Het verhaal achter één Boordgeldbiljetje

De "Nieuw Amsterdam" met zijn vele bijnamen hier in zijn glorietijd als de "Bontjassenschuit"
Met de bouw van de "Nieuw Amsterdam" werd begonnen in 1936, waarna zij in 1937 te water werd gelaten om vervolgens afgebouwd te kunnen worden, zodat het schip in 1938 zijn eerste reis zou kunnen gaan maken als het vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn. Het schip werd, vanwege zijn enorme luxe, waarvan uiteraard de éérste klasse het beste voorbeeld zou zijn, in de volksmond ook wel de “Bontjassenschuit” genoemd.

De "Nieuw Amsterdam" zoals hij er bij het einde van de 2e wereldoorlog als troepentransportschip uitzag, met nu "The Darling of the Dutch" als bijnaam
Terwijl de Duitsers de oorlog ook hadden verklaard aan Nederland voer de "Nieuw Amsterdam" juist in de Amerikaanse wateren. Dit zal mogelijk zijn redding zijn geweest, want is het niet geheel ondenkbaar dat het schip, indien het toen ook in de Rotterdamse haven aan de Wilhelminapier had gelegen, ook in brand was geschoten tijdens het bombardement van de havenstad, net als o.a. de Statendam. De "Nieuw Amsterdam" werd in deze periode in opdracht van de Engelsen naar Singapore gebracht, waar het werd omgebouwd tot een troepentransportschip. Deze verbouwing duurde van 9 november tot 22 december 1940, er werden o.a. kanonnen geplaats en kon zij nu ook dieptebommen afschieten om eventuele aanvallen van onderzeërs af te kunnen schrikken. Verder kreeg het schip hier zijn grijze oorlogskleuren en werden nagenoeg alle ramen op de brug voorzien van metalen schotten, slechts het minimum aan ramen bleef beschikbaar voor besturing.
Door deze ingrijpende verbouwing kon het schip per reis minimaal 5000 militairen vervoeren, maar grotere aantallen tot wel 6000 manschappen kwamen ook regelmatig voor. Bij het vervoer van deze enorme aantallen aan militairen werden de slaapplaatsen dan ook 24 uur per dag benut, dit door ze drie keer acht uur te laten gebruiken. Op 24 december 1940, twee dagen na de voltooiing van deze ingrijpende verbouwing, werd het schip al ingezet voor zijn eerste reis, dit in opdracht van het Ministery of War Transport. Tijdens de gehele tweede wereldoorlog kwam het schip onder het gezag van de Engelse regering te varen, het schip heeft tijdens deze periode in totaal 323.276 manschappen vervoerd. Dat was verreweg het grootste aantal militairen wat een Nederlands schip ooit veilig en wel heeft vervoerd, vanwege deze enorme verdiensten kreeg het schip dus zijn tweede bijnaam, namelijk “The Darling off the Dutch”.
De laatste 2 reizen als troepentransportschip
De 'Nieuw Amsterdam" heeft na het beeindigen van de tweede wereldoorlog nog een aantal reizen gemaakt als troepentransportschip, het betreft de reisnummers 60 - 61 - 62 - 63. De reisnummers 60 en 61 begonnen op 24 augustus 1945, dat was een reis vanuit New York naar Southampton, vanuit Southampton voer het schip daarna richting Halifax. Na deze reis deed het schip wederom Southampton aan, om daarna nogmaals een reis Halifax - Southampton te maken, het is dan inmiddels 8 october 1945 en het schip zal vervolgens in Southampton gereed gemaakt worden voor zijn laatse twee reizen als troepentransportschip. Het zijn de reisnummers 62 en 63, welke allebei over Singapore naar Nederlandsch-Indië zullen voeren.
Reis 62
Southampton - Singapore - Southampton
De "Uitreis"
Van 28 oktober 1945 - tot 22 november 1945
Een globaal vaarschema van deze uitreis is als volgt, vertrek vanuit Southampton op zondag 28 october en vaart dan richting Port Said, waar het zaterdag 3 november aankomt. Een dag later vertrekt het schip weer, het is dan zondag 4 november en komt nog diezelfde dag aan in Suez. Maandag 5 november verlaat het Suez in de richting van Trincomalee, waar het negen dagen later op dinsdag 13 november arriveert. De volgende dag woensdag 14 november vaart het richting Penang en komt daar aan op vrijdag 16 november. Twee dagen later, het is inmiddels zondag 18 november, gaat het verder richting Port Swettenham en arriveert daar maandag 19 november. Een dag later gaat het op dinsdag 20 november richting Port Dickson en arriveert daar nog diezelfde dag. Woensdag 21 november vaart het dan richting Singapore, de eindbestemming voor deze uitreis en bereikt deze donderdag 22 november 1945.
Zondag 28 oktober '45
Zondag 28 oktober begon dus de eerste naoorlogse rondreis naar Nederlandsch-Indië. Het schip vertrok vanuit Southampton en nog steeds voorzien van zijn geblindeerde ramen op de brug en zijn grijze oorlogskleuren. Met aan boord hoofdzakelijk militairen, waaronder o.a. 4 bataljons Infanterie, zoals het 2-6 RI, 1-11 RI, het 1-2 RI en het 1-8 RI. Verder waren ook, het 1e Bataljon Regiment Jagers, Rode Kruis eenheden, de MARVA, VHKers (Vrouwelijk Hulp Korps, wat later overging in de MILVA) en het NICA aan boord. Bij de laatste twee rondreizen werden de bedden nog slechts één keer per etmaal gebruikt. Geslapen werd er op de zogenoemde standys (vier hoog) voor de militairen met de laagste rangen, de hutten waren bestemd voor de militairen met de hogere rangen en de andere aanwezige passagiers. Voor de maaltijden was het wél noodzakelijk om dit gespreid te doen, er werd dan ook in drie zittingen gegeten.
Maandag 29 oktober '45
In de Golf van Biskaje, bekend omdat daar de zee nog al eens te keer kon gaan, werd deze bemanning dus ook geconfronteerd met een flinke storm, met als resultaat dat meer dan de helft zeeziek werd. Gelukkig werd de zee hierna alweer snel een stuk rustiger.

Maaltijdenkaart voor de 3e zitting in de militaire kantine, gelegen aan de voorkant van het Promenade Dek, stuurboordzijde

Hutkaart bestemd voor hut 145 welke gelegen is op het Hoofd Dek
Dinsdag 30 oktober '45
Na de Golf van Biskaje wordt het al snel beter weer, ook voelen de meeste militairen zich inmiddels een stuk beter, 's avonds rond 17.00 uur passeert het schip Gibraltar. Morgen zal er een voorschot van twee Engelse ponden worden uitgekeerd.
Zaterdag 3 november '45
In de namiddag arriveren we in Port Said. Het was druk aan de reling om de havenstad al varende van dichtbij te kunnen bezichtigen, het was duidelijk te zien dat ook hier de oorlog had huisgehouden. Diezelfde nacht word er nog gebunkerd, in de haven nu ook weer de gebruikelijke activiteiten van de handelaren. Ook worden we hier voorzien van het tropenuniform.

Appel op het Lidodek
Zondag 4 november '45
Nu vaart het schip in de vroege ochtend verder door het Suez Kanaal, dit gaat met grote moeite omdat het kanaal door achterstallig onderhoud al een tijd niet meer is uitgebaggerd. Daar komt ook nog bij dat het schip van bijzonder groot formaat is en dat er nauwkeurig, langzaam en met veel stuurmanskunst gevaren dient te worden. Laat in de avond wordt de stad Suez genaderd en daar het al donker was kon er niet veel van de stad worden waargenomen. De volgende dag verlaat het schip Suez om, na de Roode Zee en Aden te zijn gepasseerd, aan de grote oversteek te beginnen van de Indische Oceaan richting Tricomalee
Zaterag 10 november '45
De Nieuw Amsterdam vaart inmiddels alweer een aantal dagen op de Indische Oceaan richting Trincomalee (Ceylon). Het is inmiddels zaterdag 10 november en er wordt op deze dag een grote sportdag georganiseerd tussen een aantal disciplines, welke gehouden zal worden op het Lidodek.

Sport op het Lidodek, fietsen met hindernissen tussen de MARVA en de NICA dames, op zaterdag 10-11-1945

Touwtrekken op het Lidodek, tussen de NICA heren en de mannen van de Marine, op zaterdag 10-11-1945
Dinsdag 13 november '45
Het schip loopt vandaag de haven van Trincomalee (Ceylon) binnen, deze haven wordt door de Engelsen als marinehaven gebruikt. In eerste instantie zou het gunstiger gelegen Colombo worden aangedaan, maar aangezien dit niet mocht voer het schip om Ceylon richting Trincomalee. Rode Kruis eenheden komen aan boord en voor de Marva eindigt hier de reis. Vandaag komen er ook een paar hoge officieren aan boord voor een belangrijke vergadering, er werd namelijk bekend gemaakt dat de Engelsen het zouden verbieden om welk Nederlands schip dan ook in Nederlandsch-Indië te laten debarkeren en dat daardoor nu moest worden besloten om een andere haven als eindbestemming te kiezen.
De Engelse weigering en Malakka
Veel OVW'ers, militairen die zich vrijwillig hadden aangemeld om in eerste instantie tegen de Duitsers en de Japanners te gaan vechten, werden buiten Nederland in Engeland, Australië en Amerika opgeleid. Nu de tweede wereldoorlog toch al was afgelopen en de Japanners inmiddels ook hadden gecapituleerd, werden deze militairen prima geschikt geacht om de orde en rust te gaan handhaven in het rumoerige Nederlandsch-indië. Het waren immers goed opgeleide militairen die dus prima geschikt waren om de opstand van de republikeinen in de Nederlandse kolonie te gaan onderdrukken. Al in het najaar van 1945 werden de eerste grote groepen militairen met een aantal schepen vanuit verschillende havens naar Nederlandsch-Indië gestuurd. Helaas zouden al deze schepen, in eerste instantie tevergeefs afreizen, ze werden niet toegelaten en moesten tot nader order allemaal uitwijken naar havens buiten Ned-Indië.
De Engelsen die eerder ook tegen de Japanners hadden gevochten, kregen nu namelijk de taak om in Ned-Indië de orde en rust te handhaven. Niet alleen Engeland, maar bijna de gehele wereld was er fel op tegen, dat net na het beëindigen van de tweede wereldoorlog al die Nederlandse militairen onderweg waren om hun kolonie te redden. Vanwege de toch al onrustige situatie ter plekke vreesden de Engelsen bij het debarkeren van al deze militairen voor nog meer problemen, vandaar de weigering. De meeste schepen weken uit naar de havens van het noordelijker gelegen Malakka en Singapore. Het zou zoals later zou blijken nog een paar maanden gaan duren, voordat de eerste schepen, met hun 20.000 ongeduldige OVW'ers aan boord, toestemming zouden krijgen om naar Nederlandsch-Indië af te kunnen reizen, het was inmiddels wel begin maart '46 geworden. Nu had Nederland, er wel al rekening mee gehouden dat er veel protesten zouden komen door op te gaan treden in hun kolonie en had deze dan ook bewust al geen oorlog willen noemen, maar een Politionele Actie. Het principe bleef natuurlijk wel hetzelfde!
Er was echter één uitzondering bij het weigeren van de Nederlandse militairen aldaar. Zo lieten de Engelsen het schip de Noordam, dat op 17 november uit Norfolk (USA) vertrok, wél debarkeren in de haven van Tandjong Priok, dit was op 30 december. De Noordam had in totaal 2044 mariniers aan boord, waarvan 105 officieren en 1939 manschappen. Dit waren goed opgeleide mariniers, die zojuist een zware training achter de rug hadden in Camp Lejeune.

Pasje van marinier van het 3e bataljon 1e compagnie
Eenmaal van boord kreeg het schip toch weer te horen dat het alsnog moest vertrekken, maar nu met nog maar 1100 mariniers aan boord. De resterende 900 mariniers (1 bataljon) mocht aan land blijven, de Noordam vertrok op 5 januari met zijn overgebleven 1100 mariniers richting Malakka. Gelijktijdig met de Bloemfontein (ook met mariniers aan boord) kwam het schip op 7 januari aan in Singapore, waar de mariniers werden samengevoegd. De achtergebleven 900 mariniers in Batavia werden niet meer dan een hulpje van de Engelsen, met als enige taak om wacht te "mogen" lopen.
Terug bij de reis
Woensdag 14 november '45
Op woensdag 14 november verlaat het schip de haven van Trincomalee, wetende dat het dus een andere route moest kiezen en vaart richting Malakka, waar het schip op vrijdag 16 november de eerste haven aan zal doen.

De Straat van Malakka met zuid-westelijk Sumatra en noord-oostelijk Malakka
Een ongebruikelijke route, die niet zoals hierboven staat aangegeven via Belawan rechtstreeks doorging richting Singapore, maar vanaf de Indische Oceaan door de Straat van Malakka doorvoer naar zijn 3 tussenstops, namelijk Penang/Pinang, Port Swettenham en het iets zuidelijker gelegen Port Dickson, alle drie liggend aan de westkust van Malakka, waarna het op zijn eindbestemming Singapore aankwam.
Van vrijdag 16 november tot zondag 18 november '45
Inmiddels te Penang aangekomen zal het schip daar drie dagen voor anker gaan. Op de rede van Penang wordt een gedeelte van de bemanning met behulp van een landingsvaartuig gedebarkeerd. Hier zijn het de mannen van 1-2 RI en 1-8 RI welke op de17e debarkeren, een gedeelte van het NICA en het 1e Regiment Jagers zullen een dag later debarkeren.

Overstap vanaf de "Nieuw Amsterdam" op een landingsvaartuig in de baai bij Penang (Malakka).
Van maandag 19 november tot en met 22 november '45
Het schip vertrekt op 18 november uit Penang en komt een dag later aan te Port Swettenham, hier verblijft het wederom een dag. Op de 19e was er een man overboord welke, wat later bleek, gekleed en al in het water was gesprongen, een reddingsboot werd te water gelaten en de 'drenkeling' werd opgepikt. Met landingsvaartuigen zal het 2-6 RI op 20 november debarkeren in Port Swettenham, waarna de reis wordt vervolgd richting het zuidelijker gelegen Port Dickson. Woensdag 21 november gaat de reis weer verder richting zijn eindbestemming Singapore, het schip komt daar aan op donderdag 22 november, alwaar het zijn laatste reizigers afzet. Ook hier gaat het schip op de rede en worden de militairen weer met behulp van een landingsvaartuig aan land gezet.


Maaltijdenkaart voor de 2e zitting, bestemd voor een militaire cantine op het A dek aan de voorzijde van het schip, gebruikt op de uitreis, met enkele reisdata op de keerzijde
De Nieuw Amsterdam zal van donderdag 22 november tot zaterdag 8 december 1945 in Singapore verblijven, waarna het schip na 17 dagen stil te hebben gelegen zal beginnen aan zijn thuisreis.
De "Thuisreis"
Van 8 december 1945 - tot 31 december 1946
Een globaal vaarschema van deze thuisreis is als volgt, vertrek vanuit Singapore op zaterdag 8 december richting Colombo (Ceylon) waar het woensdag 12 december aankomt. Vanuit deze bunkerplaats vertrekt het schip een dag later op donderdag 13 december richting Suez, waar het 8 dagen later arriveert, het is inmiddels donderdag 20 december. In Suez zal het schip 5 dagen voor anker gaan, waarna het maandag 24 december weer vertrekt naar Port Said. Aankomst Port Said nog diezelfde dag, waarvan het dinsdag 25 december zijn laatste deel van haar reis zal gaan maken richting Southampton. Aankomst en het einde van de reis met de Nieuw Amsterdam is op maandag 31 december 1945. De passagiers met eindbestemming Nederland zullen hierna door 2 andere schepen, verdeeld over diverse reizen, naar de definitive eindbestemming van de reis naar Amsterdam worden gebracht, het is dan inmiddels januari 1946.
Zaterdag 8 december '45
De thuisreis met reisnummer 62 welke op 8 december 1945 vanuit Singapore vertrok, kwam op 31 december 1945 met ruim 3800 passagiers in Southampton aan. Deze 3800 passagiers bestonden voornamelijk uit mensen welke naar Nederland wenste terug te keren, dit was de eerste grote groep repatrianten. Meest mensen die de overheersing en de capatulatie van de Japanners aan den lijve hadden ondervonden. Daarbij zouden ook de hierop volgende onlusten, veroorzaakt door de republikeinen, mee gaan tellen om het land te verlaten.

Hutkaart bestemd voor hut 244 van het Promenade Dek, deze hut bevindt zich in de lager gelegen Grand Hall, gebruikt door een repatriant

Maaltijdenkaart derde zitting, ook deze is bestemd voor het Promenade Dek, nu wel aan de achterzijde van het dek, gebruikt door een repatriant
Deze thuisreis eindigde voor de "Nieuw Amsterdam" echter niet in Nederland zelf maar in Southampton, waar alle repatriänten van boord moesten. De reden hiervoor was dat de Noordzee nog vol lag met magnetische mijnen uit de 2e wereldoorlog en aangezien de "Nieuw Amsterdam" nog een vrij nieuw en vooral kostbaar schip was, wilde men dit kapitale schip niet aan deze overtocht wagen. Daar er nog genoeg zo goed als afgeschreven schepen voorhanden waren, koos men er liever voor om het laatste gedeelte van de reis af te leggen met de "Almanzora" van de Royal Mail Lines en het hospitaalschip de "Atlantis".
De 3 oversteken naar Amsterdam verzorgd door de "Almanzora"
1e reis: vertrek Southampton 2 januari 1946 - aankomst A'dam 3 januari 1946.
2e reis: vertrek Southampton 4 januari 1946 - aankomst A'dam 5 januari 1946.
3e reis: vertrek Southampton 6 januari 1946 - aankomst A'dam 7 januari 1946.

De "Almanzora"
De "Almanzora" werd gebouwd in 1915 en had er zijn langste tijd ruimschoots op zitten, zij vervoerde de ongeveer 1800 repatrianten die géén medische verzorging nodig hadden, welke ook weer verdeeld over over drie reizen. In 1948 zou het schip zijn laatste reis maken voordat het ten prooi zou vallen aan de slopershamer.
Hutkaart gebruikt door een repatriant op de "Almanzora"
De 3 oversteken naar Amsterdam verzorgd door de "Atlantis"
De opvarenden welke medische hulp nodig hadden werden door het hospitaalschip de Atlantis naar Amsterdam overgevaren, ook weer verdeelt over drie reizen. Later in 1948 zou de Atlantis verbouwd worden tot emigrantenschip.
1e reis: vertrek Southampton 2 januari 1946 - aankomst A'dam 3 januari 1946.
2e reis: vertrek Southampton 4 januari 1946 - aankomst A'dam 5 januari 1946.
3e reis: vertrek Southampton 9 januari 1946 - aankomst A'dam 10 januari 1946.

De "Atlantis" no: 33 als hospitaalschip
De Atlantis had de reputatie het meest bekende repatriantenschip te zijn, welke niet van Nederlandse bodem was. het zou namelijk nog een groot aantal reizen gaan maken op Nederlandsch-Indië.
Reis 63
Southampton - Singapore - Southampton - Rotterdam
De "Uitreis"
Van 25 januari 1946 - tot 15 februari 1946
Een globaal vaarschema van deze uitreis is als volgt, vertrek vanuit Southampton op vrijdag 25 januari richting Port Said, aankomst aldaar op donderdag 31 januari. De volgende dag vertrekt het schip richting Suez waar het diezelfde dag op vrijdag 1 februari arriveert. Zaterdag 2 februari gaat de reis verder richting Tricomalee, waar het 9 dagen later op zondag 10 februari aankomt. De volgende dag maandag 11 februari verlaat het schip de haven van Tricomalee en wordt de reis over het laatste gedeelte van de Indische Oceaan hervat, nu richting Singapore. Vrijdag 15 februari zal het schip aankomen op de eidbestemming van deze uitreis in de haven van Singapore. In Singapore zal het schip echter genoodzaakt worden om daar 3 weken te blijven liggen. Het is inmiddels woensdag 6 maart als het schip een korte tussenreis zal gaan maken met bestemming Soerabaja. Oorzaak van deze tussenreis was dat de eerder geweigerde Nederlandse militairen nu wel in Nederlandsch Indië werden toegelaten. Vrijdag 8 maart komt het schip aan in Soerabaja waar het zijn passagiers laat debarkeren. Het schip blijft daar twee dagen liggen, waarna het op zondag 10 maart terug vaart naar Singapore, met aan boord een gedeelte van de tweede grote groep repatrianten en honderden Engelse militairen. Het schip komt weer terug in Singapore op dinsdag 12 maart, waar het zich gereed zal maken voor de uiteindelijke thuisreis, welke 5 dagen later zal aanvangen op zaterdag 16 maart.

Maaltijden kaart voor de 4e zitting in de eetzaal van de "A" hal
Vrijdag 25 januari '46
Vrijdag 25 januari gaat dus de "Nieuw Amsterdam" vanuit Southampton op weg voor zijn laatste naoorlogse rondreis als troepentransportschip, nu ook weer met de eindbestemming Singapore. Aan boord van deze uitreis waren o.a. het 1-1 RI, 2-5 RI en het 1-12 RI.
Woensdag 6 februari '46
Een droeve dag aan boord van de Nieuw Amsterdam, in het hospitaal van het schip overlijdt de soldaat Tamme Grasmeijer. Hij was pas 18 jaar en behoorde tot het 1e bataljon 1e regiment der Infanterie, oftewel het 1-1 RI. Oorzaak was een ontsteking aan de luchtpijp, waarna een oedeem ontstond met als gevolg zijn overlijden. Een dag later op donderdag 7 februari kreeg soldaat T. Grasmeijer een zeemansgraf.
Vrijdag 15 februari '46
Ontscheping volgt voor deze drie regimenten in Singapore. Ze zullen echter noodgedwongen tot 23 maart in Chaah (Malakka) moeten verblijven, waarna ze met verschillende schepen richting Java worden vervoerd. Ze debarkeren in Oost Java in de havenplaats Tandjang Perak bij Soerabaja.
De "Thuisreis"
Van 16 maart 1946 - tot 10 april 1946
Een globaal reisschema voor deze thuisreis was, vertrek uit Singapore op zaterdag 16 maart, aankomst in Colombo woensdag 20 maart. Een dag later donderdag 21 maart vertrek uit Colombo richting Suez, aankomst Suez donderdag 28 maart. Na een verblijf van 5 dagen in deze bunkerplaats vertrekt het schip op maandag 1 april vanuit Suez richting Port Said, aankomst aldaar nog diezelfde dag. Op dinsdag 2 april gaat de reis verder richting Southampton waar het maandag 8 april arriveert. Het laatste stuk van de reis begint een dag later op dinsdag 9 maart, om een dag later 10 april zijn reis te beëindigen in Rotterdam.
Op deze thuisreis had de Nieuw Amsterdam 3598 passagiers aan boord, nu niet alleen de tweede grote groep repatrianten aan boord, maar ook vele honderden Engelse militairen welke op verlof gingen en in Southampton zouden debarkeren. De vrouwen en kleine kinderen sliepen op stapelbedden (3 hoog) in de hutten met minimaal 9 personen. De wat oudere kinderen sliepen apart op het laagst gelegen dek, waar tegen bedtijd hangmatten werden gespannen. De mannen sliepen op de grote slaapzalen, waar de 'bedden' net als bij de militairen 5 tot 6 hoog gestapeld waren.
Dinsdag 26 maart '46
Op de altijd zo snikhete Roode Zee heerst nu een flinke storm, wat natuurlijk een hoop zeezieke passagiers opleverde. Een repatriant weet zich nog te herinneren dat voordat de storm uitbrak de maaltijd was genuttigd waarbij rode bieten op het menu stond. Dat zorgde ervoor dan het schip op vele plekken rood gekleurd was.
Dinsdag 2 april '46
Maandagavond 1 april arriveert de "Nieuw Amsterdam" in de haven van Port Said waar het zal bunkeren. De volgende dag wordt er kleding verstrekt aan diegene welke geen rekening heeft gehouden met de koude hollandse temperaturen, aangekomen in Nederland zal blijken dat ook deze kleren niet afdoende waren.
Zoals het bij de meeste reizen met veel burger-repatrianten aan boord de bedoeling was, zou ook bij aanvang van deze thuisreis een informatief boekje worden verstrekt met de titel “Aan onze repatriërende landgenoten”, maar om onbekende reden werd nu het boekje pas op 27 maart verstrekt, de reis was inmiddels al voor een behoorlijk groot deel voltooid. In dit boekje werd er bijvoorbeeld op gewezen dat, indien men geen familie in Nederland had, of aldaar nog nooit geweest was, zich ernstig moest afvragen of het wel verstandig was om te repatriëren. Door het boekje pas uit te delen terwijl de reis er al voor een groot deel op zat, werd dit gedeelte van de inhoud uiteraard overbodig.

Informatief boekje voor de repatriant
In dit boekje wordt verder vooral informatie gegeven over de belangrijke dingen waarmee men te maken krijgt bij aankomst in Nederland. Het boekje was bestemd voor de repatrianten in het algemeen, dus niet alleen voor de scheepsreizen, maar ook voor het toen nog veel minder voorkomend vliegverkeer. Als eerste komt men in het boekje een foto tegen van koningin Wilhelmina, genomen vlak na haar terugkeer uit Engeland in Nederland, dit net na de capitulatie van de Duitsers. Gevolgd door een voorwoord, waarin er de nadruk op wordt gelegd hoe beroerd de periode was, voor de repatianten onder de Japanse overheersing enerzijds, als die van de Nederlanders tijdens de Duitse bezetting anderzijds. De repatrianten zullen, ondanks de nog slecht op gang komende en herstellende naoorlogse periode, van harte welkom zijn in Nederland en men verwacht dan ook dat van beide kanten er alles aan zal worden gedaan, zodat alles zo soepel mogelijk zal verlopen.

"Wisselbon" alleen gebruikt op de laatste thuisreis.
Veelal staat op een boordgeldbiljet de geplande einde-reisdatum vermeld, maar bij dit biljetje is dat de vertrekdatum, namelijk 16 maart 1946. Hieruit kan worden afgeleid, dat dit boordgeld dus niet gebruikt werd door de militairen en repatrianten die al vanuit Soerabaja richting Singapore meegingen. Pas aan het begin van de definitieve thuisreis, dus vanuit Singapore werden ze in gebruik genomen!
Van de hierboven beschreven reizen is slechts alleen tijdens de laatste reis het boordgeld gebruikt en dat dan ook nog alleen op de thuisreis. Het is een serie biljetjes van 3 coupures, iedere coupure heeft dezelfde grootte en is eenzijdig bedrukt op dik stevig papier in 3 verschillende tinten.
-
1 cent, kleur grijs/wit
-
5 cent, kleur blauw/grijs
-
10 cent, kleur oranje/bruin
Het serienummer van 5 cijfers werd toegevoegd met behulp van een rotatiestempel, de handtekening werd eveneens handmatig met een stempel toegevoegd en dit alles gebeurde in de bedrijfsdrukkerij.
Het is een serie biljetjes, die niet alleen op de allerlaatste reis van de "Nieuw Amsterdam" als troepentransportschip werd gebruikt. maar is ook de eerst bekende serie boordgeldbiljetje dat werd uitgegeven en ook nog eens de enige serie is met de laagst bekende waarde van 1 cent.
Voor mijzelf is het ook nog leuk om te weten dat de eerste gebruiker van dit biljetje het als kleine jongen op de "Nieuw Amsterdam" heeft gebruikt. Hij is als zieke evacué met de tweede grote stroom repatrianten naar Nederland gekomen.
Rotterdam - 10 april 1946

Nu bij aankomst in Rotterdam tijdens zijn laatste reis als troepentransportschip.
Het schip kwam nu op 10 april 1946, wel op zijn eindbestemming in Rotterdam aan waar het, nadat het zijn passagiers had gedebarkeerd, gelijk werd overgedragen aan zijn eerste eigenaar de Holland Amerika Lijn. Het Ministery of War Transport in Engeland had het schip twee dagen eerder al op 8 april 1946 vrijgegeven, dit was dan ook gelijk het einde voor de "Nieuw Amsterdam" in zijn functie als troepentransportschip. Het vetrok nu voor de tweede keer naar de RDM in Rotterdam, om er weer geschikt te worden gemaakt tot waar het eigenlijk voor was gebouwd, een luxe cruiseschip. Deze verbouwingskosten waren enorm hoog en overtrof zelfs ruimschoots het bedrag van wat het schip bij de nieuwbouw had gekost. Het kon zijn reizen in 1947 weer net als in zijn eerste glorie dagen als luxe cruiseschip hervatten.
