Uitreis van sld 1e klas Martinus Verkade van de 14e cie AAT  © J vd Does
Vanuit Leeuwarden wordt de cie. vervoerd per trein. Zoals bij alle transporten van Indiëgangers staan voor bewaking op alle stations de marechaussee en agenten. Dit om te voorkomen dat er (ook al in 1946), protesten zijn van tegenstanders van de Indië–politiek van Den Haag. Ondanks dat zijn er onderweg toch veel Nederlanders die de jongens van de 14e cie bij het begin van hun verre reis uitzwaaien. Zaterdag 5 oktober 1946. De dag van vertrek uit Nederland.
 © J vd Does 's Morgens om 4 uur wordt in de Leeuwarder kazerne de reveille geblazen en om kwart voor zes marcheert de cie. af naar het station, waar de trein om 7 uur vertrekt. De grote reis naar Nederlandsch Indië is begonnen! De 14 cie zal worden verscheept vanuit Amsterdam met het ms "Johan van Oldenbarnevelt"In Amsterdam komt de trein aan op het haventerrein, op de Levantkade waar de Indiëgangers vanuit de trein in een loods terecht komen, waar de laatste voorbereidingen voor de afvaart worden getroffen. In deze enorme loods wordt iedereen per onderdeel verzameld en krijgen de jongens koffie met koek en een pakje sigaretten. Daarna gaat men onder begeleiding van een muziekkorps aan boord. Lange rijen soldaten betreden het schip via een gangway met een zware plunjezak op hun nek. In totaal 3000 soldaten zullen met de "Johan van Oldenbarnevelt" de reis naar Indië maken. Het schip is een voormalig passagiersschip van de ‘Stoomvaart Mij Nederland’ (SMN) voor de vaart op Indië en is in 1930 in Nederland gebouwd. Het is 185 m lang en 23 m breed. In de 2e wereldoorlog is het in gebruik geweest als troepentransportschip voor de geallieerden. Op het hele schip zijn nog de Engelse teksten te zien zoals " Emergency Exit ". 
De "Johan van Oldenbarnevelt" Het verblijf van de 14e cie is de komende 30 dagen een zaal met lange rijen tafels. Boven deze tafels kunnen aan haken hangmatten worden opgehangen om te slapen.Wanneer alles en iedereen aan boord is wordt, terwijl het muziekkorps het Wilhelmus speelt, het schip 's middags om half vier m.b.v. sleepboten losgetrokken van de kade. Vanuit de Amsterdamse haven gaat het via het Noordzeekanaal richting IJmuiden, langs de oevers van het Noordzeekanaal staan weer veel uitzwaaiers. Sommigen fietsen met het schip mee. De " Johan " vaart deze middag tot Velsen. 6 okt. '46. Om 4 uur 's nachts zijn de sluizen van IJmuiden gepasseerd en vaart het schip op de Noordzee, 3000 Hollandse jongens zien Nederland achter de horizon verdwijnen. Het is die dag slecht weer en het grootste deel van de opvarenden krijgt last van zeeziekte. De eerste stop van de "Johan van Oldenbarnevelt" is Southampton in Engeland. Deze havenstad wordt nog dezelfde dag bereikt, maar het schip blijft die nacht buitengaats liggen om op 7 oktober s' morgens om half negen af te meren. In Southampton moeten militaire goederen, afkomstig uit enorme ‘Geallieerde dumps’ worden ingeladen. De nederlandse regering heeft veel materiaal overgenomen uit deze dumps. Afgelegde afstand Amsterdam - Southampton : 496 mijl8 okt. '46. 's Morgens wordt door de 14e cie een parade gelopen door Southampton en 's middags om vier uur verlaat het schip de haven weer op weg naar Port Said in Egypte. Onderweg worden de jongens bezig gehouden met o.a. sloepenrol ( het oefenen van een evacuatie met de reddingssloepen ), Maleise les en Indische cultuur en gebruiken en ook diverse regels en gebruiken aan boord. Zo is het b.v. streng verboden om op het schip te roken, immers een brand op het schip in volle zee kan uitlopen tot een ramp, roken mag alleen langs de reling op de verschillende dekken. Om te voorkomen dat een weggegooide brandende peuk een dek lager weer op het schip terecht komt, zijn langs de relingen gootjes met zeewater geplaatst. Ook het aardappelschillen is een dagelijks terugkerend ritueel, dit wordt in verschillende korveeploegen gedaan. Er is heel wat nodig voor alle opvarenden, om een indruk te geven van wat er op een willekeurige dag op tafel moet komen
Ontbijt 2000 kg griesmeel, 16.000 snee brood, 3200 eieren, 166 kg boter en 450 kg leverworst Middageten 4000 kg aardappelen, 1200 kg rode kool, 700 kg vlees, 3400 appels Avondeten 2000 liter snert, 16.000 snee brood, en 275 kg worst
Al deze voorraden en het nodige wapentuig zitten diep onderin het schip in de enorme laadruimtes. Uiteraard zijn de eetzalen op dergelijke grote groepen niet berekend, vandaar dat er per onderdeel om de beurt wordt gegeten. Niet alleen het eten, maar in feite moeten alle dagelijkse zaken aan boord per ingedeeld peloton worden verricht. Het eten, het verblijf op de buitendekken, het wassen, kleren wassen en drogen, de dienstlessen en schietoefeningen, dit gebeurt allemaal per groep. Hiervoor is natuurlijk een perfecte organisatie nodig. De bezetting van het schip is maximaal, 3000 soldaten moeten 30 dagen lang met elkaar leven in een beperkte ruimte. Het gehele transport van manschappen en materiaal is trouwens voor die tijd en met de geringe middelen van het naoorlogse Nederland een logistiek meesterstuk. Het zal voor de Koninklijke Landmacht de grootste militaire transportoperatie worden uit haar geschiedenis. In de hele wereld is er bewondering voor die Hollanders, die in zo'n korte tijd in staat zijn om een compleet expeditieleger naar de andere kant van de wereld over te brengen. Uit verschillende delen van de wereld heeft men in totaal 43 transportschepen naar Nederland gehaald. Dit zijn vooral de voormalige emigrantenschepen, maar ook vrachtschepen, die tijdens de 2e wereldoorlog tot troepentransportschip werden omgebouwd en ingezet. Zo is b.v. de "Groote Beer", het schip waarmee de 14e cie. in 1949 weer thuiskomt, in de oorlog ingezet als hospitaalschip. Veel schepen tonen nog de schade van granaatinslagen of hebben nog camouflagekleuren. Zo worden er in totaal 120.000 Nederlandse militairen over een afstand van 17.000 kilometer naar Indië vervoerd. Men kan bijna spreken van een beurtdienst langs de route Nederland–Indië. Halverwege 1947 vertrekt er vanuit Rotterdam of Amsterdam iedere week een troepentransportschip.  © De Opmaat 9 okt. '46. Om 12 uur vaart de "Johan van Oldenbarnevelt" de Golf van Biskaje in en zoals zo vaak in deze wateren staat er een stevige wind. Vandaar dat de patrijspoorten dicht moeten blijven en slaan de golven over het dek. 11 okt. '46. 's Morgens wordt Lissabon gepasseerd, maar hier is door de mist niet veel van te zien. Deze dag zal rond middernacht Gibraltar worden gepasseerd, vandaar dat de jongens van de 14e cie tot die tijd aan dek mogen blijven, het is prachtig weer en die nacht volle maan. Om 23.00 uur vaart het schip door de straat van Gibraltar en precies 0.00 uur ziet iedereen aan bakboord de grote rots met vele lichtjes van de stad en aan stuurboord de kust van Afrika. Afstand Southampton - Gibraltar : 2117 km. Totaal in 7 dagen : 2613 mijl12 okt. '46. Het schip vaart nu op de Middellandse zee en om 19.00 uur wordt de Algerijnse stad Algiers gepasseerd. 13 okt. '46. Deze dag is een zondag en de 14e cie wordt getrakteerd op ontbijt met een eitje. Het weer is goed en in de loop van de dag passeert de Johan een groot vliegdekschip, 's avonds kunnen de opvarenden genieten van een film. 17 okt. '46. 's Morgens om 8 uur nadert de "Johan" het Egyptische Port Said, de havenstad die de ingang vormt van het Suezkanaal. In Port Said is een stop van twee dagen gepland om te bunkeren. Ook wordt hier post, die familie vanuit Nederland heeft verstuurd, aan boord gebracht en worden de onderweg geschreven brieven van de militairen gepost. 
Aankomst in de haven van Port Said Zoals bij alle stops van de transportschepen komen na het afmeren ook bij de "Johan van Oldenbarnevelt" tientallen bootjes van Egyptische kooplui langszij, hun koopwaar bestaat o.a. uit sigaretten, leerwaren en souvenirs. Het is voor deze kooplui verboden om aan boord te komen, dus worden de verkochte zaken met manden omhoog gehaald, de hollandse jongens zijn goede klanten voor de Egyptenaren. Ze mogen echter niet van boord want de "Johan" vertrekt vannacht nog. 18 okt. '46. Om half twee 's nachts vervolgt men de reis via het Suezkanaal, een trajekt van 163 km. In dit relatief smalle water kan het schip niet veel snelheid halen. Bovendien moet men halverwege stil liggen om de " Sibajak " te laten passeren, dit is ook een nederlands schip dat op de terugweg is uit Indië, het uitzicht bestaat aan weerskanten uit woestijn. Op sommige plaatsen zien de soldaten Arabieren die uitdagend hun achterste laten zien, ondertussen nadrukkelijk wijzend naar de richting vanwaar het schip komt. De jongens vinden het een komisch gezicht, maar de boodschap is duidelijk. Volgens deze Arabieren hebben nederlandse troepen in Indië niets te zoeken en ze laten op deze manier van doen hun minachting blijken. Het schip komt nu over de Bittermeren, in het kleine Bittermeer moet opnieuw op een tegenligger worden gewacht. Daarna volgt het grote Bittermeer en als het schip hier bij een militair vliegveld stilligt springt bijna de hele cie. in het water. Iedereen wordt er echter weer snel uitgebruld vanwege de haaien. Wanneer het donker begint te worden wordt Suez bereikt en omdat de temperatuur op dit deel van de reis al merkbaar hoger wordt mag er ook aan dek worden geslapen. 19 okt. '46. Wanneer iedereen 's morgens wakker wordt vaart de "Johan" in de Rode Zee, het is ook deze dag weer prachtig weer met veel zon. Men komt nu in de tropen en dat is te merken aan de temperatuur, daarom worden hier de zgn. tropenuniformen uitgereikt, pakken van dunne gladde stof. Deze uniformen worden ook wel Dungripakken genoemd. 21 okt. '46. In het begin van de nacht passeert de "Johan van Oldenbarnevelt" om 1 uur de Kreeftskeerkring. 22 okt. '46. Het schip passeert om 3 uur 's nachts de stad Aden en vaart dan in de Golf van Aden. Zo nu en dan zien de jongens van de 14e cie dolfijnen om het schip zwemmen. Afstand Port Said - Aden : 2408 km. Totaal in 18 dagen : 9272 mijl23 okt. '46. Om half twaalf is voorlopig het laatste stukje land te zien, Kaap Guardafui, vanaf nu vaart men in de Indische Oceaan. Tot nu toe hebben de jongens van de 14e cie. al veel dingen gezien, die ze alleen van de schoolboekjes in Holland kennen. Men is hier nog maar net over de helft van de reis, doch het trajekt over de oceaan is het saaiste gedeelte. De komende twaalf dagen zullen zich kenmerken als niets dan zee en lucht. 26 okt. '46. Op deze dag wordt er een sportdag georganiseerd, de soldaten vermaken zich met o.a. zaklopen, boksen, worstelen en touwklimmen. 29 okt. '46. De kapitein krijgt een telegram dat de Johan pas op maandag 4 november de haven van Tandjong Priok mag binnenlopen en dus mindert het schip vaart. 30 okt. '46. Een bijzondere dag, de Evenaar wordt gepasseerd en naar een oud zeeliedengebruik vindt hier het Neptunusritueel plaats. Iedereen die dit punt voor het eerst van zijn leven overschrijdt moet worden "gedoopt " door de zeegod Neptunus, het ritueel kan worden gezien als een ontgroening. Aan boord is met zeildoek een bad geconstrueerd, waar de doopplechtigheid van de Indiëgangers zal plaats vinden en een persoon is verkleed als Neptunus. Men wordt eerst ingesmeerd met meel en later met zeewater weer afgespoeld, of bekogeld met zuurgeworden pap. Het is een groot waterfestijn waarbij, tot grote hilariteit van de jongens vooral de officieren niet worden ontzien. Deze dag is een welkome onderbreking van de lange zeereis. 
Handelaren in de haven van Port said Aan boord wordt veel aandacht besteed aan de hygiëne, immers een besmettelijke ziekte op een volgepakt troepenschip kan gemakkelijk de kop opsteken en zou op volle zee kunnen uitlopen op een ramp. Toch is dit niet helemaal te voorkomen, zo breekt b.v. op de "Volendam" tijdens de reis van augustus 1947 een typhus epidemie uit wat zal leiden tot twee doden. Er wordt scherp gelet op het regelmatig wassen en het schoonhouden van de kleding. Wat het wassen van kleding betreft zijn er ook komische voorvallen. Zo gebeurt het midden op de Indische Oceaan dat enkele jongens zo slim zijn om hun bundel kleren aan een stuk touw achter het schip aan te slepen, om ze zo uit te spoelen. Na enige tijd halen ze het touw op en zijn hun kleren tot hun verbazing verdwenen, opgevreten door haaien ! 2 nov. 46. Eindelijk is er op deze dag weer land in zicht, al is het dan ook een smal streepje van het eiland Engawo. 3 nov. '46. 's Morgens om kwart over zes is er weer land in zicht, het is het uiterste puntje van Java. Van nu af aan is er steeds land te zien, links vele eilanden en rechts Java. Na de oversteek van de Indische Oceaan komt de Johan, via de straat van Malakka en de Javazee, na een reis van 4 week en een afstand van 17.000 km aan bij het einddoel, Tandjong Priok. 's Middags om half vijf gaat de "Johan" voor anker, omdat er in de haven nog geen plaats is aan de kade, zal men hier tot de andere dag moeten wachten. Tandjong Priok is een havenstad op West Java en ligt zo’n 20 km van de hoofdstad Batavia4 nov. '46. 's Morgens om vijf uur wordt op het schip de reveille geblazen en om zes uur vaart het schip weer verder. Reden van het wachten was de Kota Agoeng, daarna gaat de Johan de haven in en meert af. De opvarenden worden aan de kade opgewacht door koelies, die met veel gejuich en geschreeuw vechten om de sigaretten en brood dat vanaf het schip tussen hen in wordt gegooid. Om half negen begint de ontscheping en hebben de jongens van de 14e cie., na 4 week zeereis eindelijk weer vaste grond onder de voeten. Eenmaal op de kade wordt men ontvangen met bier en sigaretten door mensen van de Nederlandse hulpstichting, de "Welfare". 
Het altijd weer terugkerende "Neptunusfeest" Daarna wordt de 14e cie overgebracht naar het Paleis van Justitie in de benedenstad van Batavia, deze benedenstad kenmerkt zich door verschillende koloniale regeringsgebouwen. Het is ook een wijk met veel huizen die gebouwd zijn in Nederlandse stijl, de hollanders hebben er zelfs een klein grachtenstelsel aangelegd. Het verblijf in het Paleis van Justitie duurt voor de 14e cie 4 weken en is bedoeld om te wennen aan het tropische klimaat van Indië. De 14e cie maakt hier voor het eerst kennis met de hun toegewezen baboe’s ( wasvrouwen ) en de djongossen die de verblijven schoonhouden. 8 nov. '46. De cie. wordt voorzien van wapens, stenguns, engelse automatische geweren, veel gebruikt in de 2e wereldoorlog en vrij eenvoudig van uitvoering. Mede door de eenvoud van de sten zijn hier regelmatig ongelukken mee gebeurd, bij de geringste beweging kunnen ze afgaan als ze op scherp staan. De maand november staat verder voornamelijk in het teken van wachtdiensten vervullen en kolonne rijden. Tijdens dat wachtlopen worden er op verschillende dagen inlanders betrapt op het stelen van voorraden uit loodsen. Samen met o.a. de 4e cie AAT wordt er een aantal keren transporten gereden vanaf de haven Tandjong Priok naar Batavia. Dit betreft dan voedseltransporten, maar ook een keer 170 ton jenever voor de Welfare. Dit verhaal is met toestemming van dhr T. de Jong geplaatst. |