk van mijn nieuwe verblijfplaats is positief. Na verschillende keren gevraagd te hebben bij welke compagnie ik word ingedeeld kom ik in gesprek met Luitenant Dieperink, een collega-cursist van het opleidingskamp in Schellingwoude. Na een kort gesprek stelt Lt. Dieperink mij voor aan Lt. K.J. Metz, de waarnemend compagniecommandant van de 3e compagnie, waarbij ik word ingedeeld. Mijn functie zal sectiecommandant van de 2e sectie van het eerste peloton zijn. Vervolgens stelt Lt. K.J. Metz mij voor aan de andere kaderleden, bij wie ik meteen een goede indruk krijg. Nadat ik me op mijn kamer heb geïnstalleerd moet ik naar een arts, die mijn hele lichaam op ongedierte controleert.

Donderdag 13 september 1945: Om 06.15 uur klinkt de reveille. Om goed wakker te worden doen sommige militairen een kwartier ochtendgymnastiek en na het ontbijt is er tot 11.45 uur dienst. Na het middageten wordt in de kantine een kerkdienst gehouden. Tijdens deze kerkdienst stelt de veldpredikant Ds. van der Windt zich voor aan de aanwezige militairen. Vanavond houdt de B.C., Lt. Chris van Kammen een toespraak. Hierbij vertelt hij dat degenen die geen volledig uniform hebben, zo spoedig mogelijk de rest kunnen verwachten, maar het belangrijkste nieuws bewaart hij tot het einde van zijn toespraak: Vanaf vandaag kan iedere militair die dat wenst er zestig sigaretten per week bijkopen. Dit nieuws wordt met een daverend applaus in ontvangst genomen.

Vrijdag 14 september 1945: Deze dag staat in het teken van de ontvangst van Majoor de Bijll Nachenius, BS-commandant van gewest XII. Al vroeg in de ochtend worden zaken in orde gemaakt voor zijn ontvangst en om 08.30 uur marcheert het bataljon naar het gebouw waar de B.C. zetelt. Als de militairen voor zijn gebouw staan opgesteld komt Luitenant Chris van Kammen naar buiten en begroet zijn mannen op militaire wijze. Om 09.30 uur arriveert Majoor de Bijll Nachenius op 'de Sancta'. Nadat de majoor op formele wijze is verwelkomd gaan de B.C. en Majoor de Bijll Nachenius het gebouw in, om enkele dringende kwesties te bespreken die zo snel mogelijk moeten worden opgelost. Majoor de Bijll Nachenius belooft snel met een oplossing te komen, waarna zijn bezoek aan 'de Sancta’ wordt afgesloten. Aangezien het na de ceremonie begint te regenen, worden de diensten voor de rest van de dag aangepast.

Vanavond geeft Sergeant Piet Kramer een lezing over het V-pakket aan zijn collega-sectiecommandanten. In zijn dagboek schrijft Piet dat het veterinaire pakket op diverse adressen verkrijgbaar is en enkel toegankelijk zijn voor militairen. Zijn collega-sectiecommandanten luisteren aandachtig en beschouwen de les als bijzonder leerzaam. Na afloop verzoeken ze hem om vaker dergelijke lessen te geven. Ter erkenning van zijn inzet wordt Sergeant Piet Kramer op de lijst voor bevorderingen geplaatst.

Na de les blijft er tijd over voor ontspanning, zodat Piet en zijn collega-sectiecommandanten besluiten naar het strand te gaan. Tijdens hun wandeling op het strand vinden ze een imitatielandmijn, die naar 'de Sancta' wordt meegenomen en als souvenir aan collega Lakeman wordt gegeven. Hierna wordt er nog wat nagepraat over vanavond en wordt het tijd om naar bed te gaan.

Het oefenen met vuurwapens in de duinen bij Noordwijkerhout

Zaterdag 15 september 1945: Vanochtend krijgt het kader van de 3e compagnie bezoek van de bataljonscommandant. De B.C. voert een test uit door hen enkele vragen te stellen over de verschillen van dienst bij het oude en het nieuwe leger. De test verloopt vlot en naar ieders tevredenheid. Sergeant Piet Kramer vermeldt in zijn dagboek dat hij na het bezoek van de B.C. naar Noordwijkerhout gaat om de stad te verkennen. Hij ziet daar veel, maar niet de dingen die hij graag wilde zien en keert onverrichter zake terug naar 'de Sancta'. Na het avondeten gaat hij met Soldaat Wijnand van Ooyen naar 'De Goeding’, waar ze het prima naar hun zin hebben. Ze wandelen nog wat rond en om middernacht zijn ze weer terug op 'de Sancta'.

Zondag 16 September 1945: Voor de militairen die dit weekend op 'de Sancta' verblijven klinkt om 06.00 uur de reveille. Na het nuttigen van het ontbijt wordt voor de rest van de dag de zondagdienst gehouden. Gelovigen gaan naar de kerk en de anderen gebruiken de ochtend zoals zij dat willen. Na het middageten doen de meesten eerst een tukkie en daarna is het tijd voor ontspanning. Na het avondeten gaat de een wandelen in de duinen, een ander vermaakt zich op het strand, maar de meeste militairen blijven op 'de Sancta' om de avond te vullen met een gezellig praatje, of om een potje te kaarten tot het tijd is om naar bed te gaan.

Maandag 17 september 1945: Vanaf vandaag is 2-4 RI officieel een bataljon. Inmiddels is een Engels trainingsteam op 'de Sancta' gearriveerd en is achter op het terrein een stormbaan aangelegd. Op de administratie wordt nog steeds enorm veel werk verzet. Een administrateur, schrijvers, foeriers en hulpfoeriers zijn verantwoordelijk voor dit werk. Zij werken van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat en niet zelden werken ze tot 01.00 uur in de nacht door en als het nodig is soms nog wel langer. Er zijn slechts twee onderbrekingen om te eten en als het heel laat wordt krijgen ze rond middernacht een extra broodmaaltijd in de eetzaal. Op de administratie moet zoveel werk verzet worden dat daar meer mensen nodig zijn.

Dinsdag 18 September 1945: Vandaag is een nieuwe militair bij Piet Kramer op de kamer gekomen, maar de meesten vinden hem al meteen een rare snuiter. Zijn naam is S. C. van der Made en komt zojuist bij ‘De Wildhoef’ in Bloemendaal vandaan. De eerste indruk over hem is al niet positief en naarmate de tijd verstrijkt wordt dat alleen maar erger. Uiteindelijk zal hij niet meegaan naar Indië.

Vanavond gaan Piet en enkele van zijn kameraden naar de revue, maar de voorstelling wordt niet als bijzonder ervaren. Na afloop besluiten Piet en Simon Noordeloos om nog even naar het dorp te lopen. Terwijl ze in het dorp rondwandelen zien ze een paar meisjes die de weg zoeken en helpen hen verder. Op de terugweg naar 'de Sancta' worden beide mannen overvallen door een hevige regenbui, hun kleding raakt al snel doorweekt, ondanks die regen ziet het uniform er bij thuiskomst nog fatsoenlijk uit.

Piet Heems (links) van de 1e compagnie, ofwel de Bietenbak, met de stengun in de duinen

Donderdag 20 september 1945: Voor overdag zijn er weinig bijzonderheden te melden, maar vanavond worden er enkele gevoelige kwesties besproken die niet allemaal in goede aarde vallen. Zo ook de teleurstellende mededeling dat degenen die niet eerder in militaire dienst hebben gezeten, maar wel een functie bekleden zonder officiële aanstelling, niet als zodanig worden uitbetaald worden. Dit leidt uiteraard tot de nodige reacties en commentaar.

Vrijdag 21 september 1945: Er zijn weer uniformen binnengekomen welke in etappes worden uitgedeeld. Waarschijnlijk zijn de mannen van de derde compagnie morgen aan de beurt. De mars die vandaag voor de derde compagnie is gepland gaat vanwege het slechte weer niet door. 

Zaterdag 22 september 1945: De derde compagnie heeft vandaag een parade gelopen die voor het eerst volledig naar wens werd uitgevoerd. Zoals verwacht krijgen de mannen van de derde compagnie vandaag hun uniform uitgereikt, waarmee zij zich achter het gebouw op de foto laten zetten.

Mannen van de derde compagnie poseren in uniform achter hun gebouw

Zondag 23 september 1945: Om 06.00 uur klinkt de reveille en om 07.30 uur is er appel. Omdat er in Noordwijkerhout geen Gereformeerde kerk is, zijn mannen als Piet Kramer genoodzaakt om een Hervormde kerk te bezoeken, waar dhr. Vink uit Katwijk de preek doet. Vanmiddag vertrekken diezelfde jongens naar Noordwijk, omdat daar wel een Gereformeerd kerk is. Hierdoor bezoeken ze twee keer op een dag de kerk.

Maandag 24 september 1945: Omdat vandaag veel militairen naar de fourier moeten, is het niet zinnig om volledige diensten te draaien. Deze dag wordt voor een groot deel besteed aan het halen en passen van kleding. Na het avondeten gaan een aantal militairen naar een variétévoorstelling in Noordwijkerhout. Ze amuseren zich prima en de voorstelling is vrij laat afgelopen. Hierdoor zijn ze om 24.00 uur pas terug op 'de Sancta'.

Dinsdag 25 september 1945: De ochtend verloopt met het uitvoeren van de gebruikelijke diensten. Het was de bedoeling dat de derde compagnie vanmiddag een stevige mars zou lopen, maar vanwege het slechte weer gaat dat niet door. Vanavond kunnen de militairen voor tien gulden aan nieuw geld in ontvangst nemen. Dit nieuwe geld is in omloop gebracht omdat vanaf morgen niet meer met het oude geld betaald kan worden. Minister Lieftinck heeft een geldzuivering ingevoerd, om het zwarte 'oorlogsgeld' onbruikbaar te maken. Het oude geld, dat op eerlijke wijze was verkregen, kon ingeleverd worden en vanaf morgen is alleen het nieuwe geld een wettig betaalmiddel.

Woensdag 26 september 1945: Vandaag worden er wapens uitgedeeld. Vanaf nu is eindelijk iedereen fatsoenlijk gewapend. Na het in ontvangstnemen van deze wapens moeten ze eerst flink onderhanden worden genomen, ze zijn dusdanig ingevet dat het een hele uitdaging wordt om ze fatsoenlijk schoon te krijgen.

Mannen van de 3e compagnie laten zich aan de achterzijde van hun verblijf fotograferen

Vrijdag 28 september 1945: Sinds gisteren is 1e Luitenant Korsten aangesteld als de nieuwe compagniescommandant van de derde compagnie. Vanaf vandaag verlopen de dagen veelal hetzelfde, het is een oefening hier en een mars daar, zo af en toe wordt er een parade gelopen en ga zo nog maar een poosje door. Ook de hindernisbaan achter 'de Sancta' wordt vaak gebruikt. Vandaag hebben de militairen een feestje, de kantine wordt geopend en dat vieren ze met een gezellige avond in diezelfde kantine.

Zaterdag 29 september 1945: Vanochtend wordt eerst een parade gehouden en daarna volgt een korte mars door Noordwijkerhout. Om 11.30 uur is het tijd om met verlof te gaan. Over de radio wordt bekend gemaakt dat de Engelsen op Java zijn aangekomen om de orde en rust te herstellen. Het is alweer meer dan een maand geleden dat de Japanners zich overgaven. Onze landgenoten die door hen gevangen werden genomen, zitten nog altijd in interneringskampen, omdat deze mensen buiten de kampen hun leven niet zeker zijn.

Donderdag 4 t/m zondag 7oktober 1945: Op donderdag 4 oktober gebeurt er overdag niets noemenswaardigs, maar die avond gaan veel militairen naar een toneelstuk met de naam 'De kinderen van Fatima’. Op vrijdag 5 oktober is er uitbetaling van wedde en dat komt voor veel militairen goed uit, vanavond is er een cabaretvoorstelling in de kantine en op zo'n avond wil je wel geld kunnen uitgeven aan een drankje. Voor degene die de komende twee dagen weekenddienst hebben zijn het saaie dagen, veel militairen zijn naar huis, zodat 'de Sancta' er enigszins verlaten uitziet.

Deze voormalig BS-leden uit Purmerend zijn inmiddels bij de 3e compagnie ingedeeld

Maandag 8 t/m vrijdag 12 oktober 1945: Op maandag 8 oktober worden de hele dag schietoefeningen gehouden, over het algemeen wordt op deze dag behoorlijk goed geschoten. Sinds de opening van de kantine staan er regelmatig gezellige avonden op het programma, toneelstukken en cabaretavonden zijn het meest gewild. Vanavond wordt het toneelstuk 'de Spooktrein' opgevoerd en ook dit keer zit de kantine bomvol. Op dinsdag 9 oktober wordt de eerste inenting tegen de Tyfus gegeven. De militairen ondervinden daar ook op 10 oktober geen noemenswaardige hinder van. Over donderdag 11 oktober zijn geen bijzonderheden te melden en op vrijdag 12 oktober worden de lange verbandaktes getekend, zodat deze OVW'er overal ter wereld ingezet kunnen worden.

Dinsdag 16 t/m donderdag 18 oktober 1945: Tijdens de afgelopen vier dagen zijn er geen bijzonderheden gebeurd. In de nacht van dinsdag 16 oktober naar woensdag 17 oktober heeft de derde compagnie een nachtoefening. Het is de eerste nachtoefening die de mannen uitvoeren, maar er moet nog wel het een en ander verbeteren wil zo'n oefening goed verlopen. Donderdag 18 oktober is een drukke dag voor het derde bataljon, het kader van dit bataljon demonstreert vanochtend, hoe een sectie in het veld de aanval moet openen. Na het middageten wordt een mars gelopen en bij thuiskomst krijgen ze te horen, dat het avondeten pas om 20.00 uur voor hen klaar staat.

Groepsfoto van het 1e peloton van de 1e compagnie ('de Bietenbak') tijdens een oefening in de duinen bij Noordwijkerhout 

Vrijdag 19 en zaterdag 20 oktober 1945: Op vrijdag 19 oktober krijgen de militairen hun tweede inenting. Omdat een deel van het bataljon morgen met inschepingsverlof gaat, moeten deze militairen hun spullen vanavond klaarzetten. Dat inschepingsverlof wordt verdeeld over twee periodes, zo gaat bij de derde compagnie een deel van 20 tot 29 oktober met verlof en het andere deel van 27 oktober tot 5 november. Op zaterdag 20 oktober verlaat waarnemend bataljonscommandant 2e Luitenant E.H. Sydzes het Kennemerbataljon, zodat die ochtend een parade wordt gehouden. De rest van de ochtend staat in het teken van het inschepingsverlof voor de eerste groep militairen.

Donderdag 1 en vrijdag 2 november 1945: Op donderdag 1 november is het Allerheiligen en dan hebben de militairen die katholiek zijn een vrije dag. Hierdoor heeft het weinig zin om met de rest diensten uit te voeren, zodat iedereen een vrije middag krijgt. Over vrijdag 2 november is niet zo heel veel te melden, alleen dat er ook op deze dag nieuwe OVW'ers naar 'de Sancta' komen. 

Door de bemiddeling van Klaas Sauer, is zijn tweelingbroer Frits aangemeld voor het Kennemerbataljon. Het handgeschreven aanmeldingsbriefje hieronder vermeldt, dat Soldaat Frits Sauer vanaf 2 november '45 deel uit maakt van de derde compagnie van 2-4 RI, ofwel 3-2-4 RI. Zijn legernummer is: 169787, maar dat legernummer zal op 12 december veranderen in 260204005. Het aanmeldingsbriefje is ondertekend door Sergeant C. (Cock) M. Hageman, die als administrateur voor de 3e compagnie werkt.

Het handgeschreven aanmeldingsbriefje waarmee Soldaat Frits Sauer bij 3-2-4 RI is ingedeeld

Woensdag 7 t/m zaterdag 10 november 1945: Over woensdag 7 november zijn weinig bijzonderheden te melden, maar er wordt die avond wel een cabaretvoorstelling in de kantine gegeven met medewerking van de 'Two Happy Days'. De dames van dit cabaretgezelschap weten er een gezellige avond van te maken. Op vrijdag 9 november wordt de derde inenting gegeven en op zaterdagochtend 10 november wordt de wekelijkse parade gehouden, maar die verloopt niet helemaal naar wens. Daarna is het tijd om weekendverlof te gaan vieren en zorgen de mannen dat ze zo snel mogelijk thuis komen.

Maandag 12 en dinsdag 13 november 1945: De mannen van de 3e compagnie hebben op maandagochtend 12 november een velddienst die goed verloopt en in de loop van de middag wordt alweer de vierde inenting gegeven, die dit keer tegen de pokken is. Sommige militairen worden daar dusdanig beroerd van, dat ze de komende twee dagen met koorts op bed liggen en dan duurt het ook nog enkele dagen voordat ze weer helemaal de ouden zijn. Na het avondeten geeft een wereldreiziger met de naam Lodi van Gent een lezing over de Belgische-Congo, waarbij hij interessante dia's laat zien. Over dinsdagochtend 13 november is niet zoveel bijzonders te melden, er wordt die middag wel geëxerceerd en 's nachts zouden de tweede en derde compagnie een nachtoefening hebben, maar vanwege het slechte weer wordt die oefening afgelast.

Woensdag 14 november 1945: Vandaag verlopen de diensten zoals gewoonlijk. Een aantal militairen zijn vanochtend richting Haarlem vertrokken om gekeurd te worden. Ondanks dat sommige van hen door die prik tegen de pokken op hun benen staan te trillen, wordt iedereen wel goedgekeurd. Met name de militairen die niet eerder tegen de pokken zijn ingeënt voelen zich nog heel beroerd. Vanavond gaan de tweede en derde compagnie alsnog op pad om de eerder afgeblazen nachtoefening uit te voeren.

Tijdens een oefening in de duinen wordt een achtergebleven legertruck van de Amerikanen gebruikt

Donderdag 15 november 1945: Vandaag is de derde compagnie de hele ochtend op de hindernisbaan te vinden en de middag wordt gevuld met theorielessen. Vanavond gaan enkele militairen van de derde compagnie in Noordwijkerhout naar de revue met de naam ‘Het wordt wel beter’.

Vrijdag 16 november 1945: Ook vandaag gaan militairen naar Haarlem voor een keuring. Dit keer zijn dat Piet Kramer en enkele kameraden van zijn compagnie, maar de reis naar Haarlem zal hen een onverwachte vrije dag opleveren. Zij moeten naar Haarlem omdat hun keuringspapieren zoek zijn geraakt. Wanneer de militairen zich bij dat keuringsbureau melden, wordt hun verteld dat ze bij het keuringsbureau van niets weten, zodat ze worden weggestuurd. Piet en zijn kameraden besluiten er dan maar een gezellige dag van te maken. In Haarlem gaan ze eerst bij de ouders van Ben Meijer een kop koffie drinken en daarna gaan ze met de trein naar Amsterdam. In Amsterdam gaan ze bij de NAAFI-kantine wat eten en daarna lopen ze naar een bioscoop waar de film ‘Het Paradijs Der Engelen’ draait. Als de film is afgelopen gaan ze meteen naar een andere bioscoop waar de film ‘Vooruit Met De Geit’ draait. Na afloop van de film gaan ze weer bij diezelfde NAAFI-kantine eten en om 20.30 uur nemen ze de trein die hen naar Haarlem brengt. Vanaf de CADI in Haarlem kunnen ze met een legerauto meerijden naar Sassenheim en vandaar moeten ze naar Noordwijkerhout lopen. Ze zijn uiteindelijk om 24.00 uur op 'de Sancta' terug. Door hun uitstapje hebben ze wel een gezellig feestje gemist. Major Thomas van het Engelse trainingsteam keert terug naar Engeland, zodat voor hem een feestavond in de kantine werd georganiseerd.

Zaterdag 17 november 1945: De zaterdagochtend staat in het teken van een bezoek van Prins Bernhard aan het Kennemerbataljon. Met oog op zijn bezoek is de reveille een uur eerder dan normaal. Zo hebben de mannen voldoende tijd om zich op de parade voor te bereiden. Om 09.00 uur staat iedereen aangetreden. Ze hoeven niet lang op Prins Bernhard te wachten, want die arriveert keurig op tijd. Nadat de prins zijn inspectie heeft voltooid volgt een kort gesprek met de leiding en daarna wordt de parade op plechtige wijze afgesloten. Na afloop is er appel voor het hele bataljon. De bataljonscommandant maakt tijdens het appel het een en ander bekend over het aanstaande vertrek naar Engeland en hij sluit zijn toespraak af met de mededeling, dat iedereen vanaf nu tot komende maandag 12.00 uur met verlof kan. Deze mededeling wordt met veel enthousiasme ontvangen. Na het appel maakt iedereen zich zo snel mogelijk klaar om naar huis te vertrekken. Om 12.15 uur verlaten de eerste militairen 'de Sancta'.

Ter ere van het bezoek van Prins Bernhard aan het Kennemerbataljon is er een defilé

Het in september '45 opgerichte inspectieteam van KNIL-officieren, onder leiding van Majoor M. van den Heuvel, heeft de opdracht gekregen om een rapport op te stellen over de vorderingen van de Lichte Infanterie Bataljons (L.I.B.) voordat zij naar Nederlands-Indië vertrekken. Wat de gang van zaken bij 2-4 RI betreft heeft Majoor M. van den Heuvel de volgende bevindingen vastgesteld:

a. De basis van 2-4 RI wordt gevormd door oud-BS-leden. Omdat een aantal mensen medisch zijn afgekeurd of geen ouderlijke toestemming kregen is er een tekort van 250 man. Ter aanvulling zijn OVW'ers ingeschakeld die niet tot de BS behoorden. Vrijwel al deze OVW'ers zijn oud-militairen van vóór 1940. Aanvankelijk werden de oud-militairen met terughoudendheid ontvangen, maar vanwege hun positieve houding al snel geaccepteerd.

b. Slechts 18 van de 707 militairen heeft tropenervaring. Lezingen georganiseerd door het Koloniaal Museum trekken veel belangstelling. Ook zijn er Maleise leerboeken uitgedeeld. Ondanks de interesse voor de lezingen is er maar weinig tropenervaring en dat zou tot problemen kunnen leiden. 

c. Een ander probleem is het militaire gezag. Er is nog onvoldoende begrip, dat elke order, hoe onbelangrijk deze ook mag overkomen, de militair heilig moet zijn. Leden die uit de illegaliteit komen, gebruiken vaak nog hun oude naam en het respect voor hun meerderen laat te wensen over. De leiding zou dat gedrag eenvoudig kunnen corrigeren.

d. Wat de uitrusting betreft, meldt hij dat de bovenkleding compleet is, maar in slechte staat. Dit betreft Engelse uniformen die deels versleten zijn. De onderkleding is nog altijd ontoereikend. Bovendien is er een probleem met de schoenen; maten boven negen zijn nog niet op voorraad.

e. De geoefendheid varieert. Ongeveer 450 man heeft voldoende schietvaardigheid. Er is kennelijk flink geoefend. Op de bataljonscommandant en zijn korps valt niets aan te merken. Hun tactische en technische vaardigheden moeten nog wel verbeteren, maar het overwicht op de soldaten is prima  

f. De eindconclusie is dat dit bataljon geschikt is voor bewakingsopdrachten en eenvoudige gevechtstaken, bv. verdediging van bepaalde objecten, maar dat aan tactische vaardigheid nog het een en ander verbetert moet worden. Veel tijd om daar nog iets aan te doen is er niet meer.

Maandag 19 November 1945: Het weekend is voorbij, zodat 'de Sancta' in de loop van de ochtend langzaam volstroomt met militairen. Vanmiddag is er hoog bezoek van Kolonel C. Tonnet die namens de Koninklijke Landmacht afscheid komt nemen van het Kennemerbataljon. De kolonel heeft ook bij het verzet gezeten en was sinds januari '45 tot het eind van de oorlog betrokken bij de BS in de Achterhoek. De rest van de dag verloopt zonder noemenswaardige gebeurtenissen.

Donderdag 22 november 1945: Vanochtend moeten er voorbereidingen worden getroffen voor de parade en mars die ze vanmiddag in Haarlem houden. De reden is het vertrek van het Kennemerbataljon naar Engeland. Om 12.00 uur rijden ze met trucks naar het centrum van Haarlem. Zowel de mars als parade verlopen goed en er staan veel belangstellenden langs de route. Om 17.00 uur rijden ze terug naar Noordwijkerhout.

  Parade ter afscheid van het Kennemerbataljon naar Indië Haarlem

Omdat het Kennemerbataljon binnenkort vertrekt wordt in Haarlem een parade gehouden

Vrijdag 23 november 1945: De diensten verlopen zoals gewoonlijk, de mannen van de derde compagnie trainen vanochtend op de hindernisbaan en vanmiddag gaan ze oefenen met handgranaten, niet met oefengranaten, maar met granaten die op scherp staan. Het vertrek naar Engeland staat inmiddels gepland voor 30 november. Dat is al over een week en zorgt voor een enthousiaste stemming onder de mannen.

Zaterdag 24 november 1945: Voor de komende dagen is een sportmarathon georganiseerd en vandaag staan de eerste voetbalwedstrijden op het programma. De derde compagnie wint vanochtend met 5-0 van de stafcompagnie, maar vanmiddag hebben deze mannen minder geluk, dit keer verliezen ze met 4-1 van de tweede compagnie. Aanstaande dinsdag worden de finalewedstrijden gespeeld. Voor dit weekend zijn er geen weekendverloven en de mannen moeten binnen de gemeente Noordwijkerhout blijven. Omdat de mannen binnenkort naar Engeland vertrekken wordt vanavond de laatste cabaretvoorstelling gegeven, de kantine zit helemaal vol en het is erg gezellig.

Zondag 25 November 1945: Na de gebruikelijke zondagochtend-rituelen, zoals naar de kerk gaan, is er tijd voor ontspanning. Sommige militairen hebben hun vriendin of vrouw op bezoek en laten hen hun kamer zien en maken een wandeling over het terrein van 'de Sancta'. Voor vanmiddag staat er een veldloop gepland. Deze veldloop is een onderdeel van de sportmarathon en wordt op het sportterrein gehouden. De mannen van de derde compagnie doen het vandaag bijzonder goed, dankzij Piet Kramer, die als derde van zijn compagnie over de eindstreep komt, wint zijn team de eerste prijs.

Een onbekend peloton van de 4e compagnie

Maandag 26 november 1945: De meeste diensten worden niet meer uitgeoefend en dat is maar goed ook, de mannen kunnen die tijd beter besteden met het klaarzetten van spullen voor het vertrek. De nieuwelingen die sinds enkele dagen op 'de Sancta' verblijven worden flink gedrild, ze moeten zo snel mogelijk op hetzelfde niveau komen als de rest van het bataljon.

Dinsdag 27 en woensdag 28 november 1945: Vandaag zijn de laatste wedstrijden van de voetbalmarathon. De wedstrijd om de eerste en tweede plaats wordt gestreden tussen de eerste en de tweede compagnie, de tweede compagnie wint deze wedstrijd met 4-3 en mag zich kampioen noemen. De derde en vierde compagnie strijden voor de derde prijs, de vierde compagnie wint met 1-0 en gaat met de eer strijken. Voor woensdag 28 november zijn er geen belangrijke dingen te melden.

Donderdag 29 november 1945: Omdat om 11.00 uur een paar officieren worden beëdigd moet het bataljon om 08.45 uur een proefparade lopen. Deze oefening verloopt naar behoren, zodat de mannen met een gerust hart kunnen aantreden. Tijdens de beëdiging slaat de bataljonscommandant 1e Luitenant Chris van Kammen de rang van kapitein over en wordt majoor. Dat is hem van harte gegund, want het is een prima kerel. Hierna volgen nog een paar beëdigingen en kan de parade worden afgesloten.

De rest van de dag verloopt vrij rustig, na het middageten wordt in de kantine een film gedraaid en vanavond moeten ze hun spullen inpakken voor het vertrek van morgen. De laatste avond op 'de Sancta' wordt afgesloten met een preek van de dominee en de pater. Dat zijn prachtkerels die beiden in de rang van kapitein meegaan naar Indië. 

Het vertrek naar Oostende

Vrijdag 30 november 1945: Nadat het vertrek diverse keren werd uitgesteld gaat het Kennemerbataljon vandaag dan toch eindelijk weg. Omdat alle spullen al klaar staan en het bataljon halverwege de middag pas vertrekt mogen de militairen tot 09.00 uur uitslapen. Na het ontbijt wordt een aantal van hen aangewezen om te helpen met het klaarzetten van alle lunchpakketten, een klus die de hele ochtend in beslag neemt. De rest van de dag is het wachten tot het sein van vertrek wordt gegeven.

  

Onder toeziend oog van Lt. H.A. Meijlink lopen de mannen met hun zware last over de schouders naar de gereedstaande trucks

Om 15.00 uur is het dan zover, de mannen moeten aantreden voor vertrek. Verdeeld ov er een paar ritten worden de militairen met legertrucks naar het station van Leiden gebracht. Om 18.00 uur zijn ook de laatsten op het station gearriveerd en is het bataljon compleet. Om 18.30 uur komt de trein het station binnengereden en om 18.45 uur mogen de mannen instappen. Als om 20.45 uur alles en iedereen een plek in de wagons heeft gevonden, komt de trein met horten en stoten in beweging. Van hogerhand uit werd het afgeraden om de militairen te komen uitzwaaien, toch zijn er familieleden en vrienden op het station te vinden die dat wel doen.

 

Op het perron van het station in Leiden wachten de militairen om de trein in te mogen

De mannen zijn blij dat de reis is begonnen, maar gezien de staat waarin de wagons verkeren is de blijdschap al snel voorbij. Er zijn geen voldoende zitplaatsen, zodat niet iedereen kan zitten. Een paar militairen zoeken hun heil in een bagagerek om niet te hoeven staan en anderen zitten noodgedwongen op de vloer. De wagons zien er sterk verouderd uit, ze hebben simpele houten banken zonder kussens, sommige ramen zijn kapot of het raam ontbreekt en als ze geluk hebben is er een triplexplaatje voor dat gat geplaatst, maar de gure novemberwind heeft doorgaans vrij spel in de wagons. De verlichting is stuk en de mannen hebben het gevoel dat ze als vee worden vervoerd.

Tijdens de eerste kilometers gaat het er gemoedelijk aan toe, de militairen zingen krijgsliederen en lachen veel, maar die vrolijkheid is van korte duur. Verkleumd tot op het bot doen de mannen hun uiterste best om een zo prettig mogelijke reis te hebben. Door de oorlog verkeerd het spoorwegennet in barslechte staat, de trein moet een flinke omweg maken willen de mannen de haven van Oostende bereiken. De rit verloopt als volgt: Vanuit Leiden rijden ze via Haarlem naar Amsterdam en vandaar gaan ze over Utrecht naar Geldermalsen, om vervolgens naar Nijmegen te rijden, vanuit Nijmegen gaat de reis over 's-Hertogenbosch naar Breda en dan naar Roosendaal. De mannen rijden nog altijd in Nederland en een grotere omweg kunnen ze zich niet voorstellen. Deze gigantische omweg moet ongetwijfeld ook met kapotgeschoten spoorbruggen te maken hebben. Omdat het vannacht helder is zijn de vernielde Waalbrug en de verwoestingen in Nijmegen goed zichtbaar.

De reis begon al vrij snel met problemen. Omdat tussen Haarlem en Amsterdam de koppeling van een wagon afbrak, kwam het achterste deel van de trein tot stilstand, De machinist heeft daar niets van gemerkt en reed met het voorste deel naar Amsterdam. Het kapotte treinstel werd na een half uur naar Haarlem gesleept voor een reparatie en het voorste deel moest naar Haarlem terugrijden. Toen de trein gerepareerd en wel in Amsterdam aankwam moesten de mannen overstappen en om 00.30 uur werd de reis voortgezet. Door dat oponthoud en de hopeloze organisatie bij de Nederlandse Spoorwegen hebben de mannen drie uur vertraging opgelopen. 

België (Oostende)

Zaterdag 1 december 1945: Vanochtend om 07.45 uur wordt dan eindelijk de grens met België bereikt. Vanaf de grens gaat de reis over Antwerpen naar Gent en Brugge en 's middags om 12.30 uur wordt de haven van Oostende bereikt. Ook in België zijn de nodige verwoestingen te zien. In Antwerpen liggen hele wijken in puin, veroorzaakt door de Duitse V1 en V2, ook wel vliegende bommen genoemd. Buiten de stad zijn eveneens kraters van die vliegende bommen te zien. In Oostende is het niet veel beter, ook daar ligt het een en ander in puin. In de haven staat een enorme bunker die de Duitsers voor hun duikboten gebruikten, diezelfde bunker ziet er momenteel uit als een ingestort kaartenhuis. Zelfs de vier meter dikke kademuur bij die bunker zit vol met kraters. De Engelsen zijn hier flink tekeer gegaan met hun bommenwerpers. Het is wel vreemd om in de haven van Oostende nog steeds moffen als krijgsgevangenen aan het werk te zien.

Het station van Oostende met links op de treeplank Lt. P.F. Boon (5e cie.) en in de deuropening Lt. Herman Dieperink 

De oversteek met het s.s. "Prinses Astrid"

  

Het s.s. "Prinses Astrid" ligt aan de kade en tijdens het embarkeren loopt Lt. Herman Dieperink (rechts met pukkel) ofwel 'Manus de Kabouter' over de kade

Vanaf nu verloopt de reis voorspoedig. Als de mannen op de kade arriveren ligt het s.s. "Prinses Astrid" al onder stoom. Ze mogen meteen aan boord en met een uur, het is dan 13.30 uur, vertrekt het schip. Aan boord kunnen ze eindelijk uitrusten van de vermoeiende treinreis. De oversteek naar Engeland is niet echt spannend, het zicht is slecht, maar de zee is kalm, zodat slechts enkele militairen last van zeeziekte hebben. Om 14.00 uur worden de lunchpakketten uitgedeeld, die overigens prima smaken. Aan boord zijn ook een aantal leden van de Royal Air Force die onderweg naar huis zijn. 

Bij het wegvaren uit de haven van Oostende

  

Op de Noordzee zijn nog niet alle zeemijnen geruimd, zodat op het sloependek een sloepenrol wordt gehouden, waarbij een zwemvest dragen verplicht is

Als om 17.00 uur de Engelse kust in zicht komt staat al snel de reling vol met nieuwsgierige militairen. De kust bij Dover ziet er totaal anders uit dan de mannen in Holland gewend zijn. Hier zijn langs de kust witte krijtrotsen te zien, die met gemak tientallen meters boven de zee uitsteken. Boven op die krijtrotsen staan huizen met rode daken die er heel nietig uitzien op zo'n hoogte. Iets verderop zijn geen rotsen, daar is het landschap groen met daarop enkele grote kastelen en een molen.

Niet ver van Dover vandaan wordt dit schip gepasseerd

De kust bij Dover ziet er indrukwekkend uit, vooral wanneer het donker is en alle lichten brandden. Om 17.30 uur vaart het s.s. "Prinses Astrid" de haven van Dover binnen en om 17.45 uur ligt het schip aangemeerd. Het verschil qua temperatuur met Nederland is goed te merken. In Nederland en België was het heel koud, het vroor zelfs een beetje en nu ze in Engeland zijn voelt de temperatuur best wel zacht aan. Nadat de mannen iets te eten hebben gekregen worden ze naar het station gedirigeerd, waar ze om 21.30 uur Engelse tijd op de trein stappen. Deze trein is niet te vergelijken met het barrel waarmee ze uit Leiden vertrokken, deze treincoupés zien er heel comfortabel uit, de banken zijn luxueus bekleed en de kussens heerlijk zacht. Als de mannen daar zin in hebben kunnen ze een heerlijk tukje op deze banken doen. Het is wel jammer dat het vanavond zo donker is, want tijdens de rit is er van het landschap maar weinig te zien. 

Een viertal officieren plegen overleg op het station met uiterst links Lt. Herman Dieperink 

Engeland (Easthampstead Park-Camp)

Zondag 2 december 1945: Als om 02.00 uur de trein met horten en stoten tot stilstand komt is iedereen meteen wakker. De reis heeft vier en een half uur geduurd en een groot deel van de rit reden ze door de buitenwijken van Londen. De mannen hebben niet meteen door waar ze zijn, maar al vrij snel zien ze Crownthorne op het naambord van het perron staan. De reis met deze buitengewoon comfortabele trein is ten einde, de mannen verlaten het station en de reis gaat te voet verder. De bepakking wordt in trucks geladen, zodat die niet meegesjouwd hoeft te worden. Na een wandeling van ongeveer vier kilometer bereiken ze in het holst van de nacht een militairkamp met de naam Easthampstead Park-Camp.

Op het tijdstip dat het Kennemerbataljon het kamp binnenwandelt is er maar weinig te zien, er zijn een aantal van die typische halfronde nissenhutten te zien en dat is zo'n beetje alles. Na wat te hebben gegeten worden de militairen met zestien man over de beschikbare nissenhutten verdeeld. Bij iedere compagnie krijgen de mannen zes van die nissenhutten tot hun beschikking, die in groepjes van drie tegenover elkaar staan. Deze hutten zijn gebouwd met dubbelwandige plaatijzeren golfplaten en hebben een oppervlakte van ongeveer twaalf bij zes meter. De zestien bedden die in de nissenhutten staan zien er goed uit. Zoals ook bij de nissenhutten het geval is staan de bedden in groepjes van drie tegenover elkaar en zijn voorzien van springveren matrassen. Zonder al te lang in hun nieuwe verblijf rond te hebben gekeken zoeken de mannen hun bed op en dat is goed te begrijpen, het is inmiddels 04.00 uur in de vroege ochtend en dan wordt het wel een keer tijd om te slapen.

De nissenhutten staan in groepjes van drie tegenover elkaar en iedere compagnie heeft zes van deze hutten tot haar beschikking

Moe van het vele en lange reizen vallen de meeste mannen al snel in slaap. Om 10.00 uur worden de eersten wakker en om 11.00 uur worden ook de doorslapers gewekt. Dat moet ook wel want het is de hoogste tijd om te ontbijten. Voor vandaag zijn er geen diensten, zodat de rest van de dag besteed kan worden met het verkennen van het kamp en de omgeving. Het is een groot kamp, waarop al veel Engelse militairen hen zijn voor geweest en het ligt zo'n twintig minuten lopen van Wokingham vandaan. Niet ver van het kamp vandaan staat een kostschool die volgens zeggen de grootste van Engeland is, het hoofdgebouw is een prachtig mooi kasteel dat uit de 17e eeuw stamt.

Voor zestien man zijn de nissenhutten groot genoeg om er fatsoenlijk in te leven en de mannen hopen dat ze het hier de komende periode naar hun zin zullen hebben. Het eten wat ze tot nu toe kregen is wel wat karig, hopelijk wordt dat straks beter en als dat niet het geval mocht zijn, dan kunnen de mannen in de kantine van alles kopen om hun honger te stillen. De prijzen in de kantine zijn redelijk laag, ze kunnen daar zoveel cake en koffie kopen als ze maar willen. Daar is natuurlijk wel geld voor nodig en dat ontbreekt er wel eens aan. Omdat de kolen schaars zijn mogen de kachels in de nissenhutten pas om 17.00 uur aan. Dat valt niet altijd mee, want ook in Engeland kan het heel koud zijn. 

De natuur buiten het Easthampstead Park-Camp is schitterend en fijn om een wandeling in te maken

Maandag 3 december 1945: Op maandag 3 december loopt nog lang niet alles op rolletjes en wordt er ook op deze dag rustig aan gedaan. De militairen moeten wel een medische controle ondergaan en langs de tandarts en als dat achter de rug is moeten de wapens ingeleverd worden. De avond besteden veel mannen door een bezoekje aan het plaatsje Bracknell te brengen en dat is zo'n beetje het belangrijkste wat er over deze dag valt te melden.

Dinsdag 4 december 1945: Vandaag wordt een deel van de soldij uitbetaald, voor de gewone soldaat zijn dat vijf Engelse ponden. In Nederland werden de mannen voor drieënvijftig gulden op hun soldij gekort en nu kunnen ze daar dankbaar gebruik van maken. Na de uitbetaling van die Engelse ponden zoeken veel mannen de kantine op en worden daar sigaretten met honderden tegelijk ingeslagen. Doorgaans wordt het soldij wekelijks uitgekeerd en het meeste geld verdwijnt naar de kantine, of ze trekken eropuit om te winkelen en een bioscoop te bezoeken. De omgeving buiten het kamp ziet er schitterend en heerlijk rustig uit. Ze krijgen hier veel vrije tijd en als ze een stad willen bezoeken worden ze voor dertig cent met een speciale bus naar Wokingham gebracht. Vanavond wordt in de kantine sinterklaasavond gevierd, ondanks dat dit een dag te vroeg is vermaken de mannen zich prima.

Mannen van de stafcompagnie (3-2-4 RI) op Easthampstead Park-Camp  

Woensdag 5 december 1945: Vandaag worden de gasmaskers in ontvangst genomen en voor de rest zijn er op het gebied van diensten geen bijzonderheden te melden. Door de vele vrije tijd die de mannen hier krijgen bestaat hun dagelijkse leven vaak uit het bezoeken van de een of andere stad. Zo gaan vandaag mannen naar de plaats Reading. Ze worden met de speciale bus naar Wokingham gebracht en vandaar gaan ze met zo'n typisch Engelse dubbeldekker naar Reading. Ze zouden in Wokingham ook de trein kunnen nemen die hen in 25 tot 30 minuten naar het centrum van Reading had gebracht, maar een bustocht leek hen leuker.

Omdat enkele militairen willen dansen gaan ze vanavond naar Bracknell en het valt hen meteen op dat de Engelse meisjes zich iets te overdreven opmaken. Dat schijnt in Engeland normaal te zijn, maar deze militairen moeten daar wel aan wennen. Vrouwen lopen hier over straat met een brandende sigaret in hun mond en als ze een winkel in moeten houden zij hun smeulende peuk gewoon in hun mond, iets wat je in Nederland nooit zal zien. Om 18.00 uur gaat de straatverlichting uit en de verlichting van alle etalages branden dan ook niet meer. Hierdoor ziet Bracknell er sober en verlaten uit, maar de militairen vermaken zich uitstekend in de danssalon. Een ding is zeker, sinds de mannen in Engeland zijn vermaken ze zich prima. Het is wel jammer dat de prijzen in Engeland schrikbarend hoog zijn. Een gewone soldaat kan hier niet veel kopen en als hij dat wel doet, dan is zijn geld heel snel op. Afijn, zo komen ze er wel achter wat de waarde van een Engelse pond is. 

Met de hartelijke groeten uit Bracknell, ansichtkaart verzonden door Cor Schermer van de 4e compagnie

Donderdag 6 december 1945: Voor vandaag zijn er niet zo heel veel bijzonderheden te melden. De Nederlandse regering heeft dit kamp momenteel in gebruik voor onze militairen die op doorreis zijn naar Nederlands-Indië. Zo'n groot kamp huren zal de Nederlandse staat ongetwijfeld heel veel geld kosten. Vanavond gaan een paar mannen van de derde compagnie een bezoekje aan Reading brengen en daarna is ook deze dag voorbij. 

Vrijdag 7 december 1945: Vanochtend om 09.00 uur gaat het hele bataljon een mars lopen. Dit keer hoeven de mannen geen bepakking mee te zeulen, zodat de tocht er heel ontspannen aan toegaat. Ondanks dat het vannacht heeft gevroren is de temperatuur vanochtend uitstekend, met de zon aan de hemel ondervinden de mannen geen enkele hinder van de kou. Om exact 12.00 uur is het voltallige bataljon terug in het kamp.

Vanmiddag zijn er geen diensten, zodat de mannen kunnen doen waar ze zin in hebben. Cor Groot van de derde compagnie besluit om alleen naar Bracknell te wandelen. Dit stadje heeft hij nog niet bij daglicht gezien en daar is hij wel nieuwsgierig naar. Hij gaat alleen op pad omdat hij alles op zijn gemak wil bekijken. Onderweg volgt hij het spoor van een tram dat door een bos naar Bracknell loopt. In het dichtbegroeide bos ziet hij een aantal van die typisch gevlekte Engelse varkens rondscharrelen. Als Cor richting het centrum van Bracknell wandelt ziet hij hoe weelderig het stadje er uitziet en dat de etalages van de winkels er bijzonder fraai uitzien. Nadat hij een poosje door het centrum heeft gewandeld komt hij een paar mannen van de derde compagnie tegen, ze besluiten om gezamenlijk via dezelfde route naar het kamp terug te wandelen. 

Zaterdag 8 december 1945: Vandaag worden eerst de barakken schoongemaakt en daarna zijn de mannen voor de rest van de dag vrij. Een aantal van hen besluiten om naar Londen te gaan. Van Bracknell naar Londen duurt een reis met de trein anderhalf uur en bij Waterloo-Station stappen de mannen op de ondergrondse naar Piccadilly Circus. Tijdens een uitvoerige wandeling door het centrum valt al meteen op dat er zoveel militairen van verschillende nationaliteiten rondlopen. Dat zijn Nieuw-Zeelanders, Russen, Canadezen, Amerikanen, Noren, Denen, Polen en ga zo nog maar een poosje door. Er lopen ook donkergetinte militairen tussen met een vliegenierspak, maar uit welk land die komen is niet duidelijk. Londen is sowieso een stad waar mensen naartoe gaan die waar ook ter wereld vandaan komen. Je ziet hier ook vrouwen en meisjes in een uniform lopen. Londen is een interessante stad met ontzettend veel bezienswaardigheden. Toch zijn onze mannen om 22.30 uur weer in het kamp terug. Ze hoeven pas om 23.00 uur terug te zijn en zijn dus ruimschoots op tijd.

  Op zaterdagochtend moeten eerst de nissenhutten schoongemaakt worden en daarna zijn de mannen vrij

Anderen zijn vandaag naar Reading geweest. Met de speciale bus worden zij naar Wokingham gebracht en vandaar nemen ze de trein die hen in minder dan een half uur naar het centrum van Reading brengt. Reading is veel groter dan Bracknell en onze militairen hebben het daar prima naar hun zin. Ze hebben eerst lekker gegeten en een bioscoop bezocht. Aan het begin van de avond ontmoeten de mannen enkele militairen van de R.A.F, waarmee ze de rest van de avond optrekken. Ze gaan naar een pub, drinken een biertje en praten in gebrekkig Engels met hen. Het is bijzonder gezellig en wanneer de mannen beseffen dat ze naar het kamp terug moeten is het te laat voor de trein. Omdat de mannen niet al te laat op het kamp terug willen zijn besluiten ze een taxi te nemen. Om 23.30 uur stopt deze bij het kamp en dat is een half uur te laat. 

Zondag 9 december 1945: Op zondag is hier nooit veel te beleven, maar na het bezoek aan de kerk in Easthampstead is een mooie wandeling door de omgeving maken natuurlijk ook heerlijk. De varkens die ze hier houden zijn allemaal zwart met wit gekleurd, ook zijn hier veel bomen met tamme kastanjes te vinden waarin tientallen grijze eekhoorntjes aan het rondspringen zijn.

Deze kerk in Easthampstead wordt door diverse mannen van 2-4RI bezocht

Maandag 10 december 1945: Vanaf vandaag hebben de mannen van de derde compagnie corveedienst, dat houdt in dat deze mannen vier dagen achtereen alle corvee- en wachtdiensten moeten doen. Dat zijn zoveel taken dat niemand zich hoeft te vervelen, alleen in de keuken zijn al twaalf corveeërs nodig voor de meest simpele klusjes. Voor de overige companies staat de dag in het teken van voetbalwedstrijden. Omdat 1-4 RI vandaag op Easthampstead Park-Camp arriveert is het een drukte van belang. Dit bataljon is in Voorschoten gevormd met leden van de B.S. uit de regio Zuid-Holland, met hoofdzakelijk Hagenezen. Net als 2-4 RI gaat ook dit bataljon naar Ned. Indië. 

Op de voorgrond zijn enkele fouragetenten van Easthampstead Park-Camp te zien

Dinsdag 11 december 1945: Voor vandaag zijn er maar weinig bijzonderheden te melden. Vanmiddag gaan een aantal mannen naar Bracknell om inkopen te doen en de avond wordt binnen het kamp doorgebracht.

Woensdag 12 december 1945: Voor vanochtend zijn er geen bijzonderheden te melden en vanmiddag moeten de mannen hun wapens schoonmaken en dat is alles wat de diensten betreft. Als de leiding in de gaten heeft dat bij de derde compagnie de kachels in vijf nissenhutten al om 16.30 uur branden, moeten deze voor straf ingeleverd worden. Ondanks dat de militairen hiertegen protesteren trekken zij aan het kortste eind en moeten ze de rest van de dag in de kou zitten. Vanaf 12 december hebben de militairen een nieuw legernummer. Dat nummer begint met de laatste twee cijfers van het geboortejaar van een militair, daarna zijn geboortemaand, dan zijn geboortedag en het nieuwe legernummer eindigt met drie cijfers dat aan de militair is gekoppeld.

Voor vanavond staan diverse bokswedstrijden op het programma. Het entreegeld is één penning en de opbrengst van deze avond gaat naar de winnaar. De titelstrijd gaat tussen Frits Sauer en Henk Hilverink, die beiden van de derde compagnie zijn. Het laaiend enthousiaste publiek weet de beide boksers flink op te zwepen. Als Frits Sauer in de eerste ronde enkele rake klappen weet uit te delen ziet Henk Hilverink het al niet meer zitten en aan het begin van de tweede ronde gooit hij de handdoek in de ring. Hiermee is Frits Sauer de grote winnaar. Zoals afgesproken verlaat de verliezer met lege handen de ring en het geld wordt aan Frits Sauer gegeven. Voor aanvang van de wedstrijd hebben beide boksers afgesproken om het geld te delen en wanneer ze in de nissenhut aankomen doen beide mannen dat dan ook. Henk Hilverink moet helaas wel een poosje met een blauw oog rondlopen.

Donderdag 13 december 1945: Deze dag staat voor een groot deel in het teken van sportwedstrijden. Voor vanochtend staan diverse sportactiviteiten op het programma en vanmiddag wordt er een voetbalwedstrijd gespeeld tegen de nieuwkomers van 1-4 RI. Het is een bijzonder spannende wedstrijd, de beide ploegen zijn even sterk en op het allerlaatste moment wordt de wedstrijd met 2-1 gewonnen door 2-4 RI. Bij het elftal van 2-4 RI zitten maar liefst acht mannen van de tweede compagnie. Na afloop van de wedstrijd ligt er post op hen te wachten in de nissenhut. Deze werd vanochtend met zakken op het terrein afgeleverd.

Een voetbalwedstrijd op Easthampstead Park-Camp 

Vrijdag 14 december 1945: Vanochtend is een zending met nieuwe kleding op het terrein aangekomen, die vanmiddag door een aantal mannen van de derde compagnie het magazijn binnengebracht moet worden. Bij de tweede compagnie hebben de mannen een mars. Het is een stevige mars van 25 kilometer, die door de prachtige natuur niet zo heel ver buiten het kamp wordt gehouden. Als de colonne het plaatsje Ascot heeft bereikt gaat de mars weer terug richting het kamp. Vanavond zijn enkele mannen naar Bracknell gegaan om te dansen en dat wordt een hele gezellige avond. Ook dit keer zijn voldoende dames bereidwillig om met deze mannen te dansen. 

Uit Nederland is een bericht gekomen dat de Minister van Oorlog Jo Meynen de militairen die tijdens de kerstdagen in Engeland verblijven een kerstpakket mag schenken. Deze kerstpakketten waren voor de dwangarbeiders in Duitsland bedoeld, maar nu dat niet meer nodig is kunnen de kerstpakketten naar Engeland worden gestuurd. Wat de inhoud van zo'n kerstpakket is blijft nog even een verassing, maar vanuit Engeland moeten wel lijsten met de naam en adres van alle militairen naar Nederland worden gestuurd, zodat men daar weet waarheen en hoeveel kerstpakketten er verzonden moeten worden.

Zaterdag 15 december 1945: Vandaag worden van de nieuwe zending met kleding twee paar zwarte hoge legerschoenen, gymschoenen, linnen koppels en enkelstukken uitgedeeld, die in Engeland anklets worden genoemd. Niet alles is perfect op maat, maar daar zitten de mannen niet mee. Dit is de eerste levering voor de tropenuitrusting en iedereen is blij dat ze deze spullen alvast hebben. Over de hoge legerschoenen van de Engelsen valt niets te klagen, een betere pasvorm kunnen de mannen zich niet voorstellen. Ze moeten wel wennen aan het gekletter van de ijzers onder hun zolen.

Vanmiddag bezoeken een aantal mannen de stad Reading, waar een deel van hen naar de bioscoop gaat. Voor sommigen is dit de derde film die ze in Engeland zien. Dit keer is het een Amerikaanse speelfilm in kleur met de naam 'It's a Pleasure'. Sonja Henie speelt hierin de hoofdrol en de film draait nog maar enkele dagen in de bioscoop.

 

Enkele nissenhutten op Easthampstead Park-Camp

Zondag 16 december 1945: Ook vandaag zijn er militairen die naar Londen willen. Om 09.30 uur wandelen vijf kameraden van de derde compagnie naar Bracknell om de trein naar Londen te nemen. Na tien minuten wandelen passeren ze de Anglicaanse kerk van Easthampstead waar een aantal militairen regelmatig de dienst bijwonen. Op het station van Bracknell kopen de vijf mannen een retourtje Waterloo Station en daarna moeten ze een kwartier op de trein wachten. Het is 10.30 uur als een trein van de Southern Railway Compagnie komt aanrijden, ze stappen in en vallen neer op een heerlijk comfortabele bank van een derde klas coupé. De stroom voor de trein wordt op een bijzondere manier aangeleverd, het komt vanuit een rail die naast het spoor loopt.

Als de trein het station heeft verlaten komt al snel het schitterend mooie Engelse landschap aan hen voorbij met zo af en toe een van de vele kastelen die Engeland rijk is. Enkele stationnetjes worden voorbijgereden en nadat de trein in Ascot een tijdje heeft stilgestaan rijdt deze in een stuk door naar Londen. Als de buitenwijken van de stad zijn bereikt zien onze mannen dat ook in Londen het nodige is verwoest door de bombardementen van de Duitsers. Op Waterloo Station lopen de vijf mannen een van de stationsrestauraties in om een kop thee en een stuk cake te nuttigen en daarna wordt het centrum van de stad bezocht.

Vanuit Waterloo Station lopen de mannen meteen richting de Theems, die ze via de Waterloo Bridge oversteken. Terwijl ze over deze brug wandelen is aan hun linkerzijde de Big Ben te zien en aan de rechterzijde de Tower Bridge, die ondanks de afstand heel goed zichtbaar is. Op de Waterloo Bridge besluiten de mannen deze Tower Bridge te bezoeken. Onderweg naar deze bijzondere brug passeren ze de St. Paul’s Cathedral die aan een plein staat. Ze besluiten eerst deze kathedraal te bezoeken en daarna weer verder te lopen. Het is een bijzondere kathedraal die de oorlog nagenoeg ongeschonden heeft doorstaan, terwijl de buurt waar de kathedraal staat veel schade heeft opgelopen. Als de mannen zijn uitgekeken en de kathedraal hebben verlaten vragen ze de weg naar de Tower Bridge en die weten ze in twintig minuten te bereiken. Bij de Tower Bridge staat een fotograaf die met alle liefde een foto van de vijf mannen wil maken en hij zegt dat hij de foto in enkele minuten kan ontwikkelen. De mannen vinden dat een goed idee, de foto wordt genomen en hij is inderdaad in enkele minuten ontwikkeld. Het is wel jammer dat de foto niet scherp is en de prijs dramatisch hoog. Voor de prijs van zes shilling hadden de mannen wel iets beters verwacht.

                               

Uitstapje in Londen met een foto bij de Tower-Bridge, de tekening is door Hans Ploeg van de 3e compagnie gemaakt

Na geruime tijd op de brug rond te hebben gekeken verlaten onze vijf mannen de Tower Bridge aan de kant waar ze aankwamen en besluiten de stad verder te ontdekken. Op goed geluk nemen ze een tram met de hoop dat die hen naar het centrum brengt, maar ze hebben al snel in de gaten dat deze tram niet in die richting rijdt. Om niet al te ver af te dwalen stappen de mannen uit en lopen hetzelfde stuk weer terug. Als ze in de buurt van het Victoria Station komen nemen ze de ondergrondse en rijden naar St James Park om de Big Ben en Westminster Abbey te bezoeken. De Westminster Abbey is net zo indrukwekkend als de St. Paul's Cathedral en wanneer ze voor de Big Ben staan zien ze dat de wijzerplaten van de enorme klokken van wit marmer zijn gemaakt. Hun volgende doel is Buckingham Palace, maar de Big Ben zullen de mannen vanavond nogmaals zien, maar dan prachtig uitverlicht. Op weg naar Buckingham Palace wandelen ze door het St James's Park, een park met een enorme lange vijver en wanneer de mannen dat park uitwandelen staan ze meteen voor Buckingham Palace. Op het tijdstip dat de mannen bij Buckingham Palace arriveren is de paleiswacht net begonnen met de wisseling van de wacht en dat is leuk om een keer te zien.

Als het om 17.00 uur tijd wordt om te gaan eten verlaten de mannen Buckingham Palace en gaan ze met de ondergrondse naar Piccadilly Circus. Dat is een groot plein vol met prachtige lichtreclames en uitgaansgelegenheden in de wijde omgeving. De mannen wandelen wat over het plein heen en weer en hopen een geschikt eettentje tegen te komen. Ze zien er uiteindelijk een bij een weg die op het plein uitkomt. Ze bestellen een huzarensalade en laten het zich goed smaken. Als onze mannen zijn uitgegeten hebben ze tot 21.00 uur de tijd om in de stad nog wat rond te kijken. Ze wandelen door drukbezochte straten, bekijken etalages en bezoeken een pub om deze fijne dag af te sluiten met een glas bier. Daarna is het tijd om met de ondergrondse naar Waterloo Station te gaan en de eerste de beste trein naar Bracknell te nemen. De vijf mannen hebben een dag achter de rug die ze niet snel vergeten.

Ook Henri Butot (3e van links) en vijf van zijn kameraden zijn vandaag in Londen geweest (Trafalgar Square)

Maandag 17 December 1945: De mannen van de derde compagnie gaan vandaag inkopen doen en dat doen ze voor de verandering in de buurt van Easthampstead. Ze komen niet verder dan het iets zuidelijker gelegen Crownthorne. Een stad mag je het niet noemen, want het is zo groot als een gemiddeld Nederlands dorp. De een hoopt daar vertier te vinden, maar de meesten gaan doelbewust inkopen te doen. Omdat het vanavond regent is het op Easthampstead Park-Camp erg druk. De mannen praten wat en er wordt veel gekaart, wat uiteraard ook gezellig is. In Engeland is het speertjeswerpen een geliefde sport, dat wordt vaak in pubs gedaan en dat doen de Engelsen net zo fanatiek als wij Nederlands biljarten. De mannen van het Kennemerbataljon vermaken zich soms ook met speertjeswerpen, maar de puntentelling is wel heel lastig.

Mannen van de tweede compagnie met uiterst rechts Jan Klaas de Graaf

Dinsdag 18 December 1945: Het is een sombere dag. Het regent aan een stuk door, waardoor een deel van het terrein op Easthampstead Park-Camp in een modderpoel veranderd. De commandant van de derde compagnie probeerde vanochtend met behulp van een spiekbriefje iets belangrijks aan zijn mannen bekend te maken. Terwijl hij nog maar kort met dat spiekbriefje voor de mannen stond waaide het door een windvlaag uit zijn hand en kwam bijna in het gezicht van een pelotonssergeant. De sergeant probeerde het spiekbriefje tevergeefs op te vangen. Enkele van zijn mannen gingen meteen achter het spiekbriefje aan, maar dat waaide via het dak van een nissenhut de wijde wereld tegemoet. Ondanks het weggewaaide spiekbriefje wist de commandant zijn belangrijke mededeling zonder al te veel moeite bekend te maken.

Ondanks dat het de hele dag regende moesten de mannen van de tweede compagnie de ochtend op de schietbaan doorbrengen en dat is geen pretje met dit weer. Bij de andere compagnies hadden de mannen het beter voor elkaar, zij mochten op hun kamers blijven en hadden het een stuk beter naar hun zin. Zo hadden zij de gelegenheid om brieven naar huis te schrijven, want dat wil er nog wel eens bij in schieten.

Vanmiddag wordt de eerste theorieles in mortierschieten gegeven en daaropvolgend moeten alle militairen kledingstukken bij de fourier ophalen die ter aanvulling van hun tropenuitrusting zijn. Dit keer zijn dat twee overhemdjassen, twee korte en één lange broek, ondergoed en twee paar sokken zónder voetstukken. Ter afsluiting van de dag moeten de wapens opgehaald worden. Ze zijn gecontroleerd en indien nodig hersteld. De mannen controleren hun wapen zelf ook nog even en poetsen het goed schoon, zodat het gebruiksklaar is voor de volgende oefening. Eigenlijk hebben de mannen maar weinig vertrouwen in dit verouderde wapen en hopen een beter wapen te krijgen. Na het avondeten wordt een deel van de avond besteed met het passen van de nieuwe kledingstukken voor de tropenuitrusting en ze hebben ook nog tijd voor de kantine.         

 

De betonnen weg die door Easthampstead Park-Camp loopt met links de bataljonscommandant Chris van Kammen

Woensdag 19 December 1945: Om 06.00 uur is de reveille. Het wordt een drukke dag waarbij exercitie, sporten en schietoefeningen op het programma staan. Omdat het hele bataljon voor schietoefeningen naar Aldershot gebracht moet worden gebeurt dat compagniegewijs en een enkele rit naar Aldershot duurt iets langer dan een half uur. De schietbaan in Aldershot is er een van groot kaliber en geschikt voor uiteenlopende schietoefeningen, zelfs voor het schieten vanuit een vliegtuig en met tanks. Wanneer de mannen van een compagnie op de schietbaan arriveren en eindelijk aan de beurt zijn om te schieten zien ze wel honderd schietschijven opgesteld staan. Iedere militair mag tien schoten lossen en is dan meteen klaar. Er is dus heel wat voor nodig om slechts tien schoten te mogen lossen en dan wordt er over de kosten van zo'n dag maar niet gesproken. De tweelingbroers Frits en Klaas Sauer zijn met de rest van de derde compagnie om 13.00 uur aan de beurt om naar Aldershot te gaan. Op de schietbaan aangekomen zijn zowel Frits als Klaas iets te ongeduldig en laden hun geweer voordat ze daar toestemming voor hebben gekregen. Voor straf zullen ze in Easthampstead op rapport moeten komen.  

   

Handleiding voor de Lee Enfield en een schietresultaat van Soldaat Frits Sauer (derde compagnie)

Bij terugkomst in Easthampstead is er ook nog een leuk voorvalletje: Bij de poort staat een Engels meisje op een van de jongens te wachten. De geluksvogel beweerd dat hij er heel veel voor over heeft om de Engelse taal te leren spreken en daarom met dit meisje heeft afgesproken. Als hij na een half uur op zijn kamer terugkomt zijn beide lippen en wangen rood van de lippenstift. Je begrijpt wel hoe zijn kamergenoten hierop reageren. Ze staan met zijn allen te schateren van het lachen en reken er maar op dat hij nog vaak aan zijn afspraakje herinnerd zal worden.                                                                                  

Donderdag 20 December 1945: Omdat Prins Bernhard vandaag op bezoek komt houdt het Kennemerbataljon een parade. Dat de prins op bezoek komt is wel een beetje vreemd, want op 17 november jongstleden heeft hij het Kennemerbataljon ook al in Noordwijkerhout bezocht. Om 08.30 uur staat iedereen opgesteld, ze oefenen een paar keer met het geweer in de houding en moeten vervolgens in de kou wachten tot het officiële gedeelte begint. De prins arriveert om 10.30 uur. Als de bataljonscommandant de prins heeft toegesproken neemt hij zelf ook het woord. Voordat hij met de toespraak begint laat hij de militairen op de plaats rust zetten. Na een korte toespraak vertrekt de prins met enkele hoge heren om het kamp te inspecteren. Als de prins van het terrein is vertrokken krijgen de mannen van een kok te horen, dat hij ook in de keuken is geweest. Hij heeft in de pannen gekeken, zag de ballen gehakt sudderen en haalde er een uit om te proeven. Hij gaf de koks een compliment en verliet daarna de keuken.

  

Ook op Easthampstead Park-Camp wordt het Kennemerbataljon met een bezoek van Prins Bernhard vereerd

Vanavond kijken veel mannen naar een documentaire met de naam "Vrij en Onverveerd". Deze titel verwijst naar een regel uit het Wilhelmus en is dit jaar vervaardigd. Het is een Engelse documentaire die over Nederland in oorlogstijd gaat. Aan bod komen de Nederlandse militairen en hun bijdrage in de strijd tegen de Duitsers, de rol van het Koninklijke Huis en hoe de bevolking de oorlog heeft doorstaan. Het Britse Paramount News draagt deze documentaire op aan het Nederlandse volk en zijn strijdkrachten. 

Vrijdag 21 en zaterdag 22 december 1945: Voor vrijdag 21 december zijn er wat de dagelijkse diensten betreft geen bijzonderheden te melden. Wat er wel te melden valt is dat de mannen ervoor moeten zorgen dat ze vanaf vanavond op tijd op het kamp terug zijn, anders hebben ze drie dagen licht te pakken. Op zaterdag zijn veel militairen door hun geld heen en dan is het wel prettig dat ze op deze dag een deel van de soldij uitbetaald krijgen. Minder prettig is het dat er niet met de trein gereisd mag worden. Een dagje stappen in Londen zit er nu even niet meer in. De mannen zullen zich bezig moeten houden met rolschaatsen en dansen in Bracknell, of de bioscoop bezoeken.

Zondag 23 en maandag 24 december 1945: Op zondag mogen de militairen in principe doen waar ze zin in hebben, maar niet met de trein reizen, want dat is momenteel verboden. Ondanks dat gaan een aantal militairen toch met de trein op stap. Dat moeten zij natuurlijk zelf weten, maar als ze betrapt worden zullen zij ongetwijfeld gestraft worden. Ondanks de kou is het prachtig weer, de zon schijnt aan een stralend blauwe lucht en er staat geen zuchtje wind. Het is perfect weer om een wandeling te maken. De militairen van de tweede compagnie vermaken zich op een andere manier, zij zijn begonnen met het versieren van de nissenhutten, want over twee dagen beginnen de kerstdagen. Over maandag 24 december zijn, buiten de vermelding dat op deze dag ook de overige nissenhutten zijn versierd, geen bijzonderheden te melden.

Op kerstavond poseren enkele militairen voor de nissenhut

Eerste kerstdag

Dinsdag 25 december 1945: Het is Kerstmis. Om klokslag 00.00 uur wordt het kerstfeest ingeluid met de kerstwijding. Deze kerkdienst wordt gehouden in een eetzaal die momenteel niet in gebruikt is. Een eetzaal op dit kamp is niets meer of minder dan een barak, maar dan wel een van groot formaat. Deze geïmproviseerde kerk is door een aantal militairen vol gezet met banken en stoeltjes en versierd met hulst en dennengroen. Naast het altaar staat een kerstkribbe en het koor dat door een harmonium wordt begeleid zingt prachtige kerstliederen. Voor de meeste militairen is dit de eerste kerstviering in den vreemde en nu ze deze dienst midden in de nacht bijwonen beseffen ze pas goed wat zo'n feest voor hen betekent.

 

In deze versierde nissenhut is de kerstsfeer duidelijk aanwezig

Op kerstmiddag wordt een eenvoudige maar overheerlijke kerstmaaltijd opgediend met kalkoen als hoofdgerecht. Het grappige van het kerstdiner is dat bij de bediening de rollen zijn omgedraaid. Dit keer bedienen de officiers de manschappen en dat zorgt voor de nodige hilariteit. Uiteraard wordt dit door de manschappen erg gewaardeerd en de stemming zit er dan ook goed in. Ook het afruimen van de tafels en de eetzaal opruimen behoort tot de taken van de officiers en zelfs dat doen ze zonder te mopperen. 

  

De kerstversiering in een nissenhut met v.l.n.r. K. Slot, W. Coenen, Eljo Smit, Gerrit Snieder, S, Hiemstra, Piet Warmerdam, Cor Swagerman en Mart van Etten 

De beloofde kerstpakketten zijn inmiddels uitgedeeld. Er zit wel één maar aan. Hoogstwaarschijnlijk heeft men in Nederland de verblijfplaats van de militairen in Engeland niet goed bijgehouden, want de verdeling van de kerstpakketten is niet helemaal goed gegaan. Een aantal militairen hebben niets ontvangen en zijn dus erg teleurgesteld. In de eetzaal wordt vanavond feest gevierd. Door de luidsprekers klinken kerstliederen die door de mannen uit volle borst worden meegezongen, de stemming zit er goed in en de saamhorigheid is beter dan ooit tevoren.

De laatste dagen dat het Kennemerbataljon in Engeland verblijft worden overheerst door gigantische regenbuien die aan een stuk voortduren. Easthampstead Park-Camp is veranderd in een grote modderpoel. Overal waar de militairen lopen zakken zij tot aan hun enkels weg in de modder, alleen de betonnen hoofdweg is goed begaanbaar. Als de mannen naar de kantine of eetzaal onderweg zijn zitten hun schoenen al snel onder de modder. 

Tweede kerstdag

Woensdag 26 december 1945: Voor de tweede kerstdag zijn er geen activiteiten georganiseerd. De militairen zijn vandaag vrij om te doen wat ze willen, maar ze moeten om uiterlijk 24.00 uur op het kamp terug zijn. Een aantal van hen, waaronder Dooitze Ypma van de vierde compagnie gaan eerst in Bracknell naar de kerk en daarna gaat ieder zijn eigen weg om te doen waar hij zin in heeft. 

 

Deze folder van de kerstwijding werd door militairen op tweede kerstdag ook gebruikt in de kerk van Bracknell (Soldaat Dooitze Ypma 4e cie.)

Windsor Castle (2e kerstdag)

Cor Groot van de derde compagnie heeft zijn beleving van de tweede kerstdag in zijn dagboek als volgt omschreven: Ik sprak onlangs een Engelsman die mij vertelde; wie Windsor Castle niet heeft bezocht is niet naar het mooiste kasteel van Engeland geweest. Hierdoor werd ik nieuwsgierig en besloot zijn advies op te volgen. Ik ben met vijf kameraden van mijn compagnie op tweede kerstdag naar Windsor Castle gegaan. De meesten onder ons hadden geen geld meer, zodat het enige moeite heeft gekost om mannen te vinden die nog wel geld hadden om naar Windsor te gaan. In Bracknell zijn we op de bus gestapt en toen deze langs Ascot reed zagen we de grootste renbaan voor paarden die Engeland rijk is. De restaurants, cafés, de stallen, de enorme tribunes en het veld waarop de paardenrennen worden gehouden vormen een stad op zich.

Toen wij Windsor bereikten keken we nieuwsgierig door het raam in de hoop Windsor Castle te zien, maar dat was veel te vroeg. Al rijdend door Windsor zagen we dat de stad er gezellig uitzag en de moeite van een bezoek waard is, maar daar kwamen wij niet voor. Bij het naderen van het noordelijke deel van Windsor zagen we al snel een deel van de kasteelmuur en enkele torens boven de bomen uitsteken. Windsor Castle ligt aan de rand van de stad, het landschap is licht glooiend en de rivier de Theems stroomt achter het kasteel langs. De hoofdgebouwen zijn omringd door één lange kasteelmuur met wel tien torens en een aantal bijgebouwen. Binnen de kasteelmuur zijn twee strak gemaaide gazons te zien met daarachter de hoofdgebouwen. Links van het rechter gazon staat de grootste toren, met links daarachter de St. George's Chapel.

  

Soldaat 1e klas C.P. (Cor) Groot van de 3e compagnie

Overdag kan het terrein bezichtigd worden en de toegang is gratis, zodat we alles op ons gemak hebben bekeken. Toen we uitgekeken waren zijn we een wandeling langs de Theems gaan maken. Bij een cafetaria zagen we drie dames van de Marva en raakten met hen in gesprek. Ze vertelden dat zij alle drie afkomstig zijn uit Alkmaar en na een kort gesprek met die dames wandelden wij verder. Door ons bezoek aan het terrein van Windsor Castle wisten wij dat de St. George's Chapel om 17.00 uur de deuren opent voor bezoekers. Omdat wij deze kapel heel graag wilden bezichtigen besloten we op tijd naar het kasteel terug te wandelen.

Toen we de St. George's Chapel binnenwandelden zagen we in het achterste deel van de kapel stoelen staan die voor de burgerbevolking bedoeld zijn. In het voorste deel van de kapel staan banken die schuin aflopend naar het middenpad staan opgesteld. Deze banken zijn voor de elite bedoeld. Schuin boven het altaar is een prachtig orgel te zien. Omdat op dat tijdstip een kerkdienst bezig was, werd op dat orgel gespeeld. Een organist begeleide een jongenskoor dat prachtige kerkliederen ten gehore bracht.

Wij zijn achter in de kerk blijven staan totdat de kerkdienst was afgelopen en toen hebben we de voorzijde bekeken. Het wachten was de moeite waard, want ook voorin de kerk ziet alles er even mooi uit. Dat kan ook niet anders, want dit is de hoofdkapel van het Engelse koningshuis sinds de middeleeuwen. Aan beide zijden van de kapel zijn bij de muur torentjes te zien die vervaardigd zijn met het meest prachtige houtsnijwerk en boven deze torentjes hangen een flink aantal vaandels met het familiewapen van edellieden. Het gebeeldhouwde altaar is met heel veel liefde en vakkennis gemaakt. De Engelsman waarmee ik sprak had gelijk, een bezoek aan Windsor Castle is beslist de moeite waard en iets om nooit te vergeten.

Windsor Castle met binnen haar muren St George's Chapel en op de voorgrond van de foto is de hal van het treinstation te zien

Donderdag 27 december 1945: De dagelijkse diensten zijn inmiddels hervat. Vanochtend moeten alle militairen aantreden met het sinds kort verkregen tropenuniform en vanmiddag moet dat nogmaals, maar dan met volledige bepakking. Met al die spullen valt er heel wat te sjouwen, maar ja, een soldatenleven zonder al die spullen zou niet best zijn. Na die tweede verkleedpartij moeten er nog enkele diensten vervuld worden, maar vanavond is er tijd voor ontspanning.

Een aantal mannen gaan vanavond in Reading naar de bioscoop. De hoofdfilm heet 'Waterloo Road' en speelt zich af in Londen tijdens de oorlogsjaren. Het grappige aan deze film is, dat hij nog maar één jaar oud is en zich afspeelt in een arbeiderswijk niet ver van Waterloo Station. De film gaat over een spoorwegmedewerker die in militaire dienst moet en er achter komt dat zijn vrouw wordt versierd door een charmeur die zelf de dienst heeft geweigerd. De verwoeste delen van Londen zijn in deze film goed te zien. Ook is goed te zien dat de Londenaren de ondergrondse stations als schuilkelders gebruiken tijdens de bombardementen van de Duitsers. Het leukst aan deze film is dat juist Waterloo Station goed in beeld komt, veel militairen hebben daar kort geleden nog rondgewandeld. De arbeidersbuurt achter Waterloo Station zag er trouwens wel treurig en armoedig uit.

Vrijdag 28 december 1945: Nu de kerstdagen voorbij zijn is het dagelijkse leven weer helemaal teruggekeerd. Het weer is nog altijd niet best, vannacht heeft het aan een stuk door geregend en het begint nu ook te sneeuwen. Easthampstead Park-Camp is in een grote modderpoel verandert. Het goede nieuws dat de mannen deze ochtend te horen krijgen is dat hun lompe en verouderde Winchester-geweren verruilt kunnen worden voor de nieuwe Lee-Enfields en dat is in ieder opzicht een verbetering. Het is wel jammer dat de Lee-Enfields stijf onder het vet zitten, want het is een hele klus om ze schoon te krijgen. Vanwege het slechte weer blijven de mannen vanavond binnen. Eigenlijk is dat slechte weer niet de voornaamste reden dat ze binnenshuis blijven, zowat iedereen is door zijn poen heen. 

Een groepsfoto voor de nissenhutten van Easthampstead Park-Camp

Zaterdag 29 december 1945: Bij het opstaan regent het nog altijd, maar om 08.00 uur wordt het dan toch eindelijk droog. De inlichtingendienst laat vanochtend weten dat het Kennemerbataljon op kort termijn zal vertrekken. De dag wordt dan ook voor een groot deel benut met het inpakken van spullen die hier niet meer nodig zijn. Vanwege het vertrek kunnen de mannen vanavond voor de laatste keer stappen, zodat degene die nog wel geld hebben naar Reading gaan. De mannen die platzak zijn zullen thuis moeten blijven en gebruiken de avond om het aanstaande vertrek te vieren. Er wordt gelachen en gezongen, maar er zijn er ook bij die de boel op stelten zetten door hard met stokken op bussen te trommelen en dat veroorzaakt een enorm kabaal. Om 22.00 uur zijn de herrieschoppers eindelijk uitgetrommeld en is de rust weer teruggekeerd.

Zondag 30 december 1945: Vandaag gaat het eindelijk gebeuren. De laatste spullen worden ingepakt en brieven op de post gedaan. De mannen moeten vandaag vaker op appel komen dan ze gewend zijn. Vanmiddag worden de dekens omgeruild voor schone, de plunjezakken ingeleverd en de nissenhutten moeten goed schoon worden achtergelaten. De reislust van enkele militairen van de tweede compagnie werd op een wel hele merkwaardige manier geuit op het interieur van hun nissenhut. De kribben werden vakkundig uit elkaar getrapt en wanneer daar een kachel bij omdondert is de chaos compleet. Dat deze baldadige uitspatting gestraft zal worden mag duidelijk zijn.

Een dag voor vertrek uit Engeland poseren militairen met een bord 'Voor koningin en Vaderland' voor hun nissenhut

Buiten het incident met de kachel en kribben is de laatste avond op Easthampstead Park-Camp goed verlopen. Enkele militairen wisten een meisje te versieren en hebben hun meisje mee naar het kamp genomen, maar die moeten alweer snel vertrekken, omdat zowel het Kennemerbataljon als De Valken over enkele uren naar Southampton vertrekken. Om 22.30 uur is dat tijdstip aangebroken. Het Kennemerbataljon moet aantreden voor vertrek. Op het tijdstip van vertrek is het niet alleen donker en mistig, het vriest ook behoorlijk. Ondanks dat de wegen die de militairen moeten bewandelen op sommige plekken verraderlijk glad zijn, gaat de reis naar het station van Crownthorne te voet. Door het zingen van krijgsliederen blijft de vaart er ondanks hun zware bepakking stevig in zitten. Rond middernacht wordt het station van Crownthorne bereikt. Op het station moeten de mannen een uur wachten voordat de trein arriveert. Tijdens dat lange wachten staat iedereen al snel te rillen en klappertanden van de kou, waardoor de opgewekte stemming al snel verdwijnt. 

De reis met het s.s. "Alcantara" (Southampton)

Maandag 31 december 1945: Als de trein eindelijk op het perron arriveert en haar deuren heeft geopend stappen de mannen zo snel als mogelijk in. Om 01.30 uur begint de reis naar Southampton. Het plaatsje Basingstoke wordt om 02.30 uur gepasseerd en daarna vallen veel militairen in slaap. Gezien het tijdstip is dat ook het beste, want van het landschap valt 's nachts heel weinig te zien. Rond 04.15 uur worden de mannen gewekt door een reeks van stotende bewegingen van de trein en het besef dat dit deel van hun reis erop zit dringt door. De trein is in het havengebied van Southampton tot stilstand gekomen. Het is niet de eerste trein die in het havengebied aankomt, er staan nu al zeven treinen en die zijn allemaal met militairen naar dit gebied gekomen. Niet ver van het spoor verwijderd ligt het 22.209 ton metende s.s. "Alcantara" aan de kade. Dit troepentransportschip ligt hier al geruime tijd en wanneer de militairen zich voor dit kollossale schip hebben opgesteld, moeten ze nog ruim een half uur wachten voordat ze aan boord mogen.

Enkele militairen poseren in de ochtendschemer voor het s.s. "Alcantara"

Terwijl er in de vrieskou voor het schip wordt gewacht valt het enorme formaat van het s.s. "Alcantara" goed op. Het is een gigantisch groot schip, maar de mannen komen er al snel achter dat de ruimte op zo'n schip tegenvalt wanneer ze daar met 3000 man een maand op moeten leven. Als het Kennemerbataljon het sein krijgt om aan boord te gaan gebeurt dat compagniegewijs. Om 05.00 uur zijn de mannen van de tweede compagnie aan de beurt om via de scheepstrap en platvorm aan boord te gaan en dat is een hele klus met al hun bepakking. Dat er voorlopig niet geslapen kan worden is wel duidelijk en misschien gebeurt dat vandaag wel helemaal niet. Het aan boord gaan op een troepentransportschip lijkt in een film iets sensationeels te hebben, maar nu de militairen van het Kennemerbataljon zelf aan de beurt zijn is de lol er al heel snel af.

Het aan boord gaan via een trap, platvorm en daarna de valreep is met volle bepakking een behoorlijke opgave

Aan boord wordt de nodige informatie verstrekt, zoals indeling van de slaapvertrekken en vervolgens worden de militairen naar het juiste ruim of hut gedirigeerd. Het is een heel gedoe om via de juiste trappen en gangen op de gewenste plek te komen. Het vertrek waar de soldaten slapen, eten en verblijven wordt een bak genoemd, dat is een compartiment in een van de vele scheepsruimen. In zo'n bak staan vaste tafels met aan beide kanten banken en er zijn rekken voor de bagage. Omdat een bak niet groter is dan 10x15 meter is de leefruimte beperkt. Als de soldaten willen slapen moeten de hangmatten met gespen boven de vaste tafels aan het plafond worden bevestigd. De ochtend daarop moeten de hangmatten ook weer verwijderd worden willen de soldaten aan de tafels kunnen ontbijten. Deze omslachtige wijze van slapen moet iedere dag herhaald worden, want dat is de enige manier om honderd militairen in een bak van tien bij vijftien meter te huisvesten. 

Verblijf- slaapplaats voor soldaten in het ruim van het s.s. "Alcantara", foto van Albert Bloeming die in WO-2 als militair meevoer (Deze foto is ter illustratie)

Het s.s. "Alcantara" ligt aan een in mist geheulde kade en zal over enkele uren voor de tweede keer met Nederlandse militairen aan boord naar het verre Nederlands-Indië vertrekken. De mannen van het Kennemerbataljon zijn inmiddels geïnstalleerd en gaan keurig in hun uniform gekleed naar het bovendek, zodat ze niets hoeven te missen van wat er in de haven en op de kade gebeurt. Vanaf het bovendek hebben de mannen prima uitzicht over de haven. Vlak achter het s.s. "Alcantara" ligt een schip met de naam s.s "Andes" aan de kade, ook een troepentransportschip en van hetzelfde formaat als het s.s. "Alcantara". De mist is langzaam opgetrokken, zodat het daglicht goed kan doorkomen. Aan sommige militairen op het bovendek is duidelijk te zien dat ze aan het dagdromen zijn, mogelijk denken ze aan hun geliefde thuis of aan het avontuur dat hen te wachten staat. Er komen nog steeds militairen van andere eenheden aan boord en met enige regelmaat klinken er Hollandse liederen over het dek.

Na een ingrijpende verbouwing heeft het s.s. "Alcantara" nog één van de twee schoorsteenpijpen over

Het s.s "Alcantara" kwam in februari 1927 als vrachtschip met passagiersaccommodaties in de vaart op Zuid- Amerika. Als in 1939 de dreiging voor een wereldwijde oorlog steeds groter wordt, vordert de Britse Admiraliteit het schip om het tot een bewapend koopvaardijkruiser te laten ombouwen. Om een luchtafweergeschut van groot formaat op het voorschip te kunnen plaatsen moest de voorste schoorsteenpijp verwijderd worden en vaart het schip met nog slechts een schoorsteenpijp. Dat was overigens geen probleem, want de voorste schoorsteenpijp diende alleen als hulppijp. Als koopvaardijschip is het s.s. “Alcantara” twee keer op een mijn gelopen, is een keer getorpedeerd en meerdere keren gebombardeerd. Dit schip heeft dus al heel wat moeten verduren, maar is nog altijd in de vaart.

      

In de haven van Southampton is het wachten tot de trossen worden binnengehaald

Tijdens de tweede wereldoorlog is het s.s. "Alcantara" nogmaals verbouwd, maar toen tot troepentransportschip. Het luchtafweergeschut en ander wapentuig werden eerst verwijdert en daarna kwam de rest aan de beurt. De vijf ruimen van het s.s. "Alcantara" werden met schotten in bakken verdeeld om zoveel mogelijk soldaten te vervoeren. De hutten zijn bestemd voor officieren, onderofficieren, vrouwelijke militairen, bemanningsleden en burgerpassagiers. De compartimenten op het schip zijn herkenbaar aan een letter, maar de ruimen en bakken hebben een nummer. Een tafel in een bak wordt een mess genoemd en heeft ook een nummer. Aan het begin van iedere tafel staan pannen, schalen en er ligt een afneemdoek. Met de schalen en pannen moeten soldaten (ook wel zeuntjes genoemd) het eten voor hun tafel halen en dat krijgen ze alleen met opgave van bak- en messnummer. Dat is de wijze waarop het eten op dit schip wordt verdeeld, want met zoveel militairen moet de organisatie goed geregeld worden. 

        

Als de trossen zijn binnengehaald komt het s.s. "Alcantara" los van de kade terwijl militairen op de voorplecht naar het s.s. "Andes" kijken

Aan het begin van de middag zijn alle militairen aan boord en is het overal op het schip enorm druk met ronddwalende militairen die het s.s. "Alcantara" aan het verkennen zijn. Met het s.s. "Alcantara" reizen mee: Het Kennemerbataljon (2-4 RI) 776 militairen - De Valken (I-4 RI) 759 militairen - Het Reizende Bataljon (8 (IV RS) 769 militairen - Koninklijke Marine 109 militairen, waarvan 85 Koninklijke Marine en 24 MARVA - Nederlandse Rode Kruis 26 vrouwen - NICA 2 man en het BSO 2 man. Dat zijn bij elkaar opgeteld 2443 Nederlanders. Er reizen ook Engelse militairen mee, maar dat zijn er aanmerkelijk minder. Exacte aantallen zijn mij niet bekend, maar er zijn dames van de ATS (Auxiliary Territorial Service) bij en vier onbekende personen die vanwege demobilisatie in Egypte debarkeren. De dames van de ATS zijn te vergelijken met de dames van het Nederlandse VHK. Als bij al deze passagiers de scheepsbemanning wordt opgeteld zijn er al snel 3000 mensen aan boord en dan kan het niet anders zijn, dan dat het tijdens deze reis ontzettend druk is.

   

Het troepentransportschip s.s. "Andes" is zojuist gepasseerd

Ook op het voordek houden militairen het vertrek uit de haven van Southampton nauwkeurig in de gaten

Als om 14.30 uur de loopplank is binnengehaald en de trossen zijn losgegooid zorgen twee sleepboten ervoor dat de verbinding met het vasteland wordt verbroken. Het is nog altijd ijzig koud maar wel rustig weer en dan zal de zee ook wel kalm zijn. Wanneer het eiland Wight wordt bereikt gaat het s.s. "Alcantara" voor anker. Het schip moet daar wachten tot het hoogwater is. Aan de kade in Southampton wachten wordt niet gedaan omdat het haventarief veel te hoog is. Niet zo heel ver van het s.s. "Alcantara" vandaan ligt het s.s. "Nieuw Amsterdam" voor anker dat met repatrianten uit Singapore is aangekomen en licht te wachten totdat het in Southampton mag aanmeren. Veel militairen nemen niet eens de moeite om naar dit indrukwekkende schip te kijken, ze zijn moe en gaan liever slapen. Dat is logisch want na een nacht van weinig slaap en de vele indrukken die ze hebben opgedaan zijn ze aan een stevige nachtrust toe. De hangmatten worden aan het plafond vastgemaakt en ondanks deze vreemde manier van slapen is het al snel stil in het ruim.

Ook Jan Klaas de Graaf van de 2e compagnie 2-4 RI liet zich tijdens het vertrek uit de haven aan de reling fotograferen

Terwijl de meeste mannen onder zeil zijn is om 23.00 uur de waterstand blijkbaar voldoende gestegen, want er komt weer beweging in het schip. Nu de dag bijna voorbij is moet er nog wel iets over deze bijzondere dag vermeld worden, de militairen verblijven niet alleen voor het eerst op zo'n groot schip, het is ook nog eens oudejaarsdag dat door de hectiek bijna werd vergeten. Voor de meeste militairen is het de eerste keer dat ze oud en nieuw niet thuis vieren, of beter gezegd, het wordt niet eens gevierd. Bij velen is hun gedachte vandaag wel bij hun familie en geliefde geweest, maar dat eerder omdat ze zo'n verre reis gaan maken dan dat het oud en nieuw voor de deur staat.

Aan boord van het s.s. "Alcantara" is de toestand verre van ideaal. Het lijkt wel of er op het schip geen plekje is waar de mannen een poosje alleen kunnen zijn. Tijdens de eerste dagen is het eten onvoldoende en smakeloos, hoewel, de een vindt het eten smakeloos en een ander vindt dat wel meevallen. Het is maar net wat je thuis gewend bent. Reddingsmateriaal is ook onvoldoende aanwezig en de militairen beginnen zich al vrij snel te vervelen. Er zijn officieren die hun uiterste best doen, zodat de mannen het naar hun zin hebben, maar er zijn ook officieren die met hun gedrag de nodige irritatie opwekken. Vooral het uitsloverige gedrag tegenover de dames wekt veel irritatie op. Aan de reacties van veel dames is duidelijk te merken dat ze niet op de avances van opdringerige officieren zitten te wachten, maar die hebben een bord voor hun kop en gaan gewoon door. Het verschil in behandeling van officieren en militairen met een lage rang is opvallend groot en dat wordt niet alleen door de militairen met een lage rang opgemerkt, een onafhankelijk rapporteur heeft dit ook geconstateerd.

Er zijn plusminus 300 vrouwen aan boord. Dat zijn de vrouwen van het Engelse ATS, het Engelse Rode Kruis, de Nederlandse Marva en het Nederlandse Rode Kruis. De vrouwen van het Hollandse Rode Kruis zijn bijna allemaal 2e luitenant. De soldaten hebben niet zo heel veel op met de Engelse vrouwen, zij zijn te veel opgemaakt, maar bepaalde officieren houden daar blijkbaar van. Bij de vrouwen van de Marva is nagenoeg niemand opgemaakt, hierdoor hebben ze in ieder geval een open lach, zoals we dat van Nederlandse vrouwen gewend zijn en de vrouwen van het Nederlandse Rode Kruis gaan ongetwijfeld goed werk in Indië verrichten, dus daar hebben de soldaten ook niets op aan te merken. 

Een kijkje richting de top van de mast daarin met het kraaiennest

Dinsdag 1 januari 1946: De overgang van het oude naar het nieuwe jaar is dus aan de meeste militairen slapend voorbijgegaan en als ze vanochtend ontwaken zijn ze al meteen in het nieuwe jaar beland. Het weer is inmiddels onstuimig en koud. Iedereen mag van het eten vinden wat hij wil, maar een ding is zeker, de kwaliteit van het eten aan boord haalt het bij lange na niet vergeleken met het eten wat de mannen in Easthampstead voorgeschoteld kregen. Zo krijgen ze vanochtend als ontbijt twee sneetjes brood met jam als beleg, een moot gebakken vis dat overigens heerlijk smaakt, een beker met pap en daar moeten ze het deze ochtend mee doen. Veel militairen hebben daar blijkbaar niet genoeg aan en klagen daarover.

Terwijl het s.s. "Alcantara" over Het Kanaal vaart worden de eilanden Guernsey en Jersey gepasseerd en niet veel later zien de mannen Brest, de meest westelijk gelegen stad van betekenis in Frankrijk. Ze zijn dus op de Atlantische Oceaan gearriveerd. Terwijl er bij de reling wordt rondgehangen en velen aan het dagdromen zijn naderen ze rond het middaguur de Golf van Biskaje. De mannen waren al gewaarschuwd dat het op de Golf van Biskaje flink te keer kan gaan en dat blijkt nu ook het geval te zijn. De golfslag wordt al snel dusdanig wild dat zelfs een groot schip als het s.s. "Alcantara" behoorlijk begint te deinen. Zo af en toe slaan de golven tot wel vier meter omhoog en daar reageert deze schuit ook meteen op. Met enige regelmaat komt de boeg enkele meters omhoog om vervolgens met veel geraas de normale positie weer in te nemen.

Veel militairen zijn op het dek gaan liggen om maar zo min mogelijk last van de golfslag te hebben. Ondanks dat beginnen de eerste militairen last van zeeziekte te krijgen, terwijl er over niet al te lange tijd gegeten moet worden. Het middageten bestaat vandaag uit gekookte aardappels, gekookte koolbladeren, een paar plakjes koud vlees en een beker met rijstepap als toetje. De smaak is niet verkeerd, maar het is te weinig voor de maag van een Hollandse kerel. De hele middag is de zee onstuimig. Dat levert aan een kant een boeiend schouwspel op, maar er worden steeds meer militairen beroerd. Het s.s. "Alcantara" vaart nog altijd over de onstuimige Golf van Biskaje als het om 16.00 uur ter hoogte van de stad Bordeaux vaart. Inmiddels heeft het schip er meer dan de helft van de Golf van Biskaje op zitten, maar voor degenen die zeeziek zijn is dat een schrale troost. Aan de reling wordt het steeds drukker met militairen die moeten braken. Het is geen smakelijk gezicht om mannen de inhoud van hun maag aan de vissen te zien offeren. Voor degenen die wel zeebenen hebben wordt vanavond om 19.00 uur een film gedraaid. Het is alleen vreemd om naar een film te kijken, terwijl anderen aan de reling moeten kotsen en niet eens fatsoenlijk op hun benen kunnen staan.

Woensdag 2 januari 1946: Terwijl de meesten op één oor liggen is het schip de noordkust van Spanje gepasseerd en daarmee heeft het de Golf van Biskaje verlaten. Als het schip enkele uren later langs Kaap Finisterre vaart is het alweer halverwege de westkust van Spanje. Bij het ontwaken zit er niet veel vaart in het s.s. "Alcantara", maar de reden daarvan weet niemand te vertellen. Het weer is in ieder geval aangenamer en de zee een stuk rustiger, er staat nog wel een stevige wind maar de temperatuur is gestegen. Gisteren was het nog zo koud dat een jas nodig was, maar vandaag kan dat heel goed zonder. De meeste militairen die zeeziek waren hebben daar nog weinig last van, maar er zijn er nog wel die bij de reling rondhangen omdat hun maag nog een beetje van streek is. Na die onstuimige golfslag van gisteren zijn de militairen beter bestand tegen de deining van het schip en dat is alleen maar gunstig bij een volgende storm.

Kaap Finisterre is gelegen aan de westkust van Spanje

Om 12.00 uur wordt via de scheepsradio bekend gemaakt dat het s.s. "Alcantara" ter hoogte van de havenstad Porto vaart en dat ze op ongeveer 90 mijl van de Portugese kust varen. Vandaag wordt een voorschot op de soldij uitgekeerd en daarmee gaan veel militairen naar de kantine om het ook weer uit te geven. Ze kunnen daar van alles kopen en het kost ook nog eens weinig. De stemming is meteen een stuk aangenamer dan gisteren, maar dat komt natuurlijk ook door die storm. Om 17.00 uur worden de Berlengas-eilanden gepasseerd waar rotsen hoog boven de zee uitsteken en om 20.00 uur zijn de lichtjes van Lissabon zichtbaar. Rond het middernachtelijk uur passeren ze Kaap St. Vincent en dat houdt in dat het schip langs het meest zuidelijke deel van Portugal vaart, om over niet al te lange tijd de Spaanse zuidkust te bereiken. 

Donderdag 3 januari 1946: Bij het opstaan is het erg bewolkt en er staat een stevige wind, die in de loop van de dag alleen maar toeneemt. Als ze over de Golf van Cadiz varen is de gelijknamige stad Cadiz te zien, al is dat wel op grote afstand. Met Kaap Spartel wordt om 12.00 uur de Straat van Gibraltar bereikt. Dat is een smalle zeestraat die Europa en Afrika van elkaar doet scheiden. Door de mist is de kust niet te zien, maar als de mist verdwenen is zijn aan stuurboordzijde de bergen van Spaans-Marokko goed zichtbaar. Om ongeveer 12.30 uur vormt de stad Tanger met haar witte huizen een prachtig beeld. Niet veel later is aan bakboordzijde de meest zuidelijke kustlijn van Spanje zichtbaar. De wind is stevig en komt uit oostelijke richting. Hierdoor krijgt het s.s. "Alcantara" de wind van voren, maar dankzij een bepaalde golfslag vaart het schip alsof er niets aan de hand is en dat zorgt ervoor dat vandaag niemand zeeziek wordt.

Aan de Golf van Cadiz ligt niet ver van de stad Cadiz het witte dorp Santa Maria

Als bij de Spaanse stad Tarifa de kustlijn begint te wijken en hierdoor de zeestraat breder wordt, komt de Baai van Gibraltar met de havenstad Algeciras in beeld. Ruim een half uur later is aan bakboordzijde de machtige en veel besproken Rots van Gibraltar te zien. Deze rots loopt aan de zijde van het vasteland schuin omhoog en is begroeid, aan zeezijde is de rots niet begroeid en bruin van kleur. Aan de onbegroeide kant zijn grote schuin aflopende betonnen plateau's te zien, met daaronder bassins waarin het regenwater wordt opgevangen. Dat regenwater wordt op het vaste land van Spanje als drinkwater gebruikt.

Sinds de 18e eeuw hebben de Engelsen het op dit strategisch gelegen schiereiland voor het zeggen. Door in de rotsen een kazerne uit te houwen, met daarbij een enorme marinebasis is dit eiland een zo goed als onneembare vesting geworden. Daarmee hebben de Engelsen meteen goede controle over de scheepvaart tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, wat tijdens de tweede wereldoorlog van groot belang was. De Duitsers probeerden de Engelsen van Gibraltar te verjagen, maar ondanks de ontelbare aanvallen met bommenwerpers en super zware kanonnen die op het Afrikaanse vasteland gestationeerd waren is dat niet gelukt.

De Engelsen wisten in de Rots van Gibraltar een kazerne en marinebasis uit te houwen waardoor het een onneembare vesting werd

Bij het voorbijvaren wordt vanuit de rots met lampseinen contact gezocht met het s.s. "Alcantara" en vanaf het schip wordt meteen geantwoord. Voor de militairen heeft dat seinen geen enkele betekenis, maar ze vermoeden dat de Engelsen elkaar als landgenoten groeten. Misschien kennen ze elkaar van de oorlog? Maakt verder ook niets uit de reis gaat gewoon verder. Als de Straat van Gibraltar wordt verlaten zijn een paar bruinvissen te zien die regelmatig met hun rugvinnen boven water uitkomen om daarna weer snel onder water te verdwijnen. Aan de Afrikaanse kust is slechts kort de stad Ceuta in zicht dat tegen de donkerbruine berghellingen is aangebouwd. Iets verderop is een typisch vooroverhellende berg te zien, maar daarna verdwijnt de Afrikaanse kust voorlopig uit zicht.

Vanavond wordt een muzikale film getoond met de titel Bathing Beauty. Het is een van de eerste Amerikaanse speelfilms die het afgelopen jaar in kleur zijn uitgekomen. In deze komische film spelen Red Skelton en Esther Williams de hoofdrol. Vanwege de ruimte worden de films compagniegewijs getoond. Vanmiddag waren de militairen van de derde compagnie aan de beurt, maar er was zo veel aan de reling te zien dat het toen niet druk was in de filmzaal.

Vrijdag 4 januari 1946: Terwijl de mannen sliepen stormde het hard en daarbij regende het aan een stuk door. Bij het opstaan is het regenen gestopt, maar het stormt nog altijd en daardoor staan er weer zeezieken bij de reling, die braken en vervolgens naar frisse lucht snakken. Ook dit keer gaat het s.s. "Alcantara" behoorlijk te keer. Enkele militairen zijn naar het voordek gegaan omdat het schip daar het meest te keer gaat. Ze hebben zich naast een grote lier opgesteld en zodra er een lading zeewater op het dek terecht komt zoeken zij dekking achter die lier. Het grappige aan dit schouwspel is, dat iets verderop anderen staan toe te kijken, maar die hebben niet in de gaten dat een lading zeewater hun richting opkomt, ze worden enkele meters meegesleurd en druipen vervolgens drijfnat af.

  

Zowel soldaten als officiers van 2-4 RI poseren op het bovendek tijdens de doorvaart van de Middellandse Zee

Als om 11.30 uur de storm zo goed als verdwenen is staan er alweer militairen aan de reling richting de kust te kijken in de hoop te ontdekken waar ze ongeveer varen. Als het schip dicht langs de kust komt te varen en nog maar twee mijl daarvan verwijderd is, worden een prachtige baai met daarachter een enorme berg zichtbaar, waartegen een stad is aangebouwd. De kapitein is doelbewust langs de kust gaan varen, zodat zijn passagiers de stad Algiers goed kunnen zien. Algiers is een schitterende stad met van die typische witte huizen, moskeeën en daartussen is een radiostation herkenbaar. Deze stad ziet er uit alsof het uit een sprookje komt. De militairen zouden willen dat het schip de baai van Algiers invoer, maar dat gebeurt natuurlijk niet. Hoe leuk zou het zijn om in zo'n stad rond te mogen kijken, het leven moet daar totaal anders zijn dan wij in Nederland gewend zijn. Nadat de stad enige tijd op afstand is bekeken verandert het schip van koers en wordt er weer op normale afstand van de kust doorgevaren.

  

De stad Algiers ligt aan een baai en heeft van die typische witte huizen met daartussen enkele prachtige moskeeën

Rond de klok van 16.00 uur verandert een licht zeebriesje in een gigantische storm. De militairen denken op de Middellandse Zee mooi weer te hebben, maar dat is tijdens deze reis niet het geval. Een kalme golfslag verandert in een wilde zee en het schip reageert daar meteen op. Het voor- en achterschip veranderen constant van hoogte en dat is nou net datgene waar onze landrotten niet op zitten te wachten. Het schip gaat dusdanig te keer dat het erop lijkt alsof het binnen de kortste keren met man en muis vergaat. De golven slaan dit keer wel héél wild over het dek en dat levert een nog boeiender schouwspel op dan bij de vorige storm. Het is dan ook verboden dat militairen op het dek komen en dat is goed te begrijpen, er kan zomaar iemand overboord slaan en dan valt er weinig te redden. Veel militairen hebben inmiddels zeebenen, maar er zijn toch weer zeezieken en ook die mogen niet bij de reling komen. Een bemanningslid heeft de militairen wijsgemaakt, dat het belangrijk is om goed te eten. Trek of geen trek, gewoon blijven eten, want een goed gevulde maag kan volgens hem nooit in opstand komen. Of de militairen deze goede raad gaan volgen zal in de toekomst blijken.

Zaterdag 5 januari 1946: De wind is gelukkig afgenomen, al voelt het wel kouder aan dan gisteren, maar het aller belangrijkst is dat de zee gekalmeerd is. De lucht is voor een deel opengetrokken zodat de zon regelmatig tevoorschijn komt. Langs de Tunesische kust wordt om 08.15 uur Kaap Blanc gepasseerd en niet veel later de havenstad Bizerta. Door de grote afstand is de stad Tunis ongemerkt voorbijgevaren en om 12.30 uur wordt Kaap Bon bereikt. Met Kaap Bon is de noordoostpunt van Tunesië bereikt waar een vuurtoren en enkele huizen te zien zijn. General Montgomery wist hier met het 8ste leger een zegenrijke overwinning op de Duitsers te behalen. Nog altijd liggen hier scheepswrakken die bij dat gevecht betrokken waren. Na Kaap Bon komt het s.s. "Alcantara" tussen het Afrikaanse Tunesië en Italiaanse Sicilië te varen, maar van dit eiland is niets te zien. 

  

Officiers van 2-4 RI met daarachter bij de reling enkele dames tijdens de doorvaart van de Middellandse Zee

Als om 15.00 uur het Italiaanse eiland Pantelleria in zicht komt breekt er een stevige regenbui los en dat zorgt ervoor dat dit eiland uit zicht verdwijnt. Vanavond treedt een muziekband op die voor een gezellige avond zorgt. De meest bekende liedjes worden gespeeld en alle aanwezigen zingen uit volle borst mee. De stemming zit er meteen goed in en wanneer het B.S.- strijdlied ten gehore wordt gebracht gaat iedereen uit zijn dak. Dat lied brengt goede herinneringen met zich mee en werd tijdens de oorlog in zowel Volendam, Hoorn en Purmerend door de ondergrondse gezongen. Na de oorlog werd dat strijdlied naar Noordwijkerhout meegenomen, waar het na een paar weken door het hele bataljon werd meegezongen. In Easthampstead zong 1-4 RI dat lied ook al en de stoottroepers hebben het nu ook uit hun hoofd geleerd. Nu ze met zijn allen dit lied zingen klinkt het helemaal geweldig. Na een geslaagde avond gaan veel militairen een luchtje scheppen op het bovendek en voordat ze naar het ruim gaan zien ze om 22.00 uur het eiland Malta aan hun voorbijkomen.

Het tijdens de oorlog ontstane strijdlied van de B.S. wordt aan boord van het s.s. "Alcantara" door alle Nederlandse militairen meegezongen

Zondag 6 januari 1946: Om 07.00 uur is het tijd om op te staan en daarna is het wassen en ontbijten. Op een enkel regenbuitje na schijnt de zon de hele dag. Het is geen onaardig weer en het water kleurt prachtig blauw met zo hier en daar schuimkoppen. Vanochtend om 10.00 uur wordt in de grote filmzaal een kerkdienst gehouden. Met de wetenschap dat daar vanmiddag een film wordt gedraaid schept dat een vreemde gedachte. De dominee begint zijn preek met een tekst die toepasselijk is naar de huidige omstandigheden. Om 12.00 uur wordt via de scheepsradio bekend gemaakt dat ze momenteel ter hoogte van het Griekse eiland Kreta en het Afrikaanse Libië varen, maar daar wordt bij verteld dat vanwege de grote afstand van zowel Kreta als Libië niets te zien zal zijn. Dat is een kennisgeving waar de militairen niet zo heel veel aan hebben.

Omdat er aan de reling weinig is te beleven wordt de middag voor een groot deel besteed met het lezen van boeken die uit de scheepsbibliotheek komen, brieven worden geschreven en geluierd. Vanavond om 19.00 uur wordt er een nieuwe film gedraaid, dit keer is het een muziekfilm met The Andrews Sisters in de hoofdrol. Er is altijd veel interesse voor films, maar de zaal waar films gedraaid worden is niet zo heel groot, zodat films meerdere keren gedraaid worden. Militairen mogen alleen naar de filmzaal als hun compagnie aan de beurt is en zonder geldig kaartje wordt niemand toegelaten. 

 

Veel bekijks tijdens het knippen van iemands haardos door een echte vakman

Maandag 7 januari 1946: De hele dag is er niets anders te zien dan water, zodat de mannen doelloos over het dek rondslenteren. Het weer is ook niet al te best, want het regent af en toe, maar de koude wind is wel verdwenen. Van Noord-Afrikaanse steden wordt gezegd dat ze tropisch warm zijn, zodat de mannen niet hadden verwacht dat het zo koud zou zijn. Met die noordoostenwind van de afgelopen dagen wordt het dragen van een warme jas zelfs aanbevolen. Op het dek zijn enkele militairen druk bezig met het verstellen van hun tropenkleding, zodat het beter past wanneer het warm wordt. Of deze verstelwerkzaamheden goed gaan lukken is nog maar de vraag, want het is geen makkelijke klus als je dat niet eerder hebt gedaan.

Om 12.00 uur wordt bekend gemaakt dat het s.s. "Alcantara" op zo'n 100 mijl uit de kust richting het Nijldal vaart en dat betekent dat over niet al te lange tijd de Egyptische havenstad Port Saïd wordt bereikt. De bemanningsleden op de brug hebben het vandaag druk met het opsporen van mijnen die door een storm zijn losgeslagen en overal kunnen ronddrijven. Dankzij het radarsysteem worden deze ronddrijvende zeemijnen ontweken. Op het bovendek is momenteel weinig te beleven, zodat de mannen de tijd besteden met het schrijven van brieven, er wordt gekaart, geluierd en ze halen herinneringen op uit de periode dat ze bij de ondergrondse waren.

 

Met het zwemvest paraat wachten 4 militairen op een komende sloepenrol en daar wordt een foto van gemaakt (2e van rechts is Joop van Bommel 4e cie.)

Hoe verder de dag vordert des te warmer het wordt. Hierdoor ontstaat bij velen het idee om het tropenuniform aan te trekken, maar dat wordt niet toegestaan. Vermoedelijk wordt morgen om 04.00 uur in de vroege ochtend de haven van Port Saïd bereikt. Het s.s. "Alcantara" blijft daar de gehele dag liggen en daar wordt bij verteld dat niemand van boord mag. Tijdens het binnenvaren van Port Saïd mogen geen militairen op het dek komen en de patrijspoorten moeten gesloten blijven zolang het schip in de haven ligt. Er mogen geen handelaren aan boord komen, wat doorgaans wel de gewoonte is en er mogen geen etenswaren bij hen gekocht worden. Dit alles heeft te maken met een epidemie die in Egypte heerst. Met deze voorzorgsmaatregelen hoopt men besmettelijke ziektes op het s.s. "Alcantara" uit te sluiten. Enkele bemanningsleden hebben alvast de scheepsladder klaargelegd, zodat de loods morgen meteen aan boord kan. De temperatuur stijgt nog steeds. Het begint zo langzamerhand zomers aan te voelen en daar hebben de militairen lang op moeten wachten. Vandaag wordt de klok voor de derde keer tijdens deze reis een uur vooruitgezet.

Port Saïd

Dinsdag 8 januari 1946: De lichten van Port Saïd komen om 06.00 uur in zicht en dat is twee uur later dan verwacht. De loods komt om 07.00 uur aan boord en zal ervoor zorgen dat het schip veilig op de juiste plek komt te liggen. Vanaf enkele zeemijlen uit de kust tot op de plek van aanmeren is het voor militairen verboden op het bovendek te komen, vermoedelijk om de bemanning niet in de weg te lopen? Niet zo heel veel later krijgen de militairen alsnog toestemming om naar het bovendek te gaan, zodat ze niets van het binnenvaren van deze imposante havenstad hoeven te missen en niet voor niets vroeg zijn opgestaan. Voordat de haven van Port Saïd wordt binnengevaren zijn scheepswrakken te zien en van die typische vissersbootjes die de haven uitvaren en in de haven valt een statig gebouw op dat van de Suezkanaal Maatschappij is. Als het schip iets doorvaart is meteen te merken dat het s.s. "Alcantara" niet als enige Port Saïd aandoet. Het ligt hier vol met schepen en ze zijn er in elk formaat, dus ook van die kolossale oceaanstomers als het s.s. "Alcantara".

   

Het statige gebouw van de Suezkanaal Maatschappij valt al snel op wanneer de haven van Port Saïd wordt binnengevaren

Het overgrote deel van Port Saïd wordt voorbijgevaren en niet zo heel ver van de toegang tot het Suezkanaal mindert het s.s. "Alcantara" vaart om op aanwijzingen van de loods niet ver van de kade aan de boeien te gaan liggen. Op deze plek zal het schip vandaag blijven liggen en een betere plek zouden de militairen niet kunnen bedenken. Ze liggen op slechts dertig meter van de wal verwijderd, zodat het uitzicht over de kade uitstekend is. Er zijn palmbomen te zien en daarmee wanen de militairen zich in de tropen, maar zover zijn ze nog lang niet. Port Saïd is mooie stad, er staan van die typisch Arabische gebouwen en de mensen dragen andere kleding dan wij in Nederland gewend zijn. Op de kade staat een zendmast die hoog boven alle gebouwen uitsteekt en iets verder is een reclamebord van de Nederlandse KLM zichtbaar, wat boven de daken uitsteekt en 's avonds met behulp van neonletters verlicht wordt. Weer iets verder is het befaamde warenhuis van Simon Arzt te zien dat dicht bij het water staat. Dit warenhuis is bereid om belangrijke klanten bij een schip op te halen en uiteraard ook weer terug te brengen, of ze leveren een bestelling meteen bij het schip af.

     

Terwijl het schip de stad voorbij vaart is op een gebouw het reclamebord van de KLM te zien en iets verder het befaamde warenhuis van Simon Arzt

Voor de militairen kon het schip niet op een betere plek gaan liggen. Er gebeurt niet alleen veel op de kade, een groot deel van de haven is ook goed zichtbaar. Waaronder een industriegebied waarop ondanks de grote afstand alles goed is te herkennen, zoals enorme olietanks met alweer bekende namen als Shell en Esso. Het is stevig gaan waaien, maar vanwege de hoge temperatuur is het op het bovendek prima uit te houden. De hoge heren hebben dan ook besloten dat het battledress verruild mag worden voor het tropenuniform en daar is iedereen heel blij mee. 

   

Vanaf hun ligplaats is de stad goed zichtbaar en op grote afstand van het schip zijn de bekende bedrijven Shell en Esso ook zichtbaar

Het s.s. "Alcantara" ligt niet alleen op deze plek op toestemming te wachten om het Suezkanaal op te varen, er moet in deze haven ook bevoorraad worden voordat de reis vervolgt kan worden. De bemanningsleden zijn al bezig met de voorbereidingen om brandstof en drinkwater binnen te halen en de scheepskraan wordt gereedgemaakt om goederen aan boord te hijsen. Brandstof wordt in deze haven op bijzondere wijze aangeleverd. Vanaf de kade zijn werklieden bezig om een brandstofleiding naar het schip te leiden, zodat deze met behulp van een scheepstakel vastgekoppeld kan worden aan de romp van het schip. Vlonders moeten ervoor zorgen dat de brandstofleiding blijft drijven en dat is een bijzondere manier om brandstof aan te leveren. De militairen vragen zich af of dit veilig gebeurt. Drinkwater wordt op de normale manier aangeleverd, een tankscheepje komt langszij van het s.s. "Alcantara" te liggen en het water wordt simpelweg overgepompt. 

       

Met een drijvende leiding wordt brandstof naar het schip overgeheveld en gelijktijdig proberen handelaren goederen aan de militairen te verkopen 

Terwijl bemanningsleden druk bezig zijn met de bevoorrading van het schip hebben de militairen het ook druk, maar zij zijn druk aan het onderhandelen met kooplieden die vanuit bootjes spullen aanbieden. Rondom het schip krioelt het van de bootjes waarin Arabieren met veel geschreeuw en allerlei handgebaren koopwaar aanbieden, terwijl naast hen brandstof wordt overgepompt. Dat er op datzelfde moment brandstof wordt overgepompt schijnt deze mensen niets uit te maken, ze hebben alleen oog voor hun handel. Niemand schijnt zich daar druk om te maken, dus de militairen doen dat ook niet. De Arabieren hebben de handelswaar keurig netjes in ranke bootjes uitgestald en door hard schreeuwen proberen ze boven elkaar uit te komen. Wanneer een militair interesse toont hoeft hij het alleen maar aan te wijzen en de Arabier roept zijn prijs. Het zijn vooral lederwaren zoals tassen, koffers en portemonnees die ze verkopen, maar er liggen ook kleurrijke Oosterse kleden en sigaretten tussen. Bij een paar handelaren zijn van die typisch Arabische snuisterijen te koop, zoals een fez en die zijn leuk om als souvenir mee te nemen.

De prijzen waarmee de handelaren starten zijn schrikbarend hoog, maar daar trapt niemand in. Gelukkig is er niet heel veel voor nodig om de prijzen te laten zakken, maar zelfs dan hapt niemand toe. Na een poosje heen en weer geschreeuw worden de prijzen pas interessant en als iemand dan eindelijk akkoord gaat met de vraagprijs, wordt het artikel in een mandje gelegd en met behulp van een touw aan boord gehesen. De koper kan het artikel eerst beoordelen en bij goedkeuring wordt het overeengekomen bedrag in het mandje gelegd en de koop is gedaan. Regelmatig worden er mandjes naar boven gehesen en dat betekent dat er voldoende interesse is onder de militairen.

Ondanks dat Arabieren niet aan boord mogen komen proberen enkele van hen dat toch en dat doen ze heel behendig, maar wanneer er een op het dek wil klauteren wordt hij er met behulp van een brandslang meteen af gespoten. Een actie die voor hilariteit bij de mannen aan boord van het s.s. "Alcantara" zorgt, maar zo'n Arabier wordt daar niet vrolijk van. Gezien de driftige reacties is zijn mening over deze actie makkelijk te raden.

  

In ranke bootjes hebben Arabische handelaren hun koopwaar keurig netjes uitgestald

De rest van de dag wordt besteed met het kijken naar wat er op de kade gebeurt en met het spotten van voorbijvarende schepen. Zo af en toe zwemmen er bruinvissen bij het schip die regelmatig boven het water uitspringen. Sommige handelaren zijn hardleers en proberen alsnog aan boord te komen, maar ook nu zal hen dat niet lukken, de brandslang ligt nog steeds klaar en is binnen de kortste keren aangezet. Vanavond speelt de muziekband en dat maakt het verblijf in deze haven alleen maar gezelliger. Al helemaal als daar ook nog eens duizenden lichtjes van de stad en het industriegebied bij branden. De derde compagnie is vanavond aan de beurt om naar de film te gaan, of de jongens van deze compagnie daar blij mee zijn is nog maar de vraag. De film die ze draaien heet 'Hollywood Canteen' en Betty Davis en The Andrews Sisters spelen de hoofdrol. Niemand hoeft zich vanavond te vervelen, maar een prachtig verlichte stad en haven en muziek op de achtergrond heeft bij de meeste militairen de voorkeur.

   

Op het tijdstip dat het s.s. "Alcantara" richting de ingang van het Suezkanaal vaart is het behoorlijk druk in de haven

Woensdag 9 januari 1946: Om 05.30 uur in de vroege ochtend wordt de nachtrust verstoord door gerammel van de ankerkettingen en al rap daarna komt er beweging in het s.s. "Alcantara". Het schip vaart in de richting van het Suezkanaal en daarmee is de reis hervat. Als om 07.00 uur iedereen wakker is wordt het al heel snel druk op het bovendek om een laatste blik over de stad te werpen en de toegang tot het Suezkanaal niet te hoeven missen. Nog voordat Port Saïd uit zicht verdwijnt komt om 07.30 uur het standbeeld van Ferdinand de Lesseps in zicht dat op een lange pier staat en de schepen lijkt uit te zwaaien. Ferdinand de Lesseps is een Franse ingenieur die in 1856 het plan ontwikkelde om een kanaal door Egypte te graven. Als dat ontwerp in 1859 wordt goedgekeurd beginnen werklieden met het graven van het Suezkanaal. Met een lengte van 164 km wordt het Suezkanaal in 1869 in gebruik genomen. Een groot voordeel van het Suezkanaal is, dat schepen die vanuit het westen naar het oosten varen niet meer over Kaap de Goede Hoop hoeven te varen, hierdoor wordt een reis van en naar het Verre Oosten aanzienlijk korter. Daarbij hebben zowel de Middellandse Zee als de Rode Zee hetzelfde zeeniveau, zodat sluizen overbodig zijn en ook dat levert tijdwinst op.  

  

Aan de rand van Port Saïd staat het standbeeld van Ferdinand de Lesseps een Franse ingenieur die het ontwerp voor het Suezkanaal heeft gemaakt

Doorvaart van het Suezkanaal

Ruim twee uur nadat de ankers werden gelicht wordt de toegang tot het Suezkanaal bereikt. De schepen die toestemming hebben om het kanaal op te varen moeten voor de ingang verzamelen, waarna ze in konvooi het kanaal opvaren. Het zijn een tiental schepen die voor de poort tot de Egyptische Sahara liggen te wachten als ook het s.s "Alcantara" arriveert, zodat ze gezamenlijk het Suezkanaal op kunnen.

    

Een tiental schepen liggen op toestemming te wachten om het Suezkanaal in konvooi op te mogen varen

Bij het opvaren van het Suezkanaal valt meteen op dat het kanaal niet zo breed is als werd verwacht. Kolossale schepen als het s.s. "Alcantara" moeten rekening houden met de diepgang door niet al te dicht bij de kant te varen. Schepen van dit formaat kunnen elkaar niet eens passeren zodat een vrije doorgang van het kanaal een vereiste is. Langs het hele traject zijn controleposten om de scheepvaart in de gaten te houden en schepen naar een meer te delegeren wanneer er tegenliggers in aankomst zijn. 

  

Schepen varen in konvooi het Suezkanaal op, maar al snel daarna wordt de afstand tussen de schepen alleen maar groter 

In het begin is er niet veel te zien, langs de oever ligt veel slib dat daar door het uitbaggeren van het kanaal is terechtgekomen, maar daar houdt het wel zo'n beetje mee op. Als het opgebaggerde slib minder wordt gaat het landschap op de linkeroever geleidelijk over in een zandvlakte en op de rechteroever is het een en al moerasgebied. 

Bij het gehucht El Tina, waar zojuist een trein voorbij dendert, zijn de meeste huizen een bouwval

Om 08.00 uur passeren ze een gehucht met de naam El Tina waar de meeste huizen er verlaten en vervallen uitzien. Het zijn allemaal houten huizen die er als bouwvallen bijstaan en geen ramen en deuren hebben. Daartussen staat een kleine houten moskee en een stationnetje waar zojuist een locomotief voorbij dendert terwijl het flink veel stoom afblaast en een lange sliert met wagons achter zich meesleept. Deze spoorlijn zullen de mannen meerdere keren langs het Suezkanaal tegenkomen. Voorbij El Tina staat een gebouw van de Suezkanaal Maatschappij met daaromheen een keurig verzorgde tuin. 

  

Langs de oever van het kanaal staan jonge Arabieren die met groot gemak toegeworpen muntjes van de bodem weten op te duiken

Terwijl er geïnteresseerd naar het landschap wordt gekeken zien de militairen enkele jonge Arabieren langs de oever, die met wilde handgebaren en door hard schreeuwen duidelijk proberen te maken dat ze geld willen hebben. Vanaf het dek wordt meteen gereageerd door munten in hun richting te werpen, maar de afstand naar de oever is te groot waardoor alle munten in het kanaal terechtkomen. Voor die Arabieren is dat geen enkel probleem, ze duiken het kanaal in en als ze boven water komen tonen ze met enige trots de door hen opgedoken munten. Dit kunstje doen ze vast vaker, want het kost hun geen enkele moeite. Met de 'dubbeltjesduikers' weten de militairen zich goed te vermaken, want het blijft een wonderbaarlijk gezicht om te zien met welke eenvoud de munten uit het kanaal worden opgedoken.

  

Twee controleposten voor de scheepvaart met daarvoor een overzetpont waarmee ook kamelen worden verplaatst

Om de zestien kilometer is een controlestation langs het kanaal te zien die met elkaar in verbinding staan om de scheepvaart in de gaten te houden en de werkzaamheden aan het kanaal te coördineren. Er zijn diverse overzetpontjes voor het plaatselijke verkeer waarvan twee pontjes dusdanig zijn ingericht dat daar treinwagons mee vervoerd kunnen worden. Het grappige op de foto hierboven is dat daar een kudde met kamelen bij de pont staat te wachten omdat die ook naar de overkant gebracht moet worden.

  

Als het plaatsje El-Qantara wordt gepasseerd is er van een konvooi met schepen geen sprake meer

Rond 10.00 uur wordt het plaatsje El-Qantara gepasseerd waar in tegenstelling tot het gehucht El Tina veel te zien is. Op de rechteroever zijn enkele opslagtanks voor olie, een spoorwegemplacement en barakken te zien en op de linkeroever staan huizen, een treinstation, een moskee met prachtige minaretten en een orthodoxe kerk waarvan de toren in de meest felle kleuren is geschilderd. De mensen zijn typisch Arabisch gekleed, waarvan de vrouwen gesluierd, politieagenten dragen een donker pak met rode koppel en ze hebben een rode fes op hun hoofd.

Als El-Qantara voorbijgevaren is begint het landschap op de linkeroever heuvelachtig te worden. Niet ver bij de oever vandaan staat een militairkamp waar zojuist een trein tot stilstand is gekomen, soldaten stappen uit en lopen nieuwsgierig naar de oever van het kanaal om naar de militairen op het s.s. "Alcantara" te zwaaien. De soldaten zijn van diverse nationaliteiten, er lopen negers tussen die de meest vreemde capriolen uithalen om aandacht te trekken. Vanaf het s.s. "Alcantara" wordt uiteraard enthousiast teruggezwaaid. Iets voorbij dat militairkamp staan huizen met daaromheen een flink aantal bomen, maar daarna is het alleen nog zand en nog eens zand wat ze zien. 

De El Ferdan-spoorbrug is een stalen draaibrug die uit twee delen bestaat en de doorgang van het kanaal alleen verspert als er een trein aankomt

Om 11.00 uur passeren ze de El Ferdan–spoorbrug met daarnaast een laad- en losplaats voor zowel schepen als treinen. Op deze laad– en losplaats zijn een groot aantal Duitse militairen hard aan het werk. Deze hardwerkende militairen worden nog steeds als krijgsgevangenen vastgehouden en aan het werk gezet. Niet ver bij de spoorbrug vandaan staat een lange rij Amerikaanse legertrucks, die aan de achterzijde van het trekkende voertuig acht wielen hebben en daarachter een trailer met twee keer zoveel wielen. Het is indrukwekkend om zo'n colonne met zware legertrucks te zien. Als de spoorbrug gepasseerd is maakt het Suezkanaal een flauwe bocht naar rechts en wordt het landschap weer erg saai om naar te kijken. Ze komen nog wel enkele nederzettingen en een militairkamp tegen en de heuvels worden hoger. 

   

Een nederzetting met daarvoor rustende kamelen en iets verder een Engels kamp waar militairen naar het schip kijken

Nadat de militairen geruime tijd tegen een zandvlakte aankeken komen op de rechteroever prachtig groene grasvelden in zicht, die met behulp van een sproeimechanisme van water worden voorzien en daaromheen staan bomen. Langs de oever van het kanaal zijn werklui in een bootje bezig om de oever te repareren en er varen platbodems met van die typische driehoekige hoge zeilen. Over een weg die niet ver van het kanaal verwijderd is rijden auto’s met daartussen enkele motorrijders die spontaan richting het schip zwaaien. Ook bij het passeren van een militairkamp of nederzetting wordt regelmatig naar het schip gezwaaid. Het is best leuk om over het Suezkanaal te varen.

  

Voor het overgrote deel is een spoorlijn langs het kanaal te zien waarover regelmatig stoomtreinen voorbij denderen

Omdat langs een groot deel van het Suezkanaal een spoorlijn loopt zijn op twee plaatsen langs het kanaal overzetpontjes die zijn aangepast om daarmee treinwagons het kanaal over te zetten. Iemand heeft ooit rondverteld dat deze spoorlijn tot Jeruzalem loopt, maar dat is niet waar. Dat is wel de reden dat deze trein de 'Jeruzalemexpress' wordt genoemd. Na een poosje varen, het is dan inmiddels 12.00 uur, worden alweer enkele gebouwen van de Suezkanaal Maatschappij gepasseerd. Het hoofdgebouw is omringd door enkele kleine gebouwen, maar waarvoor ze dienen is niet duidelijk. Het ziet er allemaal wel vrij nieuw uit.

      

De gedenknaald voor de slachtoffers van WO-1 en een buitenpaleis van Koning Faroek zijn te zien voordat de stad Ismaïlia wordt bereikt

Voordat het Timsahmeer wordt bereikt passeren ze een gedenknaald ter herinnering aan de slachtoffers van WO-1 en een buitenpaleis van de Egyptische Koning Faroek. Daarna gaat het kanaal al snel over in het Timsahmeer waar een strand is en daarachter een rustpaviljoen. Voorbij het rustpaviljoen staan over de hele lengte palmbomen op het strand en dat blijft zo tot bij de stad Ismaïlia. Het s.s. "Alcantara" gaat op het Timsahmeer voor anker en moet wachten omdat vanuit Suez schepen in aantocht zijn. 

 

Het Timsahmeer met op de achtergrond de stad Ismaïlia

De stad Ismaïlia is zoals veel Arabische steden tegen heuvels aangebouwd met dezelfde prachtige witte huizen, gebouwen en moskeeën. Aan de oostzijde van Ismaïlia is het landschap meteen weer de woestijn als overal, maar met de heuvels op de achtergrond levert dat een bijzonder plaatje op. Even na 13.00 uur gaat de reis weer verder, terwijl kort daarvoor kooplieden sinaasappelen aan de militairen verkochten. Net als in Port Saïd worden touwen naar de militairen op het dek gegooid. Hiermee kunnen zij de mandjes met sinaasappelen naar boven hijsen. De sinaasappelen worden bekeken, bij goedkeuring uit de mandjes gehaald, het gevraagde geld in de mandjes gelegd, vervolgens worden de mandjes naar de kooplui teruggestuurd en de koop is gesloten.

Niet iedereen werd blij van de sinaasappelhandel. Een luitenant van de stoottroepen kwam kwaad het dek opgelopen en verbood de militairen om sinaasappelen te kopen, ze moesten onmiddellijk stoppen en werden van het dek weggestuurd. Deze luitenant is dezelfde irritante kerel die eerder al moeilijk deed om iets onbelangrijks en bekend staat als een nare vent. De meeste militairen kunnen hem wel schieten. Hij was van plan om alle gekochte sinaasappelen in beslag te nemen, maar tegen zijn verwachting in werd daar geen gehoor aan gegeven. Hij moet niet zo zeuren, ieder weldenkend mens zou zo'n bevel weigeren. Wat denk je van de handelaren, die proberen alleen wat geld te verdienen en dan zal zo'n luitenant dat verbieden. Steeds meer militairen begonnen zich ermee te bemoeien, met als resultaat dat iedereen van dek werd gestuurd. Ondanks dat blijven veel militairen op het dek, maar wanneer een regenbui naar beneden dreigt te vallen kiezen de militairen eieren voor hun geld en is het dek snel leeg.

N.B. Voordat het s.s. "Alcantara" de haven van Port Saïd bereikte werden enkele orders bekendgemaakt die betrekking hebben op het verblijf in deze havenstad en in alle overige havensteden: Voordat Port Saïd wordt binnengevaren mogen de militairen op bepaalde tijden niet op het dek komen en zolang het s.s. "Alcantara" in de haven ligt moeten de patrijspoorten gesloten blijven. Handelaren mogen niet aan boord komen en bij het verhandelen van goederen is het verboden om etenswaren aan te schaffen en dat laatste geld zolang het schip is Egypte vaart. Deze orders zijn van kracht om besmettelijke ziektes uit te sluiten. Dat geld dus ook voor de sinaasappelen die op het Timsahmeer werden gekocht. Blijkbaar zijn niet alle orders goed overgekomen en valt de luitenant van de stoottroepen wat de sinaasappelen betreft niet veel te verwijten.

  

Op het Grote Bittermeer moet met enige regelmaat op tegemoetkomende schepen worden gewacht terwijl een baggerschip de waterstand op peil houdt

Nadat het schip een poosje over het Suezkanaal heeft gevaren komt het Grote Bittermeer in zicht, waar het s.s. "Alcantara" rond de klok van 16.00 uur voor anker gaat. De militairen krijgen over de scheepsradio te horen dat er schepen vanuit zuidelijke richting in aantocht zijn. Op het Grote Bittermeer is een baggermolen langs de oever bezig om het waterniveau op peil te brengen, want deze schijnt tijdens WO-2 niet goed te zijn bijgehouden. Het Grote Bittermeer is vele keren groter dan het Timsahmeer en aan alle kanten omringd door de woestijn. Op een landtong is een terrein van de R.A.F. te zien met daarop nissenhutten die aan Easthampstead doen denken, er staan huizen, een watertoren en er is een startbaan voor vliegtuigen. Zo op het eerste gezicht lijken er geen vliegtuigen te staan, maar met behulp van de verrekijker van een militair zijn achter de startbaan wel degelijk vliegtuigen te zien. Langs de oever liggen landingsvaartuigen en enkele fregatten.

Een eind voorbij dat R.A.F.–terrein is een recreatiegebied te zien waar vlotten langs de kant van de oever liggen die recreanten gebruiken om mee te varen en op het meer varen zeilschepen. Het ziet er allemaal best idyllisch uit en dat zou je hier eigenlijk niet verwachten. Er wordt gezwommen en enkele jonge recreanten staan op een steiger naar het schip te wuiven. Hierbij wijzen ze in de richting waar het schip vandaan komt. Zouden ze duidelijk willen maken dat het s.s. "Alcantara" beter kan omkeren en naar huis moet terugvaren? Nou, dan hebben deze jongens pech, op het s.s. "Alcantara" wordt daar anders over gedacht! Wanneer het schip het Grote Bittermeer verlaat is dat meteen de toegang tot het Kleine Bittermeer en vandaar wordt de reis over het Suezkanaal richting het zuiden voortgezet. 

Recreanten wuiven naar het s.s. "Alcantara" en proberen duidelijk te maken dat het schip beter kan omkeren en naar huis moet varen

N.B. Op 24 december jongstleden voer het s.s. "Nieuw Amsterdam" ook over het Grote Bittermeer en lag net als het s.s. "Alcantara" op 31 dec. '45 bij Wight op hoog water te wachten. Doordat het schip op het Grote Bittermeer een verkeerde manoeuvre maakte kwam het aan de grond te liggen. Een aantal pogingen om op eigen kracht los te komen mochten niet baten. Vanuit Suez moest een sleepboot komen om het schip vlot te trekken, maar ook die poging mislukte. Omdat er in Suez geen tweede sleepboot beschikbaar was moest er een vanuit Port Saïd komen en dat koste veel meer tijd. Met twee sleepboten lukte het uiteindelijk om het schip vlot te trekken. Dit incident heeft het s.s. "Nieuw Amsterdam" een vertraging van twee dagen opgeleverd en het merkwaardige is, dat in het scheepslogboek niets over dit voorval staat vermeld.

 

Niet ver van de havenstad Suez is langs de oever dit grappige kerkje te zien

Suez

Om 21.00 uur wordt de stad Suez bereikt en gaat het schip wederom voor anker. Met deze havenstad en Port Tewfik is de zuidelijke toegang tot het Suezkanaal bereikt en is de doorvaart van dit kanaal teneinde. De vier personen die in Southampton aan boord kwamen en vanwege demobilisatie naar huis keren gaan hier van boord. Of dit de enige reden van deze tussenstop is wordt niet verteld. Dat maakt verder ook niets uit, de militairen gaan straks lekker slapen en zien morgen wel wat hen te wachten staat. Ze krijgen nog wel te horen dat de overtocht van het Suezkanaal de Nederlandse regering FL.10.942 gaat kosten. Dat is een smak geld voor een dag over het Suezkanaal varen, maar een reis over Kaap de Goede Hoop is gezien de brandstof en het tijdverlies nog duurder.

Bij de zuidelijk toegang tot het Suezkanaal (Port Tewfik) is weer een gedenknaald te zien, maar deze is veel kleiner

De Rode Zee

Donderdag 10 januari 1946: De hele nacht is het s.s. "Alcantara" in de haven blijven liggen en wanneer enkele vroege vogels om 06.00 uur 's ochtends op het bovendek de omgeving willen bekijken worden zojuist de ankers binnengehaald. Het is op dat tijdstip nog tamelijk fris, maar het beloofd een warme dag te worden. Iedere dag wordt een verslag over de vorderingen van de reis bijgehouden en opgehangen. Ze varen de hele ochtend over de Golf van Suez en om 08.45 uur wordt het prachtige jacht van Koning Faroek gepasseerd, dat onder begeleiding van een torpedobootjager vanuit de Rode Zee mogelijk onderweg is naar zijn buitenpaleis halverwege het Suezkanaal. Om 10.00 uur begint het s.s. "Alcantara" meer aan de linkerzijde van de Golf van Suez te varen en dan valt al direct op dat de bergen op de linkeroever hoger zijn dan op de rechteroever. Om 13.30 uur is op de rechteroever, ofwel aan de Afrikaanse zijde van de Golf van Suez, de vuurtoren van Ra's Ghareb te zien. 

Op de linkeroever staan bergen die wel 2000 meter hoog zijn met in hun toppen half gesmolten sneeuw. Ruim een uur nadat de vuurtoren van Ra's Ghareb is gepasseerd komt om 14.30 uur de berg Sinaï in zicht. Hoe Mozes het voor elkaar kreeg om over zo'n hoge kale berg te klauteren is voor iedereen een raadsel. Met 2550 meter is deze berg de hoogste uit deze omgeving en de top van de berg is bijna altijd in wolken gehuld, maar zelf dan is deze nog altijd zichtbaar. In de wijde omgeving van deze bergen is geen enkel teken van leven te ontdekken.

Een kustvaarder vaart op de Golf van Suez ongeveer ter hoogte van de plek waar de berg Sinaï is

Het s.s. "Alcantara" vaart de volle zee tegemoet en wanneer om 16.00 uur de Rode Zee wordt bereikt verdwijnt het zicht op de beide oevers snel. Door een onverklaarbaar natuurverschijnsel is op bepaalde tijden van het jaar een lange rechte streep dwars door het water van de Rode Zee te zien en er zwemmen vliegende vissen rond die hun vinnen als vleugels lijken te gebruiken. Ze kunnen meters over het water springen en door de trillende bewegingen van hun vinnen lijken ze vleugels te hebben. Ze kunnen zomaar vijf meter over het water vliegen om vervolgens in de golven te verdwijnen. Na het ontbijt was het nog lekker koel, maar hoe verder de dag vorderde des te warmer het werd. Veel militairen hebben dan ook liggen zonnen op het bovendek. Ook vanavond is het goed uit te houden op het dek, zodat iedereen het prima naar zijn zin heeft.  

Terwijl het s.s. "Alcantara" over de Rode Zee vaart genieten de militairen van de avondzon

Vrijdag 11 januari 1946: Vandaag is het slechts water en lucht wat de militairen te zien krijgen, zelfs schepen worden niet voorbijgevaren. Het wordt ook steeds warmer en dat houdt in dat kleding vaker gewassen moet worden. Dat wassen wordt door sommige militairen op een wel heel bijzondere manier gedaan; alle vuile kleren worden aan een lang touw vastgebonden, een patrijspoort gaat open, de hele handel wordt overboord gesmeten en de golven moeten de rest doen. Het is wel belangrijk dat alle kleren goed worden vastgebonden, want het zal niet de eerste keer zijn dat een militair nieuwe kleding moet aanschaffen.

De dagelijkse diensten zijn alweer een tijdje in volle gang, zodat niemand zich hoeft te vervelen. Er worden dagelijks sportactiviteiten gehouden en er zijn theorielessen die betrekking hebben op het verblijf in Ned. Indië. Zo krijgen ze les in de Maleise taal en er worden waardevolle tips gegeven om besmettelijke ziektes te ontlopen. Ook wordt aan alle militairen een boekje Maleise taal uitgedeeld, zodat ze in hun vrije tijd goed kunnen oefenen.

Als de militairen bij de boeg van het schip over de zee uitkijken kunnen ze heel goed zien hoe dolfijnen en bruinvissen op hun eigen manier sierlijk boven water weten uit te springen. Soms lijkt het net dat deze vissen zich met hun staart tegen de boeg laten voortduwen en dat is best grappig om te zien. Vanwege de stijgende temperaturen zijn een paar bemanningsleden bezig met het spannen van tropenzeilen over delen van het dek, zodat de militairen in ieder geval een beetje verkoeling onder zo'n zeil vinden. 

Vijf Kennemers van de 4e compagnie afkomstig uit Castricum poseren op het bovendek met uiterst rechts Piet en Jaap Zonneveld 

Zaterdag 12 januari 1946: De Rode Zee staat erom bekend dat het daar verschrikkelijk heet kan zijn, maar tot vandaag is daar nog geen sprake van geweest. Het is best warm, dat wel, maar niet warmer dan op een zomerse dag in Nederland, ondanks dat de Kreeftskeerkring is gepasseerd. Volgens een bemanningslid hebben de militairen geluk dat ze niet tijdens de zomermaanden over de Rode Zee varen, want 's zomers is het hier niet te harden van de hitte. Momenteel is de zee zo glad als een spiegel en om 13.00 uur worden enkele eilandjes gepasseerd.

Om 15.30 uur wordt via de scheepsradio bekend gemaakt dat over niet al te lange tijd het m.s. "Oranjefontein" voorbij zal komen varen. Hiermee zijn alle militairen ruim op tijd gewaarschuwd en zij staan dan ook massaal bij de reling als het m.s. "Oranjefontein" nog maar een stipje aan de horizon is. Van grote afstand beginnen beide schepen met het uitwisselen van lichtseinen terwijl het s.s. "Alcantara" de Nederlandse vlag hijst. Het m.s. "Oranjefontein" is met repatrianten vanuit Indië onderweg naar Nederland en komt best dicht voorbijgevaren. Hierdoor kunnen de opvarenden van beide schepen elkaar goed zien, de repatrianten zwaaien enthousiast en roepen allerlei dingen die de militairen niet kunnen verstaan.

De opvarenden van zowel het m.s. "Oranjefontein" als het s.s. "Alcantara" begroeten elkaar enthousiast

Deze ontmoeting is voor de militairen en repatrianten een ontroerend moment die hen nog lang zal bijblijven. Tijdens al dat gejuich en gewuif schiet bij sommigen spontaan een brok in de keel. Beide schepen verwelkomen elkaar via enkele stoten met de scheepshoorn en het m.s. “Oranjefontein” heeft de Nederlandse vlag uiteraard ook in top. Het valt wel op dat aan de reling van het m.s. "Oranjefontein" veel vrouwen en kinderen te zien zijn, maar dat komt omdat zieken, zwakken en vrouwen met kinderen bij de repatriëring voorrang krijgen.

De kapitein van het s.s. "Alcantara" stuurt namens de Nederlandse militairen op zijn schip het volgende telegram naar het m.s. "Oranjefontein": Ik wil namens de Hollandse militairen alle opvarenden van uw schip de hartelijke groeten overbrengen, een behouden thuisvaart toewensen en het allerbeste voor de tijd die volgt. Kapitein Romijn van het m.s. "Oranjefontein" reageert met het volgende telegram: Wij allen zijn trots dat de Nederlandse militairen bij u aan boord naar Ned. Indië onderweg zijn. We hopen dat zij allen ook weer behouden thuis mogen komen. God zij met jullie! De inhoud van beide telegrammen krijgen de militairen de dag daarop te horen. Door het stijgen van de temperatuur is het 's nachts in het ruim eigenlijk niet meer uit te houden. De militairen krijgen dan ook toestemming om op het bovendek te slapen.

Zondag 13 januari 1946: Terwijl nagenoeg iedereen op één oor ligt wordt om 01.00 uur het eiland Perim voorbijgevaren, waarmee de Straat Bab el-Mandeb wordt bereikt. Dat is een smalle zeestraat waarmee in de vroege ochtend de Golf van Aden wordt bereikt. Op de post naar huis hoeft geen postzegel, in plaats daarvan moet ON ACTIVE SERVICE op de post geschreven worden met daaronder een handtekening.

De altijd drukke bunkerplaats Aden wordt deze reis niet aangedaan, zodat het s.s. "Alcantara" daar met een grote boog omheen vaart

Met de Golf van Aden is het s.s. "Alcantara" ten zuiden van Jemen aangekomen en zullen de militairen spoedig afscheid moeten nemen van de typisch Arabische taferelen waaraan ze inmiddels gewend zijn. In de haven van Aden is het doorgaans druk met schepen die komen bunkeren, maar het s.s. "Alcantara" heeft dat in Port Saïd gedaan en vaart verder. Aden passeren ze dan ook op grote afstand, maar de haven is nog wel zichtbaar. Vandaag worden voor de eerste keer haaien gesignaleerd, deze beesten kunnen uitstekend zwemmen, maar het s.s. "Alcantara" bijhouden doen ze niet. Dat is ook wel te begrijpen, want het s.s. "Alcantara" is een snel schip. Momenteel wordt er ook met flinke snelheid doorgevaren. Het is niet onwaarschijnlijk dat de Golf van Aden met deze snelheid vannacht alweer wordt verlaten, maar op dit moment worden ten oosten van Somalië enkele eilanden gepasseerd, waarvan Socotra het grootste eiland is.

Cabaretavond voor de militairen van 8 (IV) RS

Vanavond wordt in de recreatieruimte een cabaretvoorstelling opgevoerd voor 8 (IV) RS. De voorstelling bestaat uit muziek, zang en cabaret. Het is een bijzonder gezellige avond waarbij Soldaat J.H. Cornielje van 8 (IV) RS met zijn 'Over die kleine man' aardig op dreef raakt. Cor Egberts, ook van 8 RS, zingt het lied 'Botter op zee' en Soldaat Otto Bouwer en zijn band begeleiden twee lieftallige Indische dames die de nodige Krontjongmuziek ten gehore weten te brengen. Deze voorstelling duurt tot 22.00 uur en wordt met veel enthousiasme door alle 'Stoters' bijgewoond. Omdat de recreatiezaal voor 2400 man te klein is wordt de cabaretvoorstelling meerdere avonden opgevoerd.

(De gegevens over deze cabaretavond komen uit het boek 'Duizend Dagen Indië' dat over het militaire leven van Sergeant-Majoor Jan van Trigt gaat) 

    

De mannen van 8 (IV) RS hebben een cabaretavond waarbij soldaat Otto Bouwer en zijn band twee Indische dames begeleiden (foto's Groenhof-storie)

 

Indische Oceaan

Maandag 14 januari 1946: Het s.s. "Alcantara" heeft vannacht inderdaad de Golf van Aden verlaten en vaart al op de Indische Oceaan. Er staat een stevige wind vandaag zodat het kouder aanvoelt dan gisteren, maar dat vindt niemand erg. De wind zorgt wel voor zeezieken, maar dat zijn er zo weinig dat je het eigenlijk kan verwaarlozen. Nu er op de Indische Oceaan wordt gevaren valt er aan de reling weinig te beleven. De militairen zullen tot Ceylon alleen water en lucht te zien krijgen en misschien een schip dat op grote afstand voorbij komt varen. De mannen zullen dus zelf iets moeten bedenken om de komende dagen zonder verveling door te komen. Ze komen nog wel vaak op het bovendek, maar dat is dan meestal om een boek te lezen, te luieren in de zon, of een brief voor thuis te schrijven.

De derde compagnie is deze middag aan de beurt om naar de filmzaal te gaan. De film heet 'Tarzans Triomf', waarbij Tarzan een eenheid met Duitse parachutisten uitroeit. Het laatste stuk van de film is nogal amusant: Een aap weet de microfoon van een zendtoestel van de Duitsers in handen te krijgen, waarmee hij de Duitsers toespreekt en die zijn in de veronderstelling dat de Führer hen toespreekt. Met gestrekte arm springen de Duitsers in de houding en daar wordt in de zaal verschrikkelijk om gelachen. Na afloop van de film moeten de mannen van de 3e cie. hun winterkleding inleveren en dat komt goed uit want deze kleding neemt alleen maar onnodig veel ruimte in beslag. 

Vandaag wordt begonnen met het slikken van kininepillen en daar wordt bij verteld dat deze pillen voor vervelende bijwerkingen kunnen zorgen. Een beter bericht is dat de militairen daarna een noodpakket kunnen ophalen, want daar wordt iedereen blij van. Zo'n noodpakket bestaat uit sigaretten, een pak biscuits en drie overheerlijke plakken chocola. Na het avondeten is het voor een aantal militairen tijd om naar de dagsluiting te gaan die om 18.30 uur begint. De dominee van 1-4 RI heeft het vanavond over de Barmhartige Samaritaan. Volgens de algemene peilingen kan deze dominee van den Berg prachtig mooie verhalen vertellen. Anderen vertrekken naar het bovendek, waar zij de avond doorbrengen.

Dinsdag 15 januari 1946: De storm die voor vannacht verwacht werd is achterwegen gebleven, maar er staat nog wel een stevige wind, zodat het schip behoorlijk te keer gaat. Bij de toiletten staan vanochtend rijen met wachtenden, veel militairen hebben buikkramp en zijn aan de racekak. De grote boosdoener zijn de kininepillen. Ondanks dat wordt er vanochtend wel gymnastiek en Maleise les gegeven en het weer knapt ook langzaam op. Er kan dus straks weer van de zon genoten worden en de militairen met buikkramp zullen ook wel weer opknappen. Vanmiddag krijgen de mannen theorieles in mortierschieten en aansluitend moet iedereen zijn kennis van de Maleise taal op eigen houtje bijspijkeren.  

Op de Indische Oceaan wordt volop van de tropenzon genoten

Ook vandaag worden er regelmatig vliegende vissen bij het schip waargenomen en dat is zo'n koddig gezicht dat ik daar nogmaals op terug kom. Vliegende vissen hebben het formaat van een gemiddelde karper en schieten regelmatig razendsnel over het water om daar meters verder weer in terecht te komen. In het water maken ze opnieuw snelheid, zodat het kunstje bovenwater herhaald kan worden. Echt vliegen kunnen ze natuurlijk niet. Het is werkelijk een prachtig gezicht om al die zilverkleurige vliegende vissen met hun doorzichtige fladderende vinnen over het water te zien scheren en al helemaal als daarover het zonlicht schijnt.

Cabaretavond voor de militairen van 2-4 RI

Brenschutter Piet Hartog van 3-2-4 RI heeft in zijn dagboek geschreven dat de derde compagnie op dinsdag 15 januari '46 een cabaretvoorstelling in de recreatiezaal heeft bijgewoond. Deze voorstelling is bestemd voor de militairen van de 3e, 4e en 5e compagnie van 2-4 RI en het is dezelfde voorstelling die zondagavond aan 8 (IV) RS werd gegeven. Helaas wordt niet vermeld wanneer de andere militairen van 2-4 RI deze avond krijgen. Dat zou op maandagavond geweest kunnen zijn of op woensdagavond in combinatie met militairen van andere eenheden. Wel weet ik dat de militairen van 1-4 RI op woensdagavond 16 januari '46 voor deze cabaretvoorstelling aan de beurt zijn.

Ook vanavond gaat de zaal om 19.00 uur open. Aan de voorstelling werken trouwens niet alleen militairen van 8 RS mee, ook militairen van andere onderdelen zijn van de partij. De dames van de Marva en het Rode Kruis nemen een groot deel van de zangpartijen voor hun rekening, waaronder een paar prachtig klinkende Javaanse liederen. Dit alles met begeleiding van gitaren, mandolines, accordeonisten en een uitstekend spelende Hawaiian-gitarist. Een militair van 8 (IV) RS is een uitstekend hypnotiseur en weet daarmee de hele zaal in vervoering te brengen. Ook dit keer is het een hele gezellige avond. Al helemaal omdat enkele militairen van het Kennemerbataljon aan deze avond meewerken.

Tijdens de cabaretvoorstelling wordt er ook even stilgestaan bij het feit dat op het s.s. "Alcantara" een te grote afstand is ontstaan tussen de officieren en de manschappen. Dat zou heel goed kunnen komen omdat de officieren een veel betere behandeling op dit schip krijgen dan de manschappen en zich daardoor meer afzijdig houden. Het is natuurlijk makkelijk om de bemanningsleden daar de schuld van te geven, maar wat meer rekening met elkaar houden zou voor een goede verstandhouding wenselijk zijn.

Een deel van het cabaretgezelschap poseert voor de fotograaf (foto Groenhof-storie)

Woensdag 16 januari 1946: Het is momenteel erg eentonig aan de reling, het is ZEE, ZEE en NOG EENS ZEE wat er te zien is en verder niets. Het is wel fijn om zo heel af en toe doelloos naar de golven te staren, dat verveelt niet snel en het heeft iets rustgevends. Via de radio wordt het nieuws van de afgelopen dagen bekendgemaakt. De verstandhouding tussen Indië en Nederland is alleen maar verslechterd. Daaruit blijkt maar weer dat er in Indië nog veel te doen valt. De militairen zijn het dan ook roerend met elkaar eens dat er flink getraind moet worden en dat zwaardere wapens hard nodig zijn om doortastend te kunnen optreden. Zoals het er momenteel voor staat krijgen de militairen op Malakka een aanvullende training. Ook wordt medegedeeld dat de te verzenden post vóór a.s. vrijdag in de postzakken moet zitten, want deze postzakken gaan in de haven van Ceylon van boord en met een beetje geluk komt daar ook post aan boord.

Donderdag 17 januari 1946: Voor vandaag zijn er niet veel bijzonderheden te melden, alleen dat de algehele scheepsinspectie voorspoedig verloopt en snel voorbij is. De derde compagnie gaat vanmiddag naar de film, ik weet alleen niet hoe die heet. De andere militairen besteden zowat de hele middag met zonnen op het bovendek. Enkele militairen liggen te lang in de zon en moeten behandeld worden, een wist het zo bont te maken dat hij met tweedegraads brandwonden in de ziekenzaal wordt opgenomen.

Als de ploeg van de corveedienst vannacht de trappen, gangen en toiletten aan het schoonmaken zijn, komen er enkele dames voorbij gewandeld. Waar de dames op dat tijdstip vandaan komen mag Joost weten, maar het moet daar ongetwijfeld gezellig geweest zijn. Misschien hebben enkele officieren zich weer eens uitgesloofd? Diezelfde corveedienst ziet om 04.30 uur in de vroege ochtend dat het schip langs het eiland Minicoy vaart en een van de jongens weet te vertellen dat Minicoy ten zuiden van India ligt en dat Ceylon het volgende eiland is wat ze tegenkomen. 

Ceylon

Vrijdag 18 januari 1946: Als de militairen om 07.00 uur aan de ontbijttafel zitten krijgen ze te horen dat er land in zicht is en inderdaad, in de verte is land te zien. Dat moet dan Ceylon zijn, maar de dichtstbijzijnde haven Colombo wordt niet aangedaan. Het schip vaart onder Ceylon door om daarna in noordelijke richting te varen en ten oosten van Ceylon de haven van Trincomalee te bereiken. Ceylon is een behoorlijk groot eiland, zodat Trincomalee morgen in de vroege ochtend bereikt zal worden. Als het schip om 09.30 uur ten zuiden van Ceylon vaart wordt alweer een Nederlands schip gepasseerd. Dit keer komt het s.s. "Johan van Oldenbarnevelt" voorbijgevaren, een prachtig mooi schip met ook weer repatrianten aan boord. Ook dit keer staan veel mensen aan de reling, ze staan trouwens overal, zelfs in de reddingssloepen en sommigen zijn in de mast geklommen. Met zakdoeken in hun hand zwaaien de mensen er flink op los en roepen van alles naar de militairen, maar ook dit keer is daar niets van te verstaan. Bij het voorbijvaren staan erg veel mensen aan een en dezelfde kant van het s.s. "Johan van Oldenbarnevelt" en daardoor is goed te zien dat dit schip behoorlijk overhelt. 

Het m.s. "Johan van Oldenbarnevelt" is met repatrianten vanuit Tandjong Priok naar Amsterdam onderweg

Net als bij het m.s. "Oranjefontein" wisselen beide kapiteins telegrammen uit. Dhr. Bakker, gezagvoerder van het s.s. "Johan van Oldenbarnevelt", reageert op het telegram vanaf het s.s. "Alcantara" als volgt: Namens de passagiers en bemanningsleden op dit schip wens ik u allen het allerbeste toe en Gods zegen tijdens het uitvoeren van een wel hele zware taak in Ned. Indië. De "Johan van Oldenbarnevelt" is nu al het derde Nederlandse schip met repatrianten aan boord dat tijdens deze reis gepasseerd wordt. De Nederlandse regering is overduidelijk druk bezig om zoveel mogelijk landgenoten uit de wurggreep van de Indische opstandelingen te bevrijden!

Vanmiddag wordt het feestprogramma bekendgemaakt dat ter gelegenheid van de verjaardag van prinses Margriet wordt georganiseerd. Tot de activiteiten behoren enkele wedstrijden, dat zijn zaklopen, touwtrekken, rijden met kruiwagens, boksen en schermen. Geïnteresseerden kunnen zich de hele middag voor één of meerdere wedstrijden laten inschrijven. Een ding is zeker, het beloofd een leuke en sportieve dag te worden.

Trincomalee

Zaterdag 19 januari 1946: Het s.s. "Alcantara" vaart om 06.00 uur in de ochtend de haven van Trincomalee binnen en gaat op de rede voor anker. Met deze haven zijn de militairen op een van de mooiste plekken ter wereld aangekomen. Deze haven ziet er heel anders uit dan de havens die ze gewend zijn, kranen en loodsen zijn nergens te bekennen. Deze haven is een geschenk van moeder natuur met tientallen eilanden en evenzoveel inhammen. Letterlijk alles op het vaste land is begroeid, zelfs tussen de rotsen groeien bomen en struiken. De haven en het landschap daarachter ziet er in een woord schitterend uit, totaal anders dan de zandvlaktes in Egypte. Trincomalee ligt tegen een helling aangebouwd en alleen de daken van de huizen komen boven de weelderige begroeiing uit. Niet ver buiten deze stad zijn bunkerstellingen, olietanks, een radiostation en een seinpost te zien. Ook in deze haven hebben de Engelsen een marinebasis. Je zou bijna gaan denken dat de Engelsen overal ter wereld een vesting of marinebasis hebben. Grote schepen gaan hier allemaal op de rede voor anker, waarna hun lading met kleine schepen naar de wal wordt gebracht. 

 

Laag boven de door de natuur geschonken haven vliegt een watervliegtuig vlak langs het s.s. "Alcantara"

Buiten de schepen die op de rede voor anker liggen zijn in deze haven rankgebouwde kano's, prauwen met van die lange rechthoekige zeilen en een aantal motorschepen te zien. Engelse marineschepen zijn hier op dit moment niet te bekennen. Bij diverse schepen die voor anker liggen zijn inlanders aan het werk om goederen over te laden op kleinere schepen. Nadat het s.s. "Alcantara" voor anker is gaan liggen zijn een olie- en watertankschip langszij gekomen om het schip te bevoorraden. De Chinezen die op deze scheepjes werkzaam zijn hebben apen bij zich, waarmee zij de militairen kostelijk weten te vermaken. Als dank krijgen deze mensen sigaretten toegeworpen. Het zijn vriendelijke en dankbare mensen die op hun beurt kokosnoten in de richting van de militairen gooien. Terwijl beide scheepjes aan het bunkeren zijn komen nog enkele bootjes langszij. Aan boord van deze schepen zijn inlanders die de post en de bagage van de Marva, Koninklijke Marine en een aantal Engelsen van boord komen halen. 

Intussen zijn officieren aan het zeuren of zij in groepjes van boord mogen om de stad te verkennen, maar het antwoord is nee en dat blijft nee. De andere militairen kunnen het dus helemaal vergeten dat ze aan land mogen. Er wordt simpelweg gezegd dat dit niet kan omdat de mensen van Ceylon anti-Nederlanders zijn. Toevallig is het wel zo dat enkele militairen het tegenovergestelde hebben gehoord. Zij spraken de werklui op een van de scheepjes langszij het s.s. "Alcantara" en die vertelden iets heel anders. Deze mensen zeiden: Dutch–boys are good–boys, maar wanneer ze over de Engelsen spraken veranderde hun stemming meteen. Het is overduidelijk dat de mensen van Ceylon de Engelsen niet mogen, maar ze benadrukken diverse keren dat ze met Hollanders geen enkel probleem hebben. Engels geld wordt niet eens aangenomen, maar met Hollands geld hebben deze mensen geen probleem.

De verjaardag van Prinses Margriet wordt op sportieve wijze gevierd

            

Ter gelegenheid van de verjaardag van Prinses Margriet is een deel van het schip gepavoiseerd

Het derde prinsesje op rij Prinses Margriet heeft de leeftijd van drie jaar bereikt en dat wordt vandaag uitbundig gevierd. Er zijn diverse activiteiten georganiseerd zodat het een drukke en gezellige dag zal worden. Zo zijn voor vanmiddag enkele wedstrijden gepland waaraan militairen van alle drie de bataljons meedoen. Voor het schermen en rijden met kruiwagens zijn geen geïnteresseerden, zodat beide wedstrijden niet doorgaan. Voor de bokswedstrijden zijn wel veel geïnteresseerden, het dek staat helemaal vol met toeschouwers. Tussen de boksers zitten enkele jongens die heel technisch zijn, dat zie je aan de manier waarop ze in de verdediging gaan, om vervolgens razend snel enkele ferme stoten te plaatsen. Bij het zaklopen zijn de militairen van de derde compagnie (2-4RI) trots dat een van hen als grote winnaar uit de bus komt, gezien het aantal deelnemers is dat een hele prestatie. Alles bij elkaar is het een hele gezellige en sportieve dag, mede omdat vanochtend een voorschot op de soldij werd uitbetaald. De kantine wordt daardoor vaak bezocht en ter afsluiting van deze feestelijke dag worden op het achterdek liederen gezongen onder begeleiding van de vaste bandleden. 

   

Vanmiddag worden ook enkele bokswedstrijden gehouden en daarna is het tijd om liederen te zingen onder begeleiding van de vaste bandleden

Vanmiddag vond er nog een klein incidentje plaats. Toen militairen op het idee kwamen om een frisse duik in de haven te nemen werd dat al heel snel verboden. Dat wordt sowieso niet getolereerd en al helemaal niet omdat dan binnen de kortste keren duizend man in het water zouden liggen. Deze militairen hadden al meteen een opmerking klaar, ze mogen niet zwemmen omdat de hoge heren een gewone soldaat nu eenmaal geen pleziertje gunt. Niet veel later krijgen deze militairen te horen dat zwemmen in deze haven gevaarlijk is omdat hier regelmatig haaien rondzwemmen. Als dat nou meteen werd verteld dan hadden deze militairen daar ook meteen begrip voor getoond.  

De Koninklijke Marine, MARVA en een aantal Engelsen gaan in Trincomalee als eersten van boord

   

Bootjes liggen naast het s.s. "Alcantara" om een aantal Engelsen en de eerste Nederlandse eenheden aan land te zetten

Vandaag gaan de eerste Nederlandse eenheden van boord. Dat zijn de mannen en vrouwen (de Marva) van de Koninklijke Marine en een onbekend aantal Engelsen. Om 17.00 uur stappen de dames van de Marva van boord om met een bootje naar de wal te worden gebracht. Terwijl dat bootje wegvaart wuiven de Marva-dames enthousiast naar de achterblijvers op het s.s. "Alcantara", maar wanneer de dames in de gaten hebben dat slecht een paar officieren terugzwaaien zijn ze daar heel snel klaar mee. De overige militairen aan boord interesseert het al helemaal niets, die kijken niet eens.

Ook na de capitulatie van Japan blijft de Nederlandse Koninklijke Marine actief op Ceylon. De 85 mannen van de marine die zojuist naar de wal zijn vertrokken gaan vanuit Trincomalee de Engelsen assisteren bij het uitvoeren van diverse maritieme taken. De 24 dames van de marine behoren tot de Marva, zij zijn onbewapend en worden voor allerlei ondersteunende taken ingezet. Deze 24 Marvadames gaan assisteren bij de repatriëring van (Indische) Nederlanders die tijdens WO-2 in Indië in de jappenkampen verbleven en na de capitulatie van de jappen naar Ceylon wisten te vluchten.

Een eerdere toezegging om aanvullend militairmateriaal in Trincomalee te laden blijft helaas uit en een misschien nog wel grotere teleurstelling is, dat de post waar zo naar verlangt wordt nog altijd niet aan boord is gekomen. Er is ook iets positiefs, de vele lichtjes aan land en op de schepen en daarbij de tropensfeer zorgen ervoor dat ook aan deze avond met veel plezier wordt teruggedacht. 

Zondag 20 januari 1946: Bij het ontwaken regent het ontzettend hard en daardoor is het behoorlijk fris. De mannen krijgen te horen dat het s.s. "Alcantara" de haven deze ochtend zal verlaten en daar kijkt iedereen van op. Er was namelijk vertelt dat ze drie dagen in deze haven zouden blijven. Nadat dit nieuws is rondverteld vertrekken beide bunkerschepen, om 08.00 uur worden de ankers gelicht en om 08.30 uur vaart het s.s. "Alcantara" de haven uit. De kust van Ceylon verdwijnt spoedig uit zicht en wanneer de kerkdienst is afgelopen varen ze alweer op volle zee. Er wordt koers gezet richting Singapore. Vanaf nu is er alleen nog water en lucht te zien. Het uitzicht aan de reling is dus opnieuw eentonig. Het weer is nog altijd somber, de zon is nergens te bekennen en met enige regelmaat valt de regen met bakken uit de hemel.

Met de Golf van Bengalen aan bakboordzijde worden enkele potvissen gesignaleerd. Dat zijn grappige beesten die een fontein aan water omhoog spuiten wanneer ze met hun hoofd en rug iets boven het water uitkomen. Potvissen zijn er in allerlei afmetingen en deze hebben een flink formaat. Om 12.00 uur wordt via de scheepsradio bekend gemaakt dat ze definitief naar Singapore onderweg zijn, maar het is nog niet zeker of dit daadwerkelijk de eindbestemming wordt. Met andere woorden; niemand weet met zekerheid te vertellen wat deze mannen op kort termijn te wachten staat. 

Vanmiddag wordt er maar weer eens een Tarzanfilm gedraaid en dat is zowat het enige wat op dit moment voor afleiding zorgt, want doelloos op het dek rondhangen gaat zo langzamerhand vervelen. Omdat het s.s. "Alcantara" in een gebied komt te varen waar mijnen kunnen zijn, moeten de zwemvesten tevoorschijn gehaald worden. Dat is alleen uit voorzorg want er wordt niet verwacht dat verdwaalde mijnen een echt gevaar gaan opleveren. Omdat het tijdsverschil tussen Nederland en Indië zes uur is wordt de klok ook vandaag een uur vooruitgezet.

Militairen van de Stafcompagnie 2-4 RI (1e peloton) poseren op het bovendek 

Maandag 21 januari 1946: Na Ceylon is het s.s. "Alcantara" met hogere snelheid gaan varen, zodat het schip door het stampen van de motoren trilt en iets is gaan deinen terwijl de zee best kalm is. De afgelopen dagen werd de dagsluiting op het achterdek gehouden en dat blijkt de rest van de reis zo te blijven. Met deze tropische hitte is dat een stuk aangenamer, maar voorlopig heeft het vandaag zowat de hele dag geregend. Na de dagsluiting wordt voor de mannen van de derde compagnie een film gedraaid over Madame Curie. Madame Curie is de uitvindster van het radium en deze film schijnt heel interessant te zijn. Omdat het na afloop van de film niet meer regent gaan alle mannen naar het bovendek om nog een poosje van de heldere sterrenhemel te genieten. Op het bovendek vertellen bemanningsleden, dat het schip wat mijnen betreft het gevaarlijke gebied heeft verlaten en dat zij nu alle reddingssloepen moeten inspecteren. Ondanks dat er was rondverteld dat de militairen niet bang hoefden te zijn voor het ontploffen van verdwaalde zeemijnen was de bemanning wel degelijk op hun hoede, maar nu er niets is voorgevallen kunnen zij met een gerust gevoel het werk hervatten.

Dinsdag 22 januari 1946: In de vroege ochtenduren is aan de nog schemerige horizon Nederlands-Indisch grondgebied te zien en als de zon is doorgekomen zijn de licht glooiende bergen van het eiland Pulau Weh zichtbaar. Pulau Weh is een eiland dat ten noorden van Sumatra ligt en bekend om de havenstad Sabang. Om 09.00 uur komt het schip dicht langs de kust te varen en als je dan bedenkt dat dit eiland slechts een klein deel van Ned. Indië is dan moet dit land wel gigantisch groot zijn. Als Pulau Weh gepasseerd is varen ze de rest van de dag over de Straat van Malakka die tussen Sumatra en Malakka doorstroomt. Vanwege de grote afstand is van beide landschappen weinig te zien en als er land te zien is dan zijn dat eilanden voor de kust van Malakka. Waaronder Penang, waar twee maanden geleden Nederlandse militairen tijdens een tussenstop van het s.s. "Nieuw Amsterdam" stapten om met landingsvaartuigen aan land te worden gezet en het zuidelijker gelegen Port Dickson waar op 11 november '45 tijdens een eerdere reis van het s.s. "Alcantara" militairen van 1 RS van boord gingen.

 

Het eiland Pulau Weh (Sabang) dat ten noorden van Sumatra ligt wordt gepasseerd

De vraag of ze wel of niet bij Singapore van boord moeten zorgt voor de nodige spanning onder de militairen. Dat is de vraag die deze militairen al geruime tijd bezighoudt. Als ze bij Singapore van boord gaan dan zullen ze daar ongetwijfeld een poosje blijven, want de bataljons die momenteel op Malakka verblijven wachten nog steeds op het sein dat ze naar Indië kunnen. Ze zien er wel tegenop om wederom op Engels grondgebied te komen en dus weer onder hun heerschappij zullen vallen. In Easthampstead was dat geen enkel probleem, maar met de wetenschap dat de Engelsen hen in Indië niet zullen toelaten zal het op Malakka ongetwijfeld een stuk minder gezellig zijn. Het is wel opvallend dat de Engelsen zo snel van mening zijn veranderd. Als bondgenoten vochten ze tegen de Duitsers en nu worden ze op de alle manieren gedwarsboomd. 

In afwachting van wat er gaat komen

Omdat het schip schoon achtergelaten moet worden zijn vandaag enkele schoonmaakploegen begonnen met het schrobben van de dekken en dat moeten ze de komende drie dagen volhouden willen ze deze klus klaren. Ondanks dat het schip slechts één dag van Singapore verwijderd is hoeven de militairen niets in te pakken en dat doet bij sommigen de indruk wekken dat ze naar Java doorvaren. Als het s.s. "Alcantara" om 21.00 uur ter hoogte van Medan vaart komt de torpedobootjager Hr. Ms.  "Van Galen" langsvaren. Dat schip patrouilleert regelmatig op de Straat van Malakka. Beide schepen groeten elkaar en varen door. Het is wel duidelijk dat dit de natte moesson periode is, want er hangen de hele dag al donkere wolken boven Sumatra en Malakka. Vanaf het s.s. "Alcantara" is duidelijk te zien dat het boven Sumatra heel hard regent, terwijl op zee de zon schijnt. Enorme lichtflitsen duiden erop dat het boven Sumatra ontzettend hard moet onweren en van grote afstand gezien is dat een bijzonder schouwspel.

Singapore

Woensdag 23 januari 1946: Vandaag wordt redelijk dicht langs de kust van Malakka verder gevaren en het is nog steeds niet zeker of de mannen in Singapore van boord gaan. Alles wat er aan informatie wordt gegeven is dat het schip ergens in de middag bij Singapore aankomt en dat ze ervoor moeten zorgen dat de post voor thuis uiterlijk 12.00 uur in de postzakken zit, anders gaat het niet meer mee. Ondanks dat er dicht langs de kust van Malakka wordt gevaren is ook vandaag weinig van het landschap te zien. Als het schip rond 15.30 uur bij Singapore aankomt liggen op de rede twee passagiersschepen voor anker en niet ver daar vandaan gaat ook het s.s. "Alcantara" voor anker. De geschatte afstand naar het vaste land is ongeveer 5 kilometer. Richting de stad zijn meer schepen te zien, maar dat zijn vrachtschepen. Toen het s.s. "Alcantara" voor anker ging was het nog licht, maar bij zonsondergang is het vrij snel donker. Ook hier bij Singapore leveren de vele lichtjes van de stad en de schepen die op de rede liggen een prachtig gezicht op. Aan dek is het verschrikkelijk druk, iedereen is nieuwsgierig naar waar ze terecht zijn gekomen en hopen iets van de stad te zien. De reling staat dan ook vol met mannen die de wijde omgeving aan het verkennen zijn, maar buiten een aantal eilanden en schepen die voor anker liggen is niets bijzonders te zien.

Omdat bij de reling geen plaats voor hen is zijn een aantal laatkomers op de luchtkokers geklommen, anderen staan in reddingsboten, terwijl ze maar al te goed weten dat dit verboden is. Als een van de laatkomers van zo'n luchtkoker afspringt raakt hij met een hak van zijn schoenen het hoofd van een soldaat van de derde compagnie. Deze raakt gewond en moet naar het hospitaal om verbonden te worden. Hij krijgt ook medicijnen voor de pijn, maar wordt duizelig en gaat naar beneden om te rusten. Als hij in bed ligt wordt hij misselijk en verliest niet veel later het bewustzijn. Bij nader onderzoek blijkt hij een hersenschudding te hebben en wordt meteen opgenomen. Mannen op de kade zijn intussen begonnen met lampseinen naar het s.s. "Alcantara" en vanaf het schip wordt uiteraard meteen gereageerd. Het lampseinen gaat over en weer en de lichtbundels weerkaatsen op het helderblauwe water. Wat de codes inhouden weet geen militair aan de reling te vertellen, maar het levert wel een prachtig schouwspel op.

Op de rede van Singapore wordt het geduld van de militairen enkele dagen op de proef gesteld

Donderdag 24 januari 1946: Bij het ontwaken ligt het schip nog op dezelfde plek waar het gisteren voor anker ging en er is nog altijd geen mens die kan vertellen wat nou eigenlijk de bedoeling van deze stop is. Bij daglicht zien de mannen pas goed hoe ver ze van het vaste land verwijdert zijn. De geschatte afstand van vijf kilometer is zeker niet overdreven en het kan zelfs verder zijn. Vanwege alle eilandjes is het onmogelijk om de schepen op de rede te tellen, maar dat kunnen er zomaar veertig zijn. Niet ver van het s.s. "Alcantara" verwijdert ligt het m.s. "Indrapoera" dat naar Java onderweg is om repatrianten op te halen. Daarachter ligt het m.s. "Sibajak" dat met een thuisreis bezig is en na Singapore ook nog een tussenstop in Colombo heeft. Beide schepen zijn van de KRL. Vroeg in de ochtend zijn twee Nederlandse vrachtschepen vertrokken en om 10.00 uur vaart een Nederlands vrachtschip de rede op. Een behoorlijk eind richting het vaste land ligt het m.s. "van Ruysdael", bij dit schip is op de schoorsteenpijp nog altijd het Duitse oorlogskruis onder een zwarte laag verf zichtbaar. Links van het m.s. "van Ruysdeal" ligt het s.s. "Tjimanoek" en niet ver van dat schip vandaan, maar deels achter andere schepen verscholen ligt het m.s. "Bloemfontein", ook dit schip is met repatrianten naar Nederland onderweg. Het laatste Nederlandse schip dat op de rede ligt is het m.s. "Oranje". Dit machtig grote hospitaalschip is ook met repatrianten aan de terugreis bezig. De passagiers van het m.s. "Oranje" moeten in Southampton op kleinere schepen overstappen willen ze in Nederland komen. Gezien het aantal bedlegerige patiënten op dat hospitaalschip zal dat een hele intensive operatie worden. Deze overstap is noodzakelijk omdat de sluizen bij IJmuiden oorlogsschade hebben opgelopen en voor grote schepen als het m.s. "Oranje" nog altijd niet toegankelijk zijn. 

Door de grote afstand zijn vanaf het s.s. "Alcantara" geen activiteiten op het vasteland waarneembaar

Ook hier bij Singapore mag niets bij handelaren gekocht worden en als dat toch gebeurt zal de kantine voor onbepaalde tijd op slot gaan. Waarom hier niets bij handelaren gekocht mag worden wordt er niet bij verteld. De militairen vermoeden dan ook dat de hoge heren bang zijn om met de kantinevoorraad te blijven zitten en dat is overigens niet de enige mededeling die de mannen te horen krijgen, ze worden ook gewaarschuwd om niet langer dan vijftien minuten in de zon te zitten. De straling van de zon is zo intens dat verbranden heel snel gebeurd. Ondanks deze waarschuwing blijven een paar militairen toch te lang in de zon liggen, met als resultaat dat ze behoorlijk verbrand raken. Ruim vijf kilometer van het vaste land verwijdert is er voor de militairen niet zo heel veel te beleven, de omgeving is prachtig, maar het zijn veelal inlandse scheepjes en motorboten die voorbijvaren en die motorbootjes zijn bijna altijd naar een schip onderweg dat op de rede ligt. Bij het s.s. "Alcantara" komen ook regelmatig motorbootjes langszij. Hiermee worden bijvoorbeeld autoriteiten afgezet of naar de wal gebracht. Zo worden vandaag een paar scheepsofficieren die verlof hebben inclusief hun bagage met een motorbootje naar de wal gebracht.

Er heeft vandaag een opstootje plaatsgevonden. Een boze kok heeft een mes naar het hoofd van Hans Schnitger van de eerste compagnie gegooid. Deze Hans Schnitger had het lef om een opmerking over de kookkunsten op dit schip te maken en dat had hij beter achterwegen kunnen laten. Gelukkig miste dat koksmes doel en kwam tegen de stalen scheepswand tot stilstand om vervolgens op de grond te vallen, zodat Hans Schnitger ongedeerd bleef. Uiteindelijk heeft een officier van zijn compagnie de ruzie met een goed gesprek gesust. 

DEBARKATIE: Op 25-01-'46 gaan de overige Engelsen inclusief het ATS en een aantal zieken van boord

Vrijdag 25 Januari 1946: Het s.s. "Alcantara" ligt nog steeds op dezelfde plek waar het eergisterenavond voor anker ging, dus zal er vandaag wel net zo weinig te beleven zijn als gisteren. Er wordt bekend gemaakt dat de Engelse militairen die nog aan boord zijn inclusief de dames van het ATS vanmiddag vertrekken. Hun spullen staan klaar en zullen spoedig van boord gehaald worden maar er komt eerst een bootje van het Rode Kruis langszij om de zieken van boord te halen die zorg van een specialist nodig hebben. De militair van de derde compagnie die tijdens het binnenvaren van de haven aan zijn hoofd gewond raakte gaat met datzelfde bootje mee. Zijn verwondingen zijn blijkbaar erger dan gedacht. Bij een aantal compagnieën moeten de mannen hun spullen inpakken, behalve datgene wat ze de komende dagen nodig hebben. Dan zal het nu wel zeker zijn dat ze in Singapore van boord gaan. De Engelsen inclusief de dames van het ATS gaan zoals vanochtend verteld aan het eind van de middag van boord en worden met behulp van een landingsvaartuig aan land gezet en daarmee is het al meteen een heel stuk rustiger op het s.s. "Alcantara". 

Er worden vanmiddag zakken met post bij het schip afgeleverd die zowel voor als na de avondfilm worden uitgedeeld. Voor 2-4 RI zijn dat in eerste instantie zeven zakken, maar na de film volgt meer post. Er werd al een paar keer post van boord gehaald, maar op post uit Nederland zit iedereen al heel lang met smart te wachten. Ook voor de andere bataljons is post gearriveerd. Waar je ook kijkt, overal zijn dolblijde gezichten te zien van mannen die driftig aan het lezen zijn geraakt. Er zijn mannen die het geluk hebben dat ze een flinke stapel brieven ontvangen, maar er zijn er ook die geen enkele brief ontvangen. Dat de bezorging van post vertraging heeft opgelopen blijkt wel uit de datum van verzending, flink wat brieven zijn ruim voor de kerst verzonden en komen nu pas aan. Een van de militairen kreeg een brief die 10 december werd verstuurd. Afijn, het is sowieso beter om post laat te ontvangen dan geen post te ontvangen.

Nederlandse militairen wachten nog altijd op datgene wat er met hen gaat gebeuren

Tot op heden zijn voor de kust van Malakka zestien bataljons met Nederlandse militairen ontscheept, waarvan drie bestaande uit stoottroepen, twee samengesteld uit oud krijgsgevangen genomen koloniale militairen en 1-11 RI met LIB-ers. Als je daar de drie bataljons op het s.s. "Alcantara" bij optelt zijn dat negentien bataljons. De mariniers die op Malakka verblijven zijn al op Java geweest, maar werden door de Engelsen weggestuurd. Slechts een klein deel van de mariniers mocht op Java blijven. Zij worden ingezet om bewakingstaken voor de Engelsen uit te voeren. Een taak waar deze goed getrainde militairen niet blij mee zijn. De noodgedwongen tussenstop op Malakka is een gigantische tegenvaller, maar het is wel verstandig dat deze militairen op Malakka een gedegen training in de tropen kunnen volgen en dan pas naar Indië vertrekken.

Zaterdag 26 Januari 1946: De militairen op het s.s. "Alcantara" hebben op dit moment niets anders te doen dan wachten tot ze van boord mogen. Het is goed te begrijpen dat het wachten in deze haven al enkele dagen voortduurt. Dat komt omdat op het laatste moment onderdak voor drie bataljons gezocht moet worden. De mannen hebben inmiddels gehoord dat wanneer ze van boord gaan zeven uur moeten reizen willen ze op de plaats van bestemming komen. Dan moet er onderdak gevonden zijn, maar er werd niet bij verteld waar dat op Malakka is. Het geeft de militairen in ieder geval een goed gevoel dat ze ergens op Malakka een tropentraining kunnen volgen, alvast aan het klimaat kunnen wennen en vervolgens aan hun taak in Indië beginnen. 

DEBARKATIE: Verspreid over 26 en 27-01-'46 vertrekken de kwartiermakers van boord

   

Groepsgewijs verlaten de kwartiermakers het s.s. "Alcantara" om in Chaah een tentenkamp op te zetten

Zondag 27 januari 1946: Gisteren heeft de eerste van drie groepen kwartiermakers het s.s. "Alcantara" verlaten en vanochtend om 08.00 uur vertrekt de laatste groep. Dit keer zijn dat mannen van 2-2-4 RI. De kwartiermakers van de drie meereizende bataljons reizen gescheiden van elkaar naar het 150 kilometer ten noorden van Singapore gelegen Chaah om een tentenkamp op te zetten. Dat tentenkamp moet de komende vier dagen worden opgezet, dus dat wordt stevig doorwerken. De militairen aan boord moeten nog enkele dagen geduld hebben, maar reizen als alles goed gaat a.s. dinsdag t/m donderdag naar Chaah. Zoals vermeld zijn de kwartiermakers van 2-4 RI deze ochtend naar de wal gebracht en vandaar moeten de mannen een half uur stevig doorwandelen willen ze op tijd het treinstation van Singapore bereiken. 

Een landingsvaartuig (LCT) is onderweg naar het s.s. "Alcantara" om kwartiermakers naar de wal te brengen

Eenmaal op het station staat de trein al op hen te wachten, zodat om 10.00 uur de reis in noordelijke richting naar het plaatsje Labis kan beginnen. Het wordt een rit die de mannen niet snel vergeten. Ze rijden door een typisch Aziatisch land en zien dingen die ze voorheen alleen op foto's zagen, maar nu opeens met eigen ogen aanvaren. Ze passeren dessa’s, kampongs en uitgestrekte rubberplantages die tijdens de oorlog niet of nauwelijks zijn onderhouden. Bossen waar enorme stukken van zijn platgebrand, moerassen, bergen, kali’s, boortorens en zo af en toe een voormalig Jappenkamp dat er verlaten en vervallen bijstaat. Bij zowat alle kampongs zijn bomen met vruchten te zien, zoals bananen, kokosnoten, ananassen en dadels. Hellingen worden gebruikt om rijst te verbouwen en uitgestrekte vlaktes voor suikerriet en pinda’s. Zeboerunderen zijn het meest voorkomende vee dat in de wei rondscharrelt. Wat ook opvalt is dat sommige landbouwers een ingenieus irrigatiesysteem hebben, terwijl je dat hier niet zou verwachten. Kortom, in dit land zijn zoveel dingen te bewonderen die ze in Nederland niet hebben dat de mannen ogen te kort komen.

De trein stopt bij veel stationnetjes en bij iedere stop zijn zowel inlanders als Chinezen druk in de weer om kokosnoten, bananen, ananas en zucchetti's aan de militairen te verkopen. Het probleem is dat veel militairen platzak zijn, zodat de vruchten voor sigaretten verruild moeten worden, maar daar zijn maar weinig handelaren voor te porren. Na een reeks van tussenstops eindigt de reis om 15.00 uur bij het station van Labis. Hier stappen de militairen over in legertrucks die door Brits-Indische militairen worden gereden. Nadat de kwartiermakers een half uur door de wildernis hebben gereden wordt de plaats van bestemming bereikt. Het is een gebied vol palmboomplantages met in het midden een grote kale vlakte waar de mannen een tentenkamp moeten opzetten.

Een nog op te zetten tentenkamp in Chaah wordt het tijdelijk onderkomen van de drie bataljons

Aan de rand van het voormalige vliegveld poseren Kennemers bij een palmboomplantage

Op het terrein is weinig te zien, het is niets meer dan één grote kale vlakte dat tijdens de oorlog door de Jappen als vliegveld werd gebruikt. Krijgsgevangenen moesten dit vliegveld onder slechte omstandigheden aanleggen. Nu ligt het vliegveld er verlaten bij. Hoewel, het terrein ligt er niet helemaal verlaten bij, er zijn enkele vliegtuigwrakken achtergebleven, maar dat is dan ook het enige dat eraan doet herinneren dat dit een vliegveld was. De kwartiermakers komen er al snel achter dat dit terrein niet de meest ideale plek op Malakka is om een tentenkamp op te zetten. Bij regenval zal de rode kleigrond het terrein binnen de kortste keren in een modderpoel veranderen. Dat dit de plek is waar een tentenkamp moet komen is alles behalve ideaal en niet hun keuze.

Het terrein is omgeven door palmboomplantages en aan een zijde niet ver van het terrein is een kampong. Water is niet aanwezig en voedsel al helemaal niet. Toch krijgen de mannen aan het eind van de middag iets te eten, al is dat niets bijzonders. Het zijn worstjes, biscuits, bananen en stukjes kokosnoot. Als de mannen zich willen wassen zal er water moeten komen, zodat Brits-Indiërs met een tankwagen naar een kali rijden om er water uit te pompen. Dat water wordt gezuiverd, zodat het ook als drinkwater gebruikt kan worden. Intussen zijn de kwartiermakers aan het uitrusten van de lange en vermoeiende reis, er moet gegeten worden en vervolgens is het tijd om het een en ander in orde te maken voor de nacht. Slapen wordt op een matje gedaan met daar omheen een deken gewikkeld en een tweede deken is om onder te kruipen. Boven het matje komt een klamboe te hangen en zo hopen de mannen niet door muskieten of andere insecten gestoken te worden. Een ding is in ieder geval zeker, er is geen mens die moeite heeft met dat matje, want na zo'n enerverende dag vallen de mannen vrij snel als een blok in slaap.

  

Bij het opzetten van de tenten worden Japanse krijgsgevangenen ingezet om het zware werk te doen en dat doen ze best ijverig

Ongeveer 300 tenten moeten worden opgezet, waarvan zo'n 100 tenten voor het Kennemerbataljon bestemd zijn. Dat is de klus die de kwartiermakers de komende dagen te wachten staat. Deze klus hoeven ze niet alleen te doen, ze krijgen hulp van een flink aantal Japanse krijgsgevangenen die het zware werk mogen verrichten. Een tent is zes bij acht meter groot en behoorlijk zwaar. Ze zijn geschikt voor twaalf militairen en dan is er ook nog ruimte voor een tafel en twee banken. Ze hebben vier dagen de tijd om alle tenten op te zetten en dat zou met de hulp van de krijgsgevangenen mogelijk moeten zijn. De Jappen zijn harde werkers en hebben met het zware werk als palen in de grond slaan geen enkele moeite. Na de oorlog zijn de Jappen zich opvallend nederig gaan gedragen. Iedere militair die ze passeren wordt correct gegroet en daarbij wordt 'Jan Soldaat' niet overgeslagen. Ondanks de inzet van de Jappen moeten de kwartiermakers ook hard werken en dat valt met deze hitte niet altijd mee. Zo af en toe valt er een regenbui naar beneden en dan kan het flink afkoelen, maar het kan ook flink gaan waaien. Dat waaien heeft als nadeel dat tenten tegen de vlakte kunnen gaan en daar zit niemand op te wachten. Bij de allereerste regenbui ondervinden de kwartiermakers al meteen het ongemak van de rode kleigrond, het terrein verandert dan al snel in één grote modderpoel. Niet wetende dat de komende tijd nog een flink aantal regenbuien zullen volgen.

  

Het kamp is omgeven door palmboomplantages en uit hygiënisch oogpunt zijn alle latrines aan de rand van het terrein te vinden

Wat de sanitaire voorzieningen betreft hoeven de mannen niet op al te veel luxe te rekenen. Uit hygiënisch oogpunt zijn de latrines aan de rand van het terrein geplaatst en deuren ontbreken. Om toch wat privacy te hebben zijn doeken voor de latrines gespannen. De mannen moeten hun behoefte boven een kuil doen die in de rode kleigrond is gegraven. Op die kuil ligt een plank om het geheel af te sluiten. Bij iedere sanitaire stop moet dus eerst de plank verwijdert worden en na afloop weer teruggeplaatst, deze handeling wordt met een stok gedaan. Dat is enige en juiste manier om zo'n latrine te gebruiken. In de tropen komt dit systeem veel voor. Uit hygiënisch oogpunt zijn De latrines worden uit hygiënisch oogpunt aan de rand van het terrein geplaatst. 

Terug aan boord van het s.s. "Alcantara"

Terwijl de kwartiermakers hun nieuwe woonomgeving verkennen wordt voor de achterblijvers op het s.s. "Alcantara" een film gedraaid en na afloop van de film is er wederom post. Dit keer zijn dat voor het Kennemerbataljon alweer zeven zakken vol, zodat de stemming meteen weer opperbest is. 

Maandag 28 Januari 1946: In de haven ligt al enkele dagen een Engels troepentransportschip dat voor dezelfde maatschappij vaart als het s.s. "Alcantara". Dat schip is enkele dagen eerder dan het s.s. "Alcantara" uit Engeland vertrokken, maar dan met Engelse troepen aan boord. Nu ligt dat schip zwaargehavend in deze haven op een spoedreparatie te wachten. Het schip had de pech om op de Straat van Malakka met een zeemijn in aanvaring te komen. Er wordt gezegd dat door de explosie die daarop volgde een deel van de kombuis werd verwoest, maar het is niet bekend of er doden en gewonden zijn gevallen. Het schip begon al heel snel slagzij te maken, maar door de schotten in de romp werd een ramp voorkomen. Toen dit voorval ter sprake kwam riep een lolbroek: Ze mogen onze pannen wel hebben, want wij gaan hier van boord! 

Dinsdag 29 januari 1946: Vanochtend mogen militairen die familie in Singapore hebben van boord om hen te bezoeken. Een van deze jongens kreeg daarbij van zijn oom te horen, dat zijn ouders één dag eerder dan de dag waarop het s.s. "Alcantara" de haven binnenvoer zijn vertrokken. Dat is natuurlijk heel sneu voor deze jongen, want hij heeft zijn ouders al acht jaar niet gezien. Dan zou het zomaar kunnen zijn dat zijn ouders op een schip zaten waarnaar de jongens tijdens hun reis hierheen zo enthousiast hebben gezwaaid.

Ook kreeg deze jongen te horen hoe er op Java met Hollanders wordt omgegaan. De extremisten hebben voor een deel de macht in handen en vermoorden iedere blanke die ze tegenkomen. Na de Jappentijd zijn de Hollanders hun leven nog altijd niet zeker. Ambonezen die de Nederlanders trouw zijn gebleven vechten als leeuwen tegen de extremisten, zodat ook aan die zijde de nodige doden vallen. Helaas zijn de Ambonezen met te weinig mensen en hebben niet de juiste wapens om dat lang vol te houden. Vele duizenden Hollanders zitten nog altijd in interneringskampen, terwijl de Jappen hen tegen extremisten moeten beschermen. Toch lukt het de extremisten om kampen binnen te dringen en dan vermoorden ze die arme mensen zonder pardon. Je zou denken dat de Engelsen ook bij deze kampen orde en rust gingen handhaven, maar die staan echt niet te springen om bij dergelijke moordpartijen op te treden! Het is dus logisch dat de Hollanders die op Java verblijven een hekel aan de Engelsen hebben. De Engelsen laten de extremisten gewoon hun gang gaan en doen daar helemaal niets tegen. 

Nu ze dat allemaal te horen krijgen beginnen ze zich op het s.s. "Alcantara" opnieuw af te vragen of het misschien toch niet beter is om naar Indië door te varen en aan de Engelsen maling moeten hebben. Maar ja, naar de mening van een soldaat wordt natuurlijk niet gevraagd. De Nederlandse Regering is trouwens ook niet helemaal eerlijk tegen het volk in eigen land. Om die mensen niet tegen zich te krijgen vertellen ze het volgende: Wij hebben onze informatie van de Engelsen en als die zeggen dat het in Indië rustig is, dan moeten wij dat van hen aannemen. Hier aan boord weten ze inmiddels wel beter, de werkelijkheid is heel anders. Ze willen zo snel mogelijk naar Indië!

Drukte op de dekken want ook deze jongens gaan spoedig van boord en zullen dan eindelijk vaste grond onder hun voeten hebben

En nu even iets anders: Vanochtend is er een schuit met voedsel langszij gekomen. Deze wordt gelost door Japanse krijgsgevangenen en die worden door de Brits-Indische bemanningsleden op dezelfde manier behandeld als zij hun tijdens de oorlog behandelden. De militairen op het s.s. "Alcantara" bekogelen de Jappen om de haverklap met aardappels, terwijl het voor de bemanningsleden regent met sigaretten. Als snel moeten bepaalde patrijspoorten gesloten worden en krijgen de militairen die met aardappelen gooien het bevel om te stoppen. De Jappen hoeven het niet te proberen om tijdens het lossen op te kijken, want dan krijgen ze meteen een snauw en een flinke trap na. Bij de lading zitten ook spullen voor de kantine, zoals rollen met biscuits. Deze biscuits zijn heerlijk en kunnen ze voor slechts negen pence per rol kopen. Wat de vorm betreft hebben ze wel iets weg van bitterkoekjes en ze smaken daar ook een beetje naar. Door het eten van deze overheerlijke biscuits hebben ze inmiddels geen trek meer in hun middageten.

DEBARKATIE: Op 29-01-'46 gaan 8 (IV) RS en het Nederlandse Rode Kruis van boord

Het Nederlandse Rode Kruis gaat vandaag met hun hele hebben en houwen van boord. De dames die bijna allemaal de rang luitenant hebben zullen in Singapore blijven om daar duizenden geëvacueerde Nederlanders bij te staan die Indië zijn ontvlucht. Deze evacuees willen heel graag terug naar hun thuisland, maar moeten wachten tot er een plek op een schip voor hen vrij is. Veel van deze mensen zijn door de oorlog verzwakt of hebben een slechte gezondheid gekregen en dan valt wachten niet mee. De mensen van het Nederlandse Rode Kruis zullen deze evacuees bijstaan totdat ze naar Nederland kunnen. 

     

Tijdens de debarkatie wordt ook een kapitein van 8 (IV) RS met een wond aan zijn oog op een landingsvaartuig gesignaleerd

Vandaag is het de beurt aan 8 (IV) RS ofwel Het Reizende Bataljon om van boord te gaan en bij het Kennemerbataljon krijgen ze te horen dat zij morgen aan de beurt zijn. Dat is een hele geruststelling want De Valken en zij zijn de enigen die nog aan boord zijn en er is niets zo vervelend als bij de laatsten te horen. Dat wachten zijn ze nu wel beu. Voor ontspanning wordt bijna niet meer gezorgd, ze kunnen nog wel boeken lezen en er wordt een film gedraaid.

Debarkatie: Op 30-01-'46 gaat 2-4 RI van boord

Woensdag 30 januari 1946: De achterblijvers zullen vandaag bovendeks moeten eten, want in de ruimen is alles al schoon gemaakt. Om 08.30 uur moeten ze de wapens halen, hun plunjezakken inleveren en alle overige spullen klaarzetten, zodat ze meteen van boord kunnen. Om 11.00 uur staat dan ook alles klaar voor vertrek. De jongens van de 3e cie. die corveedienst hebben moeten nog wel de mess-dekken schoonmaken, maar daarna gaan ook zij naar het bovendek. Vanmiddag wordt er door velen nog een voorraadje biscuits ingeslagen, de veldflessen gevuld en dan is het alleen nog wachten op het sein om te vertrekken. Om 16.00 uur wordt de laatste maaltijd genuttigd en om 16.30 uur moet de derde compagnie aantreden voor het ontschepingsappel. Op dat tijdstip gaan de 4e en 5e compagnie als eersten van boord en een half uur later volgt de rest van het Kennemerbataljon. Via de scheepsladder verlaten ze het s.s. "Alcantara" om met een landingsvaartuig naar de wal te worden gebracht. 

De debarkatie van het Kennemerbataljon is in volle gang, de mannen stappen via de scheepsladder op een landingsvaartuig

Zo'n landingsvaartuig is best ruim, want er gaat met gemak een compagnie op. Als ze in dat landingsvaartuig zitten en omhoog naar het s.s. "Alcantara" kijken dan lijkt dat schip veel groter dan je zou verwachten. Nadat de motoren zijn gestart varen ze nog één keer rond het schip waarop ze een maand lief en leed hebben gedeeld en zetten vervolgens koers richting de kade. Tijdens dat rondje om het schip brengen ze eenmaal de laatste groet aan de jongens van 1-4 RI die morgen van boord gaan en aan alle bemanningsleden door hen luidkeels vaarwel te roepen.

 

Met landingsvaartuigen wordt het Kennemerbataljon compagniegewijs naar de wal gebracht

De achterblijvers (1-4 RI) op het s.s. "Alcantara" zwaaien de mannen van het Kennemerbataljon vaarwel

Terwijl de afstand tussen het landingsvaartuig en het s.s. "Alcantara" als maar groter wordt en schepen worden gepasseerd beginnen ze vanuit het landingsvaartuig enkele strijdliederen te zingen. Wanneer het een Frans vliegdekschip passeert begint een hoornblazer de Marseillaise te spelen en bij een Nederlands schip het Wilhelmus. Vanaf beide schepen reageren ze enthousiast. Intussen komt de kade steeds dichterbij, loodsen en palmbomen zijn al goed zichtbaar. Als ze om 17.45 uur bij de kade aankomen staan daar mariniers te wachten om alle ransels en plunjezakken in ontvangst te nemen en in vrachtwagens te laden. Hun zware last wordt naar het station gebracht, maar de jongens moeten eerst een half uur wachten en mogen dan zelf naar dat station wandelen.

 

Nadat de landingsvaartuigen een rondje om het s.s. "Alcantara" hebben gevaren vertrekken de mannen richting de kade

Terwijl ze op de kade staan te wachten trekt iedereen zijn lange broek aan om zich tegen muskieten te beschermen. Als om 19.00 uur het Kennemerbataljon dan eindelijk staat opgesteld vertrekken ze in marstempo naar het treinstation. Het enige wat ze nu nog bij zich dragen zijn hun boterhammen, een veldfles en het wapen. Via de kade lopen ze langs landingsboten waarvan de boegkleppen open liggen en er zijn Japanse krijgsgevangenen te zien. De Jappen worden overal te werk gesteld waar ze nodig zijn en zijn net zo onderdanig en kruiperig als de Jappen die de jongens eerder zagen. Het station waarnaar ze onderweg zijn is een van de grotere stations in Singapore.

De reis van Singapore naar Chaah

Als ze het station bereiken krijgen ze vanuit een kantinewagen biscuits, worstjes en thee, want dat schijnt de maaltijd voor vanavond te zijn. Eigenlijk was het de bedoeling dat ze om 20.30 uur met de trein naar Labis zouden rijden, maar er wordt verteld dat ze morgenvroeg pas vertrekken omdat er geen trein beschikbaar is. Ook krijgen ze te horen dat de trein waarmee 8 (IV) RS gisteren vertrok drie uur vertraging had omdat enkele jongens de stad bezochten en te laat terugkeerden. Om dit te voorkomen mag niemand het station verlaten. Bij het station staan kinderen die Japans geld voor sigaretten willen ruilen. in eerste instantie willen ze 10 Japanse dollars voor 10 sigaretten geven, maar dat wordt al snel verlaagd naar 5 Japanse dollars voor tien sigaretten, of 1 dollar voor 2 sigaretten. Tijdens dat onderhandelen weten enkele militairen er toch stiekem tussenuit te knijpen en gaan naar de stad. Toen de M.P. dat in de gaten kreeg werd het hele station afgezet en kan geen militair daar nog vanaf. Op het station valt verder niets te beleven zodat de jongens op het perron een plekje voor de nacht zoeken, maar het zal niet lekker slapen op een stenen vloer. Vanwege de afzetting van het station is er goede bewaking en dat vinden de jongens wel prettig, want er zijn zakkenrollers en andere vage types bij het station gesignaleerd.

Donderdag 31 januari 1946: Bij het ontwaken gaan de jongens opzoek naar een wasgelegenheid om zich op te frissen, maar er zijn slechts twee wastafels in het station te vinden. Logisch dat daar dan snel een lange rij met wachtenden zijn te vinden. Voor velen is dat de reden om de wasbeurt over te slaan. Om 05.30 uur komt de trein het station binnengereden. Nadat eerst alle bagage is ingeladen stappen ze om 07.30 uur zelf in. Na nog wat thee en biscuits te hebben genuttigd vertrekken ze om 07.45 uur. Het weer is prachtig, maar wel ontzettend warm. Tijdens het zingen van het Wilhelmus begint hun rit richting de rimboe. Omdat de reis op dezelfde wijze verloopt als bij de kwartiermakers is het overbodig om dat nogmaals te schrijven.

Om 15.15 uur komt de trein bij het station van Labis aan en daar staat ook dit keer een lange rij met legertrucks te wachten. Ze worden nog wel in de gelegenheid gesteld om bij handelaren ananassen, bananen en andere lekkernijen te kopen, maar moeten daarna meteen in de trucks stappen. Voor bananen betalen ze 2.5 shilling en krijgen daar 1½ tros voor, wat heel goedkoop is. Wanneer alles en iedereen in de trucks zit gaat het via een bosrijk gebied naar het voor hen opgezette tentenkamp in Chaah. Het is iets voor 16.30 uur als ze daar aankomen. Alles bij elkaar hebben ze vandaag zeven uur in de trein gezeten en een half uur in legertrucks. Moe van de reis, maar wel vol goede moed rijden ze het kamp binnen.

Het kamp Chaah kent geen enkele vorm van luxe

  

Op het tentenkamp van Chaah is geen luxe te vinden en het op het terrein staan houten tafels waarop de was hangt te drogen

Bij aankomst op het tentenkamp staat een ontvangstcomité bestaande uit kwartiermakers hen al op te wachten en zij worden door diezelfde kwartiermakers gekscherend 'De groentjes' genoemd. De kwartiermakers zijn per slot van rekening al vier dagen in Chaah en daardoor al behoorlijk ingeburgerd, 'De groentjes' nog niet. Al snel na het oprijden van het terrein kijken de nieuwkomers een stuk minder vrolijk en dat terwijl ze zelf niet eens hun tenten hoeven op te zetten. Als ze op het middenterrein opgesteld staan en nogmaals een blik over het terrein werpen dan kan je aan hun gezichten goed zien dat dit kamp hen niet bevalt en daar hebben ze ook helemaal gelijk in want dit kamp stelt niets voor.

Wat de zojuist aangekomen militairen het liefst willen is naar hun tent gaan, want het begint te regenen. De kwartiermakers kijken niet meer op van een regenbui, want die komen hier momenteel vaak voor en ze weten ook dat ze dan meteen tot aan hun enkels in de rode kleigrond banjeren, maar de nieuwkomers hebben daar nog geen weet van. Die zijn moe van het reizen en hebben de afgelopen nacht op het station in Singapore nauwelijks geslapen. Zij willen hun bed in orde gaan maken en hopen dat ze dit keer wel goed slapen. Toch zullen ze nog even geduld moeten hebben want om 17.30 uur moeten ze weer aantreden, maar dan om pillen tegen de malaria in ontvangst te nemen.

  

Het interieur van een tent die groot genoeg is voor een sectie van 12 man en militairen zijn werkzaam bij geïmproviseerde keukens

Voor het Kennemerbataljon zijn voldoende tenten opgezet om iedere militair te kunnen herbergen en in zo'n tent is plaats voor een sectie van twaalf man. Eenmaal in hun tent inspecteren de jongens eerst de boel en gaan vervolgens aan de slag om alles zo efficiënt mogelijk in te delen. De tenten zijn rechthoekig en hebben een oppervlakte van zes bij acht meter, er zijn vier ramen en een ingang en het dak is vervaardigd met een dubbele laag zeildoek. In zo'n tent is de boel snel op orde, slapen wordt niet op de grond gedaan maar op een constructie van houten balken en bamboestokken. Over die balken wordt een kokosmat gelegd met daarop hun matje en boven het geheel komt een klamboe te ophangen. Het is een heel gedoe om zo'n klamboe boven het bed te hangen, maar uiteindelijk lukt dat wel. Door niet op de grond te slapen hebben ze minder last van ongedierte.

Terwijl ze de tenten aan het inrichten waren brak er een gigantische onweersbui los. Het probleem bij zo'n bui is dat er dan veel regenwater de tent instroomt. De jongens waren al gewaarschuwd dat ze bij een onweersbui op hun hoede moeten zijn, want een tent kan dan heel makkelijk omwaaien. Ze hebben bedacht dat wanneer iedereen gesetteld is de Jappen een goot rond alle tenten moeten graven, het regenwater kan dan in ieder geval weglopen. De koks van de drie bataljons die op dit kamp aanwezig zijn hebben in totaal 40 tenten tot hun beschikking.

Om 20.00 uur is het etenstijd en voor het eerst sinds 24 uur krijgen ze weer eens iets fatsoenlijks te eten; dat zijn gekookte aardappelen, corned-beef met vette jus en als toetje pap met gemalen ananas. In lange tijd hebben ze niet zo lekker gegeten als vanavond. Het voordeel van Chaah is dat ze nu eindelijk niet meer onder het gezag van de Engelse vallen, maar Nederlanders onder elkaar zijn. Je zou het kunnen omschrijven als een dorp met Nederlanders die in de rimboe van Malakka verblijven. Omdat er op het kamp geen elektriciteit is besluiten ze te gaan slapen en dat vindt niemand erg, want ze zijn moe van al dat reizen. 

Debarkatie: Op 31-01-'46 gaat 1-4 RI van boord

Nog even terugkomend op de gang van zaken aan boord van het s.s. "Alcantara". Vandaag gaat het laatste bataljon van boord. Dat is 1-4 RI ook wel 'De Valken' genoemd. De commandant van de 2e compagnie schrijft hierover het volgende: Vanochtend om 08.50 uur moeten de militairen van de 2e cie. met hun bagage op het Promenadedek aantreden. Vanaf dat tijdstip mag niemand meer benedendeks komen, want de corveedienst gaat daar voor de laatste keer schoonmaken. Eten zal dus bovendeks moeten gebeuren. Om 17.00 uur begint de ontscheping en om 17.50 uur moet dit afgerond zijn, zodat alles in recordtijd moet gebeuren.

Het strijdlied van 1-4 RI

Tijdens het verlaten van het schip valt er een korte maar stevige regenbui. Terwijl de jongens van 1-4 RI strijdliederen zingen zwaaien ze naar de bemanningsleden van het s.s. "Alcantara" om hen nog eenmaal vaarwel te wensen en zet het landingsvaartuig koers richting het vaste land. Niet alleen de ontscheping verloopt op dezelfde wijze als bij het Kennemerbataljon, ook deze jongens moeten naar het station in Singapore marcheren en ook zij moeten de nacht op het station doorbrengen voordat ze naar Labis vertrekken. Onderweg hebben ze net zo veel tussenstops als het Kennemerbataljon en bij ieder station staan inlanders en Chinezen die hun goederen willen slijten. Vanuit Labis gaan ze met dezelfde legertrucks naar het kamp in Chaah en die legertrucks worden ook weer door Brits-Indische militairen bestuurd.

Terug in Kamp Chaah

Vrijdag 1 Februari 1946: Als om 06.00 uur de reveille klinkt hebben de meesten nog geen zin om op te staan, het liefst slapen ze enkele uren door, maar wanneer er nog maar tien minuten over zijn om te eten staan ze snel op. Water om zich te wassen is er niet, zodat ze zich aankleden. Er is wel water, maar dat is voor consumptie en dan zit er niet veel anders op dan meteen je kleding aan te trekken. Er is wel een mogelijkheid om je in een beekje naast het terrein wat op te frissen, maar de meesten vinden dat niets. Het ontbijt wat ze krijgen is pap gemaakt van het brood van gisteren, het smaakt in ieder geval een stuk beter dan de waterige pap die ze op het s.s. "Alcantara" kregen. Een uur nadat ze hebben ontbeten gaan enkele jongens van de 3e compagnie naar een kali om zich eens lekker op te frissen en om hun kleding te wassen. Daar moeten ze dan wel een wandeling van een half uur voor overhebben.

  

Japanse krijgsgevangenen staan tijdens het appel op orders te wachten en zijn daarna onderweg gaan naar een nieuwe klus.

Als die jongens achter het kamp komen zien ze dat Japanse krijgsgevangenen bezig zijn met het weghakken van slingerplanten en het te hoge gras. Deze Jappen hebben bij het beruchte Korps Commandotroepen gediend en wisten onder leiding van Generaal Yamashita de slag om Singapore van de Engelsen te winnen. Zij hebben dezelfde gore tronies als de Duitsers, maar ze zijn niet zo slaafs als de Japanners die de jongens eerder tegenkwamen. Deze Japanners werken gewoon door en zeggen niet veel.

Na een wandeling van ruim dertig minuten komen de jongens bij die kali aan, deze is ongeveer tien meter breed en stroomt tussen palmboomplantages door. Beide oevers zijn dicht begroeid met varens en struiken, zodat de jongens zich in een echte wildernis wanen. Als hier bij wijze van spreken een tijger voorbij zou lopen dan kijkt niemand daar raar van op. Het water van de kali is koel en helder, de jongens wassen zich al zwemmend en hun kleren worden ook goed schoon. Terwijl de jongens zich aankleden zien ze dat het 11.45 uur is en om 12.00 uur moeten ze eten, ze moeten dus wel opschieten. Heerlijk opgefrist beginnen de jongens aan hun wandeling naar het kamp. 

  

Hoe zou het leven zonder kali zijn, het water is heerlijk koel en helder en na het zwemmen wassen ze hun kleren erin

Voor vanmiddag staat er niets bijzonders op het programma, maar vanavond wordt er een bezoekje gebracht aan een nabijgelegen kampong. Deze mensen zijn bijzonder vriendelijk en wonen in plantagewoningen, want de olie- en rubberproductie van Malakka is de grootste ter wereld. De blokwoningen die daar staan zijn nagenoeg allemaal onbewoond. Als een jongen vraagt waarom dat is dan vertelt een van die inlander: De mensen van de blokwoningen zijn door de Jappen gevangengenomen en afgevoerd naar Thailand. Niemand van hen teruggekeerd. Zo krijgen de jongens voor de zoveelste keer te horen dat de Jappen nergens te beroerd voor waren. Om 17.00 uur keren de jongens terug naar het kamp en als ze daar zijn trekken ze meteen hun lange broek aan omdat ze anders lek worden geprikt door de vele muggen. Vanavond wordt er gezellig bij een kampvuur gezeten en daarbij komen oude verhalen naar boven. Ze voelen zich net cowboys, maar wel cowboys die in de rimboe zijn verdwaald. Inmiddels zit 1-4 RI ook in Chaah en 8 (IV) RS was natuurlijk al eerder gearriveerd.

Zaterdag 2 Februari 1946: Het bezoek aan de kali van gisteren is zo goed bevallen dat de jongens vanochtend naar diezelfde kali gaan, maar ze willen ook de omgeving verkennen en kiezen ervoor om een andere route nemen. Hierdoor zijn ze langer onderweg, dit keer duurt de wandeling een uur terwijl dat gisteren dertig minuten was. De hele weg zingen ze strijdliederen en dat is best gezellig. Het weer is prima, de zon schijnt de hele tijd op hun rug en dat kan niet beter. Het klimaat valt tot nu toe best mee, de zon komt om 06.00 uur op terwijl het nog heerlijk fris is, rond een uur of acht begint het warm te worden en van 12.00 uur tot 16.00 uur is de temperatuur op zijn hoogst. Je kunt het vergelijken met een hele warme dag in Nederland, maar hier staat er bijna altijd een heerlijk windje bij. Om 17.00 uur neemt de hitte af en dan wordt het al snel een stuk aangenamer. Als de jongens bij de kali willen komen moeten ze dit keer over een houten brug en dat was bij die korte route niet het geval.

Vanmiddag wordt door de bataljonscommandant meegedeeld dat de jongens zich beter niet met de burgerbevolking kunnen bemoeien omdat dit een vijandig land is. Dit is hem verteld door een Indische commandant. Dat dit land op springen staat kan goed mogelijk zijn, maar dat komt niet door de Nederlanders. Het zijn de Engelsen waar de bevolking een hekel heeft. Vanavond hebben een aantal jongens van de derde compagnie een gesprek met Sergeant Visser en hun vaandrig over wat de B.C. vanmiddag te vertellen had. Zo'n avond in de tropensfeer schept al snel een intieme en vertrouwelijke sfeer. Er wordt over allerlei dingen gepraat maar tijdens het gesprek komt het er telkens weer op neer hoe geweldig ze het hier vinden. Cor Groot vraagt de vaandrig naar zijn mening over de toespraak van de B.C. om de bevolking links te laten liggen. De vaandrig zegt hierop het volgende: Op verschillende plantages zijn ze sinds kort weer met werkzaamheden gestart en als wij te vriendelijk tegen de inlanders zijn, dan zou dat voor hen aanleiding kunnen zijn om dat werk niet serieus te nemen en liever handel met ons drijven.

Volgens Cor laat de vaandrig hiermee niet zijn eigen mening horen, maar wilt hij het volgende duidelijk maken: Wij moeten niet te vriendelijk voor de inlanders zijn, want zij gaan dan beseffen dat er ook blanken zijn die ze niet minderwaardig willen behandelen. Dat kan voor deze mensen aanleiding zijn om zich nog feller tegen de Engelsen te verzetten. De Engelsen willen dat voorkomen, want ze hebben als zo'n zwakke positie in dit land. Een korporaal die bij dit gesprek aanwezig is verteld daarop het volgende: Een Engelsman en hij zijn in Singapore naar de stad geweest, een oud vrouwtje bood kokosnoten te koop aan, de Engelsman vroeg wat ze kosten en vond dat te duur, hij pakte een kokosnoot en toen de vrouw om geld vroeg gaf hij haar een zet en liep weg zonder te betalen. Niet veel later kocht hij bij een stalletje een tros bananen die hij wel betaalde, maar nam een halve tros te veel mee. Bij kinderen die sigaretten tegen waardeloos Japanse geld probeerden te ruilen trok hij het geld uit hun handen en verscheurde dat voor hun ogen. Zo hebben de Engelsen haat gekweekt en ondermijnen ze het gezag. Een jongen van de 3e cie. heeft met een inlander gesproken en die zei dat alle Jappen en Engelsen schurken zijn, maar Amerikanen en Hollanders zijn prima mensen. Na dit zinvolle gesprek is de dag voorbij en zoeken ze hun tent op.

Zondag 3 februari 1946: Het is zondag en omdat het zo ontzettend warm kan zijn op Malakka is het de bedoeling om de kerkdienst al om 07.30 uur te houden en als het weer dat toestaat in de open lucht. Voor het altaar moet dan wel een afdakje van tentzeil gemaakt worden ter bescherming. Helaas regent het vandaag de hele ochtend en wordt de dienst binnen gehouden. Met tropische temperaturen is een kerkdienst in de buitenlucht ongetwijfeld heerlijk en het is misschien wel prettiger om zo'n dienst mee te maken dan een dienst in de mooiste kerk op aarde.

Als het weer eenmaal is opgeklaard gaan een aantal jongens naar de kali om wat verkoeling te zoeken. Voor de thuisblijvers verloopt de middag rustig met veel luieren. Op het terrein staan zoals eerder vermeld veertig tenten die door de koks van alle drie de bataljons als keuken worden gebruikt en om hun voorraad op te slaan. Ondanks dat het bereiden van het eten op primitieve wijze gebeurt weten deze koks het toch iedere keer weer voor elkaar te krijgen om het eten smakelijker te maken dan de Engelsen aan boord deden.

Mannen van de 4e cie. (3e peloton) zijn aan de pisang (met pet is Luitenant J.A. Rodenberg)

Het water dat uit een kali wordt gepompt moet uiteraard gezuiverd worden willen ze het als drinkwater gebruiken. Dat zuiveren wordt gedaan door water in linnenzakken te pompen, zo'n zak heeft een doorsnee van ongeveer twee bij drie meter, als de zak is gevuld wordt er chloor aan toegevoegd om het water te zuiveren en een half uur later wordt er een middeltje bijgedaan om de chloor er weer uit te halen. Een kwartier later is het water geschikt voor consumptie. Deze waterzuiveringsinstallatie wordt bediend door inlanders. Het gezuiverde water wordt in een tankwagen overgeheveld en gaat meteen naar het kamp in Chaah. Het water wordt niet gekoeld, maar is wel prima van smaak. Het zwemmen en wassen van de kleding wordt in diezelfde kali gedaan, maar dat doen de jongens stroomafwaarts van de plek waar drinkwater wordt opgepompt. Uiteindelijk heeft het wassen in de kali weinig nut, want wanneer de jongens op het kamp terug zijn is iedereen weer bezweet en die rode kleigrond houdt ze ook niet lang schoon. Later op de dag begint het alweer te regenen en dat blijft de hele avond zo. 

Maandag 4 februari 1946: Nu iedereen aan de nieuwe situatie gewend is geraakt moet het bataljonsrooster weer worden nageleefd. Het zijn vooral de lichte diensten die vandaag gedaan worden. De hele dag blijven ze op eigen terrein, zodat er weinig bijzonderheden zijn te melden. Wel doen er nu al geruchten de ronde dat ze niet lang in Chaah blijven en dat zou gezien de slechte voorzieningen niet eens zo heel raar zijn. Ze zijn hier in de periode van de natte moesson, zodat de overlast van regenwater in combinatie met de rode kleigrond geen pretje is. Het drinkwater moet uit een kali worden gepompt en de slechte sanitaire voorzieningen spelen daar ook een grote rol bij. Ondanks dat hebben de jongens het hier prima naar hun zin. Na het avondeten wordt er een kampvuur gemaakt en gitaarmuziek gespeeld, zodat het een gezellige avond wordt. Dat het Kennemerbataljon niet alleen uit jongens van de omgeving Haarlem bestaat is inmiddels wel duidelijk. Ze komen overal vandaan, er komen jongens uit Den Haag, Rotterdam en er zijn er bij die uit Drenten komen.

Dinsdag 5 februari 1946: Vanaf vandaag moeten alle diensten weer volledig worden uitgevoerd: De ochtenddiensten zijn van 08.30 uur tot 12.00 uur, daarna is er rust tot 15.00 uur en van 15.00 uur tot 17.00 uur zijn de middagdiensten. Ondanks alle tekortkomingen bevalt het leven hier goed, er wordt gelachen en gemopperd, maar ook dat hoort er bij. Vanochtend is er een tekort aan drinkwater en benzine voor de voertuigen. Gelukkig komen er dagelijks handelaren naar het kamp zodat de jongens een extra voorraad kokosnoten kunnen inslaan, daar zit voldoende vocht in om geen dorst te hoeven hebben. 

 

Op en nabij het kamp zijn regelmatig inlanders en Chinezen te vinden die hun handel te koop aanbieden

De handelaren die op het kamp komen zijn van een nabijgelegen kampong die ongeveer tien minuten lopen van het kamp verwijderd is. De jongens weten inmiddels al dat wanneer ze iets nodig hebben de handelaren dat naar het kamp komen brengen, ze hoeven dus niet naar die kampong. Je zou bijna kunnen zeggen dat de spullen tot aan de deur worden afgeleverd. Dat is de reden dat er zo vaak handelaren bij de tenten rondlopen. Niet alleen inlanders komen handel drijven, ook Chinezen lopen daartussen en wanneer ze een keer niet op het terrein mogen komen, dan zijn de handelaren wel náást het terrein te vinden. Vanavond vallen er enkele gigantische regenbuien uit de hemel met daarbij lichtflitsen gevolgd door enorme donderslagen.

Woensdag 6 Februari 1946: Zowel vannacht als vanochtend heeft het aan één stuk door geregend, het terrein is in één grote modderpoel veranderd, tenten waaiden om en anderen lekken. Vanwege het slechte weer zijn er geen ochtenddiensten, zodat de jongens tot 07.00 uur mogen uitslapen. Ook vanmiddag regent het, zodat de jongens de hele dag geen diensten hoeven te doen. Hun kleding begint al klam aan te voelen en als blijft regenen dan mogen ze wel oppassen dat hun geweren niet gaan roesten. Als het tegen de avond niet meer regent besluiten vier jongens een kampong te bezoeken waar Indische mensen wonen, want de hele dag in een tent verblijven is ook niet alles. Als ze tijdens hun wandeling een auto zien rijden vragen ze aan de chauffeur of ze mee mogen rijden. Het is een vriendelijk chauffeur die het viertal meeneemt, maar in plaats dat hij ze bij de kampong afzet rijdt hij ergens anders heen. De jongens vragen zich af waar ze terecht komen en al snel zien ze dat hij naar het achttien kilometer verderop gelegen plaatsje Labis is gereden. Er moet dus ergens een misverstand zijn ontstaan. Als een jongen aan de man vraagt of hij hen alsnog naar die kampong kan brengen moet er eerst over een vergoeding onderhandelt worden. Gelukkig is hij voor een flink aantal sigaretten bereid om hen bij die kampong af te zetten. Veel later dan gedacht komen de jongens bij de kampong aan. Ze kijken daar een poosje rond en praten met die Indische mensen, maar wanneer ze in de gaten hebben dat het al 21.00 uur is wordt het de hoogste tijd om naar het kamp terug te keren.

  

Wanneer donkere wolken zich boven het terrein samenpakken weten de jongens dat het kamp snel in een modderpoel zal veranderen

Vandaag zijn Luitenant K.J. Metz van de 3e compagnie, Sergeant N.A. van Diepen van de 2e compagnie en enkele militairen van de Stafcompagnie naar een plaatsje aan de oostkust van Malakka vertrokken. Zij gaan daar een kamp bezoeken in de hoop dat het beter geschikt is voor het Kennemerbataljon. De geruchten dat het bataljon niet lang in Chaah zal blijven blijkt dus toch te kloppen. Er is vanmiddag post bezorgd zodat de jongens een groot deel van de avond besteden aan het lezen van hun brieven.

Donderdag 7 Februari 1946: Vandaag is het droog en dat is maar goed ook want ze moeten van 08.45 uur tot 12.00 uur een pittige mars lopen. Via allerlei landweggetjes die nog modderig zijn van de regen lopen ze tussen palmboomplantages door, het gaat heuvel op en heuvel af, maar dat wel in stijgende lijn. Als ze boven op een berg bij een verlaten landhuis aankomen krijgen ze rust. Vanaf dit punt hebben ze goed uitzicht over de omgeving. Het is prachtig om te zien hoe de wolken en de bergtoppen zich verenigen. Dit is de natuur op haar mooist. Na een kwartier rust gaat de mars verder. Als een jongen vooraan in de kolonne een cobra langs de weg ziet bewegen wordt er gestopt. Het is een prachtig beest van zo'n anderhalve meter lang en op zijn minst vijf centimeter dik. Ondanks dat zien enkelen het dier liever dood dan levend, na enkele ferme tikken met een geweerkolf en het genadeschot uit de revolver van de luitenant wordt dat arme beest als souvenir meegenomen. Op Malakka leven veel wilde dieren, de dieren die ze het meest zien zijn apen, slangen, wilde zwijnen en enorme spinnen. Doorweekt van het zweet komen ze aan het eind van de ochtend op het kamp terug. Na het middageten gaan jongens van de derde compagnie naar de kali om zich lekker op te frissen, maar voor de rest van de dag zijn er geen bijzonderheden te melden.

Vrijdag 8 Februari 1946: Er wordt eindelijk weer voorschot op hun wedde uitgekeerd. Het muntstelsel op Malakka is anders dan in Engeland, op Malakka hanteren ze het decimale muntstelsel net als in Nederland. Een dollar is FL1,18 waard. Al snel na het uitbetalen van het voorschot begint de handel met de inlanders en Chinezen weer toe te nemen. Met Chinezen moeten de jongens oppassen, die zijn bijna altijd duurder dan de inlanders, voor een banaan vragen ze gerust 10 cent. Het zijn altijd de Chinezen die de boel oplichten, vooral als er iets te ruilen valt moet je ze goed in de gaten houden. De jongens kopen dan ook het liefst bij de inlanders, die zijn eerlijk en vriendelijk en als je hen iets toestopt dan zijn ze zo blij als een kind. Onlangs kreeg een inlander een oud soldatenjack dat voor de oorlog in Holland werd gedragen, de man was daar zó blij mee dat hij langs alle tafels liep, salueerde en zich zo trots als een pauw liet bewonderen. Hij wees daarbij regelmatig naar zijn broek, in de hoop dat hij ook die zou krijgen, maar aan een broek kon niemand hem helpen.

Dat het Kennemerbataljon niet lang in Chaah zal blijven wordt vandaag bevestigd. Het groepje militairen dat woensdag naar een kamp aan de oostkust vertrok is tevreden teruggekeerd en hebben dat kamp goedgekeurd. Ze zullen op kort termijn naar Mersing verhuizen. De meningen over het vertrek zijn verdeeld, veel jongens zijn blij om uit die rode klei bende te vertrekken, maar er zijn er ook die het prima naar hun zin hebben. Vanmiddag rijden 56 trucks het terrein op die het Kennemerbataljon morgenvroeg naar hun nieuwe verblijfplaats in Mersing zullen brengen. De voorraden worden voor een groot deel ingepakt en vanavond moet iedereen zijn eigen spullen klaarzetten. De kwartiermakers die het tentenkamp hebben opgezet gaan niet mee, zij blijven in Chaah om de boel op te ruimen zodat anderen op het kamp terecht kunnen. Waarschijnlijk gaan de kwartiermakers begin volgende week naar Mersing. 

Zaterdag 9 Februari 1946: Om 06.00 uur is iedereen opgestaan, vouwen hun klamboe en dekens op en pakken hun laatste spullen in. De order voor vandaag is als volgt: Ze reizen met trucks 120 mijl in oostelijke richting en rijden een buitenwijk van de stad Mersing binnen en betrekken een kamp dat aan de Zuid-Chinese Zee is gelegen. De lunchpakketten liggen klaar en om 08.30 uur komt iedereen in actie omdat de trucks klaar staan. Voor ieder peloton zijn twee trucks beschikbaar. Als om 09.00 uur het sein komt om in te stappen moeten de jongens er meteen voor zorgen dat ze een comfortabel plekje hebben. De zeilen van de huif worden zo ver mogelijk opgerold zodat alles tijdens de rit goed is te zien. Om 09.45 uur komt de kolonne in bewegingen en verlaten ze het kamp in Chaah. Als ze eenmaal op geasfalteerde wegen rijden gaat het snel voorwaarts. Ze verheugen zich op een rit die hen dwars door de natuur van het mooie Malakka zal leiden. Ze rijden door dalen en over bergen, passeren kali's, kampongs, sawa’s, rubber- en palmplantages, tapiocavelden, baileybruggen, komen door dorpen en een stad van betekenis. Het is een reis die ze niet snel zullen vergeten. Er is ook een ongeluk gebeurd, een jeep met onderofficieren is over de kop geslagen, alle inzittenden raakten gewond. Sergeant-Majoor Jaap Visser van Vriesekoop is een van hen en zal vanwege zijn verwondingen naar Nederland terugkeren.

Een lang konvooi met legertrucks is onderweg naar Mersing  

Een konvooi met legertrucks onderweg naar Mersing tijdens een rustpauze met Siem de Graaf en J. Stoelman op de huif

Malakka (Mersing)

Rond de klok van 16.00 uur komt de colonne op de plaats van bestemming aan, het is een kamp dat zich in een buitenwijk van de stad Mersing bevindt. Voorheen werd dit kamp door de Engelsen gebruikt en ligt aan het strand van de Zuid-Chinese Zee. Vanuit het kamp staan ze met enkele simpele stappen op het strand. Op het terrein staan veelal houten gebouwen van uiteenlopend formaat en enkele zijn van steen, ze zijn wit van kleur en hebben groene kozijnen. Omdat de houten gebouwen dicht bij de zee staan zijn ze op stenen palen gebouwd. Op de daken liggen dakpannen die veel van halve bloempotten weghebben, maar een dakgoot hebben de meeste gebouwen niet. Bij zware regelval heeft een dakgoot ook geen nut, bij veel huizen hangen de daken een meter buiten de gevel zodat het regenwater goed kan weglopen. Omdat het kamp langs de kust staat hebben de jongens prachtig uitzicht over het strand en de zee. Het terrein is omgeven door klapperbomen zodat hun vruchten voor het grijpen hangen. 

Volgend de Engelsen is dit kamp bedoeld voor goed getrainde soldaten en zij vinden dan ook dat de jongens van het Kennemerbataljon hier eigenlijk niet thuis horen. Toen de jongens dit hoorden waren ze zwaar beledigd. De Engelsen kunnen dat wel vinden, maar deze jongens zullen hun eens laten zien waartoe ze in staat zijn. Het vreemde van de Engelsen is, dat ze de Nederlanders op alle manieren dwarsbomen zodat ze niet naar Indië kunnen, maar ze stellen wel instructeurs beschikbaar om onze jongens te trainen in gevechtskunde. Ze komen er binnenkort wel achter wat de Hollanders kunnen!

De gebouwen staan in een natuurschoon gebied in een buitenwijk van Mersing

Wanneer de jongens bij eb het strand oplopen is het daar erg goor omdat er veel slib aanspoelt. Eenmaal in het water kunnen ze zomaar een kilometer de zee inwandelen zonder kopje onder te gaan. Het water dicht bij het strand is dan ook heel goor, maar wanneer ze een stuk verder de zee inwandelen wordt het water alweer helder. Ze zijn ervoor gewaarschuwd dat er in de Zuid-Chinese Zee haaien voorkomen, maar volgens een van de jongens zwemmen haaien nooit in ondiep water en hoeven ze zich daar geen zorgen over te maken.

De onvergetelijke natuur van dit land is eigenlijk moeilijk te omschrijven. De mensen die je op Malakka tegenkomt zijn vooral Chinezen en inlanders, maar de inlanders zijn duidelijk in de minderheid. Je zou bijna denken dat je in China bent en niet op Malakka. Overal komen de jongens mensen tegen die hen vrolijk toezwaaien en dat doen ze natuurlijk ook terug. De rubberbomen vallen hier eigenlijk een beetje uit de toon, ze zijn 15 tot 20 meter hoog en hebben veel takken, de lichtgrijze stammen en takken, die overigens weinig bladgroei hebben, geven de indruk dat de bomen halfdood zijn en dat is vergeleken met de weelderige groei van de overige natuur dat die rubberbomen meteen opvallen.

Om 19.00 uur is het etenstijd en daarna gaan een aantal jongens naar het dorp dat voor een groot deel uit winkels en cafés bestaat. Ze drinken een kopje koffie of pilsje en bezoeken enkele toko's. Ook in het dorp moeten ze constant afdingen willen ze niet worden afgezet, sigaretten kosten een tot twee cent en tropische vruchten zijn hier ook spot goedkoop. Suiker hebben ze in dit dorp kennelijk in overvloed, want op het gebied van eten en drinken is alles behoorlijk zoet. Als de jongens in het kamp terugkomen wordt er post uitgedeeld en om 22.00 uur is het bedtijd.

  

De weg die dwars door het dorp loopt met op de achtergrond de hoge berg en rechts een van de vele toko's die het dorp rijk is

Zondag 10 Februari 1946: Terwijl de een om 07.00 uur naar de kerk gaat, maken anderen zich op voor een wandeling langs het strand en dat is in de vroege ochtend met een frisse zeewind heerlijk. Vanmiddag gaan veel jongens een bezoek brengen aan het dorp, want er moet het een en ander gekocht worden, helaas zijn veel dingen daar schreeuwend duur. Iedere keer als ze in het dorp komen verbazen ze zich over hoe gemoedelijk de verhouding tussen hen en de inlanders is. Op de een of andere manier wisten de jongens in korte tijd de harten van deze mensen te stelen en hun kinderen stoppen ze regelmatig iets toe, of ze spelen met hen. Deze mensen blijken van nature aardig te zijn en gevoelig voor elk vriendelijk woord. Het is ook altijd gezellig wanneer de jongens met inlanders voor hun huizen praten, in warme oorden leven de mensen nu eenmaal meer op straat dan in huis. Na het avondeten gaan een flink aantal jongens in de zee zwemmen, want op dat tijdstip is het water op zijn hoogst en heel helder. Met veel plezier duiken ze door de golven en dat is met de temperaturen van hier ook de beste manier om je te vermaken. 

Jelle Visser van de 3e compagnie poseert met enkele jeugdige inwoners uit het dorp

Maandag 11 februari 1946: Het is de bedoeling dat de jongens in Mersing een gedegen training krijgen, zodat ze buiten de normale diensten ook vaak op pad moeten. Zo hebben de jongens van de 2e compagnie vandaag een stevige veldoefening. Het begint met een korte pittige mars richting het oerwoud om daar een beek te volgen totdat een palmboomplantage wordt bereikt. Wanneer de jongens strijdliederen zingen komen de inlanders nieuwsgierig hun huis uit om te zien wat er aan de hand is en als ze in de gaten krijgen dat het de Hollanders zijn beginnen zij te applaudisseren. Bij het bereiken van een landweggetje hebben de jongens geen andere keus dan door een diep spoor van autobanden te banjeren willen ze verder komen en met deze hoge temperatuur is dat echt geen pretje. De oefening gaat als maar verder, heuvels op en heuvels af, terwijl het zweet met dikke stralen langs hun lichaam loopt. Nadat de jongens een rubberplantage zijn gepasseerd gaat het over een pad verder en daarbij zakken ze tot boven hun enkels in de kleigrond weg. Gelukkig is dat pad niet lang, maar de tocht gaat vervolgens wel dwars door varens en dicht begroeide struiken verder. Als de grond sompig begint te worden zakken ze wederom tot aan hun enkels weg in de modder. 

Tijdens de veldoefening moeten ze zich regelmatig een weg door of over greppels zien te banen, of over beekjes springen en dan hebben ze soms het geluk dat daar een gesneuvelde boom overheen ligt, maar meestal is dat niet zo en dan moeten ze maar zien hoe ze daar overheen komen. De bagger zit al tot boven hun beenlappen en de voeten sompen in hun laarzen. Aan de veldoefening lijkt geen einde te komen want ze blijven maar door jakkeren. Toen de jongens een verharde weg bereikten kwam aan de veldoefening dan toch een einde. Niet eerder hebben ze zo’n zware veldtocht gehad. Het vreemde is wel, dat na alle inspanning de meesten zich nog redelijk fit voelen. Misschien hadden ze dat niet tegen hun commandant moeten zeggen, want toen hij dat hoorde beloofde hij zijn jongens om vaker dergelijke tochten te organiseren.

Langs de verharde weg laten de jongens de drek uit hun schoenen lopen en wringen ze hun kousen uit. Na te zijn opgesteld gaat de reis al zingend en in marstempo terug naar het kamp. Als ze om 12.15 uur op het kamp terugkomen gaan ze in rap tempo naar het strand om een frisse duik te nemen en hun kleren schoon te spoelen. Van dat zwemmen knappen ze weer helemaal op en gaan vervolgens eten. Gewoonlijk zijn de jongens van 12.00 uur tot 15.00 uur vrij van dienst, want dat is normaal in de tropen, maar wanneer een oefening zoals vandaag uitloopt, dan hebben ze pech. Vandaag valt dat wel mee want ze hebben om 15.15 uur appel en inspectie van de uitrusting en daarna beginnen de diensten weer die tot 18.00 uur duren. Na het avondeten wordt er niet veel ondernomen, ze hangen de klamboes op, lezen een boek, praten wat met hun kamergenoten en om 10.00 uur is het bedtijd.

 

Het strand bij Mersing gezien vanuit een gebouw op het kamp en Jan klaas de Graaf die in zijn zwembroek op het strand poseert

Dinsdag 12 februari 1946: Vandaag wordt er een geheel andere velddienst gehouden. Dit keer zijn het de jongens van de 3e compagnie die elkaar verdeeld over secties moeten overmeesteren. De omgeving is daar uitermate geschikt voor, want als ze goed gecamoufleerd op pad gaan kunnen ze zonder op te vallen hun 'vijand' tot dichtbij naderen. Het is wel vervelend dat het in de wijde omtrek krioelt van de rode mieren, want die krengen kunnen heel venijnig steken. De 4e compagnie heeft vandaag sport, ze beginnen met een estafetteloop op de korte baan en vervolgens op de lange baan en daar is een goede conditie voor nodig. Ook in andere atletiekonderdelen wordt er geoefend, zoals hoogspringen. Na het avondeten wordt ook nog een voetbalwedstrijd gespeeld tegen het team met onderofficieren van het hele bataljon en deze wedstrijd wordt met 3-1 gewonnen door het elftal van de 4e compagnie.

Het voetbalelftal van de 4e compagnie poseert voordat de wedstrijd begint

Vanmiddag zijn er eindelijk weer sigaretten en chocolade uitgedeeld en dat is hoog nodig, want de sigaretten zijn al geruime tijd op en moesten voor veel geld in het dorp worden gekocht. De jongens van de 2e compagnie die in Chaah de boel hebben opgeruimd zijn vanmiddag ook naar Mersing gekomen. Om 11.00 uur zijn ze in de trucks gestapt en hebben ook zij die rode kleigrond verlaten. Onderweg zien ze hoe een grote groep apen in bomen aan het stoeien zijn, maar wanneer de trucks te dicht in hun buurt komen gaan ze er al krijsend vandoor. De weg voert langs diverse rubber- en palmboomplantages en slechts een keer rijden ze door een plaats van enige betekenis en dat plaatsje is Kluang. Om 17.00 uur komen ze in Mersing aan. Ook zij krijgen onderdak in een gebouw dat slechts 200 meter van het strand staat. Aan de achterkant is het gebouw tegen een heuvel gebouwd en niet ver daar vandaan begint het oerwoud. Met honderd man komen ze in een gebouw van twee verdiepingen en verdeeld over twaalf kamers. Als je een poosje in een tent hebt geleefd vind je zo'n pand meteen heel luxe, er is elektriciteit en er zijn badkamers, terwijl dat in Chaah allemaal ontbrak.

Het gebouw van de 2e compagnie telt 12 grote kamers en niet veel later zal de manschappenkantine ook in dat gebouw komen

Al vrij snel nadat de jongens van de 2e compagnie zijn aangekomen gaan ook zij naar de zee om een frisse duik te nemen, zodat ze zich weer helemaal fit voelen. Hierna moeten ze hun lichaam nog wel met zoetwater afspoelen, want dan zijn ze pas goed schoon. Nadat de jongens zich gesetteld hebben is het tijd om naar bed te gaan. Het is wel jammer dat ze op de grond moeten slapen, maar er is beloofd dat ze op kort termijn bedden krijgen.  

Voor het kader wordt de avond besteed met theorieles in de krijgstucht. Om 19.30 uur begint de les en als de commandant vraagt of het verplicht is om de Jappen terug te groeten, wordt daar massaal ja op geroepen. Volgens het volkerengedrag zijn wij dat verplicht. Nee hoor, dat hoeft niet, antwoord de commandant. De Jappen hebben zich als beesten gedragen door de meest gruwelijke oorlogsmisdaden uit te voeren. Als voorbeeld vertelt hij een waar gebeurt verhaal: In Singapore hebben zij veertien meisjes op zeer wrede wijze vermoord door hen met een slang via hun keel vol te laten lopen met water, net zolang dat hun maag en darmen het begaven en uiteenbarstten. Zulke schofterige streken zijn eigenlijk te verschrikkelijk voor woorden. Het is dus ons goed recht om die lui niet te groeten en zo zwaar mogelijk te straffen door hen hard te laten werken. Teruggroeten hoeven wij dus niet te doen! 

Woensdag 13 februari 1946: Voor vanochtend staan er een exercitie en een velddienst op het programma en vanmiddag sporten. Als de jongens onderweg zijn naar het sportveld voor een onderlinge voetbalwedstrijd moeten ze een poosje voor een lange optocht met Mohammedanen wachten die oudjaar vieren. De stoet is onderweg naar de moskee en iedereen draagt bont gekleurde kleding, de fez die de mannen dragen zijn anders dan die ze in eerdere moslimlanden zagen, deze zijn van zwart fluweel en voor de helft korter. Zoals gebruikelijk lopen de mannen en vrouwen gescheiden van elkaar. De hele dag wordt er feest gevierd en ook vanavond schijnt het in het dorp erg gezellig te zijn. Dat het nieuwjaar voor hen op een andere datum valt heeft met de afwijkende jaartelling vanwege het geloof te maken. Even verder gaat de lange stoet het terrein van de moskee op, de vrouwen rechts, de mannen links, en lopen door twee erepoorten die daar vanochtend zijn neergezet. Als de jongens op het sportveld komen wordt er door drie pelotons een voetbalcompetitie gehouden. Helaas raakt de bal bij de tweede wedstrijd lek en zijn ze uitgespeeld.

Onderweg naar het sportveld komen de jongens een optocht met Mohammedanen tegen die naar de moskee gaan

Omdat er op Malakka wordt gestaakt is er momenteel voedselschaarste. De fouragedienst moet daarom helemaal naar Singapore om de voedselvoorraad aan te vullen. In Mersing eten de jongens broodpap en biscuits, want biscuits zijn er in overvloed. Ook de aanvoer van sigaretten stagneert door de staking. Als ze iets willen roken moeten ze naar het dorp, maar ook daar zijn sigaretten schaars.

Voor de jongens van de 2e compagnie is nog altijd niet alles geregeld, er zijn niet alleen te weinig bedden, ze krijgen vandaag ook om 11.00 uur pas voor het eerst te eten en dat is dan ook nog broodpap en biscuits. Na dit late ontbijt gaan ze eerst de rest van hun spullen aan kant brengen en daarna verlaten ze het kamp om de omgeving te verkennen. Als ze nog maar net in het oerwoud zijn ontdekken ze menselijke resten achter de struiken, het zijn de schedels en beenderen van zeven mensen. Volgens de inlanders zijn dat skeletten van mensen die tijdens de oorlog door de Jappen zijn vermoord. Dus ook hier hebben de Jappen op een verschrikkelijke manier huisgehouden. Een inlander die een beetje Engels spreekt vertelt over de ellende die ze met de Jappen hebben meegemaakt. Zo zag een oud vrouwtje dat de Jappen een paar kinderen omhoog gooiden zodat handlangers deze weerloze kinderen konden doodschieten. Het is helaas de waarheid en te vreselijk om aan te horen.

Dus ook op Malakka hebben de Jappen weerloze mensen op grote schaal uitgemoord, hierdoor hebben kinderen geen ouders meer en ouders missen hun kinderen. Veel huizen en gebouwen zijn verwoest, waaronder een bioscoop, maar dit dorp ligt er zo midden in de natuur en aan de monding van een rivier nog altijd verschrikkelijk mooi bij. Inmiddels zijn veel verwoeste gebouwen vervangen door noodgebouwen van hout. De gebouwen op het kamp zijn allemaal gespaard gebleven en daar zullen ze vast een reden voor hebben gehad. Intussen is de jongen die op het s.s. "Alcantara" aan zijn hoofd gewond raakte en naar het hospitaal in Singapore werd vervoerd vandaag weer bij zijn compagnie teruggekeerd. Hij is nog niet helemaal genezen, maar heeft ervoor gekozen om bij zijn maten terug te zijn. Dat genezen zal vast wel lukken, want het eten is hier over het algemeen prima.

   

Mannen van de 3e compagnie (2e pel.) poseren met een doodshoofd die in het oerwoud is gevonden

Donderdag 14 februari 1946: De dag begint met een ochtenddienst die van 08.30 uur tot 12.00 uur duurt. Het is een jungletrip met wederom een enorme worsteling door struiken en alang-alang (hoog groeiend gras), om daarna door een kali te waden en aan de overzijde door het oerwoud verder te trekken. Het is een tocht zoals ze eerder deden en ook nu gaat het om 11.30 uur in marstempo terug naar het kamp. Als ze in het kamp aankomen gaan ze eerst baden en eten en daarna hebben ze tot 15.00 uur rust. Hierna beginnen de middagdiensten, de een heeft theorieles en anderen gaan op stap om een camouflageoefening te doen, beiden zijn om 17.00 uur afgelopen. Na het avondeten is het tijd voor ontspanning en om 22.00 uur is het tijd om naar bed te gaan. Op dat tijdstip beginnen ook de nachtdiensten.

Tijdens de middagdienst laat de bataljonscommandant een order voorlezen waarin bekend wordt gemaakt dat dit kamp het mooiste kamp van Malakka is en dat hij ervoor zal zorgen dat dit zo blijft. Het is een prachtig kamp, de gebouwen staan ruim verspreid tussen veel groen waaronder palmbomen. Tijdens deze toespraak wordt ook vertelt dat de B.C. ervoor zal zorgen dat er zoveel ontspanning komt als onder de huidige omstandigheden mogelijk is. In het gebouw van de 2e compagnie zal op kort termijn de manschappenkantine komen waar ze films kunnen draaien en er worden sportevenementen georganiseerd. Kortom, de B.C. doet zijn uiterste best om het de jongens naar hun zin te maken. Ook vermeldt de order dat het kamp aan 2-4 RI is toegewezen omdat het bataljon in het verleden heeft bewezen het meest fanatieke bataljon te zijn. De Engelsen die zeggenschap over dit kamp hebben schreven dit al in hun rapporten. Een arts met ruime ervaring in de tropen neemt het gesprek vervolgens over en verteld dat de jongens ongekend zware trainingen tegemoet kunnen zien. De jongens schrikken daar niet van, want de trainingen die ze tot nu toe volgden lijken wel vakantietrips.

  

De kali met op de voorgrond een van de vier scheepswerfjes die hier gevestigd zijn met vooraan links knielend Henri Butot van de 1e compagnie

Vrijdag 15 februari 1946: De jongens van de 3e compagnie hebben vandaag een jungletrip die om 09.00 uur begint, maar dusdanig uitloopt dat ze om 13.00 uur terug op het kamp zijn. Vanmiddag worden een piano en radiogrammofoon op het kamp afgeleverd die allebei in de manschappen kantine komen te staan. Gelukkig hebben ze bij de 4e compagnie een goede pianist met de naam Cor Amse, die met andere muzikanten een band gaat vormen. Met die piano komt het dus helemaal goed, maar met de grammofoon verloopt het anders. Dat apparaat blijkt niet op het stroomnet te werken, zodat de jongens langs de weg stroom aftappen in de hoop dat de grammofoon dan wel werkt. Dikke pech, de radiogrammofoon doet het nog steeds niet en ze willen zo graag naar het nieuws uit Nederland luisteren. Ze zijn dus nog steeds afhankelijk van de krant 'Oranje' die in Singapore wordt gedrukt. Het voordeel van die krant is wel dat daarin veel nieuws over de toestand in Ned. Indië staat. 

Vandaag wordt het Kennemerbataljon aan de W-Brigade toegevoegd. De W-Brigade werd opgericht toen 2-4 RI in Chaah verbleef, maar vandaag worden zowel 2-4 RI als 1-4 R.I. officieel aan de W-Brigade toegevoegd. De jongens van 8 (IV) R.S. komen daar vanaf maart bij en op 4 mei ook 1-11 R.I. In deze samenstelling blijft de W-Brigade voorlopig, maar er komen meer eenheden bij. Er kan dus weer een Brigade aan het Nederlandse leger worden toegevoegd, terwijl de T, U en V-Brigades al eerder werden opgericht. Uiteindelijk zijn er meer dan 20 Nederlandse bataljons op Malakka gelegerd, die wegens gebrek aan kazernes ook in tentenkampen worden ondergebracht. Dus mogen ze bij het Kennemerbataljon in hun handen wrijven dat ze in Kamp Chaah verblijven.

  Pose voor de officiersmess

Nog snel een foto voor de woning maken, daarna van een militair voor de officiersmess en vervolgens het filmrolletje wegbrengen

Zaterdag 16 februari 1946: Er is vandaag een parade waarbij Luitenant H.A. Meijlink van de 3e compagnie tot eerste luitenant wordt beëdigd. De ceremonie wordt op het voetbalveld gehouden en het hele bataljon is aanwezig. De luitenant zweert eeuwige trouw aan de Koningin en belooft zich volledig aan de krijgstucht te onderwerpen. De plechtigheid wordt afgesloten met een toespraak door de B.C. Vervolgens marcheert het bataljon naar het hoofdgebouw waar de staf zetelt en is ook de parade afgelopen. Voor de ceremonie was ook veel belangstelling bij de plaatselijke bevolking. Vanmiddag hebben de jongens vrij en die tijd wordt besteed met het opruimen van de kamers.

Vanavond om 19.30 uur gaat zowat iedereen naar het gebouw van de 2e compagnie omdat de manschappenkantine op officiële wijze wordt geopend. Helaas is de kantine iets aan de krappe kant zodat ze behoorlijk dicht bij elkaar zitten. Iedereen wordt op een kop koffie met taart getrakteerd zodat de stemming er al meteen goed in zit. Na de koffie worden enkele toespraken gehouden, eerst de B.C., dan de compagniecommandanten, een pater en een dominee. De ene toespraak is nog mooier dan de ander en gaan allemaal over opbeurende of ernstige zaken. Het komt erop neer dat de jongens hun kameraadschap zoals die is moeten behouden en dat ze elkaar ook in moeilijke tijden blijven steunen. De sfeer binnen het bataljon is uitstekend en als je daar deel van uitmaakt, dan kan je daar trots op zijn. Ze zeggen niet voor niets dat dit bataljon de beste discipline heeft. Denk daar altijd aan terug! Cor Amse, de pianist die bij de 4e compagnie zit heeft met 2 trompettisten, 1 fluitist en 1 accordeonist een band gevormd die de muziek verzorgen. Tijdens zijn tweede toespraak overhandigt Majoor van Kammen de piano op officiële wijze aan de band. Gedurende de avond spreekt de majoor meerdere keren tot zijn mannen en vertelt daarbij ook dat de door de NAAFI toegezegde kantinespullen nog altijd niet zijn aangekomen. Het is de hele avond erg gezellig, de band speelt vrolijke muziek, er wordt gezongen, veel gelachen en een biertje gedronken. Om 23.00 uur is het feest afgelopen en vertrekken de jongen richting hun bed. 

Aan het begin van de avond galmt het bataljonslied al meteen door de kantine, de jongens zingen het lied 'Ouwe Stunters' allemaal uit volle borst mee, ze zingen zo hard dat de ramen in hun sponningen trillen. Voor velen is dit het mooiste en meest inspirerende lied wat ze kennen. Voor een buitenstaander klinkt de tekst misschien onnozel, maar wanneer de jongens na een zware oefening of mars doodmoe thuiskomen verdwijnt door het zingen van dat lied in een klap de vermoeidheid en voelen ze zich weer helemaal fit en opgewekt. 

   

Zondag 17 februari 1946: Het is zondag en dat betekent rustdag. Er wordt ontbeten, naar de kerk gegaan, de kleding gewassen en daarna is het voor de rest van de dag ontspanning. Ze lezen een boek, schrijven brieven, er wordt gewandeld, ze doen een tukje en om 12.00 uur is het tijd voor het middageten. Voor vandaag staat er gehakt, aardappelen, pruimen en chocoladepudding als toetje op het menu. Het fijne aan deze maaltijd is dat ze zoveel mogen eten als ze willen en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Dan zal die staking wel voorbij zijn, want er staat voldoende voedsel op tafel. Om 14.00 uur is er uitbetaling van soldij en er worden sigaretten en chocolade uitgedeeld. Hierna worden de boeken tevoorschijn gehaald en als ze uitgelezen zijn doen ze een dutje of iets dergelijks en op deze wijze komen ze de zondag prima door.

Als je de dagen op een rijtje zet verlopen ze eigenlijk allemaal hetzelfde. Tijdens hun tochten door de rimboe gebeurt er ook wel eens iets grappigs. Zo haalden de jongens van de 2e compagnie vanmiddag herinneringen op over een oefening waarbij ze over een brede sloot moesten springen. Voor de meesten verliep de hindernis goed, maar sommigen kwamen tot hun knieën in de bagger van de sloot te staan. Zo nam Soldaat A. Luijken een flinke aanloop, maar sprong niet ver genoeg en kwam tegen de rand van de sloot tot stilstand, verloor zijn evenwicht en viel achterover de sloot in, hij ging kopje onder en kwam toen helemaal onder de drek weer boven. Ondanks dat wist hij zijn geweer met één hand keurig boven water te houden. Zijn kameraden moesten daar natuurlijk hartelijk om lachen.

Vandaag gebeurde er weer iets met diezelfde jongens. Ze gingen de rimboe in om vertier te zoeken, toen een jongen tegen een bijennest stootte waren ze weer snel terug in het kamp. Heel wat jongens werden door de bijen aangevallen en gestoken en bij een van hen moesten wel 30 angels uit zijn lichaam verwijderd worden. Door de juiste behandeling heeft hij de aanval wel overleefd. Het is natuurlijk heel grappig om zoiets te horen, je moet het alleen niet zelf meemaken. Die arme jongens zijn nog maanden om dat voorval gepest.

Ook bij de Ost-compagnie hebben ze vandaag iets niet alledaags meegemaakt. Toen enkele van hen zo'n zeven kilometer buiten Mersing langs de kust aan het wandelen waren zagen zij een zeemijn op het strand liggen. Dat ding moet daar ongetwijfeld zijn aangespoeld en zal direct onschadelijk zijn gemaakt. Uiteraard hebben die jongens als bewijs een foto van de zeemijn gemaakt.

 

Zo'n zeven kilometer buiten Mersing vinden mannen van de Ost-compagnie een verdwaalde zeemijn op het strand

Het bataljonsblad de 'Kennemer-Klapper' is een al eerder bedacht krantje en vandaag verschijnt het eerste nummer. Met de 'Kennemer-Klapper' worden de jongens op de hoogte gehouden over wetenswaardigheden en mededelingen van de bataljonscommandant en andere leidinggevenden, het nieuws uit Nederland en Indië, berichten van familieleden die via de radio werden doorgestuurd, oproepjes om zich te laten inschrijven voor sportevenementen e.d., puzzels, raadsels en meer van dat soort activiteiten. Kortom de 'Kennemer-Klapper' is een bijna dagelijks terugkerend nieuwsblad voor militairen van het Kennemerbataljon.

Een fragment uit de 'Kennemer Klapper' no. 44

Maandag 18 februari 1946: De ochtend verloopt vrij rustig en na het middageten wordt er les in bajonetvechten gegeven. Omdat een jongen van de 4e compagnie wordt vermist moet de MP uitrukken om hem op te sporen, maar ze vinden hem niet. Als de B.C. bij de 3e compagnie op bezoek is omdat hij enkele dingen moet bespreken gaat het er gemoedelijk aan toe, tot het moment dat een luitenant naar binnen komt gestormd met de mededeling, dat de jongen die ze zoeken zo goed als zeker is verdronken. Zijn kleren zijn op het strand gevonden, maar van hem ontbreekt elk spoor. De B.C. en de jongens vertrekken met zaklantaarns naar het strand om te helpen zoeken. Ook koplampen van trucks worden gebruikt om over het water te schijnen, maar niets helpt. Om 21.00 uur keert iedereen onverrichte zaken terug naar het kamp met de vraag wat er met hem is gebeurd. Zou hij te ver de zee in zijn gegaan en door een vloedstroom zijn meegezogen? Het blijft gissen en als iedereen in bed ligt wordt daar nog lang over nagepraat.

  

Hein Turk van de 2e cie. poseert voor zijn 'paalwoning' en Cor Groot van de 3e cie. laat zich fotograferen op het strand bij Mersing

Dinsdag 19 Februari 1946: Ook vandaag wordt door de jongens van de 4e compagnie de hele dag naar de vermiste jongen gezocht, maar het levert ook dit keer niets op. Zo langzamerhand begint het er toch wel héél somber voor hem uit te zien. Terwijl de jongens van de 4e compagnie hun kameraad zoeken hebben de andere compagnies een grote veldoefening. Vele kilometers lopen ze over zowel verharde wegen als smalle zandpaden en er wordt tegen heel veel heuvels opgeklauterd, om daarna door het oerwoud verder te trekken. Bij de 1e en 2e compagnie gooien ze ineens de handdoek in de ring. Voor hen is het kennelijk allemaal te zwaar geworden. De jongens van de 3e compagnie laten zich niet kennen en gaan gestaag door, om na enkele flinke heuvels te hebben beklommen via dezelfde route terug te keren. De zon brandt fel aan de hemel en er staat geen zuchtje wind, ze zijn dan ook drijfnat van het zweet. Op de heenweg kregen ze drie keer rust, maar op de terugweg heeft een ander het commando en die vindt dat ze in één ruk naar het kamp terug kunnen.

Ondanks de zware inspanning marcheren ze al zingend door de dorpen waar inlanders hen staan toe te kijken, want die vinden het prachtig. Vlak voor het kamp wordt het tempo versneld en in dat tempo marcheren ze keurig in het gelid het terrein op. Stoer marcheren ze het terrein over en doen alsof ze een korte mars achter de rug hebben. De jongens van de 1e en 2e compagnie die halverwege moesten afhaken kijken vol verwondering toe. Ook degenen die het commando over hen voerden, want die weten als geen ander dat deze jongens een zware tocht hadden. Meestal lukt zo'n oefening niet zomaar, maar als het tempo er eenmaal in zit dan gaat de rest vanzelf, net als bij een keurkorps. Voor vandaag is het in ieder geval genoeg geweest, ze zijn moe en hebben razende honger.

∗ 27 - 09 - 1924 • Garrelt Vinke • 18 - 02 - 1946 †

Garrelt Vinke

Woensdag 20 februari 1946: Om 07.00 uur is het ontbijt en om 08.00 uur moet iedereen zich gereedmaken voor een vlaggenparade. Eerst wordt het Wilhelmus gespeeld en de Nederlandse vlag gehesen en daarna volgt een inspectie door Majoor van Kammen en een regimentscommandant. Tijdens die inspectie wordt de MP weggeroepen omdat een groep vissers niet ver van de kust een lichaam uit zee hebben gehaald dat niet herkenbaar is. Het lichaam wordt meteen naar het hospitaaltje dicht bij het kamp vervoerd. Om zeker te zijn dat dit het lichaam van de gezochte jongen is wordt er een arts van het bataljon bij geroepen. Aan de hand van een gebitskaart kan zo'n arts het lichaam van een militair identificeren. Bij controle blijkt het lichaam inderdaad van Garrelt Vinke van de 4e compagnie te zijn.  

De weg die naar het hospitaaltje dicht bij het kamp loopt

Het nieuws dat Garrelt Vinke is gevonden verspreid zich als een lopend vuurtje. De hoop dat het voor deze jongen goed zou aflopen was inmiddels al verdwenen, maar nu dat zeker is blijft het voor iedereen nog altijd een hele grote teleurstelling en al helemaal voor zijn kameraden van de 4e compagnie, want die hadden dagelijks met hem te maken. Dan heb ik het nog niet over zijn familie gehad, hoe erg moet het wel niet voor die mensen zijn om een geliefde zo ver van huis te verliezen.

Twee militairen van de 4e compagnie houden de wacht bij de kist met Garrelt Vinke en wachten op de stoet die hem naar zijn laatste rustplaats zal brengen

Het is allesbehalve een prettige dag en al helemaal omdat Garrelt Vinke vanmiddag ook wordt begraven. Het wordt een eenvoudige maar indrukwekkende begrafenis. De kist met het stoffelijk overschot staat op het terrein dicht bij de weg, met zowel links als rechts van de kist een militair van de 4e compagnie die de wacht houden. Ze staan daar in afwachting van de stoet die hem naar zijn laatste rustplaats zal brengen. Als een lichte open legertruck is voorgereden wordt de kist met militaire waardigheid op de truck geplaatst. Hierna komt de stoet in beweging en is de gang naar de groeve begonnen. Luitenant H.A. Meijlink leidt de begrafenisstoet met achter hem het peloton dat een eresalvo gaat verzorgen, daarachter de truck met de kist en een luitenant van de 4e compagnie achter het stuur, gevolgd door de slippendragers en daar weer achter de militairen die in het leven van Garrelt Vinke iets hebben betekend.

De begrafenisstoet is met Garrelt Vinke onderweg naar zijn laatste rustplaats

Wanneer de stoet op de plek van de teraardebestelling aankomt wordt de kist door kameraden van Garrelt tot bij de groeve gedragen. Het vuurpeloton doet vervolgens zijn plicht en geeft een eresalvo ten gehore naast het graf. Hierna is het geruime tijd muisstil. Na een seintje van Majoor Chris van Kammen laten de kameraden van Garrelt de kist geleidelijk in de groeve zakken. Hierna houden de dominee en de majoor een toespraak en leggen beiden een krans op zijn graf. In zijn toespraak zegt de dominee dat Garrelt zijn leven uiteindelijk heeft gegeven tijdens het dienen van het vaderland. Voor zijn ouders, overige familie en verloofde is het ook nog een keer treurig omdat dit zo ver van huis moest gebeuren. Zij zullen zich moeten sterken met de gedachte dat het Gods wil is om hem op zo'n jeugdige leeftijd naar zich toe te halen. 

  

Na zijn toespraak legt Majoor Chris van Kammen bloemen op het graf van Garrelt Vinke

  

Nadat ook Luitenant H.A. Meijlink heeft gesproken salueren de kameraden van Garrelt bij zijn graf en wordt de plechtigheid met een eresalvo afgesloten

Nadat ook Luitenant H.A. Meijlink een toespraak heeft gehouden is er voor een aantal militairen gelegenheid om Garrelt Vinke op militaire wijze vaarwel te zeggen door bij zijn graf te salueren, waaronder Ritmeester H.E.R. Rhodius, Kapitein A.H.M. Dieperink (5e cie.), Soldaat G.E. Moen (3e cie.) en beide veldpredikanten dominee W.Th. van der Windt en aalmoezenier W.J.J. van der Meulen en die bij de Staf-compagnie zijn ingedeeld.

Fragment uit de 'Kennemer Klapper' (no. 4) waarin dominee v.d. Windt het overlijden van Garrelt Vinke toelicht 

Terug naar het dagelijkse leven

Ondanks de droeve gebeurtenis met Garrelt gaat het leven in Mersing wel verder. Op de middag dat Garrelt wordt begraven is er in het dorp een flinke vechtpartij gaande. Tijdens een demonstratie van communistische Chinezen loopt de boel flink uit de hand. De inlandse politie treedt daardoor hard op en drijft de menigte uiteen door op hen te schieten. Soldaat Cor Groot van de 3e compagnie schrijft hierover in zijn dagboek het volgende: Als enige van het Kennemerbataljon is Cor getuige van een gigantische vechtpartij in het dorp. Na het middageten besluit Cor naar het dorp te gaan om zijn haar te laten knippen en wat spullen te kopen. In het dorp is het dan tamelijk rustig, er zijn alleen wat inlanders op straat waarbij opvalt dat ze allemaal een kapmes bij zich hebben. Als Cor in het dorp zijn dingen heeft gedaan en terug naar het kamp wil gaan, komt juist op dat moment een stoet Chinezen het dorp ingewandeld. Het is pas 14.00 uur en Cor besluit nog even te blijven om te zien wat de bedoeling van de optocht is. In de stoet zijn de Chinezen fanatiek aan het dansen en schreeuwen leuzen die Cor niet begrijpt. Hun kinderen lopen vooraan in de stoet, zij dragen spandoeken met zich mee en zingen liederen. Twee Chinezen lopen naast de stoet en klampen iedere Chinees aan die ze tegenkomen, duwen hen de stoet in en dwingen hen om mee te doen. Toen Cor dat een poosje aankeek kwam uit het niets een afdeling van de inlandse politie de straat inrennen met knuppels en geweren in hun hand. De Chinezen reageren daar nogal fel op en beginnen meteen wild te schreeuwen en met stenen te gooien. Hierdoor raakt een Engels officier gewond die het commando over de agenten voert en op dat moment langs de kant van de weg staat. Daarom geeft hij zijn mannen het bevel om gericht te vuren. Zijn agenten komen meteen in actie en vuren met het doel om te doden. Ook de commandant schiet zijn revolver op de communisten leeg. Enkele Chinezen worden hierbij gedood of raken gewond en anderen worden met een bajonet bewerkt. Een inlandse chauffeur bedenkt zich geen moment en haalt een moker uit zijn wagen om op de communisten in te slaan. Nadat een politieagent met een kapmes de hals werd doorgesneden stoof de menigte uiteen. Cor vindt het ook tijd om te vertrekken en als hij achter het politiebureau loopt ziet hij ook daar politieagenten die hun geweer op de vluchtende menigte gericht houden.

Cor Groot van de 3e compagnie gefotografeerd op de dorpsweg

Bij terugkomst in het kamp weet iedereen allang dat er in het dorp iets aan de hand was, maar niet wat. Veel soldaten staan nieuwsgierig aan de weg en officieren hebben voor de zekerheid hun revolver in handbereik. Als Cor verteld wat hij in het dorp heeft meegemaakt komen er toevallig net twee communisten langsgelopen en doen alsof zij van niets weten. Cor herkent beide Chinezen als oproerkraaiers die in de optocht meeliepen. Doordat een groep inlanders beide Chinezen ook hebben opgemerkt weet een sergeant-majoor nog net te voorkomen dat beiden worden gelyncht. Cor denkt die twee al van eerder te herkennen toen ze hier bij het kamp rondhingen om de boel te bespioneren. Omdat Cor bij de vechtpartij aanwezig was moet hij mee naar het politiebureau om tegen de twee Chinezen te getuigen. Op het bureau wordt op dat moment nog een oproerkraaier binnengebracht waarvan de kleren tijdens zijn arrestatie van het lijf zijn gescheurd. Met grof geweld wordt hij het bureau ingewerkt en met een flinke trap na een cel ingesmeten. Uiteindelijk zijn bij het gevecht in het dorp zes doden gevallen, twintig raakten gewond en nog eens twintig zijn gevangen genomen.

Dit is een bewijs dat er op Malakka nog steeds verschrikkelijke dingen gebeuren. Ook hier moeten de jongens op hun hoede blijven. Door dat incident is de haat tussen de inlanders en Chinezen alleen maar gegroeid. Voor het Kennemersbataljon is dat een goede reden om dubbele wachtposten uit te zetten en de jongens gaan gewapend op patrouille om alles goed onder controleren te houden. De Engelsen hebben alvast versterking laten komen om de inlandse politie te helpen. Dat is maar goed ook want de inlanders hebben zich met kapmessen bewapend en willen vannacht een aanval op de kampong van de Chinezen uitvoeren. 

Donderdag 21 februari 1946: De dag begint zoals gebruikelijk met wassen en ontbijten en daarna hebben de jongens van de 3e compagnie een schietoefening die zowat de hele dag duurt. Of de inlanders de kampong van de Chinezen vannacht hebben overvallen is niet bekend, er is in ieder geval geen informatie over binnengekomen. Cor Groot en enkele kameraden gaan avond nog even naar het dorp om polshoogte te nemen en ook nu zijn de inlanders en Chinezen aan het bakkeleien geweest. De rust is nog altijd niet teruggekeerd, constant worden daar schermutselingen waargenomen. Voor de communisten heeft dit ook financiële gevolgen, momenteel is er geen enkele toko van hen geopend. Wel de toko's van niet communistische Chinezen, zodat die en de inlanders momenteel goede zaken doen.

  

Een gebouw in het dorp waarin diverse toko's zijn te vinden met daarvoor links Piet Hartog en naast hem Rinus Jansen van de 3e compagnie

Intussen is de ontevredenheid onder de jongens van het Kennemerbataljon ook gegroeid, het eten laat soms te wensen over, de post komt vaak slecht door en de jongens van de 2e compagnie slapen nog steeds op de grond, terwijl ze toch al anderhalve week in Mersing zijn.

Vrijdag 22 Februari 1946: Voor de jongens die wacht liepen was het vannacht nog even spannend. De inlanders waren er zo goed als zeker van dat de communisten een vergeldingsactie hadden voorbereid, zodat de Maleisiërs zich met kapmessen hebben bewapend om de Chinezen op te wachten. Hierdoor moesten de wachtpatrouilles op pad om de boel in de gaten te houden. Bij een confrontatie tussen beide partijen zouden de wachtpatrouilles de Brits-Indische politie kunnen assisteren en indien nodig het kamp beschermen. De veronderstelling dat er problemen zouden komen bleek onterecht, want het is de hele nacht rustig gebleven. De communisten waren in geen velden of wegen te bekennen.

Vanochtend gaan zowel de 3e als de stafcompagnie een gezamenlijke veldoefening doen. Om 05.00 uur staat iedereen naast zijn bed en om 06.00 uur begint de oefening. Ergens in de rimboe moeten ze een denkbeeldige kampong zuiveren waar opstandelingen zich schuilhouden. Ondanks dat het 1e pel. van de 3e cie. de kampong niet wist te vinden, maar drie uur door het oerwoud zwierf, vindt de luitenant die het commando over de jongens voert dat de veldoefening is geslaagd. Blijkbaar is hij even vergeten dat het 1e peloton hopeloos is verdwaald. Deze luitenant maakt wel vaker domme fouten, maar voor de rest is het een prima kerel. Om 12.00 uur is deze veldoefening ten einde en om 13.00 uur zijn ze in het kamp terug. Na het middageten hebben ze zoals gewoonlijk tot 15.00 uur rust en in die tijd moeten ze ook hun kleding en wapens nog gereinigd hebben.

Ook vanavond gaat Cor met zijn kameraden naar dezelfde kampong als gisteren. Dit keer blijft het de hele avond rustig. Ze hebben gezellig met de inlanders gepraat. Het is wel jammer dat deze mensen alleen Maleis spreken. Daardoor is het best moeilijk om een goed gesprek te hebben, maar uiteindelijk begrepen ze elkaar wel. Als Cor en zijn kameraden op het punt staan om naar het kamp terug te gaan vragen de inlanders of ze morgenavond weer willen komen. Daaraan merk je meteen dat deze mensen de Hollanders mogen. Bij aankomst in het kamp ligt er post op hun te wachten, ook voor Cor liggen er enkele brieven tussen. Om 22.00 uur is het tijd om naar bed te gaan.

Zaterdag 23 februari 1946: Vanochtend wordt er alweer een officier beëdigd. Dit keer is Luitenant A.J.S. Wilmering van de 1e compagnie degene die bevorderd wordt. De ceremonie duurt tot 11.00 uur. Omdat de jongens de afgelopen week zo goed hun best hebben gedaan zijn ze na de beëdiging vrij. Een groot aantal van hen gaat naar het dorp om inkopen te doen en wat rond te kijken. Onderweg naar het dorp zien ze bij een beek een Brits-Indisch politieman die staat te vissen en raken in gesprek met hem. Hij begint al snel over de gespannen sfeer tussen zijn volk en de communisten te praten en verteld dat zijn vader en twee broers door de communisten zijn vermoord. Toen een van de jongens hem vertelde dat hij zag hoe een Brits-Indische politieman een communist doodschoot, zei de man dat het goed mogelijk is dat hij die politieagent was. Nadat de jongens het verhaal van deze man hebben aangehoord begrijpen ze heel goed dat hij een bloedhekel aan communisten heeft. Na het bezoek aan het dorp wordt om 16.00 uur een voelbalwedstrijd gespeeld die met 2-0 door de 3e compagnie wordt gewonnen. Ter afsluiting van de dag is er na het avondappel ook nog een vechtpartij, hierbij worden acht oproerkraaiers in voorarrest geplaatst. Om 01.00 uur is de rust in het kamp teruggekeerd en kunnen ze eindelijk gaan slapen.

In het dorp staan diverse kraampjes waar de meest heerlijke vruchten verkocht worden

Zondag 24 februari 1946: Het regent de hele ochtend pijpenstelen, hierdoor moeten de jongens die naar de kerk willen hun gascape (poncho) aantrekken om droog over te komen. Na de kerkdienst wordt in de kantine klassieke muziek gespeelt. Dit keer zit een kapitein van het KNIL, die sinds kort aan 2-4 RI is toegevoegd, achter de piano. Hij blijkt een begenadigd pianist want hij speelt enkele bijzonder mooie stukken. Ondanks het slechte weer trekken enkele jongens er toch op uit voor een wandeling of om een kampong te bezoeken, maar de meesten blijven liever thuis en lezen een boek of schrijven een brief. Vanavond regent het trouwens ook nog, maar niet meer zo hard als vanochtend.

Maandag 25 februari 1946: Omdat het Kennemerbataljon een zware week achter de rug heeft, wordt ook vandaag een zondagsdienst gehouden en met die heftige week wordt niet alleen de begrafenis van Garrelt bedoeld. De leiding is tot de conclusie gekomen dat de veldoefeningen die de afgelopen tijd zijn gedaan te zwaar zijn met deze tropische temperaturen. Vanaf vandaag mogen de jongens het iets rustiger aan doen. Ook vandaag gaat de temperatuur flink omhoog en kunnen ze doen waar ze zelf zin in hebben. De een besteed de ochtend met luieren of hangen op het kamp rond, anderen gebruiken hun tijd juist nuttig en ruimen hun kamer op of inspecteren het wapen.

Vanmiddag zijn een zestal jongens voor hun bungalow foto's aan het maken en daarbij spreken ze af om gezamenlijk voor de kosten op te draaien. Dat doen ze omdat de prijzen voor het ontwikkelen en afdrukken hier best hoog zijn, voor een rolletje met acht foto's betalen ze zomaar vier dollar. Diezelfde jongens gaan even buiten het kamp nog meer foto's maken. Ze beklimmen een hoge berg vlak achter het kamp om vandaar ook enkele foto's te nemen. Vanaf de berg hebben ze mooi uitzicht over het kamp met daarachter de baai en zijn eilanden. Wanneer er nog één foto op het rolletje zit gaan ze tussen het hoge gras op diezelfde berg liggen en schieten nogmaals een foto met dat prachtige uitzicht.

  

Op de hoge berg achter het kamp zitten vijf militairen in het gras met op de achtergrond het kamp en de prachtige baai en zijn eilanden

Dinsdag 26 februari 1946: Voor vanochtend staat een veldoefening op het programma en als het goed is wordt deze niet meer zo zwaar als eerdere veldoefeningen. Het beloofd een prachtoefening te worden die al meteen naast het kamp op het strand begint. Daar gaan ze eerst een landingsoefening nabootsen en vervolgen trekken ze het oerwoud in om een mitrailleursnest op te sporen en te vernietigen die zich ergens op een heuvel bevindt. Op het strand lopen ze eerst tot aan hun middel de zee in, daarbij moeten ze het wapen uiteraard ruim boven de golven houden. Als iedereen zich achter een rots heeft verschanst, moeten ze vanuit die positie de aanval inzetten door snel het strand op te stormen, daarbij moeten de jongens wel goed oppassen dat ze niet over een rotsblok struikelen. Op het moment dat het strand wordt bereikt, dat uiteraard vol met slik ligt, krijgen ze het bevel om dekking te zoeken. Als doden laten de jongens zich op de grond vallen, de een nog half in het water en anderen tussen het slib wat voor een lachwekkende situatie zorgt. Besmeurt met slib moeten ze zo'n veertig meter voorwaarts kruipen willen ze de struiken aan de voet van de heuvels bereiken. Daar aangekomen moeten de jongens zich in linie opstellen om zo aan hun tocht door de heuvels te beginnen. Een linie bestaat uit zes secties. Klimmend, kruipend en rennend bewegen ze zich voort door het heuvellandschap. Een enkele keer moeten ze zich door een prikkeldraadversperring wurmen willen ze verder kunnen. Het struinen door de heuvels gaat door zolang de juiste positie op een van tevoren bepaalde heuvel nog niet is ingenomen. Want alleen vanaf die heuvel is het mitrailleurnest uit te schakelen.

 

In de Zuid-Chinese Zee voorafgaande aan de landingsoefening en na een korte bespreking kan ook de veldoefening beginnen

Nadat ook de tweede opdracht naar tevredenheid is uitgevoerd gaat de tocht verder. Ze verlaten de heuvels en trekken door een gebied dat dichtbegroeid met struikgewas is. Ze moeten zich contant door een vlechtwerk van varens, bomen met lianen en struiken zien te worstelen. Bij iedere stap moeten de jongens de benen zo hoog mogelijk optrekken willen ze vooruit komen. Als de begroeiing te hoog is gaan ze half liggend en kruipend over de grond verder. Via een tweede prikkeldraadversperring verlaten ze ook deze hindernis, maar ze bevinden zich nog steeds in het oerwoud. Met hun stengun als kapmes banen de jongens zich een weg door de struiken. Doordat de heuvels nogal stijl worden vallen ze soms wel een meter of twee naar beneden terwijl ze maar een meter omhoog waren gekomen, maar ze komen er overheen. Hoelang het duurt voordat de jongens over alle heuvels zijn geklommen kan niemand vertellen, maar als ze in open veld komen vraagt de commandant dood leuk waarom het zo lang moest duren. De jongens kunnen daar nog net om lachen, maar denken meteen aan de belofte om de oefeningen niet meer zo zwaar te maken. Het is inmiddels 11.45 uur als er een fluitsignaal klinkt om zich te verzamelen en vlak voordat ze naar het kamp terugkeren vertelt de commandant nog wel dat de oefening goed is verlopen. 

Tijdens de middagrust zijn jongens van de 3e compagnie achter hun gebouw begonnen met het aanleggen van een rotstuin, het materiaal en de plantjes halen ze gewoon uit de natuur. Ze planten ook een palmboom in de tuin die de naam Christoffel zal krijgen, dat doen ze ter ere van de bataljonscommandant Majoor Chris van Kammen. De jongens vinden de B.C. een toffe kerel en daarom gaat die boom zijn naam dragen. Als om 16.00 uur de compagnie bij de tuin staat aangetreden komt de B.C de inspectie zelf afnemen. Daarna gaat hij met enige trots naast de palmboom staan en onthuld deze als de Christoffelboom. Hierna volgen een korte toespraak van de sergeant en de C.C. Ter afsluiting spreekt de B.C. ook nog een woord van dank uit richting de jongens en dat komt zoals altijd recht uit zijn hart. Het is een man die voor zijn jongens leeft en alles voor hen over heeft. Dat is dan ook de reden dat deze man door de jongens op handen wordt gedragen. 

Woensdag 27 Februari 1946: Vandaag om 9.00 uur wordt op het voetbalveld door het hele bataljon een parade gehouden om de slachtoffers van de Slag op de Javazee te herdenken. Voordat de B.C. met zijn toespraak begint wordt er eerst een minuut stilte gehouden. Tijdens zijn toespraak zegt de majoor o.a. het volgende: Laat ons allen gevolg geven aan de oproep die bevelhebber Karel Doorman ook aan zijn mannen deed: 'Ik val aan, volg mij!'. De B.C. wil met deze korte uitspraak duidelijk maken dat hij hoopt dat zijn jongens in de nabije toekomst met diezelfde geest hun plicht vervullen. Na de toespraak wordt het Wilhelmus gespeeld, dat met getemperd trompetgeluid en zacht tromgeroffel indrukwekkend klinkt. De bataljonsvlag en alle overige vlaggen hangen halfstok. Het is een prachtige parade. Zo ver van huis voelen de jongens zich op hun best wanneer de B.C. het middelpunt van een bijeenkomst is. Het is wel jammer dat de Engelsen het een beetje bederven, want die lomperiken vertikken het om in de houding te gaan als het Wilhelmus klinkt. De Nederlanders die op de Javazee sneuvelden hebben toch ook voor hen gestreden. Na afloop van de parade gaan de jongens hun bungalow opruimen en voor de rest van de dag zijn ze vrij. De middag wordt door velen gebruikt om te zwemmen. Sinds de dood van Garrelt Vinke mag niemand nog alleen de zee in, er moet altijd iemand bij zijn die in geval van nood kan waarschuwen. 

Op het voetbalveld wordt door het hele bataljon een parade gehouden voor de slachtoffers van de Slag op de Javazee

Donderdag 28 Februari 1946: Onder leiding van Sergeant-Majoor de Mooy (een doorgewinterd KNIL -militair) wordt vandaag door de jongens van de tweede compagnie een oefening gehouden. Dit keer wordt geoefend hoe in de wildernis een bivak moet worden opgezet. Brits-Indische militairen hebben daar ruimschoots ervaring in, maar nu zijn deze jongens aan de beurt. Als de situatie dat toelaat kan een bivak het best in de buurt van een kali worden opgezet. De tenten mogen niet ver van elkaar worden opgezet en als dat is gebeurd moet tot vijf meter alle bebossing worden weggehaald. Daaromheen wordt een omheining geplaatst en buiten de omheining wordt nog eens tien meter bebossing gekapt, zodat een aanval vroegtijdig kan worden ontdekt. Zo'n bivak hebben de Brits-Indische militairen in één uur opgezet, maar de jongens van de 2e compagnie lukt dat bij lange na niet. Het opzetten van een bivak kost hun sowieso heel veel moeite, laat staan dat dit in een uur lukt.

Veldoefening met volle bepakking

Met volle bepakking wordt een oefening in het veld weergegeven

De jongens van de 3e compagnie hebben vandaag een geheel andere oefening. Bij deze oefening komen ze als vijand tegenover elkaar te staan. Een sectie gaat via een bepaalde route op patrouille en zal ergens onderweg in een hinderlaag van een tweede sectie lopen, die zich met een mitrailleurnest achter de struiken wist te verstoppen. De sectie die op patrouille is heeft al snel door dat die tweede sectie ergens bij een kruispunt in een hinderlaag ligt. Uiterst voorzichtig en bedachtzaam rukken ze naar dat kruispunt op, terwijl twee verkenners vooruit zijn gestuurd. Die verkenners kruipen uiterst behoedzaam voorwaarts, maar zien of horen niets, dus geven zij aan dat de rest kan komen. De verkenners hebben de tweede sectie nooit kunnen opmerken omdat deze jongens zich goed hebben verborgen, maar zij zitten wel degelijk verstopt tussen de struiken bij dat kruispunt. Op het moment dat de eerste sectie zich in open terrein begeeft wordt door de tweede sectie het vuur geopend en springen vervolgens achter de struiken vandaan om hen te overmeesteren. De jongens van de eerste sectie zijn dusdanig overrompeld dat zij zich zonder slag of stoot overgeven. Na afloop vertelt de commandant nog wel wat de volgende keer beter moet. Hierna gaat het in marstempo terug naar het kamp. Wat de diensten betreft is het voor deze dag genoeg geweest.

Vrijdag 1 maart 1946: De dag begint met slecht nieuws, ze krijgen te horen dat het Kennemerbataljon op zijn vroegst over een maand naar Indië zal vertrekken. Daardoor daalt de stemming tot een dieptepunt, want ze dachten dat het niet meer zo heel lang zou duren. Vandaag trekt de 3e compagnie de rimboe in voor een oefening. Dit keer gaan ze oefenen in het uitschakelen van snipers. Snipers zijn scherpschutters die zich verdekt opstellen om zoveel mogelijk slachtoffers te maken en ze zijn in staat om de vijand van grote afstand uit te schakelen. De Jappen hebben ook snipers ingezet, maar die kwamen zelf ook vaak niet levend uit de strijd en dat scheen hun niets te deren. De Jappen klommen regelmatig in een boom en bonden zich vast, daarna hielden ze zich rustig tot de vijand eraan kwam en begonnen te schieten. Als een Jap sneuvelde of gewond raakte viel hij niet uit de boom, daardoor had de tegenstander niet zo snel in de gaten dat hij uitgeschakeld was en bleef doorgaan met schieten. Het is een hele leuke en leerzame oefening en veel minder vermoeiend dan alle andere oefeningen.

Gewapend staan deze mannen in de houding tijdens het appel (foto Piet Heems)

Vanmiddag gaan enkele jongens van de 2e compagnie in Kluang naar de bioscoop. Om daar te komen moeten ze zo'n kleine honderd kilometer reizen, zodat ze een hele middag in de weer zijn om één film te zien. Het is een cowboyfilm van slechte kwaliteit omdat de filmband om de haverklap breekt. Daardoor hebben de jongens zelfs een deel van de film moeten missen. Ook op de terugreis hebben ze geen geluk, want als ze buiten komen begint het al snel te regenen om voorlopig niet meer op te houden. 

Voor de vierde compagnie begint deze dag met een exercitie, gevolgd door theorielessen en na het middageten gaan ze naar een demonstratie van het Scottish Regiment kijken. De mannen van dit regiment zijn sinds een week op het terrein van 2-4 RI gedetacheerd. Zij demonstreren enkele camouflagetechnieken en aanval technieken voor open terrein. Heel toevallig is deze demonstratie op dezelfde plek waar gisteren jongens van de derde compagnie tijdens hun oefening door de 'vijand' werd overmeesterd. De Schotten pakken dat veel beter aan en weten hun belagers zonder problemen te overmeesteren.

Tussen twee elftallen van de 3e compagnie wordt vanavond een partijtje voetbal gespeeld, het elftal van het 3e peloton wint deze wedstrijd met 2-1. Nadat de jongens zich hebben gewassen en een tijdje gezellig hebben nagepraat worden de klamboes boven het bed gehangen om te gaan slapen. Slapen doen ze voorlopig nog niet, want om 22.30 uur worden er postzakken het terrein opgereden. De jongens komen daar maar al te graag hun bed voor uit en beginnen nieuwsgierig met het lezen van de brieven. 

 

Mannen van de 4e compagnie (3e pel.) poseren op het strand bij een verwoeste Jappenstelling en bij thuiskomst voor hun verblijf

Zaterdag 2 maart 1946: Om 06.00 uur is de reveille en nadat er is ontbeten wordt om 10.00 uur een sportevenement gestart met de naam Olympiade. Er wordt begonnen met kogelstoten, hardlopen en nog een paar onderdelen die met de atletieksport te maken hebben, maar vanwege een hevige onweersbui vallen enkele wedstrijden in het water. Na het middageten regent het gelukkig niet meer, zodat ze verder kunnen met de wedstrijden en de achterstand van vanochtend kunnen inhalen. Vanavond staat de finale van de estafetteloop op het programma, gevolgd door een fakkeltocht en als afsluiting van het evenement een kampvuur. Voordat het startschot van de estafetteloop klinkt begint het hard te regenen, zodat de wedstrijd wordt afgelast, maar wanneer het om 20.00 uur toch weer droog is gaan zowel de estafetteloop, de fakkeltocht als het kampvuur alsnog door. De fakkeltocht is prachtig om te zien en wanneer deze is afgelopen worden met diezelfde fakkels zes kampvuren aangestoken. Bij dit spektakel zijn veel Maleisiërs aanwezig en ook deze mensen hebben het prima naar hun zin, maar de Chinezen zijn nergens te bekennen. Als alle kampvuren zijn uitgebrand worden de uitslagen van de wedstrijden bekend gemaakt. De mannen van de 5e compagnie komen als winnaars uit de bus en de 2e compagnie moet het met de laatste plaats doen.

Zondag 3 maart 1946: Het is vandaag rustdag en die wordt zoals gebruikelijk door veel jongens begonnen met een bezoek aan de kerk. Ondanks dat het zondag is krijgt het bataljon vandaag bezoek van een paar hoge officieren van de gezondheidsdienst die het kamp komen inspecteren. Hoe deze inspectie verloopt weten de jongens niet, maar ze gaan er wel vanuit dat het helemaal goed gaat komen. Vanavond wordt op het voetbalveld een film in de openlucht gedraaid en zo'n eerste openluchtvoorstelling is een bijzondere ervaring. Ondanks dat alle apparatuur in de open lucht is opgesteld hebben ze prachtig beeld. Op dat tijdstip is het allang donker, maar de hemel is heel helder en als je dan toch mooi beeld hebt is dat bijzonder. De film die ze draaien speelt zich voor een deel af in de rimboe van Trinidad. Over de rimboe weten de jongens inmiddels zelf ook het een en ander en dan ga je al snel met een ander oog naar zo'n film kijken.

Maandag 4 maart 1946: Bij het Kennemerbataljon zijn sinds kort twee gevallen van kinderverlamming bekend. Het betreft een jongen uit Haarlem die bij de 2e compagnie is ingedeeld en een jongen bij de 1e compagnie, maar van hem is dat nog niet zeker. Ondanks dat bij de andere compagnies geen gevallen van kinderverlamming bekend zijn moet iedereen zich aan de nieuwe voorschriften houden. Het is verboden om naar het dorp te gaan en wat nog veel erger is, de kantine blijft de komende twee weken gesloten, er mogen geen inlanders op het terrein komen, zodat de jongens voorlopig zelf hun was moeten doen en ga zo nog maar een poosje door. Het is heel opvallend dat er ineens materiaal beschikbaar is om ongedierte te bestrijden, sinds kort zijn er nauwelijks nog vliegen en maden op het terrein te bekennen. Nu kan dat opeens wel!

Voor het verblijf van de 4e compagnie laten mannen van een onbekend peloton zich fotograferen

Dinsdag 5 maart 1946: Vanwege de nieuwe verordeningen wordt de exercitie vanochtend op het terrein gedaan. Na de ochtenddienst mogen ze toch naar het strand om te zwemmen en vanmiddag mogen ze ook buiten het terrein komen, maar het dorp is en blijft verboden terrein. Ook de kantine blijft dicht.

Woensdag 6 maart 1946: Omdat een kolonel van de Engelsen het kamp komt inspecteren hebben de jongens de hele dag vrij. De beste man is om een onbekende reden niet komen opdagen, maar voor die extra vrije dag zijn ze hem natuurlijk wel dankbaar. Voor de rest van de dag zijn er geen bijzonderheden te melden.

Donderdag 7 Maart 1946: Nadat er wat oefeningen betreft enkele dagen niets noemenswaardigs is gebeurd wordt deze ochtend dan toch weer een veldoefening gedaan. Deze oefening zal niet zo vermoeiend worden als de meeste veldoefeningen en begint met een uur naar de plaats van bestemming marcheren om daar tegen de hoogste heuvel omhoog te klimmen en boven op die heuvel positie in te nemen om de wijde omgeving te controleren. Vanuit deze positie ziet de omgeving er bewonderenswaardig mooi uit en dat zorgt ervoor dat zo'n oefening ook aangenaam is. Om 11.30 uur is deze oefening afgelopen en om 12.30 uur zijn ze weer terug in het kamp. Eenmaal terug op hun kamer gaan ze zich wassen en omkleden. Na het middageten wordt een nogal opmerkelijke order bekend gemaakt: Van 16.00 uur tot 17.00 uur moet iedereen zijn citybag inpakken, met uitzondering van de administratieve dienst, die kunnen dat morgenochtend doen. Deze order geeft de jongens meteen weer hoop, want hun citybag inpakken doen ze natuurlijk niet als ze nog enkele weken in Mersing blijven. Zouden ze dan eindelijk naar Indië vertrekken?

Tijdens een theorieles in de buitenlucht wordt er aandachtig naar de uitleg geluisterd

Vrijdag 8 Maart 1946: Tijdens het ontbijt wordt er met geen woord over het inpakken van de citybags gepraat, maar wel over de gezondheidsproblemen van Majoor Chris van Kammen en dat hij misschien naar Holland terugkeert. De jongens zijn daar allesbehalve blij mee. Na het ontbijt trekt de 3e compagnie het oerwoud in om alweer een veldoefening te doen. Bij deze oefening gaat de tocht door enkele rubberplantages en wanneer ze in open veld komen is daar een denkbeeldige kampong. Hier zal de ene helft van de compagnie de anderen, die de extremisten moeten voorstellen, verslaan. Na afloop verteld de compagniescommandant dat de oefening goed is verlopen. Om 12.00 uur zijn ze terug in het kamp en moeten ze eerst hun wapens schoonmaken en controleren, als alles naar behoren is wordt het tijd om zichzelf op te frissen. Na het middageten gaan de jongens van de 3e compagnie naar een demonstratie van de Schotten kijken. Het begint om 14.00 uur en de Schotten laten exact hetzelfde zien wat ze eerder voor de 4e compagnie ook hebben gedaan. De Schotten hebben ruim vijf jaar ervaring met dergelijke aanvalstechnieken en weten precies wat ze moeten doen. 

Een oefening tussen de rubberplantages waarbij 'extremisten' werden verslagen is naar ieders tevredenheid afgerond

Vandaag is een onderbevelhebber van het S.E.A.C. bij het Kennemerbataljon op bezoek geweest en heeft zijn oordeel uitgesproken over de vorderingen die zijn gemaakt. Zijn bevindingen zijn dusdanig positief dat de B.C. dat met enige trots aan de rest van het bataljon bekend maakt. Ook vandaag moeten er spullen ingepakt worden, zodat de stemming naar een nog hoger peil schiet. Dat gaat de goede kant op, dat kan bijna niet anders! De afgelopen dagen zijn al jongens uit Mersing vertrokken, zij zijn naar het hospitaal afgevoerd of werden afgekeurd en zullen naar Nederland teruggaan. Jaap Visser van Vriesekoop is één van de jongens die het bataljon verlaat en naar huis gaat. Over een mogelijk vertrek van de B.C is tot op heden niets bekend. Nu even iets geheel anders, vanmiddag moeten de NAAFI-rations in ontvangst worden genomen.

Het weer zier er vanavond somber uit, het is bewolkt en daardoor voelt het nogal benauwd en drukkend aan. Na een korte wandeling over het strand gaan de jongens een bezoek aan de kantine brengen. Als ze binnenkomen ligt er iemand op de grond die is flauwgevallen en waarschijnlijk door de hitte is bevangen. Toen er om een auto werd geroepen is Cor Groot op een fiets gesprongen om zo snel mogelijk iemand met een auto te halen. Bij terugkomst in de kantine is het slachtoffer al bij bewustzijn, maar hij wordt toch naar het hospitaal gebracht voor controle. Hoe het daar is verlopen is niet bekend. Cor heeft nog wel enkele biertjes in de kantine gedronken. Dat bier is heerlijk en van Amerikaans makelij én het zit zoals veel dingen in de kantine in een blikje. 

Zaterdag 9 Maart 1946: De tijd verstrijkt en de spanning blijft alsmaar stijgen. Alles staat nu in het teken van vertrek, maar ze weten nog altijd niet waar en hoe ze straks in Indië aan land gaan. Waarschijnlijk worden ze ergens in de buurt van een eiland overboord gezet met een invasie als vervolg, maar moet dat dan zwemmend of worden ze met bootjes aan land gezet? Zouden ze daar met vlaggen worden ontvangen of vliegen de kogels om hun hoofd? Op dit moment weet niemand te vertellen wat de jongens straks in Indië zullen aantreffen, ze moeten het gewoon afwachten en met alles rekening houden.

  

VLNR: Dooitze Ypma, Nicolaas Booij en Henk Reinders van de 4e compagnie voor hun verblijf en rechts Bart, Peter en Bas aan de wandel

Bijna de hele dag is er niets anders gedaan dan plunjezakken inpakken en spullen klaarzetten voor verscheping en om 17.00 uur moeten ze zelfs met volledige bepakking aantreden. Niet omdat ze vandaag vertrekken, maar als oefening, want als het sein komt om te vertrekken moet alles wel met een uur klaar staan. Wanneer ze vertrekken is nog altijd niet bekend, dat zou morgen kunnen zijn, maar het kan ook nog enkele weken duren. Vanmiddag wordt er post rondgedeeld en dat is altijd iets waar iedereen reikhalzend naar uitkijkt. Verder zijn er voor deze dag geen bijzonderheden.

Bijna de hele dag hebben de jongens niets anders gedaan dan spullen inpakken en klaarzetten voor verscheping

Zondag 10 maart 1946: In de kerk is het vandaag drukker dan op andere zondagen. Tijdens de dienst preekt de dominee over Mattheüs16: 21-23. Verder verloopt de dag zoals alle zondagen met luieren, het lezen van boeken, brieven schrijven, of een wandeling maken. Ondanks dat het een rustdag is zijn ze vandaag wel begonnen met het uitdelen van nieuwe uniformen, een klus die enkele dagen zal duren voordat iedereen is voorzien. Zowel gisterenavond als vanavond zijn er in de kantine heel wat biertjes genuttigd. Iets te veel zelfs, want een aantal jongens werden daar een klein beetje te vrolijk van, met als resultaat een stevige kater en een platte beurs. Beide avonden zijn wel zonder incidenten verlopen. 

Maandag 11 maart 1946: Vanaf vandaag worden alle gangbare diensten weer gewoon uitgevoerd en de hoop op vertrek is inmiddels weer vervlogen, ze blijven voorlopig in Mersing. Als reden wordt een nieuw geval van kinderverlamming opgegeven, of dit de werkelijke reden is vragen de jongens zich af. Vermoedelijk zit daar toch iets heel anders achter. De stemming wordt daar natuurlijk niet beter van. Er wordt alweer een officier bevordert, dit keer is het Vaandrig A.J. Tap die tot 1e luitenant wordt beëdigd. Daarmee heeft hij wel het commando over de 3e compagnie op zich genomen. Zijn bevordering is een feestje waard, want als iemand het verdient, dan is hij dat wel. Een betere commandant kunnen de jongens zich niet wensen.  

Dinsdag 12 maart 1946: Dit is zo'n dag dat er niets bijzonders gebeurd. De ochtend wordt gevuld met sport, waaronder zwemmen en na het middageten wordt er gerust. Om 15.30 uur gaan ze verder met sporten en na het avondeten zijn er theorielessen. Om 22.00 uur is het tijd om in bed te kruipen en dan is er alweer een dag voorbij. 

Woensdag 13 maart 1946: De dag staat voor een groot deel in het teken van schietoefeningen, waarna eerst de wapens worden schoongemaakt, maar voor de rest van de dag zijn ze vrij. Tijdens de vrije uurtjes wordt er veel gekaart en dat is meestal hartenjagen. Een viertal jongens die dat ook spelen zijn Gerrit Kuipers, Jan Huigsloot en Hein Turk uit het plaatsje De Veen en Cor Rekelhof uit Kudelstaart. Cor had van thuis een spel kaarten meegenomen naar Halfweg, want ook daar werd gekaart, vandaar gingen de kaarten mee naar Noordwijkerhout, toen naar Engeland en ook hier op Malakka wordt met diezelfde kaarten gespeeld. Inmiddels kunnen ze wel nieuwe kaarten gebruiken, want die oude zijn helemaal versleten.

Donderdag 14 maart 1946: Vandaag gaan de jongens van de 3e compagnie een stevige mars lopen en bij thuiskomst moeten de wapens geïnspecteerd worden. Na het middageten is het tijd voor een dutje en om 15.15 uur begint de theorieles in mortierschieten, gevolgd door een uurtje sport en om 18.30 uur is het tijd voor het avondeten. De jongens van de 1e compagnie en een deel van de 2e compagnie hebben vandaag gezamenlijk een veldoefening gehad. Voor vanavond zijn er geen bijzonderheden te melden.

Vrijdag 15 maart 1946: Voor vandaag zijn de taken voor de tweede en derde compagnie omgedraaid, dit keer hebben de jongens van de 3e compagnie een gezamenlijke velddienst met de tweede compagnie en de 1e compagnie heeft eerst een mars gevolgd door theorieles in mortierschieten. Na afloop van de diensten zijn de jongens voor de rest van de dag vrij. Als enkele jongens naar het strand gaan om te zwemmen zien ze dat de golven een stuk hoger en wilder zijn dan normaal, dankzij die hoge golven hebben de jongens extra veel plezier. Als ze na het zwemmen op het strand nog even gezellig zitten te kletsen komt de zoon van de dorpsdokter op zijn muilezel aanrijden. Ze raken aan de praat en als een van de jongens vraagt of hij op zijn muilezel mag rijden heeft die zoon daar geen moeite mee. Het wordt een korte maar geslaagde rit en je kan meteen zien dat deze jongen vaker op een muilezel heeft gereden. Als een tweede jongen met heel veel moeite op de muilezel klimt gaat het al meteen verkeerd, hij komt op de kont van de muilezel terecht en het dier gaat er in galop vandoor. Voor de ruiter in spe is de rit dus snel voorbij, hij valt met een doffe dreun op het strand en ligt meteen zand te happen. De muilezel is zo slim om weg te rennen, terwijl er om de onfortuinlijke ruiter hartelijk wordt gelachen.

)

Groepsfoto met militairen van de 1e compagnie (1e peloton) op de rotsblokken aan het strand van de Zuid-Chinese Zee

Zaterdag 16 maart 1946: Op zaterdag is het wasdag, de jongens zoeken hun vuile kleding bij elkaar en gaan schrobben tot alles schoon is. Van de 3e compagnie moeten een aantal jongens nog langs de fourier om het nieuwe uniform op te halen en voor de rest van de dag is iedereen vrij. Om 15.00 uur besluiten een aantal jongens om toch weer te gaan zwemmen en als ze op het kamp terugkomen kunnen ze meteen aanschuiven voor het avondeten. 

Omdat het Kennemerbataljon een half jaar geleden officieel werd opgericht wordt dat vanavond gevierd met een gezellig feest in de kantine. Om 20.00 uur begint het feest met muziek van de huisband zodat de sfeer er al meteen goed in zit. Als een jongen zich bij de band meldt om het Wolgalied te zingen juicht de hele zaal hem enthousiast toe en applaudisseren voor hem. Buiten Cor Amse van de 4e compagnie die de pianist is bestaat de band uit Theo van Lammeren (1e cie.), Barend Spaargaren (Staf-cie.) en Joop ten broek (Ost-cie.) die met hun drieën de pianist op gitaar en blaasinstrument begeleiden. Tijdens een ingelaste pauze van de band worden enkele voordrachten gehouden en voor alle aanwezigen een gratis drankje geschonken. Tussen de jongens zitten enkele begenadigde amateurkunstenaars en velen staan er versteld van hoe goed sommigen kunnen dichten. Het werd een geslaagde avond. De muziek voor het bataljonslied is trouwens door de leider van de huisband gecomponeerd en de tekst door een soldaat van het Kennemerbataljon waarvan de naam niet bekend is.

De avond begon nog wel met wat onenigheid, enkele officieren die aan de late kant binnenkwamen eisten plekken op waar jongens al zaten. Na het nodige heen en weer geruzie zijn die jongens kwaad vertrokken. Voor de rest van de avond was de stemming goed. Een paar hoge officieren hebben de moeilijkheden besproken waarmee het bataljon te kampen heeft en dat het streven naar verbetering tot nu toe weinig heeft opgeleverd. Dankzij de Engelsen is iedere vorm van tegenwerking nog altijd aanwezig. Maar een ding moeten ze niet vergeten, elke tegenslag zal overwonnen worden. Om 23.30 uur is het feest ten einde, de kantine loopt leeg en iedereen zoekt zijn bed op.

Zondag 17 maart 1946: Het is zondag zodat er lekker kan worden uitgeslapen. Na het wassen en aankleden is het eerst ontbijten en dan meteen door naar de kerk want die begint om 10.00 uur. Om 13.00 uur is het tijd voor het middageten en de rest van de dag kunnen ze luieren en dingen doen waar ze zelf zin in hebben. De stemming is nog altijd in mineur want er gebeurt niets dat erop duidt dat ze binnenkort vertrekken. Het zijn de dagelijkse diensten die ze vervullen, zo af en toe een veldoefening en een enkele keer een gezellig feestje en daar houdt het wel zo'n beetje mee op.

Voor vandaag hebben de koks een bijzonder lekkere middagmaaltijd klaargemaakt, het is gebraden vlees met overheerlijke jus, gekookte aardappelen, komkommers, rode bieten en sperziebonen als groente wat de jongens voorgeschoteld krijgen. Sperziebonen groeien ook op Malakka, ze zijn alleen langer dan de Hollandse bonen. Nadat de jongens hebben gegeten gaat de een luieren, anderen schrijven een brief of lezen een boek, maar er zijn er ook die naar het strand gaan om te zwemmen. Als die jongens terug op het kamp komen vertellen zij dat ze op het strand een mooie blanke dame zagen lopen. Al snel gaan een paar jongens naar het strand om te kijken, maar die zijn ook weer snel terug, want die mooie blanke dame was zojuist in haar jeep weggereden.

  

Jappen zijn voor de keuken werkzaam terwijl Klaas van Diepen, P. van Markensteijn en Johan Kuijpers van de 4e compagnie staan toe te kijken

Maandag 18 maart 1946: Vanochtend hebben de jongens van de 3e compagnie een velddienst die tot 12.00 uur duurt en na het middageten hebben ze zoals gewoonlijk tot 15.30 uur vrij. De natte moesson die al een geruime tijd voortduurt is nog altijd niet voorbij, ook vanmiddag regent het pijpenstelen. Na de middagrust wordt er door een sectiecommandant lesgegeven in kaartlezen. Het is een bijzonder interessante les waarbij wordt uitgelegd hoe een kompas werkt en waarmee ze rekening moeten houden tijdens het kaartlezen.

Dinsdag 19 maart 1946: Wat de diensten betreft zijn er niet veel bijzonderheden te melden. Wel heeft de 3e compagnie een straatgevecht moeten nabootsten waarbij de nodige 'extremisten' zijn gesneuveld. Gelukkig is het alleen een oefening, zodat de 'extremisten' dat sneuvelen vier keer mogen ondervinden. 

Woensdag 20 maart 1946: Ook voor vandaag zijn er geen bijzonderheden te melden. De 1e compagnie heeft een oefening gehad in het zuiveren van een kampong waar extremisten zich schuil hielden. Een brigadecommandant is naar deze oefening komen kijken en dat is het enige nieuws wat de moeite van het vermelden waard is. 

Donderdag 21 maart 1946: Vanochtend heeft de 4e compagnie een oefening in het zuiveren van een dicht begroeid gebied midden in het oerwoud. De oefening moet zo echt mogelijk worden nagebootst, zodat jongens van de 1e compagnie als sniper fungeren. Terwijl de 4e cie. steeds verder oprukt houden de snipers zich schuil in bomen. De jongens in de bomen zien tijdens het wachten de meest bijzondere vogels overvliegen, die vanaf de grond misschien niet eens zouden zijn opgevallen. Doordat er een fikse onweersbui naar beneden komt vallen wordt de oefening vroegtijdig gestopt en komen de jongens drijfnat in het kamp aan. Voor de andere compagnies zijn er buiten de dagelijkse diensten enkele theorielessen geweest en voor de rest van de dag zijn er geen bijzonderheden te melden. 

Vrijdag 22 maart 1946: De 3e compagnie begint om 07.30 uur aan een fikse training die zowat de hele dag zal duren. Na een pittige mars is er om 09.00 uur een kwartier rust en daarna zal de mars nog een uur duren. Vervolgens wordt er een uur door de rimboe geploeterd waarna er weer een kwartier rust volgt om vervolgens op het strand nog een oefening van een half uur te doen. Om 12.00 uur is het eerste deel van deze oefening afgelopen en keren ze terug naar het kamp om te eten. Na het middageten gaan de jongens naar het strand om te zwemmen, maar helaas niet voor lang, want om 14.30 uur begint het tweede deel van de dagtraining. Als ze hun bepakking hebben opgehaald moeten ze aantreden voor een oefening waarbij ze over rotsen moeten klauteren wat veel inspanning kost. Tijdens een korte pauze klimmen twee jongens in de dichtstbijzijnde klapperboom en gooien kokosnoten naar beneden, want met het vruchtensap kunnen ze prima hun dorst lessen. Om 16.30 uur zijn ze terug in het kamp en wordt er verkoeling gezocht door het hoofd onder de kraan te houden. Voordat ze naar de eetzaal kunnen moeten ze eerst langs de fourier om een tropenhoed en nieuwe veldfles met drinkbeker in ontvangst te nemen.

Het goede nieuws dat vandaag werd medegedeeld is dat vandaag of uiterlijk morgen van elke compagnie acht soldaten en een sergeant als kwartiermaker naar Singapore vertrekken. Van daar vertrekken ze met een schip naar Indië om alvast het een en ander te regelen voor de rest van het bataljon. Omdat deze dag bijna voorbij is zullen zij hoogstwaarschijnlijk morgen vertrekken. Een ding staat nu wel vast, het vertrek van het Kennemerbataljon zal niet lang meer op zich laten wachten!

Zaterdag 23 Maart 1946: Vandaag worden de tropenhoed en nieuwe veldfles met drinkbeker ook door anderen bij de fourier gehaald. Zo'n tropenhoed is een flaphoed die er wat eigenaardig uitziet, er worden dan ook veel grapjes over deze hoed gemaakt. De kwartiermakers vertrekken inderdaad vandaag naar Singapore om morgenmiddag met het s.s. "Nevasa" naar Batavia te varen. De reis met het s.s. "Nevasa" wordt ook gedaan door de bataljons 1-5 R.I., 2-5 R.I. en het G.B.I. die alle drie de afgelopen tijd op Malakka gelegerd waren.

Inmiddels zijn de jongens in Mersing begonnen met het schoonmaken van alle gebouwen, zodat die keurig netjes worden achtergelaten. Vanavond is het erg gezellig in de kantine, Sergeant Blauw die bij de Prinses Irene Brigade heeft gezeten geeft een lezing over zijn oorlogservaring en dat vinden de jongens heel interessant. Hij is in zowel Canada, Schotland als Engeland geweest, heeft tijdens de invasie van Normandië gevochten en was bij de oversteek van België naar Nederland om in Tilburg te vechten.

De kwartiermakers met hun opvallende flaphoed poseren op de kade voor het s.s. "Nevasa" 

Zondag 24 maart 1946: Dit is een dag zoals alle zondagen, wassen, eten, daarna naar de kerk en vervolgens naar het strand om lekker te zwemmen. Na het middageten wordt de tijd niet alleen besteed met lezen, brieven schrijven en luieren, er wordt ook stevig gediscussieerd over het aanstaande vertrek. Als klap op de vuurpijl arriveren in de namiddag de eerste trucks waarmee het bataljon morgen naar Singapore vertrekt. Hiermee stijgt de spanning ten top en de discussie over het vertrek laait opnieuw op.

De tot 1e luitenant bevorderde Steef van de Geijn van de 3e compagnie 

Vertrek naar Ned. Indië

Maandag 25 maart 1946: Vandaag, of beter gezegd komende nacht vertrekt het Kennemerbataljon dan eindelijk naar Indië. Tijdens het ochtendappel wordt medegedeeld dat de jongens om 10.00 uur met volle bepakking moeten aantreden. De bepakking bestaat uit een zware citybag, een volle rugtas, twee dekens, een klamboe en een zeil. Alles bij elkaar een behoorlijke vracht. Vanochtend zijn ook de laatste trucks gearriveerd, zodat om 16.00 uur begonnen kan worden met het laden van alle trucks. Met hun spullen hoeven de jongens gelukkig niet ver te sjouwen want de trucks staan dicht bij de gebouwen opgesteld. Voor de rest van de dag zijn ze vrij en is het wachten op het sein om te vertrekken. Hun geduld wordt wel op de proef gesteld want vannacht om 02.00 uur zullen ze pas vertrekken.

Aan Garrelt Vinke wordt vandaag ook gedacht. Voordat het Kennemerbataljon vertrekt gaan veel jongens bij zijn graf langs om afscheid te nemen. Door de 4e compagnie worden kransen bij zijn graf gelegd en brengt deze compagnie op eervolle wijze de laatste groet aan hem. Op deze manier krijgt Garrelt Vinke de aandacht die hij verdient.

  

De kranslegging en eervolle laatste groet door de 4e compagnie aan Garrelt Vinke op de dag dat ze naar Indië vertrekken

Zowat de gehele avond wordt doorgebracht bij een groot kampvuur waarbij voordrachten worden gegeven en liederen gezongen en vannacht om 01.30 uur krijgen ze nog eenmaal voordat ze vertrekken brood en vis te eten. De stroom is vanavond al afgesloten, maar met behulp van het kampvuur is er voldoende licht om te zien wat ze naar binnenwerken. 

Dinsdag 26 maart 1946: Vannacht om precies 02.00 uur beginnen de jongens met het inladen van de laatste spullen en om 02.30 uur stappen ze zelf in de trucks. Na wat onenigheid met de chauffeurs komt er om 03.30 uur dan eindelijk beweging in de colonne van ruim honderd legertrucks en is het bataljon onderweg naar Singapore. Het is een prachtig gezicht om de lichtbundels van de koplampen op landweggetjes over de heuvels te zien schijnen, terwijl de Engelse legertrucks zich in het holst van de nacht een weg door het bergachtige gebied banen. In het begin wordt er over slechte soms onverharde wegen gereden, maar naar gelang de rit vordert worden de wegen beter.

De jongens zitten of liggen met zeventien man in een truck, tussen een lading bestaande uit hun bepakking en kisten gevuld met allerlei goederen, waaronder munitie. De trucks worden bestuurd door Brits-Indische militairen. Sommige chauffeurs lijken oververmoeid, want die zitten half te suffen achter hun stuur. Als je bedenkt dat die een rit van zo'n 180 kilometer voor de boeg hebben dan mogen de jongens in hun handen wrijven als deze rit zonder ongelukken verloopt. Terwijl de trucks al hortend en stotend over slecht onderhouden wegen rijden, proberen de jongens toch te slapen. Voor velen lukt dat kort, want door al dat gehobbel schrikken ze steeds weer opnieuw wakker. Sommige jongens hebben daar blijkbaar geen enkele moeite mee, want die slapen onverstoorbaar door en liggen te ronken alsof ze thuis in hun eigen bed liggen.

Als de stad Johor is genaderd zijn de meesten bekaf en klaarwakker. Iets buiten de stad op een hoge berg is het paleis van een sultan te zien. Vanaf dat punt moet er nog altijd dertig kilometer worden gereden willen ze de haven van Singapore bereiken. Het is 09.20 uur als de colonne via een dijk de Straat van Johor doorkruist en Singapore bereikt. Op dit eiland zijn de sporen van geallieerde bombardementen op de Japanners nog heel goed zichtbaar en in het havengebied is dat hetzelfde. Wanneer de zon is doorgekomen is ook de schoonheid van Singapore goed zichtbaar. Eindelijk zien ze een stad van betekenis, een wereldstad die door de oorlog gehavend is, maar nog wel hele mooie gebouwen heeft. Op dit tijdstip van de dag is het enorm druk op de wegen. Er rijdt sowieso meer verkeer door Singapore dan we in Holland gewend zijn en dat zijn niet alleen personenauto's, hier rijden ook veel legervoertuigen rond. Vandaag komen daar dan ook nog eens honderd Engelse legertrucks bij met Hollandse militairen die allemaal naar Nederlands-Indië onderweg zijn.

De weg naar het zuidelijk havengebied van Singapore 

De oversteek met het s.s. "Salween"

Tien maanden nadat de verbandaktes zijn ondertekend is het Kennemerbataljon dan eindelijk onderweg naar de zo belangrijke missie in Ned. Indië. Op Malakka moest er nog koortsachtig worden gewerkt om de uitrusting in orde te krijgen en gezien de constante tegenwerking van de Engelsen was dat geen eenvoudige opgave. Ondanks dit alles is het Kennemerbataljon zoals het in Singapore is aangekomen voorzien van degelijk materieel waarmee militairen met een gerust hart een oorlog kunnen beginnen. 

Om 11.00 uur wordt het havengebied bereikt en wanneer ze op de kade komen waar het schip ligt moeten ze anderhalf uur wachten voordat er iets zinnigs gebeurt. Ook 1-4 RI is naar Singapore gekomen, zodat beide bataljons gezamenlijk naar Batavia reizen. Het is een tegenvaller dat de jongens zelf hun spullen aan boord moeten sjouwen en dat valt met zo'n steile scheepstrap niet eens mee. Vanwege stakingen zijn er geen havenarbeiders die de lading in de ruimen sjouwen, zodat de jongens ook dat klusje moeten opknappen. Dat is een klus waar ze de rest van dag mee bezig zijn en misschien morgen ook nog wel een poosje. 

Het s.s. "Salween" ligt aan de kade in Singapore om de bataljons 2-4 RI en 1-4 RI naar Batavia te brengen

Het s.s. "Salween" is een Brits vrachtschip dat in 1938 in de vaart kwam en tijdens de oorlog werd omgebouwd om troepen te vervoeren. Wanneer jongens van 2-4 RI een deel van de lading in het ruim hebben gezet, geeft de kapitein van het s.s. "Salween" opdracht om alle munitie en benzine weer van boord te halen. Hij geeft te kennen dat gevaarlijke goederen van dergelijke omvang niet aan boord kunnen als er troepen vervoerd worden. Wist hij dat dan niet eerder te vertellen? Dat zou een hoop inspanning en zweet hebben bespaard.

Onder luid gemopper van de jongens wordt alle munitie en benzine weer uit het ruim gesjouwd en met de scheepskraan van boord gehesen om overgeladen te worden op het iets verderop gelegen s.s. "Samhain", die het kennelijk wel naar Batavia mag brengen. Het probleem met deze lading blijkt nog altijd niet opgelost, want de kapitein van het s.s. "Samhain" geeft al vrij snel te kennen dat ook hij die goederen niet aan boord mag hebben. Vanuit hogerhand wordt geruime tijd met de Engelsen onderhandeld en uiteindelijk wordt er besloten om deze gevaarlijke goederen op de kade achter te laten. Er is afgesproken dat een Nederlandse verbindingsofficier vanuit Singapore ervoor zal zorgen dat de goederen zo snel mogelijk in Batavia komen.

In Singapore klimmen de jongens met hun zware bepakking aan boord van het s.s. "Salween" en dat valt met een steile scheepstrap niet mee

Eenmaal aan boord ontdekken de jongens al snel dat er op het s.s. "Salween" geen enkele vorm van luxe is te ontdekken. De reis naar Batavia gaat gelukkig niet zo heel lang duren, zodat ze die paar dagen zonder comfort wel overleven. Het is 16.00 uur als ze voor het eerst vandaag een maaltijd voorgeschoteld krijgen. Hoewel, een echte maaltijd kan je het niet noemen, het is een stuk brood en wat beleg en daarmee moeten ze het doen. Dat brood heeft te kort in de oven gelegen want het voelt klef aan en daar wordt natuurlijk volop over geklaagd. Om 17.00 uur pakken de eersten hun deken en zoeken een plekje aan dek om een tukje te doen, want na een nacht van reizen en daarna helpen met een schip laden zijn ze best moe. Om 19.00 uur worden ze gewekt want ze krijgen alweer iets te eten. De teleurstelling is wederom groot. Wat moet dat spul op hun boord in hemelsnaam voorstellen? Een jongen roept dat hij dit voer als ‘reut' herkend en misschien is dat wel de enige juiste benaming voor dit soort eten. Om die jongen zijn uitspraak wordt nog even hartelijk gelachen, maar uiteindelijk werkt iedereen zijn 'reut' gewoon naar binnen, want ze rammelen allemaal van de honger.

Gelukkig krijgen ze vanavond een noodrantsoen toegestopt en dat is misschien wel het meest geschikte moment om zo'n pakket te ontvangen. Dat noodrantsoen moeten ze met zes man delen en bestaat uit de meest heerlijke dingen, zoals kaakjes, spekjes, chocolade, cake, zuurtjes en ga zo nog maar even verder. Dat rantsoen is dus een welkome aanvulling op het slechte eten wat ze aan boord voorgeschoteld krijgen. Nadat alle lekkernijen zijn verdeeld vertrekken de jongens massaal naar het dek om een geschikt plekje voor de nacht te zoeken. Als dat is geregeld vallen de meeste jongens met behulp van een zacht deuntje dat uit de scheepsradio klinkt in een diepe slaap. 

Woensdag 27 maart 1946: Na een goede nachtrust staan de jongens met frisse moed op en zien dan dat het s.s. "Salween" nog in de haven aan de kade ligt. De munitie die wel meegenomen mag worden moet nog in het ruim gesjouwd worden en daar zijn enkele jongens zowat de hele ochtend mee bezig. Intussen staan anderen te kijken hoe inlanders kolen het schip in sjouwen. De kolen worden met manden aan boord gehesen en daar staan inlanders klaar die ervoor zorgen dat de kolen op de juiste plek komen. Ondanks dat dit handmatig gebeurt gaat het best snel. 

Om 12.00 uur is alles en iedereen aan boord en om 13.30 uur worden de trossen losgegooid. De gedachte om nu snel naar Indië te varen wordt al snel verstoord, want het s.s. "Salween" gaat op de rede meteen voor anker. De Nederlandse vlag wordt nog wel in top gehesen, maar verder is het wachten tot er weer beweging in het schip komt.

De koks van dit schip weten niet alleen slecht eten te bereiden, het is ook nog eens te weinig. Voor een aantal jongens is er simpelweg geen eten en hoe raar het ook mag klinken, die jongens moeten gewoon tot de volgende maaltijd wachten. Dat kan natuurlijk niet, maar voor vanavond hebben de koks wel voldoende eten klaargemaakt. Het schip ligt intussen nog altijd op de rede voor anker. De jongens kwamen er al heel snel achter dat wanneer ze op het dek willen slapen er ook snel bij moeten zijn, want het dek ligt sneller vol dan ze eigenlijk dachten en dan zit er niets anders op dan in het benauwde ruim te slapen. Zelfs daar moeten ze snel bij zijn, want er zijn niet voldoende hangmatten en dan moeten ze op de vloer van een ruim slapen waar ongedierte zit. De Engelsen hebben het dus ook op dit schip niet goed geregeld voor de Hollanders.

Donderdag 28 maart 1946: Na een hele nacht op de rede te hebben gelegen vertrekt het s.s. "Salween" om 08.00 uur dan toch echt. Voor de jongens is de zee inmiddels bekend terrein, maar nu ze dan toch eindelijk naar Ned. Indië gaan brengt de reis toch wel de nodige spanning met zich mee. Iets na 15.00 uur passeren ze de evenaar en dan wordt traditiegetrouw het Neptunusfeest gehouden. Voorafgaande aan de ceremonie komt een oude baas met een viertand in zijn hand aan boord die Neptunus moet voorstellen, gevolgd door zijn vrouw en vertrouwelingen. Ze zien er allemaal erg fraai uit en met name de vrouw van Neptunus die zich als zeemeermin heeft verkleed ziet er heel aantrekkelijk uit. Het is alleen jammer dat deze knappe blonde dame gespierde armen met tatoeages heeft en haar prachtig gevormde benen zijn heel erg behaard.

Neptunus met de viertand in zijn hand is zojuist met zijn vrouw en volgelingen aan boord gekomen om de Neptunusceremonie uit te voeren

Nadat het apart uitgedoste gezelschap plaats heeft genomen bij een bassin dat gevuld is met water geeft Neptunus zijn volgelingen opdracht om tien militairen naar voren te halen. Deze militairen zullen ten aanschouwe van een wild enthousiaste menigte de Neptunusdoop ondergaan. Bij het bassin staan diverse emmers die gevuld zijn met een mengsel van wagensmeer, groene zeep, schoenensmeer en iets dat op teer lijkt. Met lange kwasten worden de mannen van top tot teen ingesmeerd met het mengsel uit die emmers, tegenstribbelen heeft geen enkele zin, want ze worden heel goed vastgehouden. Nadat ze alle tien goed zijn ingesmeerd wordt het gezicht met een houten voorwerp dat als scheermes moet dienen geschoren. Ze zien er al meteen een stuk fraaier uit. Hierna komt vadertje Neptunus in actie en geeft deze jongens een flinke zet zodat ze in het bassin met water terecht komen om ook weer hardhandig onder water geduwd te worden zodat ze zo goed als schoon uit het bassin komen. Na deze doop krijgen ze nog wel een emmer met schoon water om de laatste resten met troep van zich af te spoelen en daarmee is de Neptunusdoop voor deze tien militairen afgerond.

Bij aanvang van de ceremonie valt al meteen op dat soldaten vooraan staan, de heren met een rang van betekenis zijn zo slim om zich achter deze jongens te verschuilen in de hoop dat zij niet naar voren worden geroepen. Niets blijkt minder waar, want bij de eerstvolgende doopronde komen ook enkele van hen aan de beurt. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een sergeant, luitenant of majoor, als iemand naar voren wordt geroepen is diegene simpelweg de pineut en zal ook hij dezelfde behandeling ondergaan als zijn tien voorgangers. Eenmaal in het bassin worden de dopelingen meerdere keren onderwater gedompeld en dat gaat gepaard met veel geschreeuw over en weer en het nodige tegenstribbelen door degene die de doop ondergaat. De toeschouwers zijn wild enthousiast en hebben het prima naar hun zin en daar is deze doop ook voor bedoeld. Het leukst is het moment waarop een hoge Piet onderhanden wordt genomen. Ter afsluiting krijgen de deelnemers aan de Neptunusdoop een daverend applaus en is het feest afgeslopen.

Het bassin moet nog wel met water gevuld worden voordat de volgelingen van Neptunus de dopelingen erin kunnen gooien

Na afloop van het Neptunusfeest staat de militairen nog een verassing te wachten. Via de scheepsradio wordt medegedeeld dat brigadecommandant Kolonel H.A. Reemer een toespraak zal houden. Al snel heeft iedereen zich weer op het bovendek verzamelt. Het eerste wat de kolonel bekend maakt is dat hun eindbestemming nu definitief is en dat ze inderdaad naar Batavia varen. Dit heugelijke nieuws wordt met luid gejuich ontvangen, want dat houdt in dat ze nog één dag op deze schuit hoeven te verblijven. Ook maakt de kolonel duidelijk waaruit de taak van 'Het Kennemerbataljon' en 'De Valken' in Nederlands-Indië zal bestaan en hij sluit zijn gesprek af met de hoop dat deze mannen hun taak met volle overgave zullen uitvoeren.  

Vrijdag 29 maart 1946: Omdat er vannacht een stevige wind stond was het behoorlijk fris, toch hebben de meeste jongens gewoon op het bovendek geslapen. Om 11.00 uur vaart het s.s. "Salween" langs de eilanden Banka en Billiton. De mannen van 8 (IV) RS die met het s.s. "Alcantara" naar Malakka zijn meegereisd, hebben nog niet zo heel lang geleden een landingsoefening op Banka uitgevoerd, daarna zijn zij naar Celebes doorgevaren en zijn daardoor niet meer bij de 'W'-Brigade ingedeeld. Nadat het s.s. "Salween" beide eilanden is gepasseerd komt een koraaleiland in zicht waar een scheepswrak ligt dat voor de helft boven water uitsteekt. Het is een vliegdekschip dat een voltreffer kreeg, de romp is finaal in tweeën gebroken. In de buurt van dat koraaleiland vaart ook een schip van de kustwacht met in de mast de Nederlandse driekleur, door enkele stoten uit de scheepshoorn groeten beide schepen elkaar. Het weer is uitstekend en de Javazee is zo glad als een spiegel. De stemming wordt als maar beter en er is vandaag voldoende te eten voor iedereen. De munitie die aan boord meegenomen mocht worden wordt vanavond uitgedeeld zodat iedereen honderd patronen tot zijn beschikking heeft. Ondanks dat de lucht er vanavond dreigend uitziet wordt er ook vannacht op het bovendek slapen. De jongens hebben blijkbaar liever een regenbui over zich heen dan dat ze in een benauwd ruim moeten slapen.

Als het vannacht om 04.00 uur steeds harder begint te waaien en een fikse regenbui niet lang meer op zich zal laten wachten verlaten de jongens alsnog het bovendek om hun heil benedendeks te zoeken. Als enkele jongens naar beneden vertrekken passeren zij de rooksalon voor officieren, daarbinnen ziet het er zo comfortabel uit dat ze de rest van de nacht daar graag zouden doorbrengen. Als een jongen aan de salondeur voelt ontdekt hij dat de deur niet is afgesloten, zodat ze zonder probleem naar binnen kunnen wandelen. Ze zoeken een comfortabele plek in een stoel, leggen hun benen op de tafel en roken een sigaret alsof dit heel normaal is. Ze krijgen al snel het gevoel dat ze thuis in de woonkamer zitten. Als de jongens een klein uur in de salon hebben rondgehangen wordt hun samenzijn abrupt verstoord door een man die in zijn pyjama met daarover een ochtendjas de salon komt binnenwandelen. Het is een majoor die stom verbaasd rondkijkt naar wat hij in de salon aantreft. Op een driftige toon vraagt hij of de jongens toestemming hebben om in deze salon te komen. Hierop volgt een algeheel stilzwijgen. Ik begrijp niet waarom jullie dat doen, gaat hij verder. Jullie begrijpen toch hopelijk wel dat dit verboden terrein is! Er volgt weer een algehele stilte. Als ik jullie een goede raad mag geven dan zou ik er maar voor zorgen om zo snel mogelijk te vertrekken! Zonder ook maar één woord met de majoor te hebben gewisseld verlaten de jongens de rooksalon. Zo snel als hun benen dat toelaten lopen de jongens via de gang naar de trappen die hen naar het ruim waar ze slapen zullen leiden. Buiten het zicht van de majoor schieten de jongens al snel in een lach die nogal lang voortduurt.

Nederlandsch Indië (Batavia)

Zaterdag 30 maart 1946: Om 07.00 uur komt aan de nog in nevel gehulde horizon de kust van Java is zicht en nadat een loods aan boord is gekomen wordt het schip de haven van Tandjong Priok binnengevaren. Terwijl het s.s. "Salween" de haven binnenvaart passeert dit schip het s.s. "Boschfontein" dat zojuist met repatrianten aan boord aan de reis naar Nederland is begonnen. Tussen de havenhoofden ligt nog altijd een Nederlands schip dat tijdens de Japanse bezetting door de Hollanders zelf tot zinken werd gebracht. Rond de klok van 09.30 uur ligt het s.s. "Salween" voor de kade. Eenmaal aangemeerd komt er eerst een luitenant-generaal aan boord om de jongens toe te spreken en na deze toespraak kunnen beide bataljons al snel met de debarkatie beginnen.

De eerste indruk van Java is goed en het is natuurlijk prettig om eindelijk weer eens landgenoten te zien. Op de kade wapperen vlaggen met de Nederlandse driekleur en KNIL-militairen staan de jongens op het schip enthousiast toe te juichen, maar over het algemeen zien de kades er stil en verlaten uit. Door de oorlog zijn diverse loodsen beschadigd geraakt en anderen staan leeg, hierdoor ziet het er een beetje troosteloos uit. Om 11.00 uur wordt met de ontscheping begonnen en binnen een uur zijn beide bataljons gedebarkeerd. Wel jammer dat tijdens het debarkeren de eerste regendruppels naar beneden vallen om al snel in een regenbui te veranderen. Op de kade staat een kantinewagen van de CADI te wachten waar de jongens een kop thee en een koek kunnen halen. Voordat beide bataljons het land intrekken krijgen de jongens bevel om hun wapens te laden, want er is geen garantie dat het onderweg veilig is. Nadat de jongens geruime tijd in de regen moesten wachten kunnen ze eindelijk in de trucks stappen die hen naar Tanah Tinggi een wijk in het oosten van Batavia brengen. Om 13.30 uur vertrekt eerst 2-4 RI en een deel van de brigadestaf uit de haven en niet veel later volgt 1-4 RI en de rest van de brigadestaf.

Vanuit de haven rijdt de colonne een behoorlijk eind over de Priokweg langs het Antjolkanaal richting Batavia. Langs deze route ligt ook een spoorlijn die van Batavia naar Priok loopt. Als een trein de colonne passeert zwaaien de passagiers heel vriendelijk naar de jongens, zodat die net zo vriendelijk terugzwaaien. Deze mensen zijn dus blij om Nederlandse militairen te zien. Daarentegen doet de tekst op de wagons iets anders vermoeden. De trein staat van voor tot achter vol met leuzen waaruit overduidelijk blijkt dat Indië de Hollanders liever kwijt dan rijk zijn en dat ze maar beter kunnen vertrekken. Als je de leuzen op de wagons mag geloven zijn Nederlandse militairen allesbehalve welkom! Er zijn leuzen als 'Get out you Nica' en 'This is our country' op de wagons te lezen, maar ook leuzen in het Maleis en die zijn niet voor iedere Nederlander te begrijpen. Bij een viaduct wordt linksaf geslagen en rijdt de colonne langs het Goenoeng Sahari-kanaal verder de stad Batavia in.

  

Overvolle trams waarvan de zijkant door vrijheidsstrijders zijn volgeklad met leuzen rijden door de straten van Batavia 

De eerste indruk van Batavia is niet zo heel positief, de huizen zien er verwaarloosd uit, de tuinen zijn slecht onderhouden en er is nergens een handelaar te bekennen. Als de colonne door een wijk rijdt komen de mensen wel naar buiten, maar zij zijn niet zo enthousiast als de mensen in de trein. Er komt wel een glimlach op hun gezicht, maar zwaaien doen ze niet. Hoe verder de colonne de stad inrijdt des te meer volk er op straat is te zien. Als de Pasar-Senen wordt gepasseerd moet de colonne vaart minderen en uiteindelijk komt deze tot stilstand. Als snel worden de trucks omringd door nieuwsgierige Chinezen en Indiërs, vanuit de trucks worden sigaretten naar buiten geworpen die door die mensen dankbaar worden opgeraapt. De jongens merken ook hier dat veel mensen blij zijn om militairen uit Nederland te zien. Ze zijn wel op hun hoede, maar dat komt omdat er een tweestrijd onder de bevolking gaande is.

Batavia ziet er best westers uit, je zou bijna denken dat je door een stad in Europa rijdt. De Nederlanders hebben in het verleden goed werk verricht om deze stad er zo uit te laten zien. De wegen zijn goed aangelegd, voorzien van elektrische verlichting en er rijden ook trams. Net als de trein in Priok zijn de trams volgeklad met leuzen waaruit is op te maken dat Nederlanders moeten vertrekken. Ondanks dat het in Batavia onveilig is gebeurd er niets, maar de jongens zijn op hun hoede en dat blijven ze ook, hun helm hebben ze op en het wapen blijft gedurende de hele rit onder handbereik.

Na iets meer dan een half uur rijden is de plaats van bestemming bereikt. Het is een voormalige KNIL-kazerne van de pantser en luchtafweerdivisie in Tanah Tinggi dat ten oosten van de stad ligt. Het is een vrij grote kazerne en in 1941 gebouwd. Vanuit de kazerne zijn de buitenwijken van Batavia goed te zien. In de kazerne werden Japanse krijgsgevangenen vastgehouden en toen de oorlog voorbij was zijn daar Brits-Indische troepen gelegerd geweest. Die Brits-Indiërs zijn nog maar enkele dagen geleden uit deze kazerne vertrokken. Door de oorlog staan de gebouwen er verwaarloost bij. De jongens van de 3e compagnie worden in de voormalige garage geplaatst en ondanks dat dit minder comfortabel is wordt hier niet over geklaagd. Vanwege de slechte staat waarin de kazerne zich bevindt loopt het water bijna nergens goed door, toiletten zijn verstopt, het licht is afgesloten en meubilair is er nauwelijks. Ze zeggen dat bij het vertrek van de Brits-Indiërs veel meubels aan de mensen uit de omgeving zijn gegeven. 

De toegangspoort tot de voormalig KNIL-kazerne in de wijk Tanah Tinggi ten oosten van Batavia

De kazerne wordt vandaag overgedragen aan de brigadecommandant van het Kennemerbataljon. Hierbij licht een Brits-Indische-officier de commandant in over de slechte staat van de kazerne, neemt de laatste militaire gegevens met hem door en vertelt over de houding van het volk waarmee ze de komende tijd te maken zullen krijgen. Aan de hand van een stafkaart legt hij uit vanwaar het grootste gevaar is te verwachten en dat blijkt vanuit het zuiden te komen. Hierop antwoord de brigadecommandant nogal nuchter: Dan zullen mijn mannen zich daarop moeten voorbereiden. Ook wijst de Brits-Indische-officier op zijn stafkaart aan om welke gebieden het Kennemerbataljon zich geen zorgen hoeft te maken, omdat de Engelsen het daar voor het zeggen hebben. De gebieden die de Engelsen onder controle hebben zijn Tandjong Priok, Weltevreden, Meester Cornelis, en een gebied van zo'n 25 kilometer ten zuiden van Batavia tot aan het plaatsje Depok. Buiten deze gebieden hebben kwaadwillende lieden vrij spel om te roven, moorden en plunderen, zonder daar ook maar iets voor te hoeven vrezen. Ten slotte wenst deze Brits-Indische-officier de brigadecommandant het allerbeste toe.

De kazerne is slechts vier kilometer van Batavia verwijdert en Kemajoran is de beruchtste wijk van die stad omdat daar de onderwereld zit. In de toegangshekken van het kazerneterrein zitten kogelgaten en wanneer het terrein wordt geïnspecteerd treffen ze al snel een graf aan dat kort geleden gegraven moet zijn. Het is een graf met Brits-Indische soldaten die tijdens het wachtlopen op laffe wijze door extremisten zijn vermoord. Hiermee zijn de jongens van het Kennemerbataljon meteen gewaarschuwd dat ze de komende tijd op hun hoede moeten zijn. 

Enkele Kennemers zitten op een muur voor hun barak op de voormalige KNIL-kazerne te Tanah Tinggi

De gebouwen laten tamelijk veel licht binnen en op de kamers staat voor iedereen een houten frame waarop ze hun matje kunnen leggen. Hier hoeft niemand op de grond te slapen! Zodra de jongens hun spullen aan kant hebben gaan ze op verkenning uit. Tijdens de inspectie van hun gebouw zien enkele jongens een kist tussen afval liggen en bij nader onderzoek blijkt die gevuld te zijn met postzegels. Nieuwsgierig worden de postzegels bekeken en hoe die kist tussen het afval terecht is gekomen is voor hen een raadsel, ze zouden gestolen kunnen zijn en bij vertrek uit de kazerne niet zijn meegenomen? Er zitten dusdanig veel postzegels in die kist dat de jongens een middag nodig zouden hebben om ze te bekijken. Wat er naderhand met die postzegels is gebeurd is ook niet bekend. Nadat het avondeten is genuttigd worden enkele postzakken het kazerneterrein opgereden, genoeg post om de avond mee te vullen.  

Groepsfoto van het 3e peloton van de 4e compagnie inclusief baboes en djongossen die klusjes voor hen doen

Het wachtlopen is de eerste nacht een hele belevenis. Op zo'n dertig meter vanaf de kazerne is het terrein omringd door een prikkeldraadversperring en de bewakingspost bevindt zich op slechts tien meter van het gebouw waar de brigadestaf gevestigd is. Om 21.00 uur kondigt zich het eerste probleem aan omdat vanuit één der wachtposten een geweerschot is gelost. Zenuwachtig als ze zijn denken deze jongens iets verdachts te hebben gezien. Dat schot is het sein tot een spervuur aan kogels uit de geweren van desbetreffende wachtpost en dat tafereel herhaalt zich vannacht meerdere keren. Uiteindelijk blijkt er niets aan de hand te zijn en hebben deze jongens zich voor niets druk gemaakt. Voor degenen die liggen te slapen is dat schieten allesbehalve een pretje, want die schrikken zich steeds opnieuw te pletter door die herrie. 

Zondag 31 maart 1946: Vanochtend heeft de wachtcommandant het volgende bekend gemaakt: Tijdens het wachtlopen zijn op bepaalde tijden van de avond en de nacht verdachte zaken in het veld waargenomen, dat zijn geluiden en lichtbeweging die voor de wacht onverklaarbaar waren. Om geen risico te nemen werd op deze momenten het vuur geopend. Hierna begint de wachtcommandant te lachen en maakt duidelijk dat deze verdachte geluiden veroorzaakt worden door honden, katten, krekels, kikkers en ongedierte en die vreemde lichtbewegingen door vuurvliegjes. Om kort te zijn, er is niets gebeurd waarvoor jullie je zorgen moeten maken. Hopelijk gaan jullie snel aan al die geluiden wennen. De wachtcommandant sluit zijn gesprek af met de waarschuwing om met alle moord- en slachtpartijen goed op te blijven letten. 

Omdat er regelmatig schietincidenten plaatsvinden zijn de jongens de hele dag in de weer met het opknappen van oude stellingen rondom de kazerne, zodat deze gebruikt kunnen worden wanneer er weer eens iets voorvalt. Met het graf van de gesneuvelde Brits-Indische soldaten in het achterhoofd voelen de jongens zich allesbehalve veilig en dat maakt hen zenuwachtig. Op twee kilometer afstand van de kazerne is een vliegveld dat tot de grote vliegvelden op Java hoort. Er komen regelmatig vliegtuigen laag over de kazerne gevlogen, zoals een viermotorige Skymaster op de foto hieronder en wie weet zit daar wel post van het thuisfront in.

Een Skymaster vliegt laag over het kazerneterrein en is onderweg naar het vliegveld dat slecht twee kilometer van de kazerne vandaan ligt

Hoelang het Kennemerbataljon in Tanah Tinggi blijft en wat hen de komende jaren te wachten staat is in het onderstaande boek te lezen. Tanah Tinggi is slechts een tussenstop, maar ze zullen de komende jaren wel op Java blijven! 

====================================

Dankwoord: Dit reisverslag is tot stand gekomen door het raadplegen van enkele dagboeken van militairen die bij het Kennemerbataljon hebben gediend. Die militairen zijn Henri J. Th. Butot, C.P. Rekelhof, J.T. (Hans) Ploeg, P. (Piet) Hartog, C.P. Groot en Piet Kramer. De meeste foto's zijn afkomstig van J. Manni, Joop Theijse, Siem de Graaf, M. Hogestijn. Piet Kramer, D.J. Ypma, C.M. v/d Bosch, v/d Poll, E.N. Schoeman en Piet Heems. Het is helaas niet mogelijk om bij de foto's de naam van de maker te plaatsen. Als laatste wil ik Rob de Graaf en Martin de Graaf van de "Archiefdienst Kennemerbataljon" bedanken voor de toestemming om dat materiaal te gebruiken.

De thuisreis met het m.s. "Indrapoera" kunt u ook op deze website lezen!

=====================================

Het boek HET KENNEMERBATALJON is via onderstaande link bestellen

Het Kennemerbataljon. De Geschiedenis van 2-4 R.I. en de inzet in Nederlands-Indië 1945-1948 – FLYING PENCIL

Gezagsbataljon Indië (1-GBI)

Toen op 8 augustus 1945 in Nederland de Binnenlandse Strijdkrachten werden opgeheven, kon men kiezen uit deelname aan de krijgsmacht of huiswaarts keren. Zij die voor de krijgsmacht kozen hadden drie mogelijkheden; 1: Toetreding tot het Korps Gezagstroepen, hierbij zou men met de politie gaan samenwerken om de orde en rust binnen de landsgrenzen te handhaven. 2: Aanmelden als Oorlogsvrijwilliger (OVW'er), hierbij hoorde een opleiding tot infanterist, waarna je bij een nog op te richten Lichte Infanterie Bataljons (L.I.B.) werd ingezet tegen de Duitsers. 3: De laatste mogelijkheid was om als OVW'er bij het Gezagsbataljon Indië te gaan. Bij dit bataljon zou je voor de strijd tegen de Japanners in Ned. Indië worden ingezet. (Na de Duitse capitulatie ging het LIB op in het GBI)

  

 Het ontstaan van het Gezagsbataljon Indië

     Nadat het zuidelijk deel van Nederland in het najaar van '44 was bevrijd, werden in Eindhoven al meteen mensen gezocht voor een nieuw op te richten bataljon voor de Nederlandse Krijgsmacht, het Gezagsbataljon Indië. Na een fysieke en mentale keuring werden de rekruten, die zich overigens al tussen okt. '44 en jan. '45 hadden aangemeld, in maart '45 opgeroepen naar een transitkamp in Eersel. Omdat in dat kamp al snel geen plaats meer voor hen was, moesten zij noodgedwongen huiswaarts keren. Dat duurde niet lang, want even snel als ze vertrokken werden ze ook weer teruggeroepen. Dit keer zouden ze in een school in Eersel worden ondergebracht.

Vrijdag 4 mei 1945: Na een herkeuring bleef voor het 1e detachement 97 man over. Dit detachement had 2 secties, sectie 1 bestond uit 49 man en sectie 2 uit 48 man. Op 4 mei '45 vertrekt het 1e detachement per truck naar Tilburg om vandaar met de trein naar een transitkamp in Oostende te reizen. Nog diezelfde avond gaan ze aan boord van s.s. "Mecklenburg", waarmee de overtocht naar Tilbury (Engeland) wordt gemaakt. Bij het vertrek uit Eersel zijn ze nog steeds in burgerkleding en onbewapend. Vanuit Tilbury gaat de reis per trein via Londen en Wolverhampton naar Codsall. In Codsall gaat de reis met trucks over Tettenhall naar het Wrottesley-camp. Het is 6 mei '45 als ze om 16.00 uur bij dat kamp aankomen. In Wrottesley-camp zullen ze uiteindelijk een uniform krijgen en wat lichte training.

De ingang tot Wrottesley-camp

Dinsdag 22 mei 1945. In het opvangcentrum van Eindhoven is inmiddels het 2e detachement ook opgericht. Dit detachement bestaat uit 9 groepen, waarvan groep 1-2-3-5-8-9 is samengesteld uit 13 man en de overige groepen uit 14 man. Totaal 120 man en 3 officieren. Vanuit Eindhoven gaan dit keer dus 123 man met trucks naar Eersel voor training.

Donderdag 31 mei 1945. Van het 2e detachement krijgt vandaag een groep (14 man) opdracht om per direct te vertrekken. Ze moeten zich om 13.30 uur verzamelen op Vliegveld Eindhoven. Vandaar vliegen ze met een Dakota naar Engeland, waar ze om 19.28 uur op Airport Croydon (Londen) landen. Vanuit Londen gaat de reis per truck naar het Wrottesley-camp. De overige mannen van het 2e detachement worden ook overgevlogen, maar nu in groepen van 25 man. Na aankomst in het Wrottesley-camp worden beide detachementen samengevoegd en vormen vanaf nu een compagnie. Deze compagnie bestaat inclusief leiding uit 223 man. Na een verblijf van 2½ week met wederom wat lichte training vertrekken ze alweer uit dit kamp en reizen ze naar Glasgow.

Glasgow

Dinsdag 19 juni 1945. Na een vermoeide treinreis van Wolverhampton naar Glasgow komen ze in de vroege ochtend van de 20 juni om 04.00 uur aan bij Greenock. Na een korte mars gaan ze bij de oever van de Clyde aan boord van een soort landingsvaartuig, dat hun naar de Firth of Clyde (Baai van de Clyde) moet brengen. Op de Firth of Clyde ligt het s.s. "Orontes" al klaar om hun mee te nemen naar Australië. Eenmaal langszij van het s.s. Orontes", merken ze pas goed hoe enorm groot dit schip is. Als ze vanaf dat nietige landingsvaartuigje naar boven kijken, dan zien ze op alle dekken die dit schip rijk is honderden militairen aan de reling staan, die allemaal nieuwsgierig op de nieuwkomers neerkijken. Om 07.00 uur krijgen ze het sein om via een scheepsladder van het s.s. "Orontes" aan boord te gaan. Eenmaal op het bovendek krijgen ze hun berthing-card, waarop ze kunnen zien waar ze slapen. Even hadden ze op een hut gehoopt, maar toen ze zagen dat ze naar dek-H moesten was die hoop in een klap verdwenen. Via dek-A dalen ze over diverse trappen steeds dieper het ruim in en bij dek-H kunnen ze ook niet dieper. Dit is dus de plek waar ze de hele reis slapen en dat ook nog eens in hangmatten. Nadat ze zich op dek-H hebben geïnstalleerd kunnen ze meteen door naar de eetzaal en dat is maar goed ook, want ze rammelen inmiddels allemaal van de honger. Tot zover een korte indruk over het aan boord gaan op het s.s. "Orontes".

Maandag 23 juli 1945. Vandaag debarkeren ze in Australië. Via Freemantle zijn ze in Sydney aangekomen en na debarkatie worden ze per trein naar het Darley-camp gebracht. Het Darley-camp ligt nabij het plaatsje Bacchus Marsh dat niet ver van Melbourne is.  

Woensdag 12 september 1945. In het Darley-camp worden zij samengevoegd met het 1e Bataljon van het 1e Regiment Infanterie KNIL, een bataljon dat uit Indische en Nederlandse militairen bestaat. Als ze hun training daar hebben voltooid reizen ze af naar een voormalig krijgsgevangenenkamp in het oosten van Australië. Dit kamp ligt onder Brisbane niet ver van het plaatsje Casino en wordt door de Hollanders al snel tot het Victory-camp omgedoopt. Nadat ze ook daar hun training hebben voltooid, worden ze geschikt geacht om aan hun missie in Ned. Indië te beginnen. 

Een instructeur van het KNIL geeft in het Darley-camp les in het omgaan met het wapen (NIMH) 

Vrijdag 21 september 1945: Vandaag gaan ze in Brisbane aan boord van het s.s. "Balikpapan" en vertrekken naar Java. Vanaf het moment dat de Jappen capituleerden, hebben de Engelsen het voor het zeggen in Ned. Indië. Vanwege de republikeinse opstand is het daar erg onrustig en er zitten nog heel veel Japanse krijgsgevangen. De Engelsen zitten dus niet op ook nog eens Nederlanders militairen te wachten, die orde en rust willen komen herstellen. Ieder schip met Nederlandse militairen aan boord zou dus geweigerd worden.

Maandag 8 oktober 1945: Ondanks die weigering kwam het s.s. "Balikpapan" toch vanuit Australië de haven van Tandjong Priok binnenvaren. De Nederlandse militairen die aan boord zitten worden toch toegelaten op Java, maar zij zouden hiermee wel de eerste en voorlopig ook de enige Nederlandse militairen zijn die worden toegelaten.

Daar moet ik nog wel een kleine toelichting op geven: Er zou ook een select groepje mariniers op Java worden toegelaten. Het s.s. "Noordam" was met mariniers vanuit Amerika ook op Java aangekomen. Het selecte groepje mariniers dat van boord mocht, werd door de Engelsen gebruikt voor de bewaking, maar daar waren deze goed getrainde mariniers natuurlijk niet blij mee. Na hun debarkatie moest het s.s. "Noordam" met de overige mariniers alsnog uitwijken naar Penang.

De opzet vanuit Nederland was, dat het GBI en de Mariniers Brigade samen met de Geallieerden de strijd in Ned. Indië zouden aangaan tegen de Japanners. Omdat Japan op 15 aug. '45 onverwacht capituleerde zou dat de situatie voor het GBI drastisch doen veranderen.

De Rips - Hulten - Wanroij - Hilvarenbeek - Vilheide

Via opkomstcentra in Eindhoven, Breda en Tilburg werden nieuwelingen gekeurd, gecontroleerd op politieke betrouwbaarheid en of ze geschikt waren voor uitzending naar Ned. Indië. Na goedkeuring werden ze ondergebracht in Wanroij, Hilvarenbeek, Hulten, De Rips nabij Milheeze en Vilheide bij Mill. Kamp Vilheide was alleen bestemd voor de opleiding van officiers en o. officiers. Rijkswerkkamp De Rips was van oorsprong een opvangkamp voor werklozen, die door de Rijksdienst voor de Werkverruiming te werk werden gesteld. Ook hebben daar Engelsen gezeten en mensen die uit Duitse werkkampen teruggekeerden. De dagindeling in deze kampen bestond voornamelijk uit licht training en sporten, maar er werd ook al Maleise les gegeven.  

In het voormalige Rijkswerkkamp 'De Rips' werden ook rekruten voor het GBI gekeurd en getraind

Dat de Australische regering haar grenzen had opengesteld voor onze militairen is bekend, maar nog niet dat er wereldwijd steeds heftiger werd geprotesteerd tegen een mogelijk optreden van Nederlandse militairen in Ned. Indië. Ook in Australië werden de protesten steeds feller, met als gevolg dat hun bereidheid om onze militairen toe te laten tot het minimum was gedaald. Toen op 4 nov. '45 het s.s. "Stirling Castle" met aan boord 1200 GBI militairen en ook nog eens 400 man van de LSK de haven van Sydney had bereikt, was er van een Australische samenwerking al geen sprake meer. Aan deze militairen werd dus geen toestemming meer verleend om van boord te gaan. Het s.s. "Stirling Castle" had met Sydney haar eindbestemming bereikt en zou dus ook niet verder varen. Hierdoor was de Nederlandse regering genoodzaakt om een ander schip te zoeken, maar dat bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Met de nodige moeite lukte het om het s.s. "Moreton Bay" te charteren. Ondanks dat ook op dit schip bemanningsleden protesteerden, zou de reis wel doorgaan. Dat hield voor onze militairen in, dat ze slechts enkele stappen op Australische bodem mochten zetten, zodat ze in ieder geval op een ander schip konden overstappen. 

Een volgende lichting van het 1e Bataljon GBI vertrekt naar Engeland

(aan de vooravond van de reis)

Woensdag 8 en donderdag 9 augustus 1945. De derde lichting van 1200 militairen van het GBI staat aan de vooravond van vertrek naar Engeland. Twee dagen voor vertrek moesten heel wat jongens hun papieren van de POD (Politieke Ordedienst) nog in orde maken bij het Gewestelijke Staf van de NBS. Omdat dit helemaal in Zwolle was waren ze daar een hele dag aan kwijt. 

Oostende

Dinsdag 14 en woensdag 15 augustus 1945. Vandaag is het de dag van vertrek. Om 08.00 uur worden de jongens vanuit Eindhoven met legertrucks naar een voormalig Duits werkkamp bij Hulten gebracht, een gebied niet ver buiten Tilburg en vlak bij het vliegveld van Gilze-Rijen. In Hulten zitten jongens die zich ook voor het GBI hebben aangemeld en daar sinds 2 augustus zitten. Het is midden in de nacht als ze gezamenlijk met de trein vanuit Hulten naar Oostende vertrekken. Al vrij snel vallen de eerste jongens in slaap en schrikken pas wakker als ze in de buurt van Mechelen rijden. De trein dendert voort en bereikt 's ochtends even na 09.00 uur Oostende. Omdat ze nog niet weten wanneer ze vertrekken, worden ze ondergebracht in een Engels transitkamp (doorgangskamp). In ieder geval vertrekken ze niet vandaag, zodat ze de rest van de dag vrij hebben. Als ze in de stad wat aan het rondslenteren zijn valt al meteen op hoe gastvrij ze hier zijn. Ook hebben ze met mannen van de 'Witte Brigade' (Belgisch verzet) gesproken. Als ze in het kamp terug zijn, krijgen ze te horen dat ze de volgende ochtend al vroeg zullen vertrekken.

Donderdag 16 augustus 1945. Om 05.00 uur staat iedereen al naast het bed, want om 07.00 uur moeten ze gereed zijn voor vertrek. Tijdens het appel van 07.15 uur krijgen ze de reisorders en een half uur later zijn ze in de haven. Aan de kade ligt het s.s. "Prinses Astrid" aangemeerd. Van oorsprong onderhield dit schip een lijndienst tussen Oostende en Dover, maar tijdens de oorlog heeft het dienst gedaan voor de geallieerden. Aan boord valt meteen op dat er achterstallig onderhoud is en dat het schip tijdens de oorlog het nodige meegemaakt moet hebben.

In Oostende poseren ze nog wel even voor het s.s. "Prinses Astrid"

Om 08.30 uur worden de trossen losgegooid, komt het schip los van de kade en glijdt dan langzaam de haven van Oostende uit. De reis verloopt voorspoedig want om 13.30 uur hebben ze de prachtige krijtrotsen van de Engelse kust al in zicht. Eerst varen ze nog door een gebied waar mogelijk mijnen uit de tweede wereldoorlog kunnen liggen, maar al snel bereiken ze veilig de haven van Dover. Als het s.s. "Prinses Astrid" eenmaal aan de kade ligt, moeten ze nog geruime tijd wachten voordat ze kunnen debarkeren. Dat wachten duurde best lang, want het is nu 16.30 uur. Om 19.00 uur worden ze naar een pand gebracht, waar ze in een grote zaal het avondeten krijgen opgediend. Na het eten worden ze meteen naar de trein gebracht, waar ze uiteindelijk om 20.00 uur allemaal in zitten. Een half uur later komt er beweging in de trein en gaat de reis richting Londen. Om 23.00 uur bereiken ze een voorstad van Londen en vandaar gaat de rit dwars door de stad verder, een traject dat ongeveer een uur duurt.

Vrijdag 17 augustus 1945. Midden in de nacht, het is dan 04.00 uur, komen ze op de plaats van bestemming aan. Tenminste, ze moeten dan nog wel een behoorlijk eind lopen voordat ze bij het kamp zijn. Nadat ze in het kamp hun slaapbenodigdheden in ontvangst hebben genomen kunnen ze om 05.30 uur eindelijk gaan slapen. Om 11.00 uur is het alweer tijd om op te staan, ze nemen dan eerst een 'bad', gaan eten en hoeven de rest van de dag geen dienst te doen. Zo kunnen ze even bijkomen van de reis en meteen het kamp en de omgeving wat verkennen. Malvern Wells lijkt een reusachtig fijne omgeving te zijn en als ze vanavond naar de kantine gaan, valt al meteen op dat daar voldoende verkrijgbaar is, zelfs sigaretten.

Het verblijf in 'Transit Camp Woodfarm' (Malvern Wells)

Zaterdag 18 augustus 1945. Om 08.30 uur is er appèl en voor de middag krijgen de jongens een inenting tegen de tyfus. Dat blijkt een behoorlijk zware prik te zijn want er vallen twee jongens flauw. Een van hen wordt zelfs zo ziek dat hij naar het hospitaal moet. Vanmiddag krijgen ze eindelijk hun uniformen, dat zijn 1 Canadees uniform, 2 tropenuniformen en 2 paar bruine laarzen. Dat wordt ook wel tijd, want sommigen lopen nog steeds in een overal van de BS rond. Na hun bezoek aan de fourier worden ze doorgelicht en vanavond kunnen ze de stad Malvern wat gaan verkennen. Het Woodfarmkamp is behoorlijk groot en de jongens van de LSK zijn op diverse data hier in juli ook al aangekomen.

 

De LSK is ook in Malvern Wells gelegerd en staat opgesteld voor barak 10 van het Woodfarmkamp

Zondag 19 t/m zaterdag 25 augustus 1945. Op de 19e is er om 07.00 uur reveille en om 09.00 uur appèl. Daarna krijgen ze de uitslagen van de doorlichting en is er een kerkdienst. Omdat het zondag is zijn ze de rest van de dag vrij, zodat ze weer een bezoekje aan Malvern kunnen brengen. In Malvern valt het wel op dat de kinderen geen moeite hebben om te bedelen.

De daaropvolgende dagen worden voornamelijk besteed met de dagelijkse taken, zoals exerceren en gymnastiek en er wordt voor het eerst soldij van 5 £ uitgekeerd. Ook staat er een mars op het programma die dwars door de bergen van Malvern zal gaan en op zaterdag de 25e ontvangen ze hun identiteitsplaatje.

  

In het heuvellandschap van Great Malvern ligt het Woodfarmkamp en wat mee moet nemen als je buiten het kamp gaat

Zondag 26 t/m donderdag 30 augustus 1945. De dagen blijven zoals de vorige, maar nu hebben een aantal jongens ter afwisseling ook keukencorvee gekregen en het hele terrein moet schoongehouden worden. Er wordt een leuk uitstapje naar Worcester georganiseerd, waarbij Bijenhof verlovingsringen heeft gekocht. Woensdag de 29e gaan een aantal jongens naar het Blackmore-camp.

Vrijdag 31 augustus 1945. Om 07.00 uur is er reveille en om 08.30 uur hebben ze een mars naar Woodfarm. Na de middaginspectie is er eerst een toespraak en daarna worden er enkele officieren beëdigd. Ter ere daarvan wordt er een parade gehouden, waarbij ook Engelse genodigden aanwezig zijn. Omdat Koningin Wilhelmina vandaag jarig is wordt er een gezellig feestavond gegeven, die tot middernacht zal duren.

Op zaterdagochtend is er grote schoonmaak in het Woodfarmkamp

Zaterdag 1 t/m maandag 3 september 1945. Vandaag hebben ze zaterdagdienst, dat houdt in dat ze 's ochtends de boel moeten schoonmaken en 's middags vrij zijn. Zondag is er eerst een kerkdienst en daarna moeten ze binnen blijven om al hun spulletjes in orde te maken. Maandagochtend hebben ze na de exercitie meteen sport, vanmiddag is er Maleise les en daarna leest de kapitein een dienstorde voor waarin staat, dat de Kolonel zijn tevredenheid uit over de geslaagde parade van afgelopen vrijdag. Hij zag en voelde daarbij meteen de eenheid van een goed georganiseerd Indisch leger, dat straks haar plicht tot ieders tevredenheid zal volbrengen.

Dinsdag 4 t/m donderdag 13 september 1945. Op enkele kleine bijzonderheden na zijn we straks alweer tien dagen verder. Een van de jongens had een paar dagen geleden een zwerende voet en moest daarmee op ziekenrapport, het marcheren met zo’n zere voet valt natuurlijk niet mee en daar moest eerst wat aan gedaan worden. Veel jongens zijn inmiddels al een paar keer bij een boer geweest en hebben daar diverse werkzaamheden verricht, zoals tarwe steken en het opladen van wagens en dat allemaal voor 4 shilling de man. Paarden worden hier niet meer gebruikt, het zware werk gaat nu met tractoren. Dus een heel stuk beter dan bij ons. Er zullen vast nog wel meer dagen komen dat ze bij de boer aan het werk gaan.

Bij een boer aan het werk tijdens de hopoogst

Vrijdag 14 september 1945. In het Woodfarmkamp, dat eerder tot "De Springplank” werd omgedoopt, wordt vandaag de Nederlandse vlag gehesen. Kapitein Klaassen doet hierbij het woord: Vijf jaren lang is onze vlag vertrapt onder de voeten van een minderwaardige vijand. Telkens als teleurstelling en onderdrukking ons trof, was het toch altijd weer de driekleur die ons opbeurde. Als je nu in een vreemde haven komt, dan zie je tot Hollands glorie en trots altijd weer onze driekleur, waar je dan met een brede glimlach naar kijkt. Als wij straks in Indië de rimboe intrekken, zal deze vlag iedere keer weer worden gehesen. Juist in Indië zullen we daar een grote waarde aan hechten.

Sinds kort hangt bij de ingang van het Woodfarmkamp ook de Nederlandse vlag in stok

Na deze toespraak wordt onze driekleur door een korporaal van de 3e compagnie plechtig gehesen. Alle militairen staan hierbij in de houding, dus ook de twee soldaten van de wacht die inmiddels achter deze vlag staan en de vijf die weer achter de korporaal staan. Hierna is het op de plaats rust en kan iedereen inrukken. Voor de rest van de dag zijn ze vrij.

Zaterdag 15 september 1945. Om 21.00 uur is er een ingelast appèl waarbij bekend wordt gemaakt dat ze binnenkort naar Indië zullen vertrekken. Ze behoren nu dus tot de echte pioniers die voor orde en rust gaan zorgen in een zo'n belangrijke kolonie van hun land. Een hele eer vinden ze dat!

Marslopen door het landschap van Great Malvern

Zondag 16 september 1945. Om 07.00 uur staat iedereen op en om 08.30 uur marcheren ze naar een kerk in Worcester. Daar wordt een herdenkingsdienst gehouden, waarin een dankwoord wordt uitgesproken over de Duitse aanvallen die in september 1940 werden afgeslagen, waarbij Engeland toen met onweerstaanbare kracht hulp heeft geboden. Nadat deze herdenkingsdienst is afgelopen volgt er een parade waaraan militairen uit meerdere landen meedoen.

De binnenstad van Worcester gezien vanuit de toren van de kathedraal

Maandag 17 t/m vrijdag 28 september 1945. Het dagelijkse leven gaat hier zo zijn gangetje. Enkele punten hierbij toegelicht: Er zijn weer twee spuiten onder de jongens uitgedeeld, een tegen de pokken en die andere weet ik eigenlijk niet. Nog steeds zijn er werkbezoeken aan de boer en dat levert toch maar mooi weer enkele shillings op.

Zaterdag 29 september 1945. Vanochtend wordt er in korte tijd twee keer eten uitgedeeld. Die tweede maaltijd krijgen ze al om 10.30 uur omdat ze de rest van de dag vrij zijn. Vanwege hun aanstaande vertrek naar Indië, worden ze vandaag in de gelegenheid gesteld om in de stad inkopen te doen. Met de bus gaan ze naar Gloucester waar van alles wordt ingekocht, zoals tabak, zeep, tandpasta en schrijfgerei, allemaal dingen die ze tijdens de reis nodig denken te hebben. Tegen de avond is hun Engelse geld op, zodat ze genoodzaakt zijn om met de trein terug naar Malvern Wells te gaan. Het is 21.30 uur als ze weer terug zijn op het kamp.

Zondag 30 september t/m maandag 1 oktober 1945. Op zondagochtend wordt voor hun de allerlaatste kerkdienst op Engels grondgebied gehouden. Dit keer is er een mooie preek die vooral betrekking heeft op hun vertrek. Ook maandagochtend wordt er voor twee keer eten uitgedeeld, maar dit keer omdat ze velddienst hebben. Bij deze velddienst moeten ze denkbeeldig de djahats (opstandelingen) zien op te sporen, een hele leuke oefening. Als ze weer in het kamp terug zijn, dan vermoeden ze eigenlijk al een beetje dat het vanavond de laatste keer is dat ze het kamp uit kunnen, want hun vertrek zal nu niet lang meer duren.

Dinsdag 2 oktober 1945. Vandaag wordt inderdaad bekend gemaakt dat ze morgen vertrekken. Dus vanaf nu zal alles gereed gemaakt moeten worden voor het vertrek.

Vertrek naar de havens van Liverpool

Het troepentransportschip s.s. "Stirling Castle"

Woensdag 3 oktober 1945. Na het ochtendappèl moet iedereen van de 3e en 4e compagnie hun strozak, dekens enz. inleveren Vanmiddag om 15.30 uur is er appèl en daarna gaat het in marstempo naar het station van Malvern Wells. Om 18.00 uur vertrekt de trein richting Wolverhampton en bereikt deze stad om 19.30 uur. Om 21.00 uur zijn ze bij Derby waar thee wordt gedronken en rond middernacht eindigt de rit op het station in Liverpool. Vanaf het station gaan ze met dubbeldeksbussen naar de haven, waar ze bij de Canada Dock uitstappen. De jongens van de LSK zijn vandaag ook uit Woodfarm-camp vertrokken en zijn al begonnen met embarkeren en de jongens van het GBI kunnen om 01.45 uur aan boord van het s.s. "Stirling Castle".  

Hier in Liverpool gaan ongeveer 1600 Nederlandse militaire aan boord, waarvan ruim 1105 man van het GBI, 319 van de LSK en 109 man KMA. Zij zijn overigens niet de enige die hier aan boord komen, er zullen ook 1350 Australische R.A.A.F.-militairen en Nieuw-Zeelanders meereizen die terug keren naar huis. Alles bij elkaar zijn er ruim 3000 militairen aan boord en met de bemanning daarbij zal het vast druk worden aan boord. Wat ze nog niet weten is dat er in Suez nog eens 500 Australische militairen aan boord komen.

Het wordt inderdaad druk aan boord en de 'gewone soldaat' zal in het ruim moeten slapen, in hangmatten wel te verstaan, die ook nog eens aan het plafond gehaakt moeten worden als ze gaan slapen en die hangmatten hangen dan ook nog eens heel erg dicht op elkaar. In sommige ruimen staan zelfs lange smalle houten tafels met aan weerszijden banken, daarboven moeten ze hun hangmat aan het plafond bevestigen, zodat ze boven die banken komen te slapen. De jongens van het GBI moeten naar dek B3, waar om 02.30 uur iedereen zijn slaapplek heeft gevonden. Ook daar hebben ze het systeem met haken, maar hier staan gelukkig geen tafels en banken in de weg. Wel moeten ze zorgen dat hun hangmat minimaal 1 meter boven de grond komt te hangen. Dat is natuurlijk een heel gedoe, maar het is nu eenmaal niet naders. 

 

De grote oversteek naar Australië kan beginnen

Het s.s. "Stirling Castle" ligt aan de in nevel gehulde Canada Dock in Liverpool

Donderdag 4 oktober 1945. De eerste ochtend aan boord worden ze om 07.30 uur gewekt en ondanks alles hebben de jongens wel goed geslapen. Toch zullen ze snel ondervinden dat die hangmatten niet echt comfortabel zijn, want ze liggen er altijd met een gekromde rug en samengetrokken schouders in. Ze liggen constant in dezelfde houding en al ze denken dat ze even lekker hun lichaam kunnen strekken of omdraaien, dan is dat niet of nauwelijks mogelijk. Als iemand een keer wat later naar bed gaat dan de rest, dan moet hij eerst met zijn snufferd vlak boven de grond onder een aantal hangmatten doorkruipen. Als daarbij dan meteen even de schouders onder iemands hangmat wordt gezet, dan schiet deze bij het voeteinde meteen los, zodat degene die daar in ligt met een smak op de grond sodemietert. Je hebt dan natuurlijk meteen de poppetjes aan het dansen, maar het blijft toch altijd weer leuk om te doen.

  

Kaartjes van het s.s. "Stirling Castle"

Veel jongens zijn al vroeg naar het dek gegaan, zodat ze alle bedrijvigheid op en rond het schip goed kunnen zien. Een ander schip dat ook troepen aan boord heeft en tegenover hen ligt, vertrekt iets eerder dan het s.s. "Stirling Castle". Het is een machtig gezicht als zo'n kolos de trossen losgooit en de haven uitvaart. Niet veel later zijn ze zelf aan de beurt. Om 10.00 uur komt het schip los van de kade en wordt met behulp van sleepboten het Canada Dock uitgetrokken. De enorme hoeveelheid kranen die je hier overal langs de kades ziet lijken in die mist net afweergeschut. Via de Mersey bereiken ze al snel open zee.

Eerst is het nog een poosje mistig, maar niet veel later klaart het op en komt ook de zon door. De zee is rustig en er passeert zelfs een Nederlands troepenschip, dat blijkt het s.s. "Volendam" te zijn. Terwijl een grote groep meeuwen het schip vergezellen, uiteraard hopend op een lekker hapje, vervaagd langzaam maar zeker het zicht op de kust. Als ze om 15.30 uur voorbij 2 gezonken schepen varen, gaat ineens het alarm af. Ze moeten meteen op het bovendek aantreden, maar al snel blijkt dat loos alarm te zijn. Niet zo heel veel later komt er vanuit het niets een vliegtuig overvliegen, scheert vervolgens rakelings over het water, keert en maakt dan enkele cirkels rond het schip. Dat moet vast een afscheidsgroet betekenen, want dat vliegtuig verdwijnt weer net zo snel als dat het kwam.

Tijdens de reis zullen ze regelmatig sloepenrol hebben. Hierbij krijgt iedere groep zijn eigen reddingssloep toegewezen. Met het zwemvest om moeten ze dan bij de juiste sloep aantreden, waarbij de oefening is. Zo’n gemotoriseerde sloep heeft diverse noodvoorzieningen aan boord, waaronder proviand, drinkwater, brandstof en in het geval van motorstoring is er ook een mast met een zeil aanwezig.

Mannen van de LSK en het GBI gebroederlijk bijeen op het bovendek

Vrijdag 5 oktober 1945. Vandaag staan ze om 08.00 uur op, tenminste... dat denken ze. In werkelijkheid is het pas 07.00 uur, want de klok moest nog worden teruggezet. Om 09.30 uur moeten een aantal jongens van het GBI in de kantine aantreden voor corveedienst en dat zal de rest van de reis hun vaste werk zijn. Zo moeten ze vandaag bijvoorbeeld 20 balen met sigaretten naar de kantine brengen. Om 11.00 uur passeren ze een tankschip en 2½ uur later 2 vissersschepen die beiden rustig heen en weer dobberen op een nog steeds kalme zee. Tegen de avond naderen ze de Golf van Biskaje en zoals ze al verwachten wordt het water nu onrustig. Gelukkig kunnen ze deze golfslag nog wel hebben want er wordt niemand zeeziek. 

Helaas zal dat niet lang duren, want de zee wordt in de loop van de avond alleen maar wilder. Tijdens het avondeten vertrekken steeds meer jongens naar de reling om te braken, maar dan hopen ze die wel te halen. Borden worden massaal opzij geschoven en blijven onaangeroerd, maar gelukkig wordt niet iedereen zeeziek. Ondanks dat het hier op de Golf van Biskaje enorm spookt, is het best fascinerend om te zien hoe de zee tekeer kan gaan. Het is een prachtig gezicht als enorme golven in een diepe krater veranderen en daarna met hetzelfde gemak een enorm explosieve fontein wordt, die op zijn beurt met veel geraas op het dek uiteen spat. Als het schip zich met de voorsteven op zo'n hoge golf werpt, dan zou je dat kunnen vergelijken met mensen die tegen een hoge berg willen oprennen, maar slechts enkele stappen vooruitkomen. Over het dek lopen is dan een hele aparte gewaarwording, maar zeker niet ongevaarlijk. Dat er zoveel jongens zeeziek zijn is natuurlijk geen wonder. Voorlopig zal het nog wel zulk guur weer blijven, zodat er aan dek eigenlijk niets te zoeken valt. Ze besluiten dan ook om vanavond maar eens lekker op tijd naar bed te gaan.

Zaterdag 6 oktober 1945. Vannacht werden ze regelmatig wakker, dat kwam omdat hun hangmat soms wel een halve meter heen en weer schommelde. Kijkend door de patrijspoort kon je goed zien dat de zee nog steeds flink tekeer ging en de wint bulderde van heb ik jou daar. Na toch weer in slaap te zijn gevallen worden ze om 07.00 uur gewekt en om 08.00 uur is er land in zicht. Ze varen nu langs de Portugese kust en het is inmiddels schitterend mooi weer geworden. Ze zien hier vogels voorbijvliegen die je normaal alleen aan land zou tegenkomen. Om 10.30 uur hebben ze inspectie op het bovendek en om 12.00 uur komt er een groot tankschip voorbijvaren. Langzaamaan wordt het nu steeds warmer, zodat ze binnenkort hopelijk het tropenuniformen voor de dag kunnen halen. Om 21.30 uur varen ze langs Lissabon, waarvan de bergachtige kust nog goed is te onderscheiden in het donker. De vele honderden lichtjes van de stad zie je op het water weerkaatsen en de enorme lichtbundels van een vuurtoren zijn tot ver over de zee te zien.

De brug van het schip gezien vanaf het voordek waar op dat moment nog geen zonaanbidders te vinden zijn

Zondag 7 oktober 1945. Om 06.30 uur worden ze gewekt en om 07.30 uur gaan ze naar de eetzaal voor het ontbijt. Omdat het vandaag zondag is wordt er om 10.00 uur een kerkdienst gehouden in de bioscoopzaal. Over de hele ochtend geteld zijn er zeven schepen gepasseerd en dat was iedere keer op redelijk korte afstand. Om 12.00 uur bereiken ze de Straat van Gibraltar met aan stuurboord de Marokkaanse stad Tanger en aan bakboord de Spaanse zuidkust. De straat van Gibraltar is een vrij smalle zee die de continenten Afrika en Europa van elkaar scheiden. Op het smalste deel passeren ze de Rots van Gibraltar en de gelijknamige stad. Gibraltar is vooral bekend om zijn rotsen en de vele apen die daar voorkomen. Na Gibraltar bereiken ze de Middellandse Zee. 

Gestaag zet het s.s. "Stirling Castle" de reis voort, nu in de richting van Algiers waar drinkwater gebunkerd moet worden. Het gebruik van zoetwater is momenteel alleen nog toegestaan voor inwendig gebruik, zodat wassen en douchen met zeewater moet gebeuren. Ze hebben daar speciaal zeep voor gekregen, maar fatsoenlijk schuimen doet dat spul niet. Een douchebeurt is daardoor niet echt fris, want je hele lichaam blijft plakkerig aanvoelen. Om 22.00 uur passeren ze een prachtig mooi schip, dat blijkt het m.s. "Marnix van Sint Aldegonde" te zijn, een Nederlands schip dat in het donker haar lichten op een toverachtige manier over het water laat weerschijnen. Vandaag is de klok een half uur vooruitgezet, zo houden ze in ieder geval de plaatselijke tijdzone aan.

 

In de havenstad Algiers gaat het s.s. "Stirling Castle" water bunkeren

Maandag 8 oktober 1945. Vanochtend is de Afrikaanse kust regelmatig te zien. Ze varen ter hoogte van de Algerijnse kust en nog voor ze de stad Algiers bereiken wordt een van de opvarenden over boord gezet. De beste man is aan een ziekte bezweken en krijgt nu een zeemansgraf. Om 13.00 uur hebben ze de haven van Algiers bereikt en daar zal het schip aanmeren. Hier wordt niet alleen gebunkerd, er zijn ook zieken aan boord die dringend hulp nodig hebben. Als het schip is aangemeerd beginnen ze vanaf het s.s. "Stirling Castle" muntjes e.d. naar beneden te gooien en als er dan per ongeluk iets in het water valt, dan duiken die Algerijnse jongens er meteen achteraan. Vanaf het schip lijkt Algiers een hele mooie stad te zijn. Om 17.00 uur zijn ze hier blijkbaar klaar want er komt een loods aan boord, waarna het schip al snel richting open zee koerst.

Dinsdag 9 oktober 1945. Om 07.00 uur is het tijd om op te staan. Het weer is schitterend en als ze ter hoogte van Tunesië varen komt om 10.30 uur aan bakboordzijde het eilandje Galita in zicht, hierop zijn slechts enkele huizen en wat rotsen te zien. Om 12.00 uur passeren ze de stad Bizerta (waar de moffen een basis hadden) en om 20.00 uur Kaap Bon. Doordat ze vanavond redelijk lang op het bovendek zijn gebleven, hebben ze het eiland Pantelleria ook nog zien liggen. De klok is vandaag alweer een half uur vooruitgezet.

Woensdag 10 oktober 1945. Voor de nachtbrakers was vannacht de vuurtoren van Malta te zien, maar vanochtend is er eigenlijk niets anders dan water en lucht te zien en vanmiddag hebben ze voor de verandering sloepenrol. Ook is het tijd om de kleren te wassen, want dat mogen ze tijdens de reis zelf doen. Een veel gebruikte methode hierbij is, om je kleren bij elkaar te binden en met een lang touw aan een patrijspoort vast te maken, daarna gooi je de hele handel over boord en de golven moeten de rest doen. Het zout van het water zal ongetwijfeld meehelpen om je kleren schoon te krijgen. Na ongeveer een half uur in zee dobberen moet de was dan schoon zijn, zodat je de hele handel weer naar boven kan hijsen. Er zit wel een risico aan, want je kan in een keer je spulletjes kwijt raken en dan zal je zelf voor de kosten moeten opdraaien. 

  

Informatiefolder met reisgegevens tot Sydney bestemd voor de Nederlandse Militairen

  

Informatiefolder met reisgegevens tot Sydney bestemd voor militairen van de R.A.A.F. (Royal Australian Air Force)

Het aardige aan de folder hierboven is, dat er een extra artikeltje in staat over de oorsprong van het embleem voor de Koninklijke Australische Luchtmacht.

Op het s.s. "Stirling Castle" zijn diverse voorzieningen voor ontspanning, waaronder enkele kantines, een bioscoop, een tennisveld, een turnzaal, een zwembad en een paar winkels, uiteraard zijn die allemaal aangepast aan het formaat van een schip. Omdat ze aan boord geen invoerrechten hoeven te betalen zijn de prijzen erg laag. 

Donderdag 11 oktober 1945. Over vandaag zijn er eigenlijk geen bijzonderheden te melden. Wel dat er 1 pond aan soldij en sigaretten in ontvangst werden genomen en dat ze vanavond aan dek heel goed het licht van de maan over de zee kunnen zien weerkaatsen, wat een schitterend schouwspel oplevert. Ook krijgen ze te horen dat ze morgen al vroeg bij Port Saïd zullen aankomen.

Port Saïd

Vrijdag 12 oktober 1945. Als ze om 06.00 uur opstaan zien ze inderdaad Port Saïd in de verte liggen en om 07.00 uur varen ze de haven binnen. Hier zal het s.s. "Stirling Castle" aan de boeien gaan om te bunkeren. In de haven is het behoorlijk druk, er liggen nog meer van die grote zeeschepen, waaronder het Nederlandse s.s. "Ruys". Als ze het gebouw van de Suezkanaal Maatschappij zo zien met al die palmbomen er omheen, dan moet dit vast een hele mooie stad zijn. Graag zouden ze daar rond willen kijken, maar ze mogen helaas niet van boord. Terwijl het schip olie en water inneemt, krioelt het van de handelaren die in bootjes rond het schip dobberen. Zo lang het s.s. "Stirling Castle" hier ligt zullen die kerels spulletjes aanprijzen en als er dan iets wordt verkocht, dan hijsen ze dat met een lang touw heel behendig naar boven, want aan boord komen mogen ze niet. Het is een heerlijke dag hier in de haven. Ook als het donker wordt en alle lichtjes zijn ontstoken, dan is dat een prachtig gezicht. De jongens gaan daardoor pas om 23.30 uur naar bed.

  

Het gebouw van de Suezkanaal Maatschappij en aan de rand van de stad het standbeeld van Ferdinand de Lesseps

Zaterdag 13 oktober 1945. Om 06.30 uur vertrekken ze uit de haven. Port Saïd kan je beschouwen als de poort naar het Suezkanaal. Als ze bijna de stad zijn uitgevaren, dan zien ze aan de rand van de oever het standbeeld van Ferdinand de Lesseps. Als architect was hij verantwoordelijk voor het ontwerp van het Suezkanaal. Dit kanaal is 160 kilometer lang, 10 meter diep en 65 meter breed, dus best behoorlijk smal voor grote schepen als het s.s. "Stirling Castle". Doordat het Suezkanaal niet echt breed is, moet hun schip wachten totdat er enkele troepentransportschepen en een duikboot vanuit zuidelijke richting voorbij zijn gevaren. 

Het is een aparte belevenis om vanuit zo'n grote havenstad ineens dwars door een woestijn te varen. Nu ze aan deze doortocht zijn begonnen hoeven ze voorlopig geen tegenliggers van formaat te verwachten. Wel zullen ze enkele meren passeren waar schepen moeten wachten totdat ze gepasseerd zijn. Dat gebeurt dan ook om 16.30 uur. Op het Timsahmeer liggen inderdaad enkele schepen te wachten die vanuit de Rode Zee het Suezkanaal waren opgevaren. Het Timsahmeer ligt niet ver van de stad Ismaïlia, de stad die vooral bekend is vanwege het zomerverblijf van koning Faroek. 

  

Een Engelse nederzetting met kameel en het buitenpaleis van Koning Faroek die beiden langs de oever van het Suezkanaal liggen

Langs het kanaal komen ze diverse Engelse nederzettingen tegen en om 17.00 uur passeren ze een gedenkmonument dat aan de slachtoffers uit de eerste wereldoorlog doet herinneren. Na het avondeten gaat het schip op het Bittermeer voor anker waar ook twee Engelse kruisers en een torpedojager liggen. Op dit meer liggen ook enkele wrakken van gebombardeerde schepen, wat hun dit keer aan de tweede wereldoorlog doet denken.

  

Bij Port Thewfik is een troepentransportschip het Suezkanaal opgevaren dat met Britse militairen onderweg is naar Engeland

Zondag 14 oktober 1945. Vandaag om 09.30 uur is er een kerkdienst en meteen daarna wordt bekend gemaakt dat de vliegvelden van Soerabaja en Malang zijn bezet door opstandelingen. Zij hebben Japanse wapens tot hun beschikking en roepen in pamfletten de bevolking op tot een heilige oorlog tegen de Hollandse onderdrukkers. In deze pamfletten staat ook, dat de Hollanders met behulp van zendelingen hun van het geloof willen afbrengen. Christenhonden worden de Hollanders genoemd.

Nadat ze de Bittermeren zijn afgevaren komen ze al vrij snel bij de stad Suez aan. Hier gaat het schip om 12.00 uur voor anker. Ook hier zijn weer dezelfde taferelen als in Port Saïd. Tientallen bootjes afgeladen met lederwaren zwermen al meteen rond het schip. Arabieren met een rode fez op hun hoofd proberen hun handelswaar met veel kabaal te slijten. Nadat een deal is gesloten wordt bijvoorbeeld een portefeuille, handtas of ander spul met behulp van stokken naar boven gehesen. Hier doen ze dat dus niet met touwen maar met lange stokken. Het schijnt dat er over en weer goede zaken zijn gedaan. Hier in Suez zijn net zoals dat in Liverpool het geval was Australische luchtvaarttroepen aan boord gekomen. Dit keer zijn dat 500 militairen.

Met een goed gevoel over de gedane zaken varen ze nu over de Golf van Suez richting de Rode Zee. Nu hebben ze alles behalve storm of regen, maar die felle zon kan het leven ook ondragelijk maken. Slapen in het ruim is bijna niet meer te doen, je drijft simpelweg zo je bed uit. Een paar jongens lieten een badkuip vollopen, in de hoop om daar wat verkoeling in te vinden, maar de meesten vertrekken toch liever naar het bovendek om 's nachts wat verkoeling te hebben tijdens het slapen.

Inmiddels is het op het voordek behoorlijk druk met zon aanbiddende militairen

Maandag 15 oktober 1945. Momenteel varen ze op de Rode Zee en zien niet veel meer dan een zon en water. Het is nog steeds snikheet en als de jongens hun kleren met heet water staan te wassen, is het echt niet meer uit te houden. De hele dag blijft het bijna ondraaglijk heet en vrij eentonige, een dag die ze vanavond gelukkig wel kunnen afsluiten met een bijzonder heldere hemel. Om 22.15 uur gaan de jongens maar weer eens proberen te slapen.

Dinsdag 16 oktober 1945. Vandaag is er alweer weinig te beleven op het bovendek, maar het is wel aardig om te weten waar ze nu varen. Hier ergens trok namelijk ooit het volk der Joden door de bruisende golven. Vanwege de voortdurende hitte blijven de meeste jongens gewoon op het bovendek slapen, lekker in de open lucht met een licht briesje erbij en een maan die schuin boven hun hoofd staat.

  

Een programmablad dat door veel artiesten werd gesigneerd

Woensdag 17 oktober 1945. Om 04.30 uur wordt iedereen ineens gewekt, want de bemanning vindt het blijkbaar nodig om op dat tijdstip het bovendek te schrobben. Om 06.30 uur is er aan weerszijden van het schip land in zicht, of liever gezegd bergen, kleine bergen wel te verstaan. Enkele van die bergen met een seinpost erop worden de ‘Bergen der tranen' genoemd. Ik denk dat ze daar de tranen van Mohammed mee bedoelen? Dat is natuurlijk ook de reden dat ze de overgang van de Rode Zee naar de Golf van Aden de Straat Bab-El Mandeb noemen, ofwel ‘Straat der tranen’. Om 09.00 uur passeren ze nogmaals een berg die met het geloof te maken heeft, dit keer is dat de berg Horeb (Berg Sinaï) en vanavond bereiken ze de Golf van Aden. De bunkerplaats Aden wordt niet aangedaan want ze varen door in de richting van de Indische Oceaan. Ze kregen vandaag via het nieuws te horen dat de opstandelingen op Java een dorp hebben geplunderd en in brand staken.

Tijdens deze reis laat het s.s. "Stirling Castle" de stad Aden links liggen en vaart door richting de Indische Oceaan

Donderdag 18 oktober 1945. Vandaag is de temperatuur in ieder geval een stuk aangenamer dan gisteren. Waarschijnlijk komt dat omdat de zee hier veel ruimer is en niet wordt afgebakend door een woestijn. De rotsachtige Afrikaanse kust is nog wel regelmatig te zien. Nu is dat Brits-Somaliland dat 50 jaar geleden vrijwillig onder Brits bestuur kwam. Om 17.00 uur passeren ze een eiland met een Bedoeïenstam, dat zijn Arabische nomaden die rondtrekken en in tenten leven. Het pantserschip "Admiraal Graf Spee", dat ooit het vlaggenschip van de Duitse vloot was, heeft hier in het verleden ook geopereerd, maar in 1939 werd het door de bemanning tot zinken gebracht.

De ondergang van het pantserschip "Admiraal Graf Spee"

Er moeten nu nog 4555 zeemijlen worden afgelegd voordat ze Freemantle hebben bereikt. Dat is de eerste Australische haven die het s.s. "Stirling Castle" zal aandoen om Australische militairen af te zetten. Vanavond wordt de klok een half uur vooruitgezet.

Vrijdag 19 oktober 1945. Vandaag zullen ze de Indische Oceaan bereiken. Toen ze vanochtend op het bovendek wakker werden zagen ze allemaal vliegende vissen uit het water omhoog springen en dat vonden ze een hele aparte gewaarwording. Verder is er eigenlijk weer weinig interessants te beleven. Het is alleen maar water en lucht wat ze zien en dat zal voorlopig wel zo blijven. Dit keer moet de klok een heel uur vooruit gezet worden.

Zaterdag 20 oktober 1945. Het is een dag zoals gisteren. Wel ontvangen ze 200 sigaretten en de klok gaat vandaag maar een half uur vooruit.

Zondag 21 oktober 1945. Om 10.00 uur is er een kerkdienst. Voorgelezen wordt: Matth. 5:10 en 20 'Gij zijt het zout der aarde' en Matth. 5:10a en 14a. 'Gij zijt het licht der wereld' Een prachtige preek vonden ze het. Rond de klok van 17.00 uur passeren ze de Evenaar en dat betekent dat Neptunus aan boord komt, voor een aantal jongens zal dat een nat pak opleveren. Trouwens, de Evenaar passeren ze tijdens deze reis drie keer en dat mag je best bijzonder noemen. Vandaag gaat de klok alweer een half uur vooruit.

Paalvechten is een leuk tijdverdrijf (Foto Harrie van Steijn bij het GBI)

Maandag 22 oktober 1945. De dagelijkse lessen aan boord bestaan vooral uit Maleis, gevechtstechnieken, hygiëne en zo af en toe een sloepenrol. Bij de hygiëne wordt er vooral aandacht besteed aan het gevaar voor geslachtziekte en deze informatie wordt tot in den treure herhaald. Deze les wordt gegeven door een oude KNIL-sergeant, die zelf jaren in de tropen heeft gezeten. Na zijn uitleg over geslachtziekte zegt hij iedere keer opnieuw: Er is maar één middel om geen geslachtsziekte te krijgen, daarna wordt het stil, iedereen spits zijn oren, dan hoor je nog een hele tijd niets, maar dan komt het hoge woord er eindelijk uit: Niet naar de vrouwen gaan! Buiten de lessen om krijgen ze ook drie KNIL-boekjes met zo'n 30 bladzijden aan inhoud. Deze boekjes hebben de titels, 'Eenige ervaringen opgedaan in den strijd te land tegen Japan’ (twee delen) en ‘Land en Volk van Nederlandsch-Indië'.

Momenteel varen ze over een rimpelloze watervlakte met de naam Indische Oceaan en in de richting van de westkust van Australië. Op dit deel van de reis wordt het schip regelmatig geëscorteerd door een school vliegende vissen of van die duikelende bruinvissen. Heel leuk om die beestjes zo bezig te zien.

Alweer een foto vanaf het voordek en ook nu weer in de richting van de brug van het schip

Vrijdag 26 oktober 1945. We slaan weer enkele dagen over. Dat komt omdat er tijdens deze dagen simpelweg niets gebeurde wat betekenis heeft. De zee is nu wel iets wilder en het is een stuk frisser. Deze temperatuur is in ieder geval veel beter dan die hitte op de Rode Zee. De afgelopen dinsdag en woensdag heeft het zelfs een beetje geregend. Gisteren werd er 1 £ soldij uitbetaald en vandaag hebben ze 200 sigaretten in ontvangst genomen.

Zaterdag 27 en zondag 28 oktober 1945. Zaterdag moeten de jongens extra corveedienst doen, ze moeten de bemanning helpen om het dek schoon te maken. Zondag is een dag als alle zondagen, dus ook weer een kerkdienst en verder zijn er alweer geen bijzonderheden.

Er wordt trouwens behoorlijk veel gegokt aan boord. Bij de Hollanders gaat het dan om wat kleingeld of sigaretten, maar bij die Australiërs gaat het er veel ruiger aan toe. Bij hen gaat het vaak om ponden tegelijk. Een keer werd er zelfs 40 pond ingezet en dan hoefden ze alleen maar te kiezen tussen kop of munt en dan is het al gebeurd.

Freemantle

Maandag 29 oktober 1945. Niet lang nadat ze zijn opgestaan komt eerst een eiland in zicht en al vrij snel daarna Freemantle, het havengebied van Perth. Als ze om 10.00 uur deze haven binnenvaren, dan zien ze links van het schip een pier die uit rotsen is samengesteld en rechts opslagplaatsen van de Shell en van enkele andere bedrijven. Het is de bedoeling dat ze hier van boord gaan.

Als ze nog maar net aan de kade liggen komt er vanuit Brisbane bericht. Het Hoofkwartier van de KNIL meldt het volgende: Vanaf heden worden er geen Nederlandse militairen meer toegelaten in Australië! Zou dat met de toestand in Ned. Indië te maken hebben? Is de verstandhouding tussen de Australische en Nederlandse regering dan zo slecht geworden?

De haven van Freemantle is hun eerste contact met het vaste land van Australië

Een deel van de Australische militairen gaat hier wel van boord. Het is overigens best aandoenlijk om te zien hoe de jongens van de R.A.A.F. hier worden ontvangen. Welcome Home, wordt er luidkeels geroepen en een muziekkorps zorgt er voor dat hun ontvangst alleen maar mooier wordt. Met veel muziek en luid gezang gaan de RAAF-mannen van boord en een hartelijk thuiskomst wordt hen daarbij toegewenst. Hierbij moeten de Hollandse jongens natuurlijk meteen aan hun vertrek uit Holland denken.

De haven van Freemantle is vrij klein en de stad stelt ook niet zo veel voor. Hier zitten wel veel Hollanders die uit Indië zijn gevlucht voor de Jappen of voor de onlusten. Volgens deze mensen schijnt het daar momenteel erg ruw aan toe te gaan.

In de loop van de dag komt er een Luitenant ter Zee aan boord en vertelt het een en ander over zijn ervaringen in Indië. Hij heeft de slag op de Java Zee meegemaakt en is commandant op een duikboot geweest, eigenlijk heeft hij overal gezeten. Ook vertelt hij dat de Duitsers voor de havens van Sydney, Melbourne en Freemantle hebben gelegen. Het enige voordeel van deze tussenstop is, dat de jongens hier 10 sinaasappels kunnen kopen voor slechts 1 shilling. Sommigen weten met meisjes op de kade een gesprek aan te knopen en daarbij zelfs wat te flirten.

Op de kade van Freemantle speelt een kapel vrolijke marsmuziek voor de terugkerende RAAF-militairen en dus niet voor de Hollandse achterblijvers

Dinsdag 30 oktober 1945. Vanochtend om 06.00 uur valt een van de jongens ineens met een smak op de grond wakker. Een van zijn lollige maatjes wist hem met het alom bekende truckje uit zijn hangmat te wippen en dat was natuurlijk meteen schaterlachen. Om 08.00 uur begint het s.s. "Stirling Castle" weer te varen, maar waarheen is niet bekend. Ook de Majoor weet daar geen zinnig woord over te vertellen. Volgens hem maakt dat ook niet zo heel veel uit. Ze moeten de moed er maar in houden, want ze zullen vast wel ergens terecht komen!  

Woensdag 31 oktober 1945. Gedesillusioneerd varen ze verder richting het zuiden. Vooral bij Tasmanië worden ze begeleid door bijzonder grote albatrossen, vliegend en soms als onbetaald passagier rustend op een van de scheepsmasten. Vandaag varen ze ook door een gebied waar veel walvissen moeten zitten, maar helaas laten deze kolossen zich dit keer niet zien. Vanavond om 20.30 uur is er ter ontspanning een fraai toneelstuk, iedereen geniet ervan en alles bij elkaar wordt het een goed verzorgde avond.

Donderdag 1 november 1945. Bij het ontwaken ziet het er behoorlijk mistig uit en ze varen nog steeds ten zuiden van het Australische continent. Mede door de mist is het nu tamelijk fris, zo fris dat de jongens beginnen te klagen omdat ze het ’s nachts koud hebben. Nieuwe berichten over Java melden dat een KNIL-officier door nationalisten is doorgeschoten en een Engelse vliegenier bij Soerabaja werd vermoord. Nog voordat de middag aanbreekt is er dicht bij de kust een vliegdekschip te zien.

De jongens die eerder werden ingedeeld voor corveedienst in de kantine doen dat nog steeds, 's ochtend is dat in het droge gedeelte en ’s middags in het natte gedeelte van de kantine. Velen beginnen zich langzamerhand af te vragen of het thuisfront zich al zorgen om hen maakt, want ook zij zullen de berichten over al die onlusten horen. Een ding is zeker, het s.s. "Stirling Castle" vaart nog steeds moedig verder naar een totaal onbekende bestemming.

Op het bovendek wordt momenteel volop genoten van de zon

Vrijdag 2 november 1945. Vanochtend passeren ze aan bakboordzijde een kruiser en verder verloopt deze dag eigenlijk zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Wel zijn de berichten uit Indië het volgende: De Engelsen hebben het vermoeden dat er binnen 24 uur een aanval is te verwachten van Soekarno. Mogelijk bij Soerabaja? Ook werd er weer een Britse officier vermoord. Hij reed met twee collega's in een auto met witte vlag. Toen ze aan het onderhandelen waren werd hij ineens doodgeschoten. De andere twee officieren wisten nog net op tijd aan hun belagers te ontkomen. Door dit alles is de toestand natuurlijk behoorlijk aangescherpt.

Nou, ze moeten de jongens op het s.s. "Stirling Castle" maar zo snel mogelijk gereedmaken, want dan kunnen ook zij eindelijk optreden! Hoewel, er zijn inmiddels ook al vermoedens dat sommige jongens aan boord proberen om bij een ander onderdeel te komen. De schijters! Hebben ze dan nu pas door dat ze bij een gevechtsonderdeel zitten? Constant blijven er nu bericht uit Indië binnenkomen. Nu ook weer dat het derde Chinese leger slaags is geraakt met de communisten. Afijn, ze zullen het straks wel merken. 

Zaterdag 3 november 1945. Vandaag zijn ze nog 500 zeemijlen verwijdert van Sydney en varen momenteel in de Tasmanzee op redelijke afstand van het vaste land, met Tasmanië aan stuurboordzijde, ook wel Van Diemensland genoemd. Vanavond krijgen ze van Sergeant Brouwer een bijzonder interessante lezing over Australië. Hij vertelt daarbij hoeveel namen in deze streek doen denken aan ons eigen Holland, zoals Rottnest, Arnhembaai, Kaap Heemskerk, Zeehaan, Nieuw-Zeeland enzovoort.

Protesten in Sydney

Zondag 4 november 1945. Bij het opstaan ligt het schip ergens op zee stil, om 08.00 uur vaart het weer en na het ochtendeten komt de kust in zicht. Om ongeveer 10.30 uur naderen ze Sydney en om 12.00 uur varen ze de haven binnen. Voordat de kade is bereikt zien ze steile rotsen en gebergte. Eenmaal in de stad meert het schip niet ver van de Sydney Harbour Bridge aan bij de Woolloomooloo Bay. Als ze om 13.00 uur aangemeerd liggen zien ze ook het Nederlandse Rode Kruisschip s.s. "Tjitjalengka" liggen, dat momenteel onder Engelse vlag vaart. Sydney is een geweldig mooie stad en gelegen aan een van oorsprong natuurlijke haven. Het wemelt in de haven van de vissen die een klein beetje aan karpers doen denken. Nadat ze even boven water zijn uitgesprongen en weer terug in het water vallen, zwemmen ze massaal op het schip af en verdwijnen dan weer. De Sydney Harbour Bridge is vanaf het schip nog goed te zien, hij doet een beetje denken aan de brug bij Nijmegen, maar dan een stuk groter.

Niet ver van de Sydney Harbour Bridge ligt het s.s. "Stirling Castle" aan de kade

Inmiddels ziet het zwart van de mensen op de kade, dus aan belangstelling ontbreekt het blijkbaar niet. Ook varen er bootjes bij het s.s. "Stirling Castle" met mensen die allerlei gebaren maken. Het ontvangst blijkt dus toch niet zo geweldig te zijn als ze denken. Als de bootjes langszij liggen beginnen ze met behulp van megafoons meteen kenbaar te maken dat de militairen aan boord hier niet welkom zijn. Onze jongens reageren daar fel op, want dat laten ze zich niet zeggen. De megafoons overstemmen ze door luidkeels liederen te zingen. Op de kade staat het natuurlijk ook vol met oproerkraaiers, want ook daar laten honderden Australische en Indische communisten van zich horen. Ze zijn blijkbaar goed georganiseerd, want de communistische vakbond is ook aanwezig. Zelfs zeelui en havenarbeiders hebben ze omgepraat en staan aan hun kant. Dat is natuurlijk niet erg, maar die havenarbeiders kunnen er wel voor zorgen dat er straks geen proviand aan boord komt. Over en weer wordt er met van alles gegooid en niet alleen de communisten worden hierbij geraakt, ook twee van onze jongens moeten gewond afgevoerd worden. Uiteindelijk worden die gasten met 4 of 5 brandslangen zo nat gespoten dat ze genoodzaakt zijn om te verdwijnen.

  

Met behulp van bootjes en megafoons laten de communisten goed van zich horen

Het is dus wel duidelijk dat een opleiding hier in Australië er niet meer in zit. Ze mogen trouwens helemaal niet van boord. De Australische regering had het aanbod voor een training natuurlijk allang ingetrokken, ze konden ook niet anders met al die protesten! Dat zal ook komen omdat het hier wemelt van de Indische mensen. Zij hebben immers al zo lang op een zelfstandige republiek gewacht en de bemoeienissen van de Nederlanders zijn ze allang beu.

Maandag 5 november 1945. Ondanks alle protesten is het momenteel prima vertoeven hier aan boord. Volgens Australische kranten is er een hittegolf op komst en dan vrezen de autoriteiten voor bosbranden. Ook aan boord is de drukkende warmte nu goed merkbaar. Dat ze hier niet aan land mogen heeft volgens hen ook wel een beetje te maken met de stakende havenarbeiders, want die zijn niet bereid om de Hollanders ook maar ergens mee te helpen.

Zelfs de Australische R.A.A.F-militairen die gisteren van boord gingen werden niet geholpen, ze moesten zelf maar uitzoeken hoe ze hun bagage meenamen. Vanaf heden zullen alle vertrekkende schepen waar Hollandse militairen opzitten niet worden voorzien van olie, water en kolen. Het zijn hier dus allemaal communistische smeerlappen! Hen werd ook wijs gemaakt dat onze scheepsruimen vol zitten met wapens. Dat is dus typisch hun manier om ons Hollanders te belasteren! In de communistische bladen worden de Hollanders zelfs de onderdrukkers van Indië genoemd.

Achteraf gezien hadden onze jongens te laat door dat zelfs een aantal Australische militairen, die nu dus al van boord zijn, hun ook verweten dat ze naar Indië onderweg zijn. Hebben ze dan zelf niet voor hun vaderland en vrijheid gevochten? En hebben ze zelf geen kameraden verloren in de strijd tegen de Moffen? Vuile huichelaars!

Inmiddels zijn de berichten uit Java wel iets gunstiger. Britse militairen (zo'n 2500 stuks) hebben Soerabaja verdedigt tegen wel 25.000 rebellen. Ook de Russen steunen de rebellen, maar dat was natuurlijk wel van ze te verwachten. Er doen berichten de ronde dat onze jongens zaterdag misschien op een ander schip moeten overstappen? Dus tot die tijd moeten ze zich nog op het s.s. "Stirling Castle" zien te vermaken. Eigenlijk beleven ze hier in de haven best een nare tijd en zitten dus niet echt te wachten om nog tot zaterdag te moeten blijven.

  

Met brandslangen worden de communisten drijfnat gespoten en sommigen raken in de strijd zelfs gewond

Stuur ons toch meteen door naar Indië, denken de meesten. Onze bondgenoten zitten daar ongetwijfeld met smart op ons te wachten. Nu moeten die arme mensen daar noodgedwongen in kampen blijven. De rebellen zullen, als ze daar de kans toe krijgen, vast niet zachtzinnig met deze arme mensen omgaan. Haat en nijd koesteren ze tegen iedereen die blank is!

Vanmiddag vindt er een aardig voorval plaats. Een roeiboot met daarin 4 jongens en 1 meisje proberen onze jongens via een megafoon op te ruien met communistische en revolutionaire berichten. Toen ze ook op onze koningin begonnen te schelden waren de rapen gaar en heeft dat niet lang geduurd. Meteen hangen de jongens over de reling en zorgen ervoor dat ze niet meer te verstaan zijn. Ook een lading lege flessen wordt naar beneden gegooid, zodat deze als projectielen om hun oren vliegen. De mannen op het hiernaast gelegen hospitaalschip s.s. "Tjitjalengka" staan daar volledig achter, want zij zijn bondgenoot. Als de Kapitein opdracht geeft om de Nederlandse vlag te hijsen, komt hun vaderlandsliefde pas echt los. Luidkeels beginnen ze het Wilhelmus te zingen, zodat het tot ver in de havens is te horen. Na ook nog onvervalste Hollandse liedjes ten gehore te brengen verdwijnen ze uiteindelijk uit beeld.

Een van de vele schepen die in de haven van Sydney liggen is dit gigantische vliegdekschip

Dinsdag 6 november 1945. In een krant wordt geschreven dat Soekarno aan de kant van de Jappen stond en dat de Australische regering niets anders dan deze houding kon aannemen. Wij Hollanders zijn toch een bevriende natie van hen? Ze moesten zich niet zo laten beïnvloeden door zo'n stelletje lapzwansen. Hardwerkende Australiërs denken er in het algemeen net zo over als wij en hebben zelf ook een hekel aan communisten. Vanmiddag wordt er gymnastiek gegeven en verder verloopt de dag rustig.

Woensdag 7 november 1945. Als ze rond het middaguur de maaltijd aan het nuttigen zijn, verschijnt hetzelfde communistische roeibootje weer en ook op de kade staat het vol met die gasten. Ze schreeuwen alsmaar: Ga terug naar Holland! Geen wapens voor de Hollanders! Heil Hitler! Stelletje Nazi’s! Over de scheepsradio klinkt ineens als antwoord: Jongens toon wat jullie kunnen want de vijand is er weer! En ja hoor, onze jongens laten meteen zien waartoe ze in staat zijn. Van alles wordt in de richting van de oproerkraaiers gegooid, zelfs borden, glazen en bestek. Twee van die knakkers raken dusdanig gewond dat ze meteen naar het ziekenhuis moeten. Aan Hollandse kant is dit keer slechts een licht gewonde te betreuren. Op de kade blijft het onrustig, zelfs de bemanning van het schip is er bij betrokken, maar gelukkig laat de politie ook van zich horen. Nadat zo'n zeven communisten tegen de grond zijn geslagen keert de rust eindelijk terug. Zo zie je maar, hier is iedere dag wel wat te beleven en zelden iets goeds.

 

Met kreten als 'NO ARMS FOR THE DUTCH' protesteren de communisten op de kade

Donderdag 8 november 1945. Vanochtend staat er een artikel in een Australisch dagblad, waarin er schande wordt gesproken over de communistische daden van de afgelopen dagen. De Hollanders hadden per slot toch veel van hun schepen en manschappen opgeofferd in de slag op de Java Zee en dat hebben ze toch ook voor de Australiërs gedaan! Gelukkig zaten er aan boord ook Australische RAAF-militairen die de jongens een telegram hebben gestuurd, waarin ze wel hun blijdschap tonen over de Hollandse standvastige houding.

Ondanks alle problemen wordt het vanavond heel gezellig, waarbij landgenoten aanwezig zijn die in Sydney wonen. Ook deze mensen uiten hun vaderlandsliefde en de liefde voor de Koningin. Zelfs de Nederlandse Consul is aanwezig. Tijdens enkele toespraken is eerst onze Majoor aan het woord en daarna de Consul. Voor de nodige ontspanning zijn er muziekoptredens, waaronder 2 Hollandse dames die prachtig kunnen zingen. Vaandrig Meijerink is ook van de partij, hij geeft enkele voordrachten die allemaal met de bezettingstijd te maken hebben. Het was werkelijk één grote eenheid met al die Hollanders uit Sydney erbij. Met een daverend applaus werd deze avond afgesloten.

Vrijdag 9 november 1945. Vandaag moeten de jongens zich voorbereiden voor de overstap op een ander schip, want morgen of zondag zal het zover zijn. Alles moeten ze dusdanig inpakken en klaarzetten, zodat ze zonder oponthoud van boord kunnen.

Zaterdag 10 november 1945. Vandaag komen enkele brieven van vooraanstaande Australiërs aan boord. Hierin bieden zij hun verontschuldiging aan voor alles wat de afgelopen dagen is voorgevallen. Ook wordt vandaag op het voordek voor de allerlaatste keer gemeenschappelijk en met volle borst enkele liederen ten gehore gebracht, met als slot het Wilhelmus.

Met het s.s. "Moreton Bay" richting Java

Zondag 11 november 1945. Er wordt dit keer geen kerkdienst gehouden, daar is nu echt geen tijd voor want ze vertrekken! Om 11.00 uur beginnen de jongens met de overstap op hun nieuwe schuit. Dat is het s.s. "Moreton Bay", deze 10.000 ton metende Engelse schuit is een heel stuk kleiner dan het s.s. "Stirling Castle". Het schip ligt aan dezelfde kade en pal achter het s.s. "Stirling Castle", dus ver hoeven ze niet te lopen. Nog voordat de eerste jongens aan boord willen, vertrekken een groot aantal bemanningsleden van het s.s. "Moreton Bay". Zij zijn blijkbaar solidair met de communisten.

   

De overstap op het s.s. "Moreton Bay" is hun enige contact met Australisch grondgebied

Tijdens de korte wandeling naar hun nieuwe schuit (Foto Harrie van Steijn die bij het GBI zit)

Ondanks alweer nieuwe problemen gaat de overstap naar de "Moreton Bay" gewoon door. Als iedereen aan boord is moeten er sleepboten komen om het schip de haven uit te trekken, maar ook die assistentie kunnen ze vergeten. Zelfs de bemanning van de sleepboten weigeren om op te komen draven. Als er besloten wordt om dan maar op eigen kracht te vertrekken, blijkt het dat er een net voor het laden en lossen met een stalen kabel stevig om een schroef zit vastgebonden. Dus nu kunnen ze nog niet vertrekken. Het bevoorraden van proviand was ook al niet gelukt, want ze vinden dat de Hollanders dat zelf maar moeten opknappen. Als om 18.00 uur 2000 communisten de kade komen opdraven, laten de goedwillende bemanningsleden van het schip meteen blijken dat zij niet op hun aanwezigheid zitten te wachten en dat ze snel moeten opsodemieteren.

Wat de Australische kranten schrijven

Maandag 12 november 1945. Het s.s. "Moreton Bay" is trouwens geen onbekend schip, het werd tijdens de invasie op Sicilië ook al ingezet. Vanochtend zijn ze al vroeg begonnen om de schroef van het schip te ontdoen van dat net. Twee keer moest een duiker onder water voordat het net verwijderd was. Tijdens een nieuwe poging om het schip te bevoorraden hebben alweer een stuk of tien havenarbeiders het werk neergelegd, maar om 17.30 uur is het dan toch gelukt. De trossen van het schip kunnen dus echt los! Het s.s. "Moreton Bay" kan nu eindelijk, maar nog wel op eigen kracht, de haven verlaten. Bij het wegvaren staan er goedgezinde Australiërs op de kade om de jongens uit te wuiven. Het is een prachtig gezicht om zo'n schip in de avonduren een haven uit te zien varen. Eindelijk zijn ze verlost van al dat schorem en om 20.30 uur varen ze alweer op volle zee.

Vaarwel Sydney, we zullen dit ontvangst nooit vergeten! En nu met frisse moed naar Java. De jongens weten maar al te goed met welke vijand ze straks te maken krijgen. Inlanders steken die arme mensen daar gewoon hun ogen uit en ledematen worden zonder pardon afgehakt. Het zijn allemaal schoften aldus een verslag in een Engelse krant en zulke berichten maken onze jongens alleen maar kwader.

Dinsdag 13 november 1945. Het stormt en regent al de hele dag en vooral vanavond gaat het behoorlijk tekeer. De kust blijft de hele dag in zicht, maar over vandaag is er verder niet zo heel veel te melden. Alleen dat ze vanmiddag Maleise les en aardrijkskunde hebben en vanavond theorieles in het omgaan met een stengun.

Woensdag 14 november 1945. Om 06.00 uur staan de jongens op en om 07.00 uur is het etenstijd. De kust is zichtbaar en het regent nog steeds. Vanmiddag verliezen ze het zicht op het vaste land en is er alleen nog water en enkele passerende schepen te zien. Volgens de laatste berichten mogen 6000 Nederlandse militairen, die met het s.s. "Nieuw Amsterdam" onderweg zijn naar Batavia, daar niet aan land. Ze moeten dus noodgedwongen uitwijken naar Malakka of Singapore. Om 14.00 uur hebben ze weer Maleise les, daarna U.P.T.L en om de middag af te sluiten is er ook nog een sloepenrol. Vanavond krijgen ze te horen dat het kabinet van Soekarno is afgetreden en dat nu een nieuwe nationalistische regering gevormd moet worden. Misschien wordt dat een regering die wél bereid is om te onderhandel?

Donderdag 15 november 1945. Bij het opstaan zijn aan weerszijden van het schip eilandjes te zien, het zijn de Kanaaleilanden die door de eeuwen heen gevormd zijn door allerlei kanaaldiertjes. Om 10.00 uur varen ze langs een rots die net boven water uitsteekt en waar een schip aan de grond ligt. Niet zo heel veel later bereken ze de Great Barrier Riff en zien daar koraalriffen die bij eb boven water uitsteken. Dat is werkelijk schitterend om te zien. Even later zien ze aan bakboordzijde het schiereiland York en in de avonduren varen ze langs nog veel meer eilandjes.

Met Kaap York hebben ze het uiterst noordelijke deel van Australië bereikt

De berichten zeggen dat er in Indië twee Generaals gevangen zijn genomen en dat ze naar Singapore worden gebracht. Daar zullen ze dan vast wel terecht worden gesteld, want zij zouden de opstandelingen aan wapens hebben geholpen.

Vrijdag 16 november 1945. Als ze de uiterst noordoostelijke punt van Australië hebben bereikt, varen ze meteen over het smalste deel tussen Australië en Nieuw-Guinea. Helaas zullen ze van Nieuw Guinea niets te zien krijgen. De jongens beginnen zich nu toch wel af te vragen waar dit alles op uitdraait. Wie heeft toch de kennis om hun te vertellen wat ze te wachten staat? Zo langzamerhand beginnen ze zich te vergelijken met de joden, die vlak voor het uitbreken van de oorlog ook zo maar over zee voeren en niet wisten waar ze terecht konden.

Momenteel varen ze weer langs heel wat eilandjes, grote en kleine en de meesten steken maar net boven de zee uit. Om de scheepvaart te waarschuwen zijn diverse van die eilandjes gemarkeerd met een baken of vuurtoren. Dat is ook wel nodig want ze steken niet altijd boven de zeespiegel uit. Aan het begin van de avond hebben ze een lezing over de gezondheidsnormen in Indië. Behandeld, of beter gezegd naar voren komen de gevolgen van malaria en geslachtziekte, maar voor dat laatste zijn ze al zo vaak gewaarschuwd. De berichten zeggen dat vanuit Amsterdam eindelijk weer een vliegtuig van de KLM is aangekomen in Batavia. Een minder leuk bericht is, dat er 200 mensen zijn omgebracht door sluipmoordenaars, waaronder 144 Hollanders en een leuk bericht werd nagestuurd door inwoners uit Sydney. Zij delen hierin mee dat ze de jongens goed gezind zijn en dat ook zullen blijven.

De brief gericht aan Majoor Steenhouwer 

Wilt u zo vriendelijk zijn om uw troepen onze verontschuldiging aan te bieden, dit is namens alle Australiërs die het juist goed voor hebben met jullie. En dat wij de afschuwwekkende scenes, vertoond door lieden van het slechte soort, ten sterkste afkeuren. U moet weten dat de wereld vol is van stomme idioten en die hebben wij helaas ook in ons midden. Als die lui werkelijk zouden verlangen om voor de Indonesiërs te willen vechten, (waar wij overigens sterk aan twijfelen, omdat ze ook niet hebben meegevochten voor Australië) waarom gaan ze dan niet zelf? Hopelijk wilt u onze namen niet vrijgeven, want we zoeken geen publiciteit. We willen u alleen laten weten dat er ook voldoende oprechte Australiërs zijn.

De brief gericht aan de C.O.T. van 09-11-'45 toen ze nog op het s.s. "Stirling Castle" verbleven

Gaarne schrijf ik u een paar regels, niet alleen namens mij, maar naar mijn overtuiging ook namens de meerderheid der inwoners van Sydney. Ik wil u meedelen, hoe ik met afschuw ben vervuld, over de behandeling die u ontving tijdens uw verblijf hier, door u geen toestemming te geven om aan wal te gaan. Ruim 95 procent van onze mensen heeft zich hieraan geërgerd. Wij zouden graag hebben gezien, dat u, uw officieren en manschappen de gastvrijheid hadden ontvangen, die wij u allen verschuldigd zijn. Dit om onze dankbaarheid te tonen voor het geweldige aandeel dat uw mannen hebben gehad in de afgelopen oorlogsjaren. Ik sluit hierbij een krantenknipsel bij uit de ‘Sydney Morning Herald’. Daar wil ik graag aan toevoegen, dat ieder weldenkend mens de woorden van Ms. Bruxner onderschrijven. Wij hopen dat deze vervelende kwesties snel opgelost worden en dat onze gastvrijheid u allen tegemoetkomt. Het allerbeste en succes.

Hoogachtend: Miss. E. Hand.

Zaterdag 17 november 1945. Het artikel uit de 'Sydney Morning Herald' waar miss E. Hand het in haar brief over heeft kan ik u helaas niet tonen, dus gaan we verder met de reis. Het schip vaart momenteel over een spiegelgladde zee en het is behoorlijke warm. De hele dag door zijn er rotsen te zien, zowel op de eilandjes als aan de kust. Als ze Nieuw Guinea voor het grootste deel zijn gepasseerd varen ze op de Arafurazee, waar om 17.00 uur een loods aan boord komt en de post van boord gaat.

Zondag 18 november 1945. Het is zondag en dan is er een kerkdienst. Eerst wordt Ps.27:1.3.7. gezongen, vervolgens staand de geloofsbelijdenis waarbij uit Ps.91 de tekst van Ps.91.4a wordt voorgelezen. 'We zullen veilig onder de vlerken van Gods bewarende hand zijn'. Slotzang is Ps.68:1.10. Ter afsluiting wordt het eerste couplet van het Wilhelmus gezongen. Vanwege het mooie weer wordt deze dienst op het bovendek gehouden. Vandaag eisen de vliegende vissen weer de nodige belangstelling op en de klok moet dit keer een heel uur worden teruggezet.

Bestemming alweer gewijzigd

Maandag 19 november 1945. Om 10.00 uur wordt bekend gemaakt dat ze toch niet naar Batavia gaan, maar doorvaren naar Penang (Malakka). Hierdoor zijn de jongens erg teleurgesteld, want ze gaan natuurlijk liever naar Batavia. Omdat ze nog een training moesten volgen is het eigenlijk ook wel beter zo. Trouwens, als oorlogsvrijwilligers moeten ze zo'n teleurstelling met verheven hoofd kunnen aanvaarden. Zouden zij de enige zijn die met een schip zo doelloos heen en weer gestuurd worden? 

Vanmiddag vaart het s.s. "Moreton Bay" ongeveer 150 mijl ten noorden van Port Darwin en dat is ter hoogte van de Timorzee. Tegen de avond verandert het schip van koers en vaart dan in noordelijke richting verder, zodat het langs de oostkust van Timor komt te varen. 

Dinsdag 20 november 1945. Bij het opstaan merken ze dat het schip stilligt. Er is een motor uitgevallen, maar na enige tijd kunnen ze alweer verder varen. Wel gaat het nu heel langzaam en in dit tempo zal het zeker nog 10 mijl doorgaan. Wat de reden hiervan is krijgen ze niet te horen. In de middag varen ze over de Bandazee, nu met het eiland Timor aan bakboordzijde. Vanmiddag hebben ze een repetitie in Maleis en daarna theorieles geweer. Om 17.00 uur draaien de motoren van het s.s. "Moreton Bay" eindelijk weer op volle toeren.

Woensdag 21 november 1945. De hele dag zijn de bergen van de Kleine Soenda-eilanden te zien, deze bergen zijn een stuk groter dan die op Timor. Vanmiddag varen ze ter hoogte van de Floreszee. Na de Maleise les wordt door Luitenant de Witte een lezing gegeven over Ned. Indië en vanavond om 20.30 uur wordt er een discussie gevoerd onder leiding van een veldprediker.

Even gezellig wat bijpraten op het bovendek

Donderdag 22 november 1945. Vanochtend wordt al meteen bekend gemaakt dat ze eerst Singapore zullen aandoen en daarna naar Penang doorvaren. Nadat ze de eilandengroep Soemba, Soembawa, Lombok en Bali zijn gepasseerd komen ze op de Javazee te varen. Vanmiddag is er weer uitbetaling van 1 pond soldij. Om 17.00 uur passeren ze een eilandje waar heel veel zeilbootjes liggen en vanavond zijn er weer vliegende vissen te zien. Hoewel, zo noemen ze deze lichtgevende visjes omdat ze de juiste naam niet weten. Het weer is momenteel erg helder, zodat de maan zijn lichtbundels rijkelijk over het water kan laten schijnen. De berichten zeggen dat het op Java momenteel erg onrustig is.

Vrijdag 23 november 1945. Omdat de jongens vanochtend tamelijk vroeg wakker zijn, kunnen ze van de opgaande de zon genieten en dat is altijd weer prachtig om te zien. Inmiddels zijn ze het meest westelijk deel van Java voorbijgevaren, zodat ze ongemerkt Batavia zijn gepasseerd. Helaas blijft het weer niet de hele dag mooi, want in de loop van de middag begint het licht te regenen. Vanmiddag hebben ze Maleise les en voor de verandering ook maar weer eens een sloepenrol. Na het avondeten heeft een groepje jongens met de bemanning van het schip zitten handelen, zo bieden deze Engelse zeelieden luxe goederen aan, waaronder vulpennen en horloges.

Zaterdag 24 november 1945. De zee is vandaag spiegelglad en tegen de middag varen ze ter hoogte van de eilanden Banka en Billiton. De laatste vierentwintig uur heeft het schip alweer 326 zeemijlen afgelegd, zodat de reis vordert. Bij het verlaten van de Javazee spreekt de Majoor zijn waardering uit over de heldendaad die in '42 hier op de Javazee mede door onze marinemensen werd verricht. Hij heeft het over 'De slag op de Java Zee'. Dit feit wordt door een ogenblik van eerbiedige stilte herdacht op het bovendek. De handelslust tussen scheepsbemanning en enkele jongens heeft er voor gezorgd, dat de leren tas gekocht door Gerard van der Linde via de reling het ruime sop heeft gekozen. De reden is onbekend!

Zondag 25 november 1945. Vanochtend komt er land in zicht, dat is dus de voorbode dat ze Singapore naderen. Na het ontbijt komen enkele schepen voorbij die geladen zijn met legertrucks en kanonnen. Die zullen vast wel onderweg zijn naar Java. De gehele ochtend hebben ze corveedienst, zodat er verder niet zo heel veel te beleven is. Blijkbaar gaat het schip toch niet bij Singapore voor anker, want om 10.00 uur worden de motoren alweer gestart. Afijn, zo krijgen ze Singapore toch nog even te zien, al is dat van grote afstand. Dus nu gaan ze meteen door naar Penang. De hele dag zijn langs de westkust van Malakka eilanden te zien. Omdat ze nu dicht langs de kust varen is er van Sumatra niets te zien. Momenteel staat er een stevig briesje, zodat het tamelijk afkoelt.

Berichten van het front

Java: De opperbevelhebber van de geallieerden Generaal Christiaan heeft de commandant van het 16e Japanse leger opdracht gegeven, om met zijn mannen naar drie voormalige concentratiekampen te gaan. Zodat nu zo'n 2000 ongewapende Japanners daar naar toe onderweg zijn. Volgens Reuter zitten er nu nog 60.000 Japanners op Java.

Batavia: Afgelopen vrijdag heeft de strijd op Java zich van het westen verplaatst naar het oosten. Zowel Britse als Brits-Indische troepen hebben vrijdagavond gestreden bij Semarang en het zuidelijker gelegen Ambawara. Dat is dus het centrale deel van Noord-Java. Manschappen van het 19e regiment Gurkha’s zijn daardoor te Ambawara nog steeds niet ontzet. Zij zijn namelijk op een sterk Indische tegenstand gestuit. Van Indische kant zijn daarbij wel 200 man gesneuveld. Nu proberen de rebellen met zo'n 1000 man via het oosten Semarang te bereiken, maar worden door Britse kanonnen onder vuur genomen. Ter versterking is er bij Semarang een Britse torpedobootjager aangekomen. Er wordt gezegd, dat Generaal Richard Bethell Japanse militairen gebruikt, om daarmee de extremisten uit dorpen te jagen. Dat zou hij moeten doen omdat zijn eigen strijdkrachten te veel verspreid liggen over Midden-Java. Inmiddels zijn Brits-Indische troepen er in geslaagd om het zuidoosten van Soerabaja schoon te vegen, maar dit dan wel met behoorlijke tegenstand. In Buitenzorg hebben Gurkha’s een Duitse marineofficier gevangen genomen die daar over straat rondzwierf. Hij was nog wel in uniform, maar droeg een armband van het Rode Kruis ter misleiding.

Batavia: Britse vliegeniers hebben tussen Batavia en Medan een neergestort vliegtuig zien liggen. Op de plaats des onheils bleken alle inzittenden te zijn gedood en van sommigen was zelfs het hoofd van de romp gesneden. Als vergelding worden daarom enkele omliggende dorpen ontruimd en in brand gestoken.

Tijdelijk verblijf op Penang (Bayan Lepas)

Maandag 26 november 1945. Onder begunstiging van prachtig weer kunnen de jongens de hele dag genieten van de vele schilderachtige eilandjes langs deze route. Om 19.00 uur naderen ze het grootste eiland en dat is Penang. Dit zal voorlopige hun eindbestemming zijn. Morgen gaan ze zelf van boord en vanavond alvast hun bagage.

Op de rede van Penang gaat het s.s. "Moreton Bay" voor anker

Dinsdag 27 november 1945. Om 04.30 uur moeten ze al opstaan omdat om 06.00 de 1e compagnie aan land gaat. Omdat de haven te ondiep is voor het s.s. "Moreton Bay", moeten ze met behulp van een landingsvaartuig aan land worden gezet. De tweede groep die van boord gaat is om 07.45 uur aan de beurt. Als iedereen aan land is worden ze met trucks naar een kamp gebracht. Overal waar ze rijden ziet de omgeving er prachtig uit, mooie groene bergen, veel palmbomen en natuurlijk pisangbomen. Alles is nu opeens werkelijkheid. Als je eenmaal midden in de tropen bent zou je er eigenlijk nooit meer vandaan willen. Nadat ze een vliegveld zijn gepasseerd arriveren ze om 11.00 uur bij een voormalig Japans kamp. In dit kamp staan diverse zo te zien nieuwe barakken, maar er blijken er ook heel wat nog in aanbouw te zijn. Dat komt vermoedelijk omdat ze hier 2 dagen geleden pas te horen kregen dat ze naar dit kamp kwamen. Dat zal misschien ook de reden zijn dat ze pas om 14.30 uur eten krijgen.

Er wordt al meteen met nadruk op gewezen, dat het streng verboden is om zonder toestemming naar de stad te gaan. Dat komt omdat de communisten en nationalisten ook hier voor gevaar kunnen zorgen. Enkele dagen geleden zijn hier namelijk nog Europeanen vermoord, zodat voorzichtigheid noodzakelijk is. In ieder geval hoeven ze vandaag nog geen dienst te doen. Dat kan ook niet, want daar is nog helemaal niets voor geregeld. Trouwens het regent hier pijpenstelen. Bij het avondappel zingen ze voor de verandering maar weer eens luidkeels het Wilhelmus. Vannacht kunnen ze nog niet op hun kribben slapen, zodat dit op de grond moet. Wel krijgen ze vannacht voor het eerst met een klamboe te maken. Na twee maanden in een hangmat slapen zullen ze ook daar wel aan wennen. Er wordt trouwens wel goed geslapen vannacht. Overdag wordt er momenteel vooral geluierd en wat rondgehangen met de inlanders uit de buurt, maar daar zal wel snel verandering in komen. Aan de inlanders kunnen de jongens merken dat ze worden bewonderd, maar soms ook wantrouwend kunnen overkomen. Hun kinderen zijn heel anders, die lopen met het grootste gemak om je heen te huppelen. Op Penang komen de meesten voor de eerste keer in aanraking met kokosnoten, dat is ook wel logisch want je kunt ze hier zo uit de boom plukken.

Woensdag 28 november 1945. Om 06.00 uur moeten ze opstaan en om 08.00 uur is er appèl. Tot nu toe is nog lang niet alles goed geregeld en blijft het dus behelpen. In de ochtenduren hebben ze exercitie en vanmiddag gaan een aantal jongens zwemmen in een meertje waar ook een waterval is.

Donderdag 29 november 1945. Het regent flink vanochtend. Dienst hebben ze niet, dus dan maar van alles in orde maken in en rond de barakken. Wel krijgen ze nu te horen wat er in dit kamp wel en niet mag en ontvangen ze vandaag tien dollar soldij.

Vrijdag 30 t/m zaterdag 1 december 1945. Om 06.00 uur is er reveille en om 07.00 uur gaan ze ontbijten. Na het appèl van 08.00 uur hebben ze tot 11.00 uur exercitie en vervolgens rust tot 14.00 uur. De hele dag is het heerlijk weer en vanmiddag is het de hoogste tijd om de kleren te wassen. Ook vanavond moeten ze binnen het kamp blijven. Op zaterdag gaat alles zo zijn gangetje. Meteen na het appèl van 08.00 uur hebben ze een bergmarsje, waarbij ze slechts één keer rust krijgen. Tijdens de mars genieten ze volop van de prachtige omgeving en waar ze ook lopen, overal stroomt wel een beekje. Om 11.30 uur zijn ze weer terug in het kamp en hebben dan de rest van de dag vrij.

De natuur op Penang is schitterend

Zondag 2 december 1945. Om 08.00 uur is er een kerkdienst. Als deze dienst is afgelopen gaan een aantal jongens een bezoekje brengen aan het vliegveld, waar ze bij aankomst op Malakka zijn langsgereden. Na het middageten vinden veel jongens dat het tijd is om eens even lekker een tukje te doen, want dat heb je wel nodig met deze warmte. Na het avondeten is de temperatuur gezakt, zodat ze een stukje gaan wandelen, waarbij weer volop wordt genoten van de prachtige natuur. Momenteel is het op Penang niet zo gevaarlijk meer. Toen enkele jongens terugkeerden van hun wandeling, vertelden ze dat ze met jongens van het XI Reg. L.I.B. (1) uit Harderwijk gesproken hadden. Die zeiden dat zij wel met de Jappen in aanraking zijn geweest. Doordat sommige jongens dat te horen kregen werd de stemming er niet beter op. Nog even een bericht uit Indië: Er is een vliegtuig neergestort met daarin vier Engelse en dertien Brits-Indische soldaten. Alle lichamen werden door de opstandelingen in mootjes gehakt. Hiervan waren een Christenvrouw en Molukse soldaat ooggetuige. Beesten zijn het!

(1) Het LIB werd na de Duitse capitulatie opgeheven en met het GBI samengevoegd. Toen begin ’46 ook het GBI officieel was opgeheven werden ze over diverse OVW-bataljons verdeeld.

Maandag 3 december 1945. Vanochtend is er exercitie, nu met een kleine veldoefening als afsluiting. Hierbij moeten ze tot hun knieën door een smal beekje waden, dan weer over een bergpad verder, net zolang totdat ze bij het kamp terug zijn. Vanmiddag is er uitbetaling van 10 dollar soldij en krijgen ze 50 stuks sigaretten. Vanavond gaat een van de jongens met zijn horloge naar een klokkenmaker om het te laten repareren. Die Chinees (Toean) vroeg eerst zeven dollar, maar na wat afdingen wil hij het ook voor vijftig sigaretten doen. Ze moeten dus heel goed oppassen dat ze niet belazerd worden door die lui.

Dinsdag 4 december 1945. Vandaag is er alweer een mars, maar daarna kunnen ze wel lekker gaan pootje baden op het strandje. Langzaamaan krijgen ze steeds meer te zien van dit land en om 11.30 uur zijn ze alweer terug in het kamp. Vanmiddag hebben ze theorieles over het inwendige van de mens en vanavond kan iedereen die dat wil zich opgeven voor de Militaire Politie. Een paar jongens doen dit dan ook.

Woensdag 5 december 1945. De dag begint met een exercitie en vanmiddag hebben ze theorieles in velddienst. Omdat het 5 december is kunnen ze voor vanavond een goed georganiseerd Sinterklaasfeest tegemoetzien. Hierbij zullen ook heel wat Chinese en inlandse kinderen uitgenodigd worden. Zoals iedere nacht het geval is moet ook vannacht wachtdienst gelopen worden. Deze dienst duurt van 22.00 uur tot 06.00 uur de volgende ochtend.

Donderdag 6 december 1945. Tijdens het wachtlopen horen ze om 02.00 uur een geweerschot. Omdat over een schietpartij geen melding is gedaan, vermoeden ze dat dit schot van een van de wachtlopers zelf moest komen. Vanmiddag om 15.00 uur wordt er nogmaals patrouille gelopen om alles te controleren, maar ook nu zijn er geen bijzonderheden. Vanavond horen ze plotseling veel gezang en geschreeuw en die herrie komt van buiten het kamp. Eerst dacht de wacht dat er ergens een bruiloft aan de gang was, maar toen ze buiten gingen kijken zagen ze dat er een begrafenisstoet voorbij kwam. Misschien willen ze met al dat kabaal wel boze geesten verdrijven?

Met enorm veel kabaal passeert een Chinese begrafenisstoet 

Vrijdag 7 december 1945. Na het ontbijt krijgen de jongens tot 10.00 uur de tijd om de barakken op te ruimen en daarna is er tot 12.00 uur een vervolg op de veldoefening van eergisteren. Om 14.00 is er appèl en verder regent het de hele middag. Voor vanavond hebben ze weer toestemming om naar de stad gaan, ze kunnen daar dan alvast kerst- en nieuwjaarskaarten kopen.

Zaterdag 8 december 1945. Een van de barakken is nu officieel tot 'Roemah Prins Bernhard' gedoopt. Gisteren hadden een paar jongens alvast een auto bij een Chinees besproken, want ze willen vandaag naar het centrum van de stad Penang. Voor de prijs van slechts 10 sigaretten en 1 dollar worden ze in een oude auto met een kapotte knalpijp naar de stad gereden. In het centrum van Penang is het werkelijk gezellig vertoeven. Hier kunnen ze hun sigaretten ruilen tegen horloges en vulpennen. Het is dan wel goed opletten geblazen, want voor je het weet betaal je ook hier drie tot vier keer te veel. Als ze naar het kamp terug willen gaan zien ze ineens Willem den Klooster de broer van Dirk lopen. Terwijl ze Willem aanspreken verstopt Willem zich snel in een winkeltje. Tegen Willem zeggen ze dat ze zijn broer Dirk zojuist in de stad hebben zien lopen. Dat gelooft hij natuurlijk niet. Toen Dirk ineens voor zijn neus stond keek hij wel raar op. Het is toch schitterend als je eigen broer in zo'n ver en vreemd land ineens voor je staat! Om 19.00 uur komt die Chinees hun weer ophalen en een uur later zijn ze terug in 'Huize Prins Bernhard'.

Zondag 9 december 1945. Vandaag wordt de kerkdienst in een Chinese school gehouden. Voorgelezen worden: Exodus 33:12-19. en Ex. 33: 18 en 19. De jongens die vanavond om 18.00 uur wacht moeten lopen zullen na de kerkdienst in hun barak blijven. Een wachtpatrouille bestaat uit 32 man, waarmee in steeds wisselende groepjes gepatrouilleerd moet worden.  

Maandag 10 december 1945. De hele dag is het erg warm, maar als vanavond de wacht afgelost moet worden begint het ineens te regenen. Vandaag krijgen ze 30 dollar aan soldij uitbetaald en dat is aanzienlijk meer dan ze gewend zijn. Tijdens het wachtlopen horen ze om 01.00 uur meerdere schoten, omdat ze aan onlusten denken wordt er meteen een patrouille op afgestuurd. Ook nu hebben ze het mis. Dit keer probeerden enkele officieren een lamp uit te schieten. Zouden ze te diep in het glaasje hebben gekeken, of proberen ze alleen de wacht even uit? Gelukkig verloopt de wacht verder zonder incidenten. 

Dinsdag 11 december 1945. Ze hebben vandaag corveedienst en dat wil zeggen, dat het hele terrein opgeknapt moet worden. Ook greppels moeten er gegraven worden. Die greppels zijn niet omdat ze last hebben van indringers, maar meer in het kader van hun opleiding. Ze zijn momenteel overal aan het werk, er worden bruggen herstelt, riolering aangelegd, terreinen verhoogt en soms zelfs wegen aangelegd. Ter ontspanning gaan ze vanavond maar weer eens lekker in het meertje baden.

Op het meertje waar je zo heerlijk kunt zwemmen vaart momenteel een prauw

Woensdag 12 december 1945. Vandaag moet er pionierswerk verricht worden, zoals een poosje heerlijk door het mulle zand struinen. Deze verrichtingen ondergaan ze al een stuk betere dan in het begin. Zelfs de leiding is daar tevreden over. Vandaag ontvangen ze een brief van een gewonde soldaat die in Sydney is achtergebleven. Hij moest daar in het Wilhelmina hospitaal opgenomen worden. Toen de jongens uit Sydney vertrokken hebben ze hem en de afdeling 20.000 sigaretten gedoneerd. Nu wil hij in zijn brief dank uiten voor die gulle gift. Hij schreef: We hebben het vaak over jullie en vooral bij het zien van al die sigaretten moeten we aan jullie denken. We hopen dat jullie mogen slagen met de missie in Indië en wensen jullie het aller beste toe.

Om 18.30 uur is de avondafsluiting en daarna wandelen ze nog even naar het dorp (kampong). Het weer is momenteel schitterend en de temperatuur kan hier met gemak oplopen tot 85° Fahrenheit. Als je bedenkt dat 90°F hier het hoogst behaalde is en 75°F de laagste temperatuur, dan begrijp je meteen hoe warm het hier kan zijn.

De locaties waar het GBI en de LSK gelegerd zijn

De laatste berichten: Kampbeul Jozef Kramer van Bergen-Belsen zal nog voor de Kerstdagen opgehangen worden en dat is natuurlijk zijn verdiende loon! Ook wordt er gemeld dat in Holland op 6 december de eerste sneeuw is gevallen en dat het daar momenteel 10° vriest. Op van Mook hebben ze een mislukte aanslag gepleegd en de extremisten lopen steeds meer de kans om een hongerdood te sterven.

Donderdag 13 december 1945. Om 07.30 uur beginnen vandaag alle diensten. Eerst is er theorieles in hoe ze zich moeten gedragen tegenover de inlanders. Dat is wel handig want zo begrijpen ze hun leefgewoontes beter. Vervolgens hebben ze exercitie en als afsluiting van de ochtend een uurtje sport. Vanmiddag is er alweer theorieles, dit keer in gezondheid en hygiëne. Het wordt trouwens een bijzonder leerzame dag, want vanavond hebben ze ook nog een lezing over land- en volkenkunde in Indië, die gegeven wordt door Sergeant Bransen.

Vrijdag 14 december 1945. Vandaag hebben ze voor de eerste keer een echt serieuze tropentraining. Hierbij moet de luipaardengang en apengang geoefend worden en hoe ze moeten wegrollen uit een vuurlinie en dekking moeten zoeken. Ook moeten ze vijf keer over een berg heen klauteren, om vervolgens door dik begroeid struikgewas en mierennesten te kruipen. Water en modder moeten geen belemmering zijn om deze oefeningen uit te voeren. Als ze om 12.00 uur klaar zijn met hun training marcheren ze terug naar het kamp. Voor de rest van de dag zijn ze vrij. De meeste jongens vinden zo'n training best fijn om te doen, ze hopen zelfs op meer van dergelijke trainingen en die mogen gerust nóg zwaarder zijn. Al is het alleen maar voor de afleiding! Afijn, dergelijke trainingen zullen ze vast nog wel krijgen. Vanavond gaat om 20.00 uur de kantine open en dit keer wordt het een gezellige avond. Ter afsluiting wordt eerst het Wilhelmus gezongen met daar achteraan een driewerf hoera voor de koningin. 

Zaterdag 15 t/m dinsdag 18 december 1945. De afgelopen 3 dagen verliepen rustig. Op één enkele exercitie na waren ze zaterdag vrij. Ze ontvingen die dag 28 dollar soldij en er was post van het thuisfront. Zondag was er om 10.00 uur een kerkdienst waarin het kerstevangelie werd gehouden. Maandag had 1 sectie pioniersdienst en vandaag dinsdag de 18e is er een speciale bijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst wordt besproken of de jongens bij een gevecht- of een basisbataljon ingedeeld willen worden. De meesten kiezen natuurlijk voor een gevechtsbataljon.

Woensdag 19 december 1945. Vanochtend kunnen ze hun hart weer ophalen, want nu staat er een stevige mars op het programma. Hierbij moet een afstand van twintig kilometer afgelegd worden binnen 2½ uur. Als ballast moeten ze een zware kei en een volle veldfles meezeulen. Na afloop is iedereen bekaf en doordrenkt van het zweet. Omdat vanavond de dominee niet bij de dagsluiting aanwezig kan zijn, wordt deze dit keer door Luitenant de Geus gedaan.

Donderdag 20 december 1945. Tijdens de theorieles komt onverwachts de Luitenant naar binnen gestormd en commandeert dat hij per direct vijf jongens nodig heeft. In looppas moeten ze achter hem aan rennen en buiten krijgen ze een schop in hun handen gedrukt. Ze moeten eerst al het vuil bij elkaar schrapen en daarna onderspitten. Deze klus heeft de hele ochtend geduurd. Waar dat nou ineens voor nodig was weten ze niet, maar ze vermoeden dat hij zich aan al dat zwerfvuil heeft gestoord? Na de avondafsluiting gaan veel jongens nog even een kop koffie drinken in de kampong en daar wordt meteen het horloge opgehaald dat nog in reparatie was bij de Chinees.

Vrijdag 21 december 1945. Vanochtend zijn een groepje van twintig man de gelukkigen om pionierswerk te verrichten op het kamp. Dat klusje zal de gehele dag in beslag nemen. Het werpt wel zijn vruchten af want het kamp begint inmiddels aardig op te knappen. Alle overtollige begroeiing hebben ze weggekapt, zodat het zonlicht nu ook bij de barakken kan komen. Ondertussen hebben de anderen een mars van vijftien kilometer gelopen. Vandaag krijgen ze 35 sigaretten en wat chocolade uitgedeeld.

Zaterdag 22 december 1945. Er is exercitie en de hele meute mag meedoen onder commando van G. van der Linde, C.J. Holtvluwer, D. C. Boogerd, Maldens, J.J. Bruls en E.J. Nijboer. Dit keer wordt het een hele pittige en duurt een heel uur. Nog moe van de intensive inspanning hebben ze ook nog eens gymnastiek. Omdat het zaterdag is hebben ze vanmiddag vrij. Om 13.00 uur besluiten ze om toch maar het kamp te verlaten en te gaan stappen. Ze hebben nog steeds hun vaste chauffeur en die gaat hun om 15.00 uur wegbrengen naar Georgetown in het noorden van Penang. Onderweg heeft hij nog problemen met zijn uitlaat, maar weet dat provisorisch op te lossen. In Georgetown laten ze eerst foto's maken en daarna gaan ze naar een toneelvoorstelling. Het is een prachtige voorstelling met typisch Indische stukjes, opgevoerd door spelers die zich schitterend hebben uitgedost en een klewang bij zich dragen. Om 22.00 uur worden ze weer door hun chauffeur naar het kamp teruggereden.

Zondag 23 december 1945. Na de kerkdienst moeten ze helpen om het altaar in orde te maken voor de komende Kerstinwijding. Verder verloopt de dag rustig en zonder noemenswaardige gebeurtenissen. In de krant van 18 december staat, dat onze mariniers inmiddels met het s.s. "Noordam" uit Amerika zijn vertrokken en onderweg naar Indië zijn. Die zullen dan ook wel naar Malakka moeten uitwijken.

Vrolijke kerstdagen allemaal en alvast ook een gelukkig nieuwjaar

Maandag 24 december 1945. Om 08.00 uur wordt de Kerstinwijding gehouden en alles ziet er even prachtig uit. Dit samenzijn wordt geopend met een kerstlied, waarna Sergeant Bransen het Lucas Evangelie 2:1-20 voorleest. Als hij is uitgesproken worden er enkele kerstliederen gezongen. Vaandrig Meyerink is ook van de partij en komt met een declamatie, waarin vier soldaten die onder hem dienen het onderwerp zijn. Daarna geven de aalmoezenier en de veldpredikant een toespraak. Uiteraard staat dit alles in het teken van de kerstgedachte. Een koor hebben ze boven op een heuvel geplaatst met daarbij enkele petroleumlampen, in combinatie met elektrische verlichting levert dat een sfeervol plaatje op. Na deze kerstinwijding wordt iedereen op koffie met cake getrakteerd. Ter afsluiting van de dag wordt klokslag 24.00 uur het 'Stille Nacht Heilige Nacht' gezongen. Voordat ze naar bed gaan krijgen ze ook nog te horen dat de mariniers, die vanuit Amerika naar Indië onderweg waren, nu toch ook bij Penang zijn aangekomen.

Dinsdag 25 december 1945. Om 10.00 uur is er natuurlijk weer een kerkdienst. Dit keer met een koor van het VKK (vrouwenkorps KNIL). Het doet de jongens goed om eindelijk weer eens Hollandse meidenstemmen te horen. Zij zingen trouwens prachtig, waaronder de liederen 'Ere zij God' en 'Het lied der Engelen'.

Vanmiddag gaan de jongens weer naar Penang, maar nu om te kijken of de mariniers daadwerkelijk zijn aangekomen en of daar heel misschien ook de broer van een van hun bijzit. Ze moeten naar dezelfde haven waar zij zelf een maand geleden ook zijn aangekomen en zien daar inderdaad het s.s. "Noordam" aan de kade liggen. Een van de GBI' ers vraagt aan enkele mariniers of zij misschien zijn broer kennen. Toen hij zijn naam noemde, riep een van die mariniers meteen; Ja, die ken ik zeker, hij zit bij de 13e compagnie van het 3e peloton. Daarna loopt hij naar een van de SP' ers (scheepspolitie) en vraag om meer informatie. Hé, hoort hij ineens. Verrek, dat is de stem van mijn broer. Met een vuurrood gezicht van verbazing kijkt hij zijn broer ineens midden in zijn gezicht aan. Dat had hij natuurlijk niet verwacht en al helemaal niet omdat hij eigenlijk dacht dat hij bij de Landmacht zou zitten. Zijn broer wist weer wel dat hij bij het GBI zit, maar natuurlijk niet dat hij hem hier zou aantreffen. Ze hebben daarna nog geruime tijd met elkaar gepraat en zijn ook nog even samen aan boord geweest. Om 17.00 uur moet hij het terrein verlaten, maar hoopt zijn broer morgen weer te spreken.

Het s.s. "Noordam" met mariniers aan boord ligt afgemeerd in de haven bij Penang

Om 20.00 uur vertrekken de jongens naar Greenlane om daar om 21.00 uur het kerstfeest te vieren. Dat feest wordt gehouden in een Chinese school, in een immens groot gebouw. Helaas is het feest matig en past ook niet helemaal bij de sfeer zoals Hollanders dat gewend zijn. Rond het middernachtelijk uur gaan ze terug naar het kamp met alweer dezelfde oude taxi van die Chinees.

Woensdag 26 december 1945. Vandaag gaan ze naar Penang om weer wat rond te kijken. In de stad komen ze enkele oude bekenden tegen, waarmee ze een poosje hebben staan kletsen. Dat zijn Jurrie Zwas uit Harderberg, Herman Kremer uit het gehucht Ane dat niet ver van Hardenberg ligt, Luitenant van Arkel uit Harderwijk en van der Weg uit Dedemsvaart. Herman Kremer is trouwens zelf ook nog even aan boord van het s.s. "Noordam" geweest. Na een dagje Penang wilden ze weer met hun vaste chauffeur terug naar het kamp gaan, maar zijn auto was kapot. Nu moeten ze met zijn vijven 12 dollar lappen voor een taxi. Voor dat geld laten ze zich wel als echte heren rijden. Onderweg naar Bayan Lepas worden ze aangeklampt door enkele officieren, die vragen of ze mogen meerijden? Omdat deze hen wat slijmerig benaderen, alsof zij met hoge pieten zouden praten, antwoorden de jongens. Ja hoor dat kan zeker, maar wanneer ontvangen we onze promotie dan? Vervolgens halen ze hun schouders op en rijden gewoon verder. Trouwens, ze hadden toch niet met zijn allen in die taxi gekund.

Donderdag 27 december 1945. Vandaag hebben ze een extra zware veldoefening en een ding is zeker, deze zal hun niet in de koude kleren gaan zitten. Hij begint als volgt: Om 08.00 uur vertrekken ze met de 3e sectie uit het kamp. Als ze nog maar een klein eindje hebben gelopen, laat Luitenant van Dijk een busje stoppen waar ze met zijn allen in worden gepropt. Hiermee rijden ze helemaal naar Balik Pulau, en vandaar zal de mars terug naar het kamp beginnen. Tijdens de mars moeten ze over sloten springen en dwars door struikgewas struinen. Als ze bij een strand aankomen, moeten ze drie uur lang van de ene naar de andere rots springen en dit alles in hoog tempo. Dus ook wanneer ze omhoog moeten klauteren. Toen ze tegen een 200 meter hoge en steile rotswand moesten opklimmen, vielen vier jongens naar beneden. Het ergste is, dat die klim daarna nog eens 200 meter omhoog ging. Hoe ze het allemaal hebben klaargespeeld weten ze zelf niet. Als ze om 12.00 uur de top hebben bereikt komen ze bij een grote open plek aan. Hier krijgen ze 1 uur de tijd om wat bij te komen. Na de pauze gaat het gewoon in looppas verder, ook nu weer dwars door de rimboe. Ze moeten door dichtbegroeid struikgewas over heuvels heen klimmen, om vervolgens naar beneden te glijden. Tijdens het naar beneden glijden moeten ze ook zo af en toe van kei naar kei springen en al het echt niet anders kan, dan laten ze zich gewoon een paar meter naar beneden vallen. Als ze een beekje bereiken kunnen ze eindelijk water drinken dat zo uit de bergen komt lopen. Heerlijk fris is dat water. Daarna gaat de reis verder totdat ze bij een dorpje aankomen. Daar staat datzelfde busje wat de luitenant vanochtend ook geregeld had, zodat ze terug naar het kamp kunnen. Bij thuiskomst marcheren ze flink en fier het kamp in en doen net alsof er niets is gebeurd.

Vrijdag 28 t/m zaterdag 29 december 1945. Vrijdagochtend hebben ze eerst exercitie en daarna theorieles in controlediensten en het rapporteren van een aantal zaken. Vanmiddag hebben ze vrij en vanavond geeft Luitenant de Witte een lezing, waarbij hij het politieke stelsel in Holland bespreekt. Zaterdagmiddag gaan de jongens de vrije natuur maar weer eens in. Dit keer slenteren ze dwars door het landschap en zelfs door rijstvelden. Ook komen ze langs een groot terrein waar behoorlijk wat afgedankte vliegtuigen staan.

  

Tijdens een wandeling passeren ze een groot veld dat vol staat met vliegtuigwrakken

  

Op dit vliegtuigkerkhof zie je ze in alle soorten en maten

Van bommenwerpers tot jachtvliegtuigen en alles staat er voor de sloop (Foto's Kees van Bruggen) 

Als ze even later ergens hoog in de bergen lopen, komen ze langs een kali waarvan ze denken dat die onmogelijk is over te steken. Hij is niet alleen breed, maar zit ook nog eens vol met blubber. Toch zijn ze niet van plan om een andere weg te kiezen. Hier in de bergen krijgen ze pas echt het gevoel midden in de rimboe te zitten. Het zit hier niet alleen vol met slingerplanten, het stinkt hier en het wemelt hier ook nog eens van de mieren. Ze kunnen ook alleen maar in een rij achter elkaar lopen met telkens een andere kopman en het wordt zelfs nóg erger. Op een gegeven moment lopen ze tot aan hun knieën door de bagger te ploeteren. Als ze in de gaten krijgen dat het er niet beter op zal worden, besluiten ze om er mee te kappen en terug te gaan naar het kamp. Om 18.00 uur zij ze weer terug in Bayan Lepas. 

De LSK en het Camp-Greenlane

Nu we met dit verslag alweer een poosje op Penang zitten, kunnen we natuurlijk niet om de LSK heen. Deze jongens hebben per slot van rekening hetzelfde meegemaakt als die bij het GBI. Zij hebben toch ook op het s.s. "Stirling Castle" gezeten en moesten in Australië toch ook op het s.s. "Moreton Bay" overstappen en zij hebben toch ook de halve wereld rond moeten dobberen om uiteindelijk op een plek te komen waar ze liever niet zijn.

          

Kornelis (Kees) van Bruggen en Cornelis Wilhelm (Kees) Wolf zitten beiden bij de LSK

De jongens van de LSK liggen niet zo heel ver van Bayan Lepas gelegerd in Camp Greenlane en worden daar net als het GBI klaargestoomd voor deelname aan de strijd in Indië. Kornelis (Kees) van Bruggen is een van hen en is ingedeeld bij de 2e compagnie LSK in gebouw C op kamer 4. Hij heeft diverse foto's beschikbaar gesteld over zijn verblijf op Penang. Zoals de zes foto's hieronder en de vijf met vliegtuigwrakken hierboven.  

  

Gebouw C kamer 4 op Camp-Greenlane is de plek waar Kees van Bruggen verblijft

  

Na een bezoekje aan het zwembad marcheert de 2e cie. door de prachtige natuur terug naar Camp-Greenlane

Nu ik toch iets over de L.S.K. plaatst kan ik het ook wel even over het V.K.K. hebben. Het V.K.K. (Vrouwenkorps KNIL) zit op datzelfde moment ook met een detachement op Penang. Regelmatig zijn de dames van de VKK te bewonderen als ze aan een mars of parade meedoen. Ook tijdens de parade van 19 januari '46 zijn ze van de partij.

  

De dames van het V.K.K. tijdens de parade van 19 januari '46

Bij Toko Hokkien liet Kees van Bruggen zijn foto's ontwikkelen en afdrukken

Terug bij het GBI 

Zondag 30 december 1945. Als de jongens om 10.00 uur de kerkdienst willen bijwonen, blijkt dat de dominee nergens is te bekennen? Niemand weet te vertellen waar hij uithangt. Daarom zijn een groep jongens op vrijwillige basis met de luitenant een terreinwandeling gaan maken. Omdat het zondag is zien anderen daar liever van af, want dan willen ze graag doen waar ze zelf zin in hebben.

Maandag 31 december 1945. Ondanks dat het oudejaarsdag is moeten ze vandaag tot 13.00 uur dienst doen. Daarna zijn ze vrij en kunnen ze doen waar ze zelf zin in hebben. Vanmiddag komen alle compagnies bijeen in de kantine en de luitenant van de 5e sectie is daar ook bij. Na het avondeten gaat het feest verder en in de loop van de avond worden ze een paar keer getrakteerd op een drankje en een hapje en mogen ze zoveel sigaren roken als ze willen. Zelfs oliebollen ontbreken niet. Het wordt een hele gezellige avond en alles is versierd, zelfs tussen de palmbomen hangen lampions met kaarsen daarin. Tijdens een toespraak bedankt de luitenant de jongens en prijst iedereen voor hun inzet en vastberadenheid voor de toekomst. Hij heeft er dan ook alle vertrouwen in, dat ze straks hun aandeel in de strijd zullen leveren. Verder hoopt hij dat het komende jaar beter zal zijn dan het afgelopen jaar. Als de luitenant klaar is met zijn toespraak vertrekt hij. Niet veel later beginnen een aantal jongens zich toch wel een beetje te vrolijk te gedragen, maar dat zal gelukkig geen moeilijkheden opleveren.

Om klokslag 24.00 uur wenst iedereen traditiegetrouw elkander het allerbeste toe voor het komende jaar. Ja, wat zal dat nieuwe jaar hun brengen? Wordt het een hevige strijd, of... misschien toch niet? Voor hen is dat nog steeds één groot vraagteken. Wat er ook mag gebeuren, als ze dan toch moeten vechten, dan zullen ze zich zeker als dappere strijders gedragen! 

Wat zal het jaar 1946 teweeg brengen?

Dinsdag 1 januari 1946. Vandaag gaan dertien man sterk, inclusief de luitenant, een expeditie maken. Na een uur lopen komen ze bij een strandje waar twee prauwen klaarliggen waarmee ze naar een eiland varen. De overtocht gaat twee uur duren. Bij aankomst op dat eiland gaan ze eerst eten en daarna beginnen ze aan hun trip over het eiland. Het blijkt een onbewoond eiland te zijn met niets meer dan één groot rotsgebergte. Het wordt een zware tocht met alleen maar hele steile rotsen, maar uit die rotsspleten kan je wel heerlijk koel water drinken. Om 16.00 uur zit die zware trip er op en gaan ze terug. De terugreis met die prauwen gaat in ieder geval een stuk sneller dan op de heenreis, want nu doen ze er iets meer dan een uur over om aan de overkant te komen.

Woensdag 2 en donderdag 3 januari 1946. Woensdagochtend hebben ze een ‘naderingsdienst’ zoals ze die oefening zelf noemen. Hierbij moeten ze gecamoufleerd een denkbeeldige vijand opspeuren en dat vinden ze best leuk om te doen. Donderdagochtend hebben ze eerst exercitie, daarna gevechtstraining en als slot gymnastiek. 's Avonds krijgen ze van Sergeant Bransen een lezing over land- en volkenkunde. Hij vertelt hierbij hoe volkeren ontdekkingsreizen maakten naar Indië en Amerika. In die tijd viel dat niet mee, want ze moesten zelf maar zien hoe ze dat deden. Jan Huygen was ook zo’n figuur en eigenlijk is hij de grondlegger voor al die reizen.  

Vrijdag 4 januari 1946. Om 08.40 uur vertrekken ze voor een verkenningstocht. Ze gaan eerst richting Sungai Ara, om vandaar links af te slaan en dan de kali te volgen. Om 13.00 uur zijn ze weer terug in het kamp. Deze route hebben ze inclusief alle bijzonderheden meteen ik kaart gebracht. Vanmiddag ontvangen ze 51.75 dollar soldij en dat is best veel voor een soldaat. Degene die om 18.00 uur kampwacht moeten lopen zijn de rest van de middag vrij. Tegenwoordig houdt zo'n wacht in, dat je ’s nachts 1 uur op en 2 uur af hebt en overdag is dat 2 uur op en 4 uur af. 

Zaterdag 5 januari 1946. Na de aflossing van de wacht gaan de jongens die daar zin in hebben naar Penang en de luitenant heeft daar zelfs vervoer voor geregeld. Toch blijven enkele jongens liever thuis, want vandaag komt eindelijk de radio die ze hebben besteld. Toen ze de radio hadden uitgepakt waren ze erg tevreden, want het is een prachtig toestel. Dat mag ook wel, want dan ding heeft hun 550 dollar gekost.

Het pand van bioscoop en theater The Rex in Penang

Zondag 6 en maandag 7 januari 1946. Zondag begint de kerkdienst pas om 11.00 uur en tijdens deze dienst wordt het Hogepriesterlijk Gebed voorgelezen. Het is een hele mooie dag en vandaag begint een groep jongens met de luitenant aan een tweedaagse veldtocht. Maandagochtend hebben de achterblijvers een naderings- en een camouflageoefening. Hierbij moeten drie man in dekking, om daarna de goed gecamoufleerde tegenpartij te zoeken en als dat is gelukt worden de rollen omgedraaid. Om 12.00 uur is deze oefening afgelopen en zijn ze de rest van de dag vrij. Vanavond om 20.00 uur komen ook de jongens en de luitenant terug van hun tweedaagse tocht.

Dinsdag 8 januari 1946. De dag begint met enkele theorielessen en daarna hebben ze gymnastiek. De middag wordt gevuld met theorieles in nachtelijk bajonetvechten en vanavond geeft Luitenant P. Witte een lezing over de werkeloosheid. Je kan dus gerust zeggen dat ook dit een leerzame dag was.

Woensdag 9 januari 1946. Dit keer begint de dag met les in bajonetvechten, daarna is er theorieles geweerkunde, vervolgens zwemmen en als laatste gevechtsexercitie. Vanmiddag krijgen ze tijd om hun kleren te wassen en er worden sigaretten en chocolade uitgedeeld. De hele dag was het prachtig weer en vanavond is het zo helder dat er een schitterende sterrenhemel is te zien. Na een gezellige avond worden in bed ook nog de nodige herinneringen aan vroeger naar voren gehaald.

Donderdag 10 januari 1946. Vandaag hebben ze eerst oefening met granaatwerpen en daarna richtoefeningen. Vanmiddag is er theorieles in bewakingsdienst te velde en daarna gymnastiek. Vanavond om 19.30 uur begint de praktijkles in nachtoefeningen. Hiervoor rijden ze naar Sungai Ara en vandaar ergens rechtsaf de rimboe in. Daar moeten ze oefenen in gezichts- en geluidsherkenning. Bij deze oefening geld een algehele zwijgplicht en dat houdt in dat er geen enkel woord gesproken mag worden. De oefening duurt tot 22.30 uur. Na afloop rijden ze via het vliegveld in de richting van Bayan Lepas en zijn ze alweer vrij snel terug in het kamp. Luitenant de Ruyter heeft het commando over deze missie. Omdat hij over het hele gebeuren goed te spreken was, trakteerde dat hij iedereen in het kamp op een kop heerlijke chocolademelk. 

 The Service Men Club op de Birma Road (Georgetown)

Vrijdag 11 januari 1946. Vandaag beginnen ze met theorieles in bewaking te velde en daarna is er een oefening in hindernislopen. Vanmiddag zijn er richtoefeningen, les in liggend handgranaatwerpen en tot slot een uurtje gymnastiek. Er is bericht dat de Engelsen in Indië de regering van Sharir zouden hebben erkend.

Zaterdag 12 januari 1946. De luitenant gaat vandaag om 07.00 uur met tien jongens naar het eiland Pulau Rimau. Dat eiland licht ongeveer een uur varen ten zuiden van Penang. Vanaf dat eiland hebben ze vrij uitzicht over de zee. Malakka is dan nog heel goed te zien, maar Sumatra ligt daarvoor te ver weg. Om 16.00 uur zijn ze klaar met hun veldoefening en gaan ze weer terug naar Bayan Lepas.

Zondag 13 januari 1946. Vanochtend is er zoals dat iedere zondag het geval is een kerkdienst. Vanmiddag gaan enkele jongens nog even een eindje wandelen en komen daarbij ook langs het vliegveld, vandaar gaan ze weer terug naar het kamp. In de loop van de avond ontstaat er ineens een stevige discussie. Hierbij gaat het over Sharir en de zelfstandigheid van Indië. Sommige jongens vinden het een rechtvaardige zaak dat Sharir voor een vrije staat vecht en diezelfde jongens zouden nu ook al niet meer tegen hen willen vechten. Dan laait de discussie natuurlijk meteen weer op. Oh ja.... en al die extremisten dan, zijn jullie die soms vergeten? Moeten die nu dan ineens niet meer worden bestreden? Zo ging dat debat nou de hele avond door en daar kwam pas een eind aan toen ze gingen slapen.

De eerste 'vuurdoop'

Maandag 14 januari 1946. Vanochtend hebben ze een veldoefening en daar wordt steeds weer iets nieuws bij verzonnen. Als ze Bayan Lepas genaderd zijn, krijgen ze bij het eerste het beste kruispunt ineens artillerievuur en bij het volgende kruispunt alweer. Een stuk verderop blijken enkele sluipschutters te zitten die hun telkens onder vuur nemen. Korporaal van der Laan raakt daarbij gewond. Bruls is commandant over deze oefening en Terpstra gaat over de brens. Met mitrailleurs moeten de sluipschutters onschadelijk gemaakt worden. Het lijkt allemaal net echt en uiteindelijk wordt deze oefening naar ieders tevredenheid afgerond. Als ze terug zijn in het kamp kunnen ze zich meteen opmaken voor het avondeten.

Het wordt een mooie avond en gelukkig kan er ook nog wel eens gelachen worden. Een van de jongens die gekleed op zijn bed ligt te maffen schrikt opeens wakker, kijkt verwildert om zich heen en vraagt dan of er al ziekenappèl is geblazen. Ja joh allang, roepen de jongens in koor. Tot groot vermaak van iedereen rent hij meteen naar de dokterskamer. Niet veel later komt hij nog lichtelijk verward teruggelopen, maar heeft inmiddels wel begrepen dat hij behoorlijk van het padje moet zijn geweest.

Soms wordt er een huwelijk voltrokken en dit keer is dat met een wel héél toepasselijke bruidsschat

Dinsdag 15 en woensdag 16 januari 1946. Dinsdag en woensdag zijn dagen zonder bijzonderheden. Er worden wel enkele theorielessen gegeven en in de nacht van dinsdag naar woensdag worden ze om 02.00 uur gewekt voor een nachtelijke oefening die tot 06.00 duurt. Verder verlopen deze beide dagen zonder noemenswaardige vermeldingen.

Volgens de berichten is de toestand op Java momenteel rustiger. Minister Schermerhoorn heeft gezegd, dat er een samenwerkingsverband tussen Indië en Nederland moet worden gevonden. Ook is de Zuiderzee weer geheel drooggelegd. Vlak voor de capitulatie (17 april '45) hadden de moffen deze polder onder water gezet, waardoor van de 500 boerderijen er meer dan 400 zijn vernield. Bij het opnieuw droogmalen van de polder hadden de Hollanders wel veel hinder van ronddrijvende strobalen. Nu de polder weer droog ligt, moeten ze gaan beslissen of ze de drie vernietigde dorpen zullen herbouwen, of dat het misschien beter is als er een heel groot dorp komt. In ieder geval zijn de landbouwers daar alvast gestart met een nieuw zaaiplan.

Donderdag 17 t/m zondag 20 januari 1946. Ook over de afgelopen drie dagen zijn er geen bijzonderheden te melden, zodat ik meteen naar zondag doorga. De jongens gingen er vanuit dat zondag de kerkdienst om 10.00 uur was, maar dat bleek een vergissing, hij begon al om 08.00 uur. Hierdoor waren ze natuurlijk veel te laat voor deze dienst. Volgens de kolonel die vanochtend op bezoek was, zullen binnenkort alle jongens van het GBI tot de basistroepen gaan behoren. Ook vertelde hij dat de toestand op Java toch weer is verslechterd.

The 'City Light' Dance Hall

Maandag 21 januari 1946. Eerst hebben ze theorieles over de functie van de handgranaat, daarna hoe je handgranaten moet werpen en ter afsluiting van de ochtend is er gymnastiek. Vanmiddag krijgen ze theorieles Lee-Enfield, waarbij wordt uitgelegd hoe ze zo’n Engels geweer moeten laden en ontladen. De jongens die vandaag aan een veldtocht hebben meegedaan zijn om 18.00 uur weer terug.

In een van de krantenkoppen staat, dat de 'United Nations Organization' (waarvan Mook afgezant is) een beroep heeft gedaan op Sharir. Deze organisatie vindt namelijk dat de inlanders veel te veel vrijheid hebben gekregen. Met deze mensen is het namelijk zo, dat wanneer je ze één vinger geeft ze meteen je hele hand willen.

Dinsdag 22 januari t/m maandag 28 januari 1946. Het wordt misschien een beetje afgezaagd, maar de afgelopen dagen waren alweer bijzonder rustig. Ik kan dus beter meteen naar maandag de 28e kan gaan. Op maandagochtend de 28e gaan de jongens met de hele compagnie een ‘uitrukkende dienst’ doen. Daarbij startten ze met een wandeling in looppas richting een strandje en daar moeten ze doen alsof ze net uit zee komen. Ze moeten dan eerst proberen om een denkbeeldige verdedigingswacht uit te schakelen, zodat ze daarna de omgeving kunnen zuiveren. Ook deze oefening verloopt naar behoren, zodat de luitenant alweer tevreden is. Daarna keren ze terug naar het kamp. Omdat er steeds meer aanwijzingen zijn dat hun wegen binnenkort zullen scheiden, laten ze vanmiddag alvast foto’s maken van de compagnies en secties. Ze hebben dan in ieder geval een leuke herinnering aan hun tijd bij het GBI. Zo wordt Korporaal de Bruin vanmiddag al overgeplaatst naar Greenlane voor administratief werk.

1 GBI - 3e en 4e compagnie - sectie 4. Uiterst links en liggend op de voorgrond is Hubert C. J. de Beer

Dinsdag 29 en woensdag 30 januari 1946. Over dinsdag zijn er geen bijzonderheden te vertellen. Woensdagochtend gaan ze eerst zwemmen, dan hindernisbaan lopen en ze moeten knopen leren leggen. Vanmiddag hebben ze alleen gevechtsexercitie. Steeds meer jongens beginnen de groep nu te verlaten en dat komt volgens luitenants Everts, de Witte en de Koning, omdat het GBI simpelweg niet meer bestaat. Zij drieën komen namelijk net terug van de onderhandelingen in Kuala Lumpur en hebben dat daar gehoord. De jongens zullen dus allemaal bij een ander onderdeel gedetacheerd moeten worden. 

Donderdag 31 januari en vrijdag 1 februari 1946. Op donderdag wordt de verjaardag van Prinses Beatrix gevierd en ter ere daarvan houdt de LSK een parade. Omdat de daarop volgende twee dagen weinig is gebeurd slaan we deze over. 

De LSK tijdens de parade ter ere van de verjaardag van prinses Beatrix

Het GBI is nu officieel opgeheven

Zaterdag 2 februari 1946. Vandaag zal het een hele belangrijke dag zijn voor de jongens van het GBI. Zoals al ter ore is gekomen, houdt het GBI nu echt op te bestaan. Eigenlijk was het GBI in september ’45 al opgeheven, maar nu krijgen ze dat pas officieel te horen. Dus na toch nog zes extra maanden te hebben voortbestaan wordt nu besloten, om de ‘gestorvene’ (een aangeklede pop) een 'officieel' graf te geven. Bij deze ceremonie zullen aanwezig zijn; alle officieren en soldaten van de 1e, 2e en de 4e compagnie.

IN MEMORIAM overlijdensbericht van het GBI (Foto Sergeant Hubert C.J. de Beer)

(Verslag van de ceremonie)

Voorop in de rij loopt Korporaal Bannink, met daarachter twee man met zware trommels en daarachter komt de ‘overledene’. De lijkstoet stelt zich vervolgens op voor het Hoofd Kwartier, waar ook de drie compagnies heen marcheren. Nadat iedereen opgesteld staat gaat de hele meute in gepaste maat naar het voetbalveld, waar ze eerder een graf hadden gedolven. Als iedereen rond het graf staat opgesteld, geeft Luitenant de Ruijter opdracht om het lied 'Moeder onze kraai is dood' te zingen. Daarna wordt het muisstil en kan er een krans gelegd worden, met daarbij de volgende drie woorden: Laat Maar Rotten. Hierna neemt dr. Hartman het woord over. Hij haalt een papiertje uit zijn zak en begint dan voor te lezen: Fijne jongen, I’m so sorry. Verrek! roept hij. Dat is het verkeerde papiertje! en zegt ineens: Nou ja, laat de rest dan ook maar zitten! Daarna legt ook hij een krans bij het graf. Iedereen staat zich rot te lachen. Sergeant Bransen had ook nog een grappige speech en Vaandrig Meijerink is als laatste aan de beurt: Na zijn grafrede roept hij met volle kracht: Geef vuur! En dan klinken er enkele geweerschoten. Tot slot wordt er op een symbolische, maar totaal onverschillige manier de ‘overledene’ met een daverende smak en ondersteboven in het graf gesodemieterd.

Dit is dus definitief het einde van het GBI. Vanaf nu zijn ze allemaal wees. Maar.... ze gaan natuurlijk wel moedig verder!

Zondag 3 februari 1946. Om 08.00 uur is er een kerkdienst met ds. van der Weg, waarbij hij het over de Verloren Zoon heeft. Naar aanleiding daarvan houdt hij alvast een preek met een waarschuwend woord naar de jongens. Want dit zou waarschijnlijk de laatste zondag in Bayan Lepas kunnen zijn. Na de kerkdienst vertrekken alweer een aantal jongens naar Greenlane, waar inmiddels al 85 man van hen zijn gevestigd.

Tijdens een bezoek aan Greenlane trekt een schitterend uitgedoste Chinese begrafenisstoet hun aandacht

Maandag 4 t/m woensdag 6 februari 1946. Dienst hebben ze nu niet meer en bij gebrek aan voldoende personeel is er ook geen galerijwacht meer. De jongens worden steeds rumoeriger, maar worden wel op hun gedrag gewezen. Dinsdag was er niet echt wat te beleven, alleen dat van Veen is vertrokken. Woensdag werden er sigaretten uitgedeeld en om 19.30 uur wordt door ds. van der Weg de dagsluiting gedaan. Daarna wordt er een aardige film gedraaid en hebben ze tot 01.30 uur brieven voor thuis geschreven.

Donderdag 7 t/m zaterdag 9 februari 1946. Over deze eerste twee dagen is weinig te melden, alleen dat Jan Bruls tot korporaal bevorderd is. Zaterdag gaan een aantal jongens zich melden voor een cursus als motorrijder of chauffeur, ze weten alleen nog niet waar ze voor in aanmerking komen. Tijdens het wachtlopen horen ze vannacht enkele geweerschoten, maar daar kijken ze niet meer van op. Wel toen dat geknetter nogal hevig werd. Het bleek dat de Chinezen weer eens een feestje hadden en wel honderd van die zevenklappers afstaken. Dat was dus het helse kabaal wat ze hoorden, maar al vrij snel hield dat ook weer op. De wachtlopers hebben nu bevel gekregen om extra alert te zijn en hebben scherpe patronen in hun geweer gekregen. Dat is ook beter zo, want je weet het maar nooit.

Zondag 10 t/m woensdag 13 februari 1946. Er zijn weer enkele dagen verstreken zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Woensdagochtend hebben ze gymnastiek, handgranaatwerpen en hindernisbaan lopen. Omdat de verjaardag van Mohammed wordt gevierd, hebben de Maleise en Brits-Indische mensen vandaag een rustdag. De diensten worden als maar strengen en bij het avondappèl moeten nu zelfs alle officieren opdraven. Ondanks alle waarschuwingen van de afgelopen tijd gebeurt er eigenlijk niet iets bijzonders.

Donderdag 14 t/m zaterdag 16 februari 1946. Er zijn weer enkele rustige dagen verstreken. Het enige noemenswaardige is dat vrijdag J. Keetebrij naar Sungai Petani is vertrokken. Hij gaat daar bij de telefooncentrale werken. Zaterdag hebben ze de hele dag geen dienst. Omdat het GBI niet meer bestaat, moeten ze zich nu ergens anders voor opgeven. Sommige doen dat voor het KNIL, al weten ze niet of dat dit wel zin heeft. Ze zijn per slot van rekening al zo vaak van het kastje naar de muur gestuurd. 

Zondag 17 t/m donderdag 21 februari 1946. Dinsdag om 08.00 uur vertrekken 12 jongens naar Georgetown en als ze daar zijn worden ze meteen bij de MP ingedeeld. Ze liggen daar met 14 man op een kamer. Woensdag is weer zo'n dag van weinig betekenis en donderdag hebben ze les in bajonetvechten, stengun en exercitie. Tijdens de oefening bajonetvechten heeft de ene groep ‘peloton in de aanval’ en de andere ‘uitrukkende dienst’. Tijdens het avondappèl van 18.00 uur wordt bekend gemaakt wie er bevorderd wordt tot, soldaat 1e klas, korporaal of sergeant. Daarna gaan ze naar de film ‘Air War Over China’, een schitterende film.

Piet Hommelberg (rechts) en twee collega GBI'ers zitten nu ook bij de MP

Vrijdag 22 februari 1946. Vandaag moet iedereen die bevorderd is tot korporaal of sergeant verkassen. Ook is er een werkuurtje met Luitenant de Rooy. Deze man kan schitterend vertellen en omdat hij alle instructies ook nog eens voor doet vervelen zijn lessen nooit.

Zaterdag 23 februari 1946. De jongens van 14 R.I. zijn de hele dag bezig met inschepen. Dat zijn allemaal Zeeuwen, die hoogstwaarschijnlijk morgen al naar Soerabaja vertrekken. Met hen zullen meteen 25 man van de M.P. meereizen. Bij acties in Batavia zijn een 1e luitenant en drie mariniers gesneuveld. Ook op Banka zijn zes jongens gesneuveld, vermoedelijk waren dat kadetten van het KNIL.

Zondag 24 en maandag 25 februari 1946. Omdat een aantal jongens tijdelijk tot scheepsagent bevorderd zijn, moeten ze bij het inschepen van 14 RI van alles regelen. Zij die gisteren kamerwacht hadden, zullen vandaag weer de klos zijn. Maandag vertrekken er alweer 35 man, maar daar komen nu wel 27 nieuwelingen voor in de plaats.

Dinsdag 26 februari 1946. De dag wordt deels gevuld met exercitie, wapengymnastiek, theorieles Lee-Enfield en bajonetvechten. Ook wordt er post uitgedeeld. Volgens de berichten zijn op Java 1 luitenant en 2 Brits-Indische militairen gedood en 2 gewonden gevallen. Bij de vijand zijn toen 18 man gesneuveld en een veelvoud gevangen genomen, waaronder 40 meelopers. Deze actie begon op 12 februari om 03.30 uur 's nachts en eindigde de volgende dag om 14.00 uur.

Sergeant Hubert C.J. de Beer (rechts knielend) en de compagniecommandant Kapt. J. Sevenhuijsen (staand-midden)

Woensdag 27 februari t/m zaterdag 2 maart 1946. De eerste paar dagen zijn vrij rustige verstreken, zodat we meteen naar zaterdag gaan. Om 06.00 uur is er reveille en een uur later appèl. Na het appèl gaan de luitenant en zijn jongens een veldoefening doen. Het wordt een oefening waarbij de ene groep met Lee-Enfields is uitgerust en de tegenstander, de zogenaamde vijand, met karabijnen van een licht kaliber. Het is een leerzame oefening, waarbij het dwars door de velden gaat, om eerst aan te vallen en daarna dekking te zoeken. Je zou bijna denken dat het echt was. Om 12.00 uur gaan ze in Greenlane een lunchpakket nuttigen met een kop thee erbij en om 12.30 uur gaan ze weer verder. Nu met een behoorlijk pittige mars die 1½ uur zal duren. Daarbij zingen ze uit volle borst marsliederen om het tempo er goed in te houden. Ondanks dat ze na afloop bekaf zijn, gaan ze vanavond gewoon naar de stad. Dit keer naar een bioscoop waar ze een behoorlijk spannende knokfilm draaien.

Dat de dagen op Penang voor hen zijn geteld weten ze inmiddels wel, maar wanneer zullen ze hier nu eindelijk eens vertrekken? De afgelopen dagen verliepen vrij rustig, met zo af en toe een training, een theorieles, wachtlopen en natuurlijk ook een filmpje pakken. Dat zijn zo'n beetje de enige bezigheden waarmee ze nu hun dagen vullen. Natuurlijk horen ze geruchten over wat er eventueel zou kunnen gebeuren, maar iets definitiefs zit er niet bij. Op 12 maart komt daar dan toch eindelijk verandering is. Ze krijgen opdracht om hun spulletjes gereed te zetten voor vertrek. Daar werd bij verteld dat ze via het vaste land van Malakka naar Singapore gaan en vandaar naar Java zullen varen.

Vaarwel Penang

Woensdag 13 maart 1946. Vandaag gaat het dus gebeuren, ze vertrekken eindelijk van Penang. Al om 07.15 uur zitten ze bepakt en gezakt in trucks die hen naar de pier rijden, vanwaar ze naar het vaste land worden overgezet. Als ze op de overkant aankomen staan daar een groep inlanders klaar om hun bagage naar de trein te brengen. Al vrij snel nadat de trein is gaan rijden bereiken ze Perai waar ze geruime tijd stil staan. Nadat ze Perai zijn uitgereden gaat de rit al snel langs rubberplantages en velden die vol met palmbomen staan. Als ze een hoge berg bereiken komt de trein tot stilstand en niet veel later komt een andere locomotief aanrijden. De trein waarin de jongens zitten blijkt niet zelfstandig tegen deze hoge berg op te kunnen, zodat er assistentie werd gevraagd. Nadat de twee locomotieven die hele sliert wagons over de berg heeft getrokken vertrek die ene weer. Hierna rijden ze door een gebied waar soms een tunneltjes is te zien, maar meest van de tijd zijn dat alleen bossen. Door verveling vallen heel wat jongens vroegtijdig in slaap.

Donderdag 14 maart 1946. Na een vermoeide nachtelijk rit komen ze vanochtend om 10.00 uur bij de stad Kuala Lumpur aan. Alles behalve fit en met de slaap nog in hun ogen verlaten ze de trein om met trucks naar een transitkamp te worden gebracht. In dat kamp kunnen ze eerst even een poosje bijkomen van de rit, vervolgens wat opfrissen en ook nog iets eten. In de namiddag wordt er zelfs een film gedraaid, maar rond de klok van 19.00 uur is het tijd om de bagage te pakken. Om 20.00 uur gaat hun reis gewoon weer met de trein verder. Op het tweede traject verandert er aan het landschap eigenlijk niets, het zijn alleen maar bossen, bossen en nog eens bossen waar ze langs rijden en soms een moeras. Als je hier in het donker rijdt dan zou je zomaar kunnen denken dat je ergens in Holland bent. Het beste wat ze nu kunnen doen is dus gewoon een lekker uiltje knappen.

Vrijdag 15 maart 1946. Om 04.30 uur komen ze op het station van Kluang aan en daar gaat de trein niet verder. Omdat ze nog op ander vervoer moeten wachten, leggen ze op het perron hun hoofd maar op de bagage, zodat ze nog een poosje kunnen maffen. Om 10.30 uur worden ze gewekt omdat er elk moment trucks kunnen aankomen. Om 11.00 uur komen inderdaad twee vrachtauto’s voorrijden met achter het stuur Hollandse chauffeurs. Met deze trucks moeten ze nog 45 kilometer afleggen voordat ze de plaats van bestemming bereiken. De Hollandse chauffeurs rijden heel goed en daar wordt maar weer eens mee bewezen, dat er niets boven Hollandse chauffeurs gaat. Het hoofdkwartier van de W-Brigade is waar ze nu heenrijden. Om 12.00 uur bereiken ze een tentenkamp waar ze een poosje zullen verblijven. In dit tentenkamp zit 1-4 RI momenteel ook, zij waren eerder met het s.s." Alcantara" ook al op Malakka aangekomen.

Je ziet hier overal Japanse krijgsgevangenen lopen die te werk zijn gesteld. Iedere keer als zo'n Jap passeert dan groeten hij je, ook als ze zelf een hogere rang hebben. Dat doen ze heel plichtsgetrouw. Het beroerde is wel dat je ze steeds moet teruggroeten. Als je bijvoorbeeld een sigaret wilt opsteken, dan staan ze op een bijna slaafse manier meteen met een vuurtje voor je klaar. Het kamp waar de jongens nu zitten is behoorlijk groot en motorrijlessen en soms een veldoefening zijn de enige dingen die ze hier krijgen.

Zaterdag 16 maart 1946. Vanochtend om 08.00 uur rukken de luitenant en zijn jongens maar weer eens uit voor een schietoefening met Lee-Enfields. Dit keer mogen ze ook daadwerkelijk met dit wapen schieten. Ze hanteren hierbij een puntentelling en met tien schoten kan je maximaal 40 punten halen. De hoogste scoren voor vandaag is 27 punten, met als beloning een pakje sigaretten. Vanaf nu zijn ze uitgerust met de witte banden van de MP en een stengun. Vanmiddag hebben ze inspectie door Kolonel Remer, de commandant van het kamp en om 17.00 uur is het alweer schieten met de stenguns. Vanavond regent het dat het giet, zodat bij behoorlijk wat tenten het water naar binnen is gelopen. Elektrisch licht hebben ze niet, dus als je wat wilt schrijven, bijvoorbeeld een dagboek, dan zal dat met een olielamp moeten.

Zondag 17 t/m vrijdag 22 maart. De afgelopen dagen verliepen rustig en zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Maandag zijn ze nog wel even naar de stad geweest om pasfoto’s voor hun identiteitsbewijs te laten maken en moesten daar 50 kilometer voor afleggen. Verder besteden ze erg veel tijd aan wachtlopen, want dat is hier aan de orde van de dag. Dat komt omdat ze nog maar met 35 man zijn en als er voor iedere wacht 10 nodig zijn, dan begrijp je wel hoe vaak ze aan de beurt zijn.

Vertrek vanuit Singapore

Zaterdag 23 maart 1946. Vandaag vertrekken ze echt naar Indië. Midden in de nacht om klokslag 03.00 uur worden ze gewekt. Omdat een paar jongens gisterenavond nog tot heel laat brieven schreven, hebben ze slechts één uur kunnen slapen. Alle bagage wordt op Engelse legertrucks geladen en om 04.30 uur vertrekken ze. De rit gaat eerst van Kluang naar Johor, om vervolgens om 10.15 uur in Singapore zelf aan te komen. Al ze nog maar net door de stad rijden, begint het te regenen als nooit tevoren, het komt werkelijk met bakken tegelijk uit de hemel vallen. Ondanks dat deze Engelse trucks van goede zeilen zijn voorzien worden ze kletsnat, ook hun bagage.

Als ze in de haven aankomen, krijgen ze rond 12.00 uur toestemming om aan boord te gaan van het s.s. "Nevasa". Nou, dit schip haalt het bij lange na niet vergeleken met het s.s. "Moreton Bay" en al helemaal niet bij het s.s. "Stirling Castle". Het is simpelweg een oud vervallen schip en aan boord ziet alles er ook vervallen uit. Slaapplaatsen zijn er niet voldoende, zodat sommigen zich maar moeten zien te behelpen met wat er voorhanden is. Naar later zou blijken, gaat dat slapen toch wel lukken, je gebruikte simpelweg een stuk dekzeil als deken en een reddingsvest als hoofdkussen.

Met het s.s. "Nevasa" maken ze de oversteek ze naar Batavia

Het s.s. "Nevasa" aan de kade

Zondag 24 maart 1946. Met behulp van sleepboten wordt om 08.30 uur het s.s. "Nevasa"' de haven uitgesleept. Daarna gaat het schip meteen een poosje voor anker en om 11.30 uur verlaten ze Singapore pas definitief. Omdat het zondag is wordt vanavond om 18.30 uur ook op dit schip een kerkdienst gehouden. Deze dienst zal door een dominee van het 2-5 RI worden voorgegaan. Omdat bij Kluang drie soldaten van dat regiment met een auto dodelijk zijn verongelukt, is deze dienst vooral bedoeld om de jongens te herdenken in het gebed. De dominee begint zijn preek als volgt: Nu wij hier varen, gaan onze gedachten vooral uit naar Kluang en die bomen met drie kruizen ervoor. De plek waar deze jongens zijn verongelukt. Eenzaam en verlaten zullen wij ze op Malakka moeten achterlaten. Ver van huis en hun geliefden. Een van hen was getrouwd en had een kind en een ander riep al stervende: God zal mij wel héél veel moeten vergeven, vraag aan mijn ouders en mijn meisje of ook zij mij willen vergeven. Helaas zou vier dagen na deze kerkdienst ook nog een vierde jongen aan zijn verwondingen overlijden.

Twee Brits-Indische bemanningsleden (Gurkha's) poseren op het s.s. "Nevasa"

Maandag 25 maart 1946. Om 07.00 uur staan de jongens op en vandaag hebben ze net als gisteren corveedienst. Het s.s. "Nevasa" vaart inmiddels ter hoogte van de Riouwarchipel, een gebied omringd met enorm veel eilandjes.

Dinsdag 26 maart 1946. Als ze om 06.00 uur zijn opgestaan en naar de reling gaan, kunnen ze in de verte al iets van de Javaanse kust zien. Tenminste, er zijn enkele bergen waarneembaar. Om 12.00 uur naderen ze de kust en vaart het schip de haven van Tandjong Priok binnen. Deze haven is net buiten Batavia en er liggen hier nog steeds gezonken schepen. De eerste indruk die je hier krijgt is er een van een gestorven stad, vooral als je al die vernielde loodsen ziet. Het ziet er erg verwaarloosd uit en dat alles hebben ze natuurlijk aan de Jappen te danken.

Het s.s. "Nevasa" ligt in afwachting van vertrek aan de kade

Nadat ze zijn ontscheept vertrekken ze om 14.30 uur met trucks naar Meester Cornelis, een stadsdeel ten zuiden van Batavia. Als ze daar aankomen worden ze in een verlaten gebouw gehuisvest, waar voorheen een geweermakerij in heeft gezeten.

Ik dank u voor uw belangstelling.

Pagina 1 van 3

  • 1
  • 2
  • 3
Designed by Gort-Design