De thuisreis met de "Pasteur"Dinsdag 7 februari 1950 Tandjong Priok - Vrijdag 24 februari 1950 Amsterdam 
Deze herinneringsinsignes werden bij het beëindigen van de reis, aan iedere passagier uitgereikt door of namens de kapitein.


De 30.000 ton metende en 212 meter lange oceaanreus "Pasteur" op volle snelheid (26 mijl ± 48 km). De "Pasteur", eigendom van de “Compagnie de Navigation Sud-Atlantique”, had slechts 17 dagen nodig om in Amsterdam aan te komen en dat was voor Nederlandse begrippen ongekend snel. Het schip werd eind 1939 (Saint Nazaire) opgeleverd en was zeer luxe ingericht, mede door het werk van een groot aantal Franse kunstenaars, want dit passagiersschip moest immers het vlaggenschip worden van deze maatschappij. Het was de bedoeling om een vaste route te gaan verrichten van Bordeaux naar Zuid Amerika, maar al spoedig na de tewaterlating brak de 2e wereldoorlog uit en werd het schip al snel gevorderd door de Franse regering, o.a.om een lading goud in veiligheid te brengen wat naar Halifax moest worden gebracht. Ook dit schip werd helaas ontdaan van al zijn luxe en werd in Canada omgebouwd tot troepentransportschip, vele reizen als zodanig heeft het schip dan ook uitgevoerd. Alleen in de 2e wereldoorlog al heeft het schip 300.000 manschappen vervoerd. Het bestaan van de Pasteur heeft zich grotendeels afgespeeld in oorlogstijd, als eerste was er de 2e wereldoorlog, die al snel opgevolgd werd door de oorlog in N.O.I en als laatste de oorlog waarin de Fransen waren gewikkeld in Indo-China (1952). 
De Pasteur in de havenplaats van Tandjong Priok / Batavia. Het turbinestoomschip de "Pasteur" vertrok in de ochtend van dinsdag 7 februari 1950 vanuit de haven van Tandjong Priok (Batavia), om met het aantal van 4000 militairen huiswaarts te keren naar Amsterdam. Onderdelen zoals 4-2 RI (Limburgse Jagers), 4-6 RI (Bokkenrijders van de Palmboomdivisie), 4-9 RI Palmboomdivisie en de nodige andere Regimenten Infanterie, maar ook de Mariniers en mensen van de Marine waren reeds aan boord en om 10.30 uur gingen de trossen los. Eerder was het de bedoeling dat de manschappen al op 4 februari zouden vertrekken naar Batavia en op 6 februari zouden zijn ingescheept, ook was het de bedoeling dat nog diezelfde maandagavond de "Pasteur" zou vertrekken. Toch, door mij nog onbekende oorzaak, vetrok de "Pasteur" pas de volgende dag in de ochtend. 
Hier het “B” dek aan bakboordzijde, deze werd extra voorzien van grote ramen. Ieder keer als het schip een kust, of een bezienswaardigheid passeerde, dan werd dit door de luidspeakers bekendgemaakt In totaal kon de "Pasteur" 4600 passagiers vervoeren, voor 500 man waren er vaste hutplaatsen beschikbaar, wel werden er extra bedden in deze hutten geplaatst, om ook deze ruimte optimaal te kunnen benutten. De overige mensen sliepen in kooien of hangmatten. Deze kooien en hangmatten waren niet alleen geplaatst in de scheepsruimen die dienst deden als slaapplaats, er werden voor de nacht ook enkele dekken ingericht om dienst te kunnen doen als slaapzaal. Deze dekken waren wel afgeschermd door de plaatsing van grote ramen, die op de foto hierboven goed zichtbaar zijn. De hangmatten werden overdag wel verwijderd, zodat er vrije doorgang was en er eettafels in deze ruimtes konden worden geplaatst. 
Het “G” dek met nog eens 12 meter schoorsteen in de hoogte en 8 meter doorsnee Het schip, dat overigens slechts één reis (dus alleen déze thuisreis) met 4000 militairen naar Nederland maakte, werd gecharterd door de Nederlandse regering. Want er moesten immers heel veel militairen in een kort tijdsbestek naar huis worden gebracht en aan geschikte schepen ontbrak het bij de Nederlandse regering nog steeds. De Pasteur die zich dus eerder al verdienstelijk had gemaakt door zijn vervoer van vele militairen, werd ook bijzonder lelijk gevonden. Dat kwam zeker niet in de laatste plaats door de enorme omvang van de schoorsteen, de hoogte vanaf de kiel was namelijk 50 meter. Om u hiervan een goede indruk te geven, heb ik bovenstaande foto geplaatst.  Douaneverklaring, ruimbagage troepenschip \ Compagnies-order nr. 501, L. v.d. Drift Er werden strenge regels verbonden voor het aan boord meenemen van bagage, zo moest bijvoorbeeld bij de douane opgegeven worden met welke ingekochte artikelen men naar huis dacht terug te keren. Door de hierboven getoonde documenten aan te klikken (waardoor ze worden vergroot), kunt u niet alleen een douaneverklaring voor de ruimbagage lezen, maar ook het document met order nr. 501. Hierop staan de nodige instructies zoals men die aan boord in acht diende te nemen. 
Extra reisinformatie Op het document hierboven wordt een kleine uitleg gegeven over waar men welke bijzonderheden kan tegen komen. Een klein stukje over de geschiedenis over o.a.Port Said met zijn gebouwen en het Suez Kanaal wordt beschreven, maar ook wat het Suez Kanaal zoal aan kanaalrechten opleverde. Zo moesten bekende troepentransportschepen als de Willem Ruys £ 6800, de Oranje £ 6500, maar bijvoorbeeld de Groote Beer slechts £2250 betalen voor de doortocht, We spreken hier dan wel over bedragen voor één énkel reisje!
Menu op de 1e dag van de thuisreis Menu van een gelegenheidsdiner Voor de officieren en onderofficieren werd er voor zeer speciale gelegenheden soms een diner opgediend, waarvan u hierboven 2 menukaarten kunt zien. De manschappen zaten gewoonlijk aan lange tafels en het eten werd opgediend uit grote pannen. Een belangrijk groot verschil met al de andere troepentransportschepen was, dat er op de Pasteur regelmatig wijn werd geschonken. Wat had je trouwens anders verwacht op een Frans schip! Deze wijn werd in grote blanke ketels aangeboden, iedere passagier had namelijk recht op gemiddeld een halve liter wijn per dag. Dit was natuurlijk wel uniek, want er werd immers géén alcohol aan boord van de Nederlandse troepentransportschepen geschonken, met uitzondering dan van een flesje bier bij een speciale gelegenheid. Door de Nederlandse militairen (uitzonderingen daargelaten) werd maar mondjesmaat gebruik gemaakt van de wijn, want men was immers niet gewend aan dat spul. De Franse bemanning had er echter minder moeite mee en door hen werd er dan ook gretig gebruik gemaakt van deze wijn. 
De aardappels op weg naar het zwembad Op het schip was uiteraard een keuken met Franse stijl aanwezig, er werd er echter wel rekening mee gehouden dat er Hollanders aan boord waren en het eten werd dan ook behoorlijk aangepast. Ondanks dat moest men toch wel wennen aan de maaltijden uit deze Franse keuken, ook aan de hoeveelheden die werden opgediend kwamen sommige Hollandse magen nog wel eens te kort. Zij die terugkeerden naar Nederland en eerder in de functie als kok hadden gediend, moesten er wel rekening mee houden dat ze opgeroepen konden worden, om te assisteren in die Franse keuken bij de bereiding van de maaltijden. De maaltijden zouden daardoor meer op de Nederlandse maag kunen worden afgestemd en dat gebeurde dan ook wel. Als extra opslagruimte had de keuken ook het zwembad tot beschikking, hier werden bijvoorbeeld de enorme hoeveelheid aardappels opgeslagen. Nu volgt een kort reisverslag 
2 notitieblaadjes van Albert Gort Dinsdag 7 februari Om 7.30 uur in de ochtend vertrekt de "Pasteur" uit de haven van Tandjong Priok, om aan zijn reis naar Amsterdam te beginnen. Langs de kust van Sumatra vaart het schip over de Indische Oceaan richting Colombo. Zaterdag 11 februari Vier dagen later 's middags om 13.00 uur aankomst in Colombo de hoofdstad van Ceylon, het hedendaagse Sri Lanka. Een loods komt aan boord die de Pasteur naar de haven begeleidt en met behulp van de sleepdienst bereikt het schip zijn ankerplaats. In deze havenplaats wordt de voorraad proviand aangevuld, ook zal het schip olie en water innemen en vertrekt het 's avonds om 22.00 uur om zijn thuisreis voort te zetten. 
Ankerplaats te Colombo, ook hier zijn weer veel kooplui met hun bootjes aanwezig. Dinsdag 14 februari Het laatste en tevens grootste stuk op de Indische Oceaan zit er nu op en in de middag van 14 februari om 14.00 uur wordt Aden bereikt en een sleepboot brengt het schip tot aan de boeien. We zijn nu dus aangekomen in Afrika en de Pasteur zal tot 's avonds 22.00 uur in Aden blijven om daarna zijn reis te hervatten. Donderdag 16 februari Na ruim 1 dag varen door de Golf van Aden en de Rode Zee wordt het zuiden van Egypte bereikt en komen we aan in Suez. Hier is het wachten op je beurt tot het schip in konvooi door het 163 kilometer lange Suezkanaal kan. Om 5.00 in de ochtend ligt het schip dan voor het Suezkanaal en s’avonds 20.00 uur is Port Said bereikt. 
Het zwaar bewaakte Suezkanaal Vrijdag 17 februari In de ochtend van deze 17e februari vertrekt de Pasteur om 5.30 uur uit de bunkerplaats Port Said, om aan zijn oversteek van de Middellandsche Zee te beginnen. Dinsdag 21 februari Na ruim vier en een halve dag varen op de Middellandsche Zee wordt het zuiden van Spanje bereikt en s’avonds om 18.30 uur passeren we Gibraltar. De "Pasteur" vaart nu tussen Spanje en Marokko door en bereikt zo de Atlantische Oceaan. Woensdag 22 februari We komen zo op het laatste traject van de reis en varen in noordelijke richting. Na Spanje bereiken we de Golf van Biskaje en varen nu ten westen van Frankrijk. Na Brest bereiken we het Kanaal en om 6.00 uur passeren we aan bakboordzijde Kaap LandsEnd. Vrijdag 24 februari Om 6.30 uur was de "Pasteur" nog ten hoogte van het lichtschip Goeree en na een vertraging door zeer dichte mist had het IJmuiden om 8.45 uur bereikt. Het geluid van de scheepshoorns van onbekende schepen werd waargenomen en de slepers voeren uit om de "Pasteur" binnen te halen. Om 10.30 uur lag het schip aan de kade van IJmuiden. Zijn eindbestemming werd bereikt om 13.30 uur aan de Handelskade in Amsterdam. 
De enorme belangstelling op de kade in IJmuiden Enkele gangbare regels aan boord 
Een biljetje uit de serie van de SMN. Volgens document order nr.17 (document linksonder), wat werd rondgedeeld op 18 februari 1950, kon men het nog in bezit zijnde boordgeld en eventuele Engelse valuta op 21 februari inleveren, dus 3 dagen voor de debarkatie in Amsterdam. Door deze biljetjes aan de zorg van de betaalmeester over te dragen, die ze op zijn beurt weer bij de administrateur inleverde, kon men in Nederland wachten tot er een verrekening plaats vond. Inwisseling tegen Nederlandse valuta was uiteraard aan boord niet mogelijk! 
Commanderend Officier Troepen, order nr. 17 Ontscheping instructie Nederland Om een debarkatie van 4000 militairen goed en vlot te kunnen laten verlopen waren er natuurlijk ook veel instructies nodig. Als u het document wat rechtsboven staat opent, kunt u enkele van die instructies lezen. 
Het binnenlopen van de haven te Amsterdam richting Javakade / Handelskade Hieronder de tekst van een stencil dat vlak voor de debarkatie werd rondgedeeld. Bij de aankomst te Amsterdam zullen voordat de ontscheping plaats vindt, enige toespraken door autoriteiten worden gehouden. Tijdens de toespraken mag er niet van de omroep gebruik worden gemaakt. Alle passagiers zullen er voor dienen te zorgen, dat deze toespraken niet door praten, roepen of lawaai worden verstoord! Groetplicht De aandacht wordt erop gevestigd, dat in uniform geklede militairen behoorlijk de groetplicht hebben na te komen. Repatriërende militairen, in Nederland verschijnende, dienen de behandeling omtrent het brengen van eerbewijzen nauwgezet in acht te nemen, als oudere en meer ervarenen hebben de repatriërende militairen de plicht, een voorbeeld voor de jonge dienstplichtigen te zijn. Zowel een militair als een burger, die zich correct gedraagt, dwingt respect af. Juist ook de demobiliserenden hebben bij terugkeer in de burgermaatschappij dat respect nodig. Denk daar aan! a/b.ss. “PASTEUR” 19 februari 1950 De Commandant Officier Troepen, De Luitenant Kolonel Wnr. J. TH. H. van Weeren. Toespraak van Minister Schokking Vrijdag 24 februari 1950De aankomst “via de sluizen van IJmuiden” in Amsterdam. Een verslag uit de krant van vrijdagavond.






Klik op bovenstaand krantenknipsels voor een volledig verslag uit de avondkrant van 24-02-1950 Dankbetuiging Veel informatie heb ik te danken aan de veteranen Albert Gort en Arie den Besten. Zonder hun kennis had ik uiteraard nooit deze pagina kunnen maken, want ik was er namelijk niet bij. Heel belangrijk zijn natuurlijk de vele foto’s en documenten die bewaard zijn gebleven, zodat deze informatie niet alleen gebruikt kan worden voor doeleinden zoals die van mij. Maar vooral ook bewaard blijven voor de geschiedenis! 
Arie den Besten Dienstplichtig sergeant majoor (1947-1950) Administrateur van de Stafcompagnie van het 5e Bataljon “Prinses Irene”. 
Albert Gort Dienstplichtig soldaat, brenschutter bij het 4-6 RI “De Bokkenrijders”. Uiteraard is iedere aanvullende informatie over deze reis van harte welkom, dus mocht u nog documenten bezitten en/of weet u nog iets te vertellen? Mail mij a.u.b.!! 
Onder hevig protest werd de Pasteur in 1957 door de Franse regering verkocht aan zijn eerdere aartsrivaal Duitsland, die het schip weer liet ombouwen tot passagiersschip. Het herstelde onder de naam “Bremen” het passagiersverkeer voor Duitsland op de Noord-Atlantische route. Het einde - 9 juni 1980 Een zeemansgraf voor de oorlogsveteraan Pasteur.
De “Filipinas Saudi 1” zoals de voormalige Pasteur bij zijn ondergang heette. Op 6 juni 1980 tijdens zijn laatste reis van Jeddah (Saoedi Arabie) naar sloperseiland Kaoshiung (Taiwan), begint de voormalige Pasteur na vijf dagen varen op de Indische Oceaan plotseling over te hellen, dit gebeurde tijdens een zuidwest-moesson van minimaal windkracht negen. Het schip maakte op die dag 5 graden slagzij over bakboord, met de wind komende van stuurboord werd op 7 juni al 12 graden bereikt. In de ochtend van 8 juni was deze enorm toegenomen en had het schip al 22 graden slagzij gemaakt, wat opliep tot 27 graden in de avond. Er was geen ontkomen meer aan, op 9 juni 1980, tussen 8.10 uur en 8.47 uur is het machtige schip verdwenen in de golven van de zee. Hoe het kon gebeuren is nog steeds een raadsel, de zeven katten die nog aan boord waren hebben het in ieder geval niet na kunnen vertellen. Op onnaspeurbare wijze verdween de Filipinas Saoedi 1 in de 3000 meter diepe oceaan. De Hollandse slepers die met dikke kabels aan de voormalige oceaanreus waren verbonden hadden het nakijken, hun bleef weinig over dan de kabels los te maken om niet zelf ook naar de diepte te verdwijnen. EEN ROEMLOOS EINDE. |