Ontwerp Rijnvaartbiljetjes van zilverbons

 

Vanwege de beperkte deviezenbepalingen, had de Internationale Rijnvaart hetzelfde probleem, om geen betaal-middel voor handen te hebben. Zodat ook voor deze reizen werd besloten om een noodbetaalmiddel in de vorm van boordgeld uit te geven. Voor het ontwerp van deze zogenoemde Rijnvaartbiljetjes is het "Bureau Internationale Rijn-vaart" te raden gegaan bij drukkerij J.H. De Bussy. Deze Amsterdamse drukkerij, die al veel ervaring had opgedaan met het drukken van waardepapieren, had eerder ook al de zilverbons in opdracht van de Nederlandse Regering gedrukt.

 

 

Image

Een van de uitgebrachte "Zilverbons"

 

Image

Het sterk gelijkende "Rijnvaartbiljet", deze is van de eerste serie uit 1946

 

Ontwerp zilverbons herbruikt

Zilverbons werden net als de boordgeldbiljetjes uit pure noodzaak ontworpen en uitgegeven, dus ook de zilverbons zijn een soort noodgeld. De eerste zilverbons dateren uit 1914 en zouden zowel in de eerste als de tweede wereld-oorlog in vele uitvoeringen in omloop komen. In het geval van de zilverbons waren het niet de beperkte deviezenbe-palingen dat er een tekort aan betaalmiddelen was. Nu waren de sterk stijgende goud- en zilverprijzen er de reden van. Oorzaak was dat de goud en zilverprijzen bij een naderende oorlog snel stegen, zodat de metaalwaarde van de hogere munten (die toen nog van edelmetaal waren) al snel meer was dan de munteenheid. Met het gevolg dat de munten massaal werden opgepot, zodat hierdoor een tekort aan betaalmiddelen in muntvorm ontstond. De zilver-bons zouden dus de tekorten aan muntgeld moeten opvangen.

Na het beëindigen van de tweede wereldoorlog had drukkerij De Bussy nog veel veiligheidspapier op voorraad. Dit papier, dat eerder gebruikt werd voor het maken van zilverbons, was natuurlijk ook uitstekend geschikt voor het ma-ken van boordgeld. Toen De Bussy van het "Bureau Internationale Vaart" de opdracht ontving om het boordgeld voor hun te mogen drukken, hadden ze het benodigde materiaal dus eigenlijk al voor handen. Doordat voor het ontwerp simpelweg een al eerder gebruikte uitvoering voor zilverbons werd gebruikt, hoefde men alleen nog een aantal kleine aanpassingen in te voeren.Zo lag er dus al snel een geschikt ontwerp klaar voor het maken van een eigen serie boordgeld.

 

Uitgifte twee series

Er zijn twee series uitgebracht, een in 1946 en de laatste in 1949, die overigens beide een blanco keerzijde hebben. De eerste serie bestaat uit de volgende vijf coupures, 10 cent, 25 cent, de 1 gulden, de 2,50 gulden en de 10 gulden. In 1949 kreeg de serie niet alleen wat kleine aanpassingen zoals kleur datum en handtekeningen, ook kwamen nu de twee laagste coupures van 10 en 25 cent te vervallen.

 

Image

"Rijnvaartbiljet" van 10 cent eerste serie van 1946

 

Image

"Rijnvaartbiljet" van 25 cent eerste serie van 1946

 

Image

Rijnvaartbiljet van 1 gulden tweede serie van 1949

 

Image

"Rijnvaartbiljet" van 2,50 eerste serie van 1946

 

Image

"Rijnvaartbiljet" van 10 gulden eerste serie van 1946

 

Image

"Rijnvaartbiljet" van 10 gulden tweede serie van 1949